Apocalypse Now

DirkJan Vos - d.vos35@chello.nl

Amsterdam - Den Haag 1960

PROLOOG

Begin maart 1975 zie ik, op veertienjarige leeftijd, een aantal malen de fascinerende televisiebeelden van de chaotische vlucht van de laatste Amerikanen uit Saigon. De Vietnamoorlog is verloren en de Amerikanen krijgen 24 uur de tijd om hun biezen te pakken. Op 29 april wordt 'Operation Frequent Wind' gestart met het uitzenden via Radio Saigon van het Bing Crosby nummer 'I'm Dreaming of a White Christmas'. Het is het codebericht dat aangeeft dat de Amerikanen zo snel mogelijk naar de ambassade moeten komen om te worden geëvacueerd. Voor de kust ligt een aantal vliegdekschepen en de Sea Knights helikopters vliegen af en aan om de laatste Amerikanen van het ambassadeterrein te halen. Op 30 april worden de laatste elf mariniers met de ambassadevlag opgepikt en is de Vietnamoorlog eindelijk voorbij. Op de televisie zie ik hoe tientallen Zuid-Vietnamese helikopters als dode, mechanische insecten over de reling van de vliegdekschepen in zee worden geduwd om ruimte te maken voor de Amerikaanse helikopters. De rotorbladen breken als verdroogde voelsprieten af op de golven in de Zuid-Chinese zee.

Alle beelden laten een diepe indruk achter en ik voel mij, hier en nu, werkelijk betrokken bij een wereldgebeurtenis. Ik ervaar voor het eerst een door de televisie opgewekte eigenaardige, dubbele sensatie. Ik voel zowel afschuw van een 'betrokkene' bij dit oorlogsdrama, als een welhaast gebiologeerde fascinatie van 'toeschouwer' bij de actuele televisiebeelden. Later kom ik meer te weten over de gruwelijkheden van de Vietnamoorlog die 10.000 dagen heeft geduurd en ik zie 4 jaar later met een adolescente verbijstering de film Apocalypse Now van Francis Ford Coppola.

Twee jaar geleden -1991- denk ik tijdens de Golfoorlog regelmatig terug aan de beelden van de Vietnamoorlog en aan Apocalypse Now. Zou er van de Golfoorlog ook een goede oorlogsfilm zijn te maken? Ik denk het niet. Was de Vietnamoorlog een krankzinnige opera dan is de Golfoorlog niet meer dan een snel gemonteerde videoclip. Hoewel de gruwelijkheid bij iedere oorlog hetzelfde is lijkt de huidige oorlogsvoering ingrijpend te zijn veranderd. Met de televisiebeelden van de Golfoorlog is in ieder geval mijn 'geciviliseerde' bewustzijn over oorlogsvoering geactualiseerd en gemoderniseerd. Oorlogen, tenminste wanneer westerse geallieerden daarbij betrokken zijn, lijken nu in een paar dagen te worden gewonnen door precisiebombardementen met Stealth-bommenwerpers en door effectieve aanvallen op tanks met gespecialiseerde Apache aanvalshelikopters. Satellieten kunnen iedere vierkante meter vijandelijk gebied zien en lange afstandsraketteen kunnen op honderden kilometers afstand op vijandelijke doelen worden afgevuurd. Er vallen aan de geallieerde zijde weinig doden en de factor soldaat lijkt als wapentuig steeds meer op te lossen in de technologische oorlogsmachinerie.

Na de openingsavond van de luchtoorlog op 17 januari 1991 leveren de CNN-beelden een verbijsterend en in de grond natuurlijk ook afschuwelijk kijk- en luisterspel op. Ik aanschouw met de hele wereld, 'live', de surrealistische beelden van Bagdad dat in een vuurwerk van bommen en laserachtige sporen van afweergeschut wordt opgelicht in de nacht. Scud-raketten vliegen als kleine vuurbollen langs de duistere hemel en Patriot anti-raket raketten schieten als supersonische vuurpijlen door het luchtruim om de Scuds te vernietigen. De oorlog is een high-tech-operatie die op geen enkele wijze meer lijkt op de klassieke oorlogsvoering. Tenminste in zoverre de militaire regisseur Norman Schwartzkopf dit de wereld via CNN wil laten geloven.

Achteraf bleek de 'moeder aller veldslagen' toch op conventionelere wijze te zijn gewonnen en ging er aan geallieerde zijde meer mis dan wij wisten. Bestaat het wel, een 'high-tech' oorlog en is het niet de zoveelste Amerikaanse mythe? Betekent een mogelijk Amerikaanse ingrijpen in Joegoslavië niet een nieuw Vietnam, of is het dat al? Ten tijde van de Vietnamoorlog was 'Charlie' onzichtbaar in het oerwoud, ongrijpbaar, onverslaanbaar. Tijdens de Golfoorlog waren alle Iraki's identificeerbaar in de kale woestijn en konden worden gedood, worden overwonnen. Alleen het vuur en de rook van de in brandgestoken olievelden verduisterden deze 'schone' oorlog.

Maar de Golfoorlog was een groot Amerikaans succes en uiteindelijk kon men hiermee misschien de laatste grote militaire mislukking, die helse oorlog in Vietnam, eindelijk vergeten.

Op het eind van de Golfoorlog moet ik meerdere malen terugdenken aan de televisiebeelden van de 'Vietnam-war'. Ondanks de grote verschillen die er tussen beide oorlogen bestaan, is er de overeenkomst dat ze alle twee als 'televisie-oorlogen' kunnen worden betiteld. Wel met dit verschil dat de media rond de Golfoorlog veel beter werden gecontroleerd dan tijdens de Vietnamoorlog. De Vietnamoorlog was de eerste en tevens laatste echte televisie-oorlog en alle grote 'networks' hadden toen nog permanent toegang tot het slagveld. Het Amerikaanse leger leerde bittere lessen uit de toenmalige televisieverslaggeving die volgens Washington als een dolkstoot in de rug van de Amerikaanse politiek was gestoten. Via de 'breakfastshows' kregen de Amerikanen steeds meer doden op hun ontbijtbord gelegd (uiteindelijk sneuvelden 56.000 Amerikanen) en nog de camera's, nog de militaire bevelhebbers konden op geen enkele manier duidelijk maken waarom deze oorlog zin had. Maar ook toen waren de media subjectief in hun berichtgeving. De televisie liet weliswaar de gruwelijkheden van de moderne oorlog zien, maar velen geloofden dat de wreedheid aan de kant van de barbaarse Vietnamezen lag en niet bij de 'beschaafde' Amerikanen. Het heeft lang geduurd voordat de Amerikanen hun grote ongelijk onder ogen durfden te zien.

In maart 1975 werd de meest zinloze oorlog beeindigd en dropen de tot in het diepst van hun ziel gefrustreerde en psychisch aangeslagen, en soms gestoorde Amerikaanse soldaten af. In Amerika wachtte hen een ijskoud en regenachtig onthaal. En niemand wilde aan de verschrikkingen van deze nodeloze oorlog worden herinnerd.

APOCALYPSE NOW

Op het maken van een film over de Vietnamoorlog lag de eerste jaren na beëindiging van de oorlog in Hollywood een groot taboe. Maar in 1979 komt, een jaar na de Deerhunter en Coming Home, Apocalypse Now uit; de Vietnamfilm die als een mokerslag op vele kijkers neer zou komen. Op de valreep van de jaren 70 levert Coppola een meesterwerk af waarin, als in een klassieke opera, de 'soul' van de krankzinnige oorlog wordt verbeeld en hij smeedt de hallucinerende oorlogstrip, een odyssee naar het hart van de duisternis, om tot een monumentaal en cinematografisch kunstwerk.

Terwijl Apocalypse Now nog op de montagetafel lag, mocht Francis Ford Coppola begin april 1979 de Oscar voor de beste regie uitreiken. Ironisch genoeg moest hij het felbegeerde beeldje overhandigen aan Michael Cimino voor zijn Vietnamfilm The Deer Hunter. Enkele dagen later vierde Francis op 7 april zijn veertigste verjaardag en nog steeds was Apocalypse Now niet klaar. De première was uitgesteld van december 1977 naar mei 1978, vervolgens naar de herfst van 1978 en de eerste openbare vertoning vond pas plaats in de lente van 1979 in Cannes. Uiteindelijk zou Apocalypse Now pas op 15 augustus 1979 in Amerika in première gaan.

Het idee voor Apocalypse Now stamt uit de jaren 60 en is niet afkomstig van Coppola zelf, maar van de scenarioschrijver en regisseur John Milius. Wanneer de politiek aartsconservatieve Milius samen met George Lucas studeert aan de University of Southern California krijgt hij het idee voor een Vietnam film met als thema "surfing, bombs, drugs and rock and roll". Lucas raakt enthousiast en doet vele suggesties voor het script. Milius wil dat hij de film regisseert.

Volgens het oorspronkelijke plan zou Apocalypse Now op documentaire wijze op 16mm op de Filipijnen gedraaid worden voor een bedrag van 2 miljoen dollar. Het project blijft echter voorlopig liggen en de rechten worden verkocht aan American Zoetrope, het productiebedrijf van Coppola waar ook Lucas in participeert. Lucas maakt ondertussen in 1973 American Graffiti (geproduceerd door Coppola) en is van plan om vervolgens Apocalypse Now te maken. Inmiddels is de verstandhouding tussen Lucas en Coppola verslechterd met als inzet de winstdeling van American Graffiti, en Apocalypse Now veroorzaakt de definitieve breuk tussen beiden. Coppola biedt Lucas 25.000 dollar voor de regie van Apocalypse Now plus 10% van de opbrengst. Lucas is furieus over het schamele aanbod. Hij is inmiddels begonnen aan zijn Star Wars project en hij vraagt Coppola te wachten met Apocalypse Now tot Star Wars klaar is. Maar Coppola wil niet wachten en regisseert de film uiteindelijk zelf.

Generique

Apocalypse Now opent met de sonore, ritmische basgeluiden van helikopterwieken. Het zijn verontrustende oergeluiden die dreigend preluderen op wat ons nog te wachten staat. Af en toe worden details van de helikopters zichtbaar; dreigend, zwenkend, schroevend en vernietigend. In de verte is een junglerand te zien die -zonder geluid- gebombardeerd wordt met napalm en het oerwoud verzengt onder het geweld van groteske vuurexplosies. Jim Morrison zingt 'The End':

"This is the end, my dear old friend... the end".

Deze film gaat over de waanzin van de Vietnamoorlog, en de kijker voelt al direct dat het geen realistische weergave wordt, maar dat de oorlog zal worden opgeblazen tot mythische proporties om zo door te kunnen dringen tot de essentie van de gitzwarte horror van de ontspoorde en schuldbelaste mens. De openingsbeelden en geluiden zijn virtuoos gecomponeerd en gestileerd, ze zijn over en onder elkaar gesneden, van dissolve naar dissolve. Dit is nog niet het einde, maar pas het begin, de generique van een helse tocht naar het binnenste van de jungle, het begin van een afdaling naar de duisterste kanten van de menselijke gruwelijkheden.

De Opdracht

In een fraaie overvloeier wordt de protagonist van de zoektocht in beeld gebracht. Kapitein Benjamin L. Willard, gespeeld door Martin Sheen, ligt in zijn kamer in Saigon. Boven hem draaien de houten rotorbladen van een ventilator. Hij is vermoedelijk dronken en stoned en hij voert karate-achtige bewegingen uit. Hij lijkt doorgedraaid en in een impulsieve beweging slaat hij met zijn vuist een spiegel aan scherven en verwondt zichzelf. Via een monologue-interieur komen we wat meer over Willard te weten.

Deze commentaargedeelten, die als een rode draad door de film zijn geweven, zijn geschreven door de schrijver Michael Herr die in de jaren 60 de aandacht van Coppola trok met zijn Vietnamervaringen die hij in een mix van drugs en rock-'n-roll had neergeschreven in zijn boek The Battle for Khe San. Later selecteerde hij in Dispatches dagboeknotities uit zijn Vietnamtijd. Hierin schrijft hij (het boek is in een Nederlandse vertaling verschenen);

"Ik lag op mijn rug en volgde met mijn ogen de omwentelingen van de ventilator aan het plafond, mijn hand uitstrekkend naar de peuk van een dikke joint die in een gelige plak marihuanateer op mijn aansteker lag."

De monologue-interieur is op gedoseerde en evenwichtige wijze in de film opgenomen en heeft vooral de bedoeling om de waanzinnige tocht te objectiveren en te becommentariëren. Soms worden we, meekijkend door de ogen van Willard, betrokken bij de acties maar de meeste tijd houdt Coppola Willard, dus ook de kijker, op afstand van de gebeurtenissen. Dit thema van objectiviteit tegenover subjectiviteit, van betrokken zijn of observeren, de verwisselende rol van dader en slachtoffer, komt als leitmotiv voortdurend terug.

* Het wordt duidelijk dat Willard al lang in het leger en in 'Nam' is en hij wacht tot ze hem ergens heen sturen. Hij gaat naar Nha Trang waar hij de opdracht krijgt om de krankzinnig geworden Kolonel Kurtz te elimineren omdat hij 'unsound' -ondeugdelijk- is geworden. Kurtz was een voortreffelijk officier maar tijdens de oorlog is hij naar Cambodja gevlucht -hij heeft de grens overschreden- en waar hij nu als een halve-godheid wordt aanbeden en als een dictator regeert over een volkje van inboorlingen. Willard moet met een patrouilleboot de Nang-rivier afvaren, dwars door de vijandelijke gebieden heen van 'Charlie', en moet Kurtz vermoorden.

Die Walküre

Voordat Willard aan zijn tocht begint moet hij de boot en de bemanning ophalen en belanden we al aan het begin van de film in een van de meest magistrale scenes uit de filmgeschiedenis. Willard komt terecht bij de eenheid van Kolonel Kilgore, gespeeld door Robert Duval, die er in zijn uit de Amerikaanse burgeroorlog afkomstige cavalerie-uniform uitziet als een cartoonfiguur. Kilgore is de groteske karikatuur van generaal Westmoreland (of een Stormy Norman Schwartzkopf) die in het echt als onverschrokken ijzervreter de oorlog in Vietnam probeerde te winnen.

Kilgore voert het bevel over een eenheid gevechtshelikopters en Willard krijgt een paar krasse staaltjes te zien van zijn vliegende cavalerie. In een uiterst knap gemonteerde helikopteraanval (opgenomen met 9 camera's) toont Coppola vervolgens zijn meesterschap.

Onder de helikopter van Kilgore zitten twee grote luidspeakers bevestigd en tijdens een aanval op een Vietnamees dorpje wordt Die Walküre van Wagner gedraaid om de 'spleetogen' schrik aan te jagen. De opeenvolging van beelden is adembenemend en terwijl de film nog twee uur heeft te gaan vraagt de kijker zich verbijsterd af wat hierna nog zou kunnen komen.

In het novembernummer van Skoop uit 1979 heeft Wim Verstappen deze scene nog eens minutieus op de snijtafel gelegd en becommentarieert hij kundig, shot voor shot deze scene.

De keuze van Die Walküre was net als alle andere muziek uitstekend gekozen. De oorspronkelijke soundtrack werd geschreven door Carmine Coppola, Coppola's vader, en door Coppola zelf. Verder bevat de film een groot aantal popsongs uit de jaren 60 zoals Satisfaction van de Rolling Stones, en vooral de nummers van de Doors met Jim Morrison (Coppola kende Morrison nog van de filmacademie) geven de film zijn psychedelische lading. Die Walküre was een onderstreping van de film als opera en wordt door Kilgore gebruikt als soundtrack voor zijn eigen Vietnamfilm. Na de magistrale aanval van de Walküren wordt de scene met Kilgore nog op bizarre wijze afgerond.

Een grote passie van Kilgore is surfen en hij beveelt een bekende surfer, de jonge dienstplichtige Lance B. Johnson(!), om op een vijandelijk strand een stukje te surfen. Nadat Kilgore een stuk strand met napalm heeft schoongeveegd zegt hij de inmiddels legendarische woorden:

"I love the smell of napalm in the morning. It smells like ...victory."

Vele critici hebben indertijd de rol van Kilgore afgezet tegenover Kurtz en velen kwamen tot de conclusie dat Kilgore al in feite de gehele waanzin van de oorlog representeerde en dat de nog demonischer bedoelde Kurtz op het eind van de film daar weinig meer aan had toe te voegen. Het is terechte kritiek. Maar verbeeldde Kilgore de gelegitimeerde waanzin -hij stond aan de goede kant van de grens- Kurtz moet nog worden opgevoerd als het ongrijpbare kwaad dat buiten de Amerikaanse oorlogsideologie viel. Dus ging Coppola toch nog verder op zoek naar meer, en naar een ander soort krankzinnigheid.

Heart of Darkness

Apocalypse Now is gebaseerd op Joseph Conrads boekwerk Heart of Darkness waar de hoofdpersoon kapitein Marlow model stond voor Willard. Conrad schreef het boek in 1910 en is voor een deel gebaseerd op zijn belevenissen in de Kongo-Vrijstaat. Marlow vaart de Kongo-rivier op en hoort steeds meer over de handelsagent Kurtz die hem begint te fascineren. Kurtz gaat ten onder aan zijn eigen waanzin en wordt door Marlow uiteindelijk uit zijn leiden verlost. Wanneer Marlow de rivier opvaart schrijft hij:

"Going up that river was like travelling back to the earliest beginnings of the world, when vegetation rioted on the earth and the big trees were kings."

Kilgore transporteert de patrouilleboot voor Willard met een helikopter naar de Nang-rivier, de vierkoppige bemanning stapt aan boord en de apocalyptische tocht begint.

Op 1 maart 1976 vliegt Coppola met vrouw Eleanor en kinderen naar Manilla om aan de monsterproductie te beginnen. Drie jaar later verschijnt het dagboek Notes van Eleanor en zij doet hierin openhartig verslag van de verschrikkingen van de productie. Vorig jaar bleek dat ze naast haar geschreven dagboek ook gefilmd heeft tijdens de productie. In de fascinerende documentaire Hearts of Darkness worden de problemen en tegenslagen op de Filipijnen op onthullende wijze in beeld gebracht. Een grote set wordt verwoest door de tyfoon Olga, Martin Sheen krijgt een hartaanval, de helikopters van het Filippijnse leger worden halverwege de opnamen ingezet om een staatsgreep de kop in te drukken en een nukkige, moddervette Marlon Brando (hij ontving 3,5 miljoen dollar voor 4 weken werken) bezorgen Coppola de nodige problemen. Verschillende acteurs als Steve McQueen, Jack Nicholson, James Caan, Al Pacino, Robert Redford en Robert de Niro hebben de rol van Willard afgewezen. Uiteindelijk kiest Coppola voor Harvey Keitel, maar na enkele draaidagen stuurt hij hem wegens dilettantisch acteren weg. Op het vliegveld van Los Angeles contracteert Coppola vervolgens in 5 minuten Martin Sheen die hem was opgevallen in Badlands.

Tijdens de opnamen lijkt Coppola meerdere malen de weg kwijt te raken in de jungle en de produktie lijkt zelf op een apocalyps uit te draaien. Milius mocht zijn gezicht niet op de Filippijnen laten zien, maar Coppola geeft tussendoor nog wel een kleine knipoog naar George Lucas: Harrison Ford speelt een klein rolletje aan het begin van de film en op zijn legerjasje staat duidelijk zichtbaar de naam Col. G. Lucas geborduurd. In het begin van de film is Coppola zelf ook nog even te zien in een rolletje als regisseur van een televisie-cameraploeg. Velen meenden dat Coppola hiermee een 'politieke' bedoeling had, maar de achterliggende reden was simpel. De acteur die het rolletje moest spelen kon er niets van en Coppola sprong -onder druk van de produktie- zelf maar in.

Never get out of the boat ...

Aan boord van de patrouilleboot maken we kennis met de bemanning. Aan het roer staat de wat oudere, zwarte Chief Phillips (Albert Hall) en bestaat de overige crew uit de surfer Lance (Sam Bottoms), de 'soucier' uit New Orleans Chef Hicks (Frederick Forrest) en de jongste van het gezelschap is de zwarte op Jimmy Hendrix lijkende 'Clean'(Larry Fishburn).

De gevaarlijke tocht naar het rijk van Kurtz wordt een aantal malen onderbroken door opzichzelfstaande, losse scenes die Coppola's psychologische, symbolische en filosofische bijbedoelingen moeten verduidelijken, of beter gezegd moeten verbeelden, want veel wordt er, tot aan de laatste episode, niet gesproken.

Wanneer Willard bij een foerageerdepot stopt worden we ons bewust dat er voor vrouwen geen rol in de oorlog, dus ook in de film, is weggelegd. Bij het depot is voor de manschappen een amusementstheater in de rivier gebouwd. Honderden soldaten wachten in hongerige en schreeuwende geilheid op de aankomst van drie Playmates die vervolgens uit een helikopter op het showponton stappen. Het decor en de belichting zijn surrealistisch en de kijker ziet de wezensvreemde dansact van de drie showgirls die verkleed zijn als indiaan, piloot en cowboy, gefascineerd aan. Het illustreerde op knappe wijze hoe de Amerikaanse soldaten continu werden ingestopt met dingen die aan thuis deden denken, terwijl dat de heimwee en de vervreemding alleen maar vergrootte...

Een volgende aria in Coppola's opera speelt zich weer af aan boord van de boot. De spanning loopt hoog op bij de bemanning. De boot vaart langszij een armoedige sampan en ze checken of er wapens aan boord zijn. Hicks draait volkomen door en schiet ineens zijn machinegeweer leeg op de onschuldige Vietnamezen die aan boord zijn.

Willard en de andere mannen kijken ontsteld en geschokt toe. De film raakt in een maalstroom, in een gewelddadige cadans van beelden en muziek, van contrapunt naar contrapunt. Onderwijl krijgen we meer te weten over Kurtz, en Willard probeert zich als aanstaande moordenaar een steeds duidelijker beeld van zijn tegenstander te krijgen, die hem steeds meer gaat fascineren. Inmiddels hebben we een duistere foto van Kurtz gezien wiens hoofd is omgeven 'door een schaduw met een halo van licht'. Na het incident met de sampan ontfermt Lance zich over een klein wit hondje en de patrouilleboot vaart weer verder.

Willard onderbreekt de queeste nogmaals bij een brug waar hij nadere instructies moet ophalen. De daar gelegerde eenheid is in een onzichtbaar, nachtelijk gevecht met 'Charlie' verwikkeld. Door de trippende ogen van Lance zien we een hallucinerend spektakel van licht, vuurwerk en geluid. Als de onschuld zelve kijkt hij met volle verbazing naar het oorlogsspektakel en koestert hij zijn hondje als zijn dierbaarste bezit.

De tocht wordt weer vervolgd ...

Lance heeft zijn gezicht beschilderd en in een spoor van paarse rook -purple haze- vaart de boot steeds dieper in het vijandelijk territorium, steeds dichterbij Kurtz. Clean wordt als eerste door een onzichtbare aanval van 'Charlie' doodgeschoten en wanneer de resterende missie-crew hun einddoel naderen wordt Chief Phillips vanaf de rivieroever, vanuit het ondoordringbare oerwoud, bedolven onder een regen van pijlen en hoe ironisch, door een speer dodelijk getroffen.

*

Op 21 mei 1977 zijn de opnamen klaar en kan er gemonteerd worden. Sound-editor en sound-designer Walter Murch krijgt vier maanden de tijd om het geluid onder de film te zetten, maar hij doet er uiteindelijk bijna twee jaar over. Ook de montage verloopt niet voorspoedig en Coppola worstelt vooral met de off-screen monologen van Willard. Twee opgenomen losse scenes bereiken de eindmontage niet, maar worden wel in de documentaire Hearts of Darkness getoond. Murch ontwikkelt een quintafonisch geluidssysteem met zogenaamde split-surrounds waarbij de jungle- en helikoptergeluiden levensecht over het doek en door de zaal rondgaan. Iedere deadline om de film af te maken wordt gemist en United Artists, de Amerikaanse distributeur, moet nog steeds geld in de film pompen. Tijdens de montage probeert een Vietnam-veteraan het kantoor van Coppola binnen te dringen. Hij dreigt Coppola te vermoorden wanneer hij niet zijn verhaal verfilmd.

Aan de lijdensweg van de productie lijkt geen einde te komen, maar in april 1979 wordt een work in progress in drie sneak previews (iedere keer een iets andere versie) aan een select publiek getoond. Ook journalisten zijn uitgenodigd onder het beding dat ze nog niets over de film schrijven. Uiteraard wordt het embargo geschonden en de eerste kritieken zijn slecht en sommigen noemen Apocalypse Now zelfs een teleurstellende mislukking.

Kort daarna wordt op 19 mei Apocalypse Now, nog steeds als een work in progress, vertoond op het filmfestival van Cannes. Technici installeren, onder leiding van Murch, vijf speakers in het theater, drie achter het doek en twee achterin de zaal, en deze voorstelling is de enige waarbij de film opent in zwart (darkness) begeleid door een geluidsband met junglegeluiden en geschreeuw. De respons van de Europese critici is echter zeer goed. Op een aparte persconferentie voor de Nederlandse pers haalt Coppola nog eens fel uit naar de Amerikaanse pers:

"De Amerikaanse kritiek is een grote corrupte bende. [...] Ze vliegen rond, eten overal lekker van, versieren wat meiden, dat krijgen ze allemaal aangeboden om positief over films te schrijven. Ik wil daar allemaal niets mee te maken hebben. Nou, je hebt gemerkt hoe ze je pakken".

Aldus indertijd door Peter van Bueren opgetekend uit de mond van Coppola. Maar Coppola wordt door de Europese critici beloond voor zijn 'work in progress' en deelt de Gouden Palm met Volker Schlondorf die hem krijgt voor Die Blechtrommel. Op een andere persconferentie in Cannes vat Coppola de productie nog eens samen:

"We had access to too much money, to much equipment [...] and we went insane. I realised I was not making the movie. The movie was making itself or the jungle was making it for me."

Uiteindelijk bereiken Willard, Lance en Hicks het Shakespeareaanse koninkrijk van Kurtz en kan de lange slotakte beginnen. De archaïsche tempel waarin Kurtz verblijft is gestileerd als een operadecor en de Italiaanse cameraman Vittorio Storaro fotografeert ook deze laatste akte van licht en duisternis in fraaie beelden. Willard, Hicks en Lance worden verwelkomd door een volslagen maffe Amerikaanse fotograaf (gespeeld door een toen net zo maffe Dennis Hopper) die als een bizarre nar zijn rol aan het hof van Kurtz mag spelen. Willard wordt door hem naar Kurtz gebracht en in de laatste 20 minuten van de film horen we voornamelijk cryptische teksten uit de mond van Brando komen en die door maar weinig mensen worden begrepen of geaccepteerd. Kurtz spreekt vanuit de positie als soldaat over de oorlog die gevoerd moet worden, direct, en die geen enkel middel meer schuwt om de vijand te vernietigen. Kurtz heeft als strateeg een heldere geest, maar die zijn ziel aan de oorlog heeft uitgeleverd en krankzinnig is geworden. Kurtz weet waarvoor Willard is gekomen en de kijker wacht samen met hem geduldig tot het moment dat Willard toeslaat. Kurtz brabbelt maar door en traceert Willard op citaten van T.S. Eliots' Wasteland. In een parallelmontage zien we vervolgens op suggestieve wijze hoe Willard uiteindelijk Kurtz van zijn waanzin bevrijdt. De bloedige aanslag op Kurtz wordt niet expliciet getoond maar wordt door een rituele slachting door de inboorlingen van een stier verbeeld. In vertraagde beelden doorklieft een kapmes de nek van de stier. De stier stort bloedend ter aarde en tegelijkertijd sneeft Kurtz onder het prevelen van zijn laatse woorden:

"The Horror, The Horror!"

