De Kleine Johannes

DirkJan Vos - d.vos35@chello.nl

Amsterdam - Den Haag 1960

Juli 2015

Beste filmproducenten,

Heel kort. Ik vind dat het kleine meesterwerk
de Kleine Johannes van Frederik van Eeden
een goede verfilming verdient. Door vorm en
inhoud. Een live-action film met de beste
computer-animaties. Internationale film.

Denk er eens goed over na. Het sprookje
is in een hertaling bij bol.com te koop
en staat in de oude spelling helemaal
rechtenvrij online:

De Kleine Johannes - Frederik van Eeden - Oorspronkeleijke online-teksteditie - archive.org

De duurste Nederlandse film ooit,
maar wordt een klassieker.

Het hele idee is vrij over te nemen.

Met vriendelijke groet.

DirkJan Vos
(Amsterdam - Den Haag 1960)

Little John

______________________________________

DE KLEINE JOHANNES

Dirkjan Vos, juli 1996 Versie 1.1

Aan de lezer,

I. Inleiding

II. Treatment

III. Script (deels apart opgenomen)

IV. Synopsis

V. Verschillen adaptatie met het boek

VI. Redekunstige grondslag van verstandhouding

_________________________________________________________

I. Inleiding

Het eerste hoofdstuk van De Kleine Johannes, geschreven door de Haarlemse arts en filosoof Frederik van Eeden, verscheen in 1887 als openingsstuk van het tijdschrift De Nieuwe Gids. Het werd direct geprezen om zijn zintuigelijke schoonheid en om de poŽtische taal van de nog jonge Van Eeden, die toen 27 jaar was. De volgende hoofdstukken werden echter door de redacteuren geweigerd omdat Van Eeden hierin duidelijk stelling nam tegenover het christendom en dat volledig in ging tegen het 'l'art pour l'art' principe van de Tachtigers. Het bijzondere sprookje over de psychologische ontwikkeling van de kindertijd van de schrijver zelf, werd evenwel een succes. Frederik van Eeden schreef nog twee vervolgen op De Kleine Johannes -die geen sprookjes meer waren- en die geen bekendheid meer hebben gekregen. De Kleine Johannes bleef het rake meesterwerk van een nog jonge schrijver die door middel van de taal en de verbeelding, uitdrukking gaf aan zijn rijpende, filosofische ideeŽn over de werkelijkheid en aan zijn scherp psychologisch inzicht.

Nu -ruim honderd jaar later- is het verhaal van De Kleine Johannes nog steeds ontroerend en sensitief in zijn impressionistische beschrijvingen, verrassend modern en direct in de spreektaal van de personages, en actueel in de ideeŽn die Van Eeden in het sprookje naar voren brengt.

Persoonlijke noot

Al ruim twintig jaar ben ik een groot bewonderaar van het boek, maar in iedere fase dat ik het gelezen heb, heb ik het op een andere manier gewaardeerd. De Kleine Johannes heb ik voor het eerst gelezen toen ik een jaar of veertien was. Tien jaar later heb ik het nogmaals gelezen en de laatste keer dat ik het boek weer ter hand nam was een jaar geleden, ik was toen 34 en -niet onbelangrijk- inmiddels vader geworden.

Als kind bood het verhaal een vooruitblik naar mijn eigen toekomstige volwassenheid, en de duidelijk gesymboliseerde groei van Johannes bracht een opgewekte herkenning en een instemmend gevoel dat ik mijn eigen fantasievolle, doch kinderachtige, kindertijd had verlaten.

In mijn adolescentie kon ik met Van Eeden al terugblikken op de verdere geestelijke ontwikkeling die Johannes had doorgemaakt, eindigend met de keuze die Johannes aan het slot van het boek maakt en besluit om te kiezen voor de mensheid. Het was nu een volledige, positieve herkenning -vooral ook in Van Eeden zijn ideeŽn-, maar zonder het besef dat het voorbijgaan van de kindertijd eigenlijk een droevig verlies was.

