FIETS


------------------------------------------------------------------
Date: Fri, 22 Aug 1997 18:21:40 
From: dirkjan  
Newgroups: nl.eeuwig.september 
Subject: Fiets 
------------------------------------------------------------------


vrijdag 23 augustus 1997 

Beste fietsliefhebbers en jagers van urbane
stalen zwijntjes,         

Ik moest weer eens even naar Amsterdam op en
neer. Met de trein en met een avondretour.
Gisteravond dus even over zessen, en ik
fietste gehaast naar Den Haag Centraal.
Normaal zet ik m'n fiets in de bewaakte
stalling, maar omdat ik m'n trein per se
wilde halen zette ik m'n fiets ijlings vast
aan een openbaar NS-fietsenrekje, net even
buiten 't station. Dom natuurlijk, maar nog
dommer was dat ik m'n fiets enkel en alleen
aan m'n voorwiel aan 't rek vastzette. (Het
allerdomste was uiteraard weer de NS die dit
soort belachelijke lage fietsrekjes plaatst
waarmee je je fiets alleen maar aan je
voorwiel kunt vastmaken. Je moet je slot dan
-als ie lang genoeg is- ook door je frame
heensteken...). 

Maar goed, fiets vastgemaakt, ik sjees naar
het loket voor een kaartje en ren naar perron
11 en ik zie de trein nog net voor m'n
verhitte neus het station uitrijden. Dan is
het een kwestie van rustig ademhalen om
allerlei opkomende woede-erupties te temperen
en te kanaliseren: shit, gvd, klote NS,
godverdergodvergodgloeiendecho­lerakankertief
ustering-trein!!­! 
Dit soort taalgebruik hoor je wel vaker in De
Haag, maar zulke krachttermen komen niet eens
in m'n hoofd op, laat staan dat ik ze
uitspreek. Ik schrijf zoiets alleen maar in
de context van dit stukje op. Gelukkig vloek
ik dus nooit, ook niet inwendig: Sor Kaa U
Thee, nix aan te doen, eigen schuld, had ik
maar op tijd moeten zijn... Dit is zo'n
beetje 't ergste wat ik weet te verzinnen. 

Ik drentel wat in de broeierige stationshal
rond en ik moet een half uur wachten op de
volgende trein. Ik loop weer naar buiten en
ik overweeg om m'n fiets alsnog in de
stalling te zetten. Ik sta weer bij het
fietsenrek en pas na 2 keer goed kijken zie
ik tot mijn ontzetting dat alleen nog het
voorwiel en het slot van m'n fiets aan het
rek vastzitten. 
Waar is de rest gebleven? 
Er zit nog wat actieve adrenaline in m'n
bloed en ik realiseer me op slag dat m'n
fiets hoe dan ook net moet zijn gestolen, een
kwestie van minuten. 
Ik ren de brede en drukke weg naast CS op en
kijk links-rechts of ik wat zie. 
Het is er hartstikke druk; auto's en fietsen
rijden voorbij, er passeert een tram en er
lopen honderden mensen alle kanten op. Ik
probeer heel snel en heel intensief, heel
hard en ingespannen te kijken, maar ik zie
nix: Verdomme, ook alweer te laat. Hoewel:
uit m'n linkerooghoek zie ik in de verte, op
het fietspad opeens een gitzwarte man met een
contrasterend ijsblauw t-shirt fietsen.
Tussen alle drukte heen valt hij door z'n
opvallende uiterlijk op. Ik zie 'm van
achteren en hij voert aan z'n rechterhand een
tweede fiets mee. M'n hartslag gaat omhoog en
ik veeg al het druipende water van m'n
voorhoofd. En daar ging ik: de 'marathonman'
versus 'ladre di bicicletta'. Het leek een
zinloze actie, want de man was al ver weg, en
hoelang zou ik met een ongetraind lichaam in
die verstikkende warmte kunnen blijven
rennen? En bovendien, is 't wel mijn fiets
want hoe kan ie nu een fiets met een
ontbrekend voorwiel meevoeren? Dat kan
natuurlijk wel -gewoon optillen- maar zo te
zien heeft de extra fiets wel een voorwiel.
En maak ik me niet bij voorbaat al schuldig
aan een stereotiep vooroordeel? Ik heb geen
tijd om te denken en ik blijf rennen, maar de
afstand wordt niet korter, maar alleen maar
langer! Ik moet m'n pas alweer snel inhouden
en ik sta heftig-hijgend en totaal ontredderd
op het fietspad de man na te kijken. De man
met de twee fietsen rijdt in de verte het
fietspad af en wil de weg oversteken. En ik
was zo dichtbij, en het had zo mooi af kunnen
lopen. 

Van achteren passeert een jonge vrouw op een
racefiets. Ze heeft me klaarblijkelijk zien
rennen vanaf 't station en ze houdt haar
fiets even in. 'Waarom heb je zo'n haast, ik
kan je geen lift geven hoor'. Ik sta
opgewonden te puffen en steek priemend en
wijzend m'n arm en vinger uit naar de man:
'Daar! Die man heeft m'n fiets gestolen!' De
vrouw zegt niets meer, ze zet haar voeten
krachtig op de pedalen en ze gaat er
achteraan. De man met de 2 fietsen steekt de
weg over en verdwijnt in een straatje in de
Rivierenbuurt, een Haags low-life buurtje. De
vrouw op de racefiets steekt gelukkig ook
over en ook zij verdwijnt uit 't zicht. Ik
zet een kalme maar opgewonden looppas in en
ga achter hen aan. Ik kom bij de
oversteekplaats aan en ik zie dat het meisje
en de man met de 2 fietsen op een afstand van
elkaar in het straatje stil staan. Ik ren de
weg over en loop direct op de man af. De 2e
fiets heeft een voorwiel, maar het is mijn
fiets. De lul, de klootzak. Maar ik blijf
rustig. 'Dit is mijn fiets', zeg ik en ik pak
m'n fiets van 'm af. 'Dit is jouw fiets?',
zegt ie schaapachtig. Ik zeg nix, draai me om
en loop met m'n fiets terug naar de vrouw met
de racefiets. De fietsendief fietst op z'n
dooie gemak de straat verder uit. 

'Potverdorie, wat een mazzel dat ik m'n fiets
terugheb', zeg ik tegen de vrouw en nu pas
dringen de snelle gebeurtenissen tot me door.
En vooral ook de moed van de vrouw om er zo
resoluut achteraan te gaan, je moet toch maar
durven. 'Ik ken die vent', zegt ze, 'die
steelt bij ons in de Frederikstraat alles wat
los en vast zit uit alle winkels. Dan wordt
ie gepakt met een paar flessen wijn, of met
een paar schoenen of de volgende keer met een
grote plant. Echt ongelofelijk hoe brutaal
die is. En als ie gepakt wordt dan geeft ie
de spullen heel rustig terug. Ik werk er in
een bloemenmagazijn en mijn baas heeft 'm al
een paar maal bijna in z'n kladde gegrepen.
Dit zal ie prachtig vinden!'. We zijn allebei
tamelijk opgewonden en ik blijf het moedig
vinden dat ze niet is doorgefietst. Ze is
niet zo bang uitgevallen zegt ze, en ze wist
-voorzover je dat zeker kan weten- dat ie
ongevaarlijk is. Ja, ja, totdat. Ik bedank
haar uitvoerig en vervolgens gaan we ieder
weer onze eigen weg. 

Ik fiets voorzichtig naar het station terug.
Het voorwiel loopt aan en er ontbreekt een
moer aan de wielvork. Hij heeft er dus gewoon
snel-snel een ander wiel ingezet, de rat. En
er moeten toch tientallen mensen zijn geweest
die dit alles hebben gezien, en die nix
hebben gedaan. Ik zet m'n fiets naast het
fietsenrek en maak 't slot van 't eenzame
voorwiel los. 
Ernaast op de grond liggen een paar moeren.
Ik raap ze op. Ik heb m'n fiets terug en ik
heb nu 2 voorwielen. Het voorwiel dat er nu
inzit past niet helemaal en ik moet dus m'n
ouwe wiel er weer in zien te zetten. Ik ga de
fietsenstalling in en daar staat m'n bekende
fietsmannetje. Ik hou m'n wiel omhoog en zeg,
'Interesse in een wiel? Mag je van me hebben,
maar dan moet je het wiel wel voor me
verwisselen.' Ik vertel 'm wat er gebeurd is
en met een mengeling van ongeloof -tsss...-
en herkenning (ach, meneer ze doen de gekste
dingen om aan fietsen te komen) neemt ie de
deal gretig aan: hij wil 't wiel graag hebben
en ik mag m'n fiets bij  z'n kantoortje
neerzetten en opgetogen belooft hij dat
wanneer ik terug kom m'n fiets weer
pico-bello in orde zal zijn. Ik geef hem de
moeren en vraag om een bonnetje -zoals
altijd- maar hij wuift 't weg. Vandaag hoef 
ik niet te betalen. 

En zo haalde ik 's avonds laat m'n fiets weer
op en reed ik naar huis alsof er niets was
voorgevallen. Ik denk alleen nog aan die
vrouw van het bloemenmagazijn uit de
Frederikstraat. Ik fiets daar eigenlijk
iedere dag langs en zonder haar zou ik m'n
fiets nu niet terughebben. Wat moet je dan
doen... Een bloemetje geven? Ja, dat moet ik
dan juist maar doen. 

En de moraal van dit verhaal: haastige spoed
is zelden goed, maar het geeft wel een
ontzettend lekkur gevoel om eerst je fiets te
verliezen en 'm dan toch nog terug te pakken.
En zo zie je ook maar dat je soms -vaak- al
aan 1 iemand genoeg hebt om spontaan en bijna
woordeloos samen komplot te smeden, zoals in
dit geval de vrouw op de racefiets en ik
tegen de man die blijkbaar al lang niets meer
te verliezen heeft. En ik had zelfs wat
gewonnen, namelijk een voorwiel dat ik met
plezier aan 't mannetje van de stalling heb
gegeven. Drie winnaars en 1 verliezer. Meer
betekenissen weet ik er zo 1-2-3 niet uit te
halen. ;-) 

Groet, 

DirkJan 

"Is it safe..." 

Sir Laurence Olivier in The Marathonman