Het publiek begint weer langzaam te ademen en de film komt tot een afronding.

De allerlaatste scene kende drie versies waarvan er momenteel nog twee te zien zijn. De eerste versie, die in Cannes als 'work in progress' werd vertoond, was dat Willard na de aanslag op Kurtz naar buiten loopt en de inboorlingen voor hem beginnen te buigen. Het wordt duidelijk dat Willard de nieuwe Kurtz is geworden. Hij is de nieuwe duistere Koning en hij geeft niet het bericht door om het kamp te laten bombarderen.

Bij de uiteindelijke 70 mm versie die bij de premiere was te zien transformeert Willard, onder druk van de publieke opinie, niet in Kurtz maar keert hij samen met Lance terug naar de boot om terug te varen. Ook in deze versie geeft hij geen opdracht om de boel te laten bombarderen. De daaropvolgende 35 mm release wijkt nog maar op een punt af van de vorige afwikkeling. Willard en Lance gaan terug, maar nu geeft hij wel via de boordradio het sein door dat en waar het complex gebombardeerd moet worden. De credits verschijnen en de film eindigt weer met het Morrison nummer The End. Het kamp van Kurtz gaat ten onder in een apocalyptische golf van vuurexplosies.

Maar het hele einde wringt als een te kleine schoen, of als een schoen die wel past, maar waar een steentje inzit. Bijna iedere criticus was negatief over het pretentieuze geneuzel van Brando en niemand kon zich aan de indruk onttrekken dat Coppola het zelf ook niet meer wist. In het dagboek Notes zegt Coppola in mei 1978 hierover:

"Deze film is een puinhoop. Een puinhoop wat betreft continuiteit en stijl. En wat nog het ergste is: het slot is niet goed. Het publiek zal er niet op reageren, en filosofisch gezien werkt het ook niet. Brando wordt een teleurstelling voor het publiek -de beste scene van de film is die godvergeten helikopteraanval."

Er zijn maar weinig journalisten die Coppola in bescherming nemen. Ook Peter van Bueren vindt het einde niet goed, maar komt nog met een verrassende verdediging op de proppen. In zijn recensie in de Volkskrant somt hij alle kritiek nog eens op en vervolgt, "Allemaal waar. Alleen, echte krankzinnigheid gaat juist tegen het redelijke in. Coppola doorbreekt deze grens willens en wetens. Hij heeft het risico genomen zelf voor gek te worden verklaard door niet te stoppen op het moment dat hij zijn doel bereikte. Na meerdere keren zien kom je, is mijn ervaring, over de irritatie van het slot heen." Een mooie apologie, maar Ellen Waller tracht in de NRC deze verdedigingsrede in een prachtige, sierlijke stijl onderuit te halen: "De kern van de finale, Coppola's parafrase van Hearts of Darkness, de 'mystieke' samenkomst van Kurtz, die de dood zoekt, en zijn gefascineerde moordenaar, is een ideeënstuk, een gedramatiseerd moraa-lfilosofisch discours, dat omineus en geestverruimend is bedoeld, en als hol hoogstandje overkomt. Hoe oorspronkelijk ook geensceneerd en geacteerd, dit kunststuk -voor Coppola de hoofdzaak- kan het grote collectieve gebeuren dat er aan voorafging niet omvattend afsluitend, en als geheel faalt daarom Coppola's meesterwerk." Ze brengt een fraai onder woorden gebrachte paradox aan het licht waarbij het meesterwerk zogenaamd 'faalde'. Maar heeft Waller gelijk? Vele 'intellectuele' critici werpen Coppola voor de voeten dat de film 'te weinig literair' is, of 'te weinig diepgang heeft' en te weinig 'anti-Vietnam' is. Vooral dit laatste punt is klinklare onzin. Naast een bewuste esthetisering levert Coppola voortdurend commentaar op de waanzin van niet alleen de Vietnamoorlog, maar juist ook op de krankzinnigheid van iedere oorlog. Coppola heeft nooit beweerd dat hij zich intensief met politiek heeft beziggehouden maar hij wilde, volgens eigen zeggen, zonder omweg en verontschuldigingen de Amerikanen onder ogen laten zien wat ze hadden gedaan. Niet met een opgeheven vinger om de schuld te benadrukken, maar hij liet juist de schuld weg om zo de Amerikanen op een 'gezonde' wijze van hun trauma te bevrijden. Maar wordt hierdoor het einde als film beter? Het einde blijft pretentieus, te verbaal, en kan de al lang en breed murw geslagen kijker niet echt meer overtuigen. Apocalypse Now zit vol met bedoelde en onbedoelde tegenstrijdigheden die de film misschien niet in politiek of literair opzicht optillen, maar laat zeker in cinematografische betekenis de film ver uitstijgen boven een 'alleen maar' goedgemaakte oorlogsfilm uit de Hollywoodfabriek. Coppola maakte een meesterwerk niet ondanks het falende einde, maar misschien juist dankzij ...

Terug in San Francisco worden de laatste kleine ingrepen aan montage en geluid gedaan. De uiteindelijke versie duurt 141 minuten en gaat op 15 augustus 1979 in drie 70mm kopieën in première in het Ziegfield Theatre in New York, het University Theatre in Toronto en in de Cinerama Dome in Hollywood. Apocalypse Now blijft exclusief vier weken lang in de drie theaters draaien.