En nu -weer tien jaar later- maakte De Kleine Johannes wellicht wel de meeste indruk. De ideeŽn van Van Eeden, en vooral die over de werkelijkheid, kregen voor mij een andere, actuele betekenis. Van Eeden toont op verschillende niveaus, de vele schakeringen van de verbeelding en de werkelijkheid, die direct in verband kunnen worden gebracht met de actuele discussie over de vele representaties van de werkelijkheid, door de nieuwe media (zie hiervoor VII: Redekunstige grondslag van verstandhouding). Maar bovenal werd ik nu sterk door het boek gegrepen door de teloorgang van de kindertijd, van het verlies van de kinderlijke fantasie en 'schijnbare' onschuld. De Kleine Johannes was nu ook een aangrijpend, droevig verhaal geworden en ik beschouwde voor het eerst het 'verlossende' einde niet alleen als een positieve, hoopvolle stap richting de volwassenheid, maar ook als een onafwendbaar punt dat de kindertijd voor altijd voorbij is.

Ik heb al tien jaar het idee dat De Kleine Johannes een bijzondere film zou kunnen worden. Misschien een animatie-film of gecombineerd met live-action, zo dacht ik toen. Het was niet meer dan een sluimerend idee, waar ik nauwelijks over nadacht. Vorig jaar ben ik het opnieuw gaan lezen, met in mijn achterhoofd het idee of en hoe De Kleine Johannes daadwerkelijk verfilmd zou kunnen worden. Ik kon niet anders dan nadrukkelijk, en tot mijn verrassing, concluderen dat een verfilming van De Kleine Johannes op dit moment zeer opportuun is. In veel opzichten. Voor nu, wil ik mij beperken tot een aantal hoofdpunten om welhaast de 'noodzakelijkheid' van verfilming aan te tonen.

Een eerste argument in mijn pleidooi is een literair criterium. De Kleine Johannes is een klein monument in de Nederlandse literatuur dat een filmische adaptatie verdient. Uit narratief oogpunt laat het verhaal -een sprookje- zich ook uitstekend als film verbeelden: de soms wonderlijke gebeurtenissen volgen elkaar snel op, er zijn veel 'kleurrijke' personages, en er worden verhalen binnen verhalen verteld.

Een geheel ander argument om De Kleine Johannes nu te verfilmen, hangt samen met de huidige stand van de film- en computertechnologie. Het is nu mogelijk om een sprookje als de Kleine Johannes op realistische wijze te presenteren. De film, zoals ik die voor ogen heb, is niet gebaseerd op handmatige celanimatie, of een combinatie met live-action, maar op de mogelijkheden van geÔntegreerde live-action en computeranimatie.

Andere argumenten zijn de interessante filosofische ideeŽn van Van Eeden, die zowel in de vorm als in de inhoud van De Kleine Johannes naar voren komen.

In de Kleine Johannes kunnen drie niveau's van de werkelijkheid worden onderscheiden: de 'echte' werkelijkheid aan het begin van het boek, de 'gedroomde' werkelijkheid wanneer Johannes klein wordt en in de dierenwereld belandt en de 'surriŽle' werkelijkheid waarin Johannes wel groot is, maar nog steeds niet terug is in de 'echte' werkelijkheid. Deze gelaagdheid in de vorm, biedt interessante uitdagingen voor de techniek en de art-direction, en geeft aanleiding om op verholen wijze uitspraken te doen over hoe de huidige mens omgaat met verbeelding en de werkelijkheid.

Naast de uitgesproken, speelse vorm bevat De Kleine Johannes ook een aantal duidelijke boodschappen. De twee belangrijkste daarvan zijn, de overtuiging dat ieder geloof of ideologie een 'groot dwaallicht' is en zijn psychologische ideeŽn over kinderen (en in De Kleine Johannes de relatie tussen vader en zoon). Twee actuele thema's'. De opvoeding van kinderen, de rol van de televisie daarin, drugs en geweld, staan midden in de belangstelling van onderzoekers, opvoeders en niet te vergeten jonge ouders. De Kleine Johannes biedt een liefdevolle blik op de kinderwereld (en op de natuur), zonder betutteling of sentiment, en laat op bemoedigende wijze zien hoe een kind naar de volwassenheid toegroeit. Dit thema zal velen aanspreken. Ook Van Eedens afkeer van religie en ideologieