-------------------------------------------------------------- From: foxof@dds.nl Date: 18 oktober 1996 NewsGroups: nl.eeuwig.september Subject: J & J --------------------------------------------------------------

J & J

Het was in de herfst, ergens begin jaren tachtig. Ik weet het nog precies. Mijn moeder zou jarig worden, en op een zaterdagmiddag ben ik naar de Haagse Bijenkorf gegaan om daar te kijken voor een cadeautje. Ik wilde iets van servies geven, omdat mijn moeder toen al een paar jaar druk bezig was met het uitbreiden van haar Wedgewood-servies. Ik ging naar de 2e verdieping van de Bijenkorf waar -het was serviesmaand- allerlei fragiel vaatwerk en kostbaar glaswerk stond opgesteld. Vitrines en tafels vol. Het stond allemaal dicht op elkaar gepakt omdat de Bijenkorf aan het verbouwen was. Ik ging naar een verkoopster en vroeg haar naar de prijs van de diverse Wedgewood-serviesstukken. Het was allemaal schreeuwend duur en ik had niet eens genoeg geld bij me voor het kleinste melkkannetje dat, vanwege een aanbieding, naast de kassa stond. Het kostte 25 gulden. Details zijn soms heel belangrijk. Toen ik weg wilde gaan zag ik aan de zijkant van de wat onttakelde etage, bij een deur, drie mannen driftig staan gesticuleren. Het waren twee mannen in een rode overall en de derde droeg een zwart jacquet en had een zwarte hoge hoed op. Op de rug van de overalls stond in grote witte letters 'Circus Pietepaf' geschreven. De man met de hoge hoed steggelde driftig weg. Maar toen hij mij van een afstandje opmerkte, klaarde zijn gezicht op. Ik wilde me omdraaien en naar de roltrap lopen. - Wacht, wacht even, riep de man. Ik keek hem verbaasd aan. Ik zag nu dat het een goochelaar was. - Mag ik me even voorstellen, ik ben Mister Magic, van Circus Pietepaf. Hij gaf me een hand. - Over precies 10 minuten geef ik boven, op de 3e verdieping een goocheldemonstratie om het circus te promoten. Het circus staat op het Malieveld, kent u Circus Pietepaf? zei ie haastig. Ik knikte, ik had de affiches en de circustent gezien. - Nou zit ik met een probleem, met een heel groot probleem, en u kunt mij helpen. Ik zal het even heel kort uitleggen. Kijk, deze goochelact is gebaseerd op een spectaculaire verdwijn-en verschijntruc en daar heb ik een assistent voor nodig, zeg maar zogenaamd iemand die tussen het publiek staat en mij komt helpen. Hij keek er hoopvol en begrijpend bij alsof ik wel snapte wat ie bedoelde. Ik snapte hem. - De publieksassistent die ik had is daarnet ziek geworden en is naar huis gegaan, en nu zit ik dus met m'n handen in het haar. Zou u mij willen helpen? - Wat moet ik dan doen, vroeg ik ietwat op mijn kievieve. - Helemaal niks, zei Mister Magic. Hij pakte me bij m'n arm, alsof ik al ja had gezegd, en hij duwde me richting de roltrap. - Boven op de 3e verdieping staat het podium en wanneer ik om een vrijwilliger vraag, dan steekt u uw hand op. En dan haal ik u naar voren. Dan houden we een kort praatje en dan doe ik eerst een klein gedachtenleestruukje met u, nou ja truukje, ik vraag dan op een gegeven moment wat uw lievelingsdier is, en dan moet u olifant zeggen. - Olifant, herhaalde ie, dus geen leeuw of giraf, maar OLIFANT. - Kun je dat onthouden? Hij werd wat nerveus en begon me nu te tutoyeren. Er was ook geen sprake meer van dat ik ja of nee kon zeggen. Ik moest gewoon mee doen. We stonden op de roltrap. - En daarna laat ik je verdwijnen in een grote doos en dan tover ik je later weer tevoorschijn. Dat is alles. - O, zei ik. De 3e etage was wegens de verbouwing voor een deel afgesloten met grote schotten. Voor de schotten hing een groot zwart doek met daarvoor een podium. Naast het podium stond een groot bord met de aankondiging van Mister Magic's spectaculaire verdwijntruuk. Voor het podium stonden al wat mensen en vooral kinderen te wachten. - Ik kan nu verder niks meer zeggen, want anders zien de mensen dat je er bijhoort. Loop zo dadelijk even naar de zijkant van het podium en daar vangt mijn assistente je wel even op. Ze legt verder wel uit wat je moet doen. Maak je niet druk. Hier, 25 gulden, voor de moeite en omdat je zo spontaan ja hebt gezegd. Achteraf ga je dan zitten denken, waarom die 25 gulden? Maar ik had toen geen enkel vermoeden van welke aard dan ook. Ik had op dat moment wel andere dingen aan mijn hoofd. Ik moest eerst maar eens naar die assistente toe gaan. Mister Magic verdween achter het podium. Even later kwam er achter het gordijn een bevallige assistente tevoorschijn die een stapel boeken in haar handen hield. Ze stapte naast het podium en legde de boeken op een tafeltje. Ik liep naar haar toe. Ze pakte een boek van de tafel en liet me 't met een chaggerijnige glimlach zien. Ze stonk naar drank. - Jij doet zometeen mee met de show?, siste ze. Ik knikte en keek een beetje zenuwachtig om me heen. - Je moet net doen of je Mister Magic's Goochelboek wilt kopen, zei ze. Je moet verder niks tegen me zeggen of vragen, alleen maar even luisteren. Straks moet je in die grote doos gaan staan, en dan zal Mister Magic je precies op de plaats neerzetten waar je absoluut moet blijven staan. Geen voet verplaatsten! Daarna merk je vanzelf dat je, zeg maar, verdwenen bent, en dan kom je dus achter het podium, achter het gordijn, terecht. En nu moet je heel goed luisteren. Mister Magic gaat je in de show ook weer teruggoochelen, maar dat doet ie pas op het eind van de show, na een minuut of twintig. Dat merk je allemaal wel, je hoeft nergens bang voor te zijn. Dus als je achter het podium bent, dan loop je een stukje naar achteren, en dan zie je daar zo'n grote goederenlift staan. Daar moet je instappen en een etage lager gaan, naar de 2e. Daar zijn twee hulpjes van ons en die vertellen wel hoe het verder gaat. Nog vragen? Ik had geen vragen. De juffrouw verdween weer snel achter het gordijn. Nog geen 10 minuten later stond ik met een rood hoofd en veel okselzweet, als een onervaren stroman op het podium. Mister Magic kakelde en ratelde vrolijk voort. - En dan is het deze kaart, dames en heren, jongens en meisjes, deze kaart, een uit de honderd kaarten met allemaal dieren erop, die ik met mijn magisch oog, met mijn 'magic eye' eruit heb getrokken. Ik leg de kaart hier omgekeerd op tafel. En ik ga de meneer uit het publiek nu vragen wat zijn favoriete dier is. En wat is uw lievelingsdier meneer? Ik aarzelde even, schraapte mijn droge keel en heel zachtjes zei ik 'olifant'. - Wat zegt u, de mensen horen u niet, zei u OLIFANT? Ik knikte en herhaalde nu wat harder, 'olifant'. - Draait u zelf de kaart maar om. Ik draaide de kaart om en toonde de afbeelding van -inderdaad- een olifant naar het publiek. Een zwak applausje ging op. Jezus, dacht ik toen, wat een ongelooflijke b-act is dit, een kaartentruuk met een olifant. Jammer dat ik zelf de gave van het toekomstvoorspellen niet heb, want anders had ik deze truuk veel beter kunnen plaatsen. Maar dat is achteraf gepraat. Na dit hoogstandje van Mister Magic's goochelkunde was het tijd geworden voor de grote verdwijntruuk. Met veel hocus-gepocus werd ik in de doos geplaatst. Ik bleef stokstijf staan. Mister Magic sloot de doos af met een grote zwarte doek. Hij gaf me een knipoog. Het was het laatste wat ik ooit nog van Mister Magic heb gezien. En daar stond ik dan, in het pikkedonker, zaterdagmiddag, kwart over 3, in een goochelvoorstelling van Mister Magic, klaarlichte dag, op de 3e etage van de Bijenkorf. Niet aan denken, dacht ik toen, vanavond navertellen, en morgen, en overmorgen. Ik voelde wel dat dit zo'n anekdote zou worden die je minstens een paar jaar met je mee zou dragen: Mister Magic? Die heb ik nog persoonlijk gekend. Ik heb nog eens een blauwe maandag voor hem gewerkt, als publieksassistent. Betaalde best wel goed. BWANG! In een vreemde kiepende beweging werd ik op mijn kop gezet. Ik viel met mijn hoofd naar achteren en, ik denk via een soort houten klapdeur, gleed ik ondersteboven naar beneden, en voordat ik 't wist lag ik achter het gordijn in het felle neonlicht, op de grond. Achter het gordijn ging weer een applaus op. Ik was weggechoocheld. Ik kwam snel overeind en zag in de nauwe ruimte inderdaad een goederenlift. Ik stapte in, drukte op de 2 en stapte een etage lager uit. Mijn hart bonste behoorlijk van de opwinding, maar vooral omdat ik absoluut niet wist wat er verder zou gebeuren, en daar wordt een mens zenuwachtig van. Ik wel tenminste. Het eerste wat me opviel was de vreemde, penetrante lucht die er hing. Ik keek om me heen en ik stond in een redelijk grote, donkere opslagruimte. Een man -die ik al eerder had gezien- met een rode overall kwam op me toe lopen. De andere zag ik niet. - Ah, jij bent de assistent. Nou de vorige die we hadden, die is er vanmiddag vandoor gegaan. Die was 't goed zat, hij had zo'n dikke voet gekregen, en hij wilde geld zien. Nou, dan hoepel je maar op. Voor hem 10 anderen. Maar dat geeft allemaal niet, jij bent er nu. Ik wist totaal nietwaar ie 't over had. - We gaan zometeen de reis terug voorbereiden makker, en als je rustig houdt, dan kan er niks gebeuren. Helemaal niks. Ik kan je alleen een wijze raad geven, je mag alles zeggen, roepen of fluisteren, maar je mag alleen het woord 'JEZUS' niet uitspreken. Heb je dat makker? Ik keek hem met ogen als toverballen zo groot, vragend aan. Achter hem zag ik de andere man met de rode overall tevoorschijn komen uit een grote houten container, en aan zijn hand voerde hij een middelgrote olifant mee! Ik lispelde zachtjes 'Jezus', maar de man naast me legde zijn vinger op mijn mond. - Dat is Jozef makker, en Jozef is verder heel lief, maar hij is afgetraind door een Russische drinkebroer en als ie het woord 'Jezus' hoort, dan kun je beter maar hopen dat je al je verzekeringen hebt betaald. In een flits had ik de hele situatie door, en het was inderdaad de bedoeling dat ik straks, gezeten op de rug van de olifant, terug zou worden gegoocheld op het podium. Ik was sensationeel perplex, de adrenaline stroomde door mijn aderen: ik op een olifant! - Nou moet je voorzichtig opstijgen. Dus eerst je rechterbeen er overheen. Rustig Jozef, rustig. Ok, goed zo, en dan in een keer gaan zitten. Niet bang zijn. Ok, en nu er weer af. Dat gaan we nog een paar keer oefenen. We hebben nog 10 minuten en dan gaan we naar boven. Alles goed makker? Ik gleed weer van Jozef af (vernoemd naar Stalin, zo bleek) en ik stond toch een beetje te knikken met mijn knieen. - Nog een keer, en dan doe je het helemaal zelf. Klim er maar op. Ik drukte m'n handen om de gelooide en geplooide rug van het redelijk grote beestje, en met een krampachtige zwaai zat ik op z'n rug. Jozef hief z'n kop omhoog en met zijn slurf probeerde ie m'n hoofd te zoeken. - Wat doet ie nu?, vroeg ik angstig. - Hij vind je lief, zei de man. De slurf zwaaide vervaarlijk heen en weer en ik probeerde een mogelijke klap te ontwijken. Ik trok m'n hoofd in, verloor wat evenwicht en dreigde in een keer van Jozef af te vallen. Ik viel voorover op z'n rug en ik kon nog net z'n grote oren vastpakken. Ik was totaal in paniek. - Jezus!, ik ga vallen!, help me! Een uur later liep ik uit te waaien over het Scheveningse strand. In mijn hand hield ik het Wedgewood melkkannetje vast en het was nu voor het eerst dat mijn lichaam niet meer trilde; ik kon zelfs nu een beetje lachen wanneer ik aan de gebeurtenissen van die middag terugdacht. Ik had m'n armen stevig om Jozef z'n nek geslagen en met een schetterende trompetstoot accelereerde Jozef door de kleine ruimte. En met een onwaarschijnlijke snelheid en een verbluffende vastberadenheid ramde hij de deur van de wachtruimte en draafde hij in een adem door de serviesafdeling van de 2e etage! Ik hield me stevig aan hem vast en bleef op zijn rug zitten. Ik durfde nauwelijks op of om te kijken. De hele rit kan nooit meer dan een minuut hebben geduurd, maar in deze stomende en stampende 60 seconden wist Jozef de gehele afdeling te verbouwen tot een gigantische archeologische graafput van scherven en gebroken vaatwerk; alle vitrines, tafels en kasten lagen op de grond en alle glazen, borden en kopjes waren in duizenden stukken gebroken. Het was een hels kabaal geweest van brekend glas, gillende mensen en het snerpende getrompetter van Jozef. Pas na twee rondjes door de afdeling draven hield Jozef heel even zijn onverdroten pas in. Ik liet me direct van de olifant vallen. Jozef versnelde weer en zette zijn solo-stampede voort en jakkerde nog eens door de laatste porseleinkast die bij de eerste twee rondes op miraculeuze wijze overeind was blijven staan. De afdeling was, op de twee mannen na die achter Jozef aanrende, helemaal verlaten. Ik stond buiten adem bij de kassa en zag het melkkannetje staan. Ik pakte het intuitief op en hield het stevig vast, alsof ik wilde voorkomen dat ook dat laatste kannetje nog kapot zou worden gemaakt door Jozef. Ik wist niet wat ik moest doen, maar ik begreep dat er binnen enkele minuten een grote heisa zou ontstaan en waar ook ik een brandend middelpunt van zou worden. Van het ene op het andere moment werd ik heel rustig, helder en kalm. Ik stopte het melkkannetje in m'n zak, legde de 25 gulden neer bij de kassa, liep als een geboren acteur, heel rustig de roltrap af en liep de Bijenkorf uit. Hoe de zaak verder is afgelopen heeft iedereen in de krant kunnen lezen, maar wie die geheimzinnige man op de rug van Jozef was geweest, daar is nooit iemand achter gekomen. Want je hebt goochelaars en goochelaars. ***** FoXoF