Op 3 oktober wordt de 70mm versie in een tiental andere theaters uitgebracht. De week daarop worden honderden 35mm kopieen door het land verspreid. Deze versie is echter 12 minuten langer doordat op het einde de aftiteling over restmateriaal van het opblazen van het kamp van Kurtz worden geprojecteerd. Bij de 70mm versie ontbraken alle credits en werden deze op papier aan het publiek uitgedeeld. Opmerkelijk is dat op de credits Joseph Conrad ontbreekt. Coppola zei er ooit over dat een 'bepaalde schrijver' van het script dit heeft tegen gehouden. Het is speculatief, maar dit moet John Milius of Michael Herr zijn geweest. Maar Coppola zag eigenlijk helemaal niets in credits, ook niet toen hij regisseur was op de universiteit:

"We speelden het stuk A Streetcar Named Desire, en Blanche DuBois wordt aan het eind naar een inrichting afgevoerd. Het publiek klapt, het licht gaat aan en er komt niemand op het toneel om het applaus in ontvangst te nemen. Dat veroorzaakte de nodige opschudding, het publiek was verontwaardigd, de faculteit was verontwaardigd. En ik zei, ze sloten Blanche op in een inrichting, en ik voel er niets voor om dat te onderbreken."

Na vijf dagen heeft de film, die 31,5 miljoen dollar heeft gekost, 322.489 dollar opgebracht. Uiteindelijk levert de productie, tegen alle verwachtingen in, toch nog een behoorlijke winst op.

Nederland

In het najaar van 79 komt de film omgeven door veel publiciteit in Nederland uit. Alle kranten schrijven uitvoerig over de film en bijna iedere filmjournalist komt met een exclusief interview met Coppola, waarbij de vragen soms langer zijn dan de antwoorden. Tijdens Coppola's Europese publiciteitstoer staat Amsterdam aanvankelijk niet op zijn programma, maar op grond van de zeer positieve reacties van de Nederlandse pers vanuit Cannes eerder dat jaar, doet Coppola met een prive-vliegtuig toch Nederland aan voor een klein etmaal. Tijdens een korte persconferentie verbaast Coppola zich erover dat Apocalypse Now in Nederland alleen in 35 mm kopieën wordt uitgebracht omdat er in Nederland klaarblijkelijk geen enkel theater is die de 70-mm versie met het quintafonische dolbygeluid kan draaien. Coppola reageert daar hoofdschuddend op:

"Onbegrijpelijk voor een land dat Philips heeft voortgebracht."

EPILOOG

In 1979 bericht Peter van Bueren regelmatig en uitvoerig over de film in de Volkskrant en hij steekt zijn adoratie voor de film en voor Coppola niet onder stoelen of banken. Op de stukken van Van Bueren verschijnen vele reacties van lezers in het Open Forum. Een groep lezers verwijt van Bueren dat hij niets van het einde snapte terwijl andere verontruste lezers zich bedenkelijk afvragen hoe Van Bueren het in zijn hoofd haalt om zo enthousiast te schrijven over zo'n ordinair Amerikaans oorlogsspektakel. De aardigste bijdrage in deze discussie levert dat jaar Maarten Polman in het Open Forum van 30 november met de volgende apocalyptisch lange zinsnede.

"En jij Peter van Bueren, ook jij, ooit een door waarheidsliefde gedrevene, toch een verklaarde vijand van schijn en zwendel -als meeloper en kontlikker laat je je kennen, als een hond lig je op de mat voor het bed van de even gevreesde als bewonderde Meester, je kwispelt om Zijn aandacht, je verslindt het uit holle frasen gebakken koekje dat Hij je geeuwend toewerpt; Je geestdriftige geblaf moet de woorden vervangen die je zelf toegeeft niet te kunnen vinden voor het door Hem verrichte cinematografische wonder -een wonder dat zich beschrijven nog verklaren laat, maar dat zich openbaart, het woord zegt het al, aan wie oren heeft om te horen en ogen om te zien, veelzeggend in zijn onuitsprekelijkheid, eenvoudig in zijn grootsheid."

Einde citaat. Met deze discussie en met de première kwam aan een jarenlange stroom aan berichten over Apocalypse Now eindelijk een eind en kon nu iedereen zelf gaan zien hoe goed of hoe slecht Coppola het er van af had gebracht.

Toen vorig jaar Hearts of Darkness in Nederland in première ging was het teleurstellend dat Apocalypse Now niet opnieuw werd uitgebracht. Het zou een uitgelezen kans zijn geweest om beide films naast elkaar te kunnen zien, maar geen enkele distributeur wilde de (hoge) rechten voor de film betalen. Hierdoor was Apocalypse Now al jaren uit de filmdistributie verdwenen en ziet het er naar uit dat deze filmklassieker ook in de toekomst niet op de Nederlandse doeken te zien zal zijn. Maar deze maand wordt de film door speciale import uit Engeland een aantal malen vertoond in de originele 70mm versie. De stichting Openluchtbioscoop tekent voor deze bijzondere filmvertoning en de film wordt op zaterdagavond 4 september in Rotterdam vertoond. De donderdagavond daarvoor wordt Hearts of Darkness gedraaid. (Noot: Deze kopie is wel in Nederland gebleven en de toenmalige eigenaren van Desmet hadden/hebben? de rechten verworven voor de Benelux. Het is deze kopie die nu ook in het Filmmuseum wordt vertoond.)

De open lucht is niet de meest ideale cinematografische locatie om beeld en vooral geluid tot hun recht te laten komen en hopelijk zijn de weersomstandigheden beter dan die Coppola teisterden tijdens de opnamen op de Filipijnen. Maar na deze openluchtvoorstelling is de kopie ook nog van 9 t/m 16 september 1993 in filmtheater Desmet in Amsterdam te zien. Er zijn slechts 7 voorstellingen en vroegtijdig reserveren is aan te bevelen.

Hoewel Coppola beweerde dat hij Apocalypse Now nooit voor televisie zou vrijgeven is hij wel verkrijgbaar in de videotheek en heeft hij de tv-rechten toch moeten verkopen om, na een zwaar financieel debacle van One From The Heart, een dreigend faillissement van de Zoetrope Studio's te voorkomen.

Tot slot. Het is niet aan te raden om dit magistrale bioscoopspektakel voor de eerste maal op de buis te gaan bekijken, maar wacht geduldig op een vertoning op het grote doek...

Herfst 1993 / Zomer 2000 Ltd. D.J. Fox

+ CREDITS + CAST + CREW +

++++++++++++++++++++++++++
+ APOCALYPSE NOW (1979)  +
++++++++++++++++++++++++++


Directed by
Francis Ford Coppola    
 
Writing credits
Joseph Conrad (Heart of Darkness)
Francis Ford Coppola    
Michael Herr  
John Milius    
 
Cast

Marlon Brando ....  Colonel Walter E. Kurtz  
Robert Duvall ....  Lieutenant Colonel Kilgore  
Martin Sheen ....  Captain Benjamin L. Willard  
Frederic Forrest ....  Chef  
Albert Hall ....  Chief Phillips  
Sam Bottoms ....  Lance Johnson  
Laurence Fishburne ....  Mr. Clean (as Larry Fishburne)  
Dennis Hopper ....  The Photojournalist  
G.D. Spradlin ....  General Corman  
Harrison Ford ....  Colonel Lucas  
Jerry Ziesmer ....  Civilian  
Scott Glenn ....  Colby  
Bo Byers ....  Sergeant MP #1  
James Keane  ....  Kilgore's Gunner  
Kerry Rossall ....  Mike from San Diego  
Ron McQueen ....  Injured Soldier  
Tom Mason ....  Supply Sergeant  
Cynthia Wood ....  Playmate of the Year (Carrie Foster)  
Colleen Camp ....  Playmate (Miss May, Terry Teray)  
Linda Carpenter ....  Playmate (Miss August, Sandra Beatty)  
Jack Thibeau ....  Soldier in Trench  
Glenn Walken ....  Lieutenant Carlsen  
George Cantero ....  Soldier with Suitcase  
Damien Leake ....  Machine Gunner  
Herb Rice ....  Roach  
William Upton  ....  Spotter  
Larry Carney ....  Sergeant MP #2  
Marc Coppola ....  AFRS Announcer  
Daniel Kiewit ....  Major from New Jersey  
Father Elias ....  Catholic Priest  
Bill Graham ....  Agent  
Hattie James ....  Clean's Mother (voice)  
Jerry Ross  ....  Johnny from Malibu  
Dick White ....  Helicopter Pilot  

rest of cast listed alphabetically  
Francis Ford Coppola ....  Director of TV Crew (uncredited)  
R. Lee Ermey ....  Heliocopter Pilot (uncredited)  
Vittorio Storaro ....  TV Photographer (uncredited)  
 
Produced by
John Ashley   (associate)  
Francis Ford Coppola    
Gray Frederickson   (co-producer)  
Eddie Romero   (associate)  
Fred Roos   (co-producer)  
Mona Skager   (associate)  
Tom Sternberg   (co-producer)  
 
Original music by
Carmine Coppola    
Francis Ford Coppola    
Mickey Hart    
 
Non-original music by
John Densmore    
Robby Krieger    
Ray Manzarek    
Jim Morrison    
Richard Wagner   (from opera "Die Walküre")  
 
Cinematography by
Vittorio Storaro    
 
Film Editing by
Lisa Fruchtman    
Gerald B. Greenberg    
Richard Marks (I)    
Walter Murch    
 
Production Design by
Dean Tavoularis    
 
Art Direction
Angelo P. Graham    
 
Set Decoration
George R. Nelson    
 
Costume Design by
Charles E. James    
 
Production Management
Leon Chooluck ....  production manager  
Barrie M. Osborne ....  production manager  
 
Second Unit Director or Assistant Director
Tony Brandt ....  additional assistant director  
Larry J. Franco ....  second assistant director  
Jerry Ziesmer ....  assistant director  
 
Sound Department
Mark Berger ....  sound re-recording mixer  
Jim Borgardt ....  adr editor  
Richard P. Cirincione ....  supervising sound editor  
Pat Jackson ....  sound effects editor  
Cliff Latimer ....  sound department assistant  
Jay Miracle ....  sound editor  
Walter Murch ....  sound montage  
John Nutt ....  sound editor
supervising sound supervisor  
Maurice Schell ....  sound editor  
Leslie Shatz ....  supervising adr editor  
Randy Thom ....  principle sound effects recordist  
 
Stunts
Terry Leonard ....  stunts (uncredited)  
 
Other crew
George Berndt ....  associate editor  
Brett Dicker ....  foreign publicity coordinator  
Gary Fettis ....  lead man  
Wayne Fitzgerald ....  title designer  
Tim Holland ....  assistant editor  
Dennis Jakob ....  creative consultant  
J. David Jones ....  aerial coordinator  
Michael Kirchberger ....  assistant editor  
Piero Servo ....  camera operator  
Frank Simeone ....  additional crew  
Enrico Umetelli ....  camera operator  
 
Production
Zoetrope Studios 1979

THE END

Hi Tiger!

DirkJan Vos - d.vos35@chello.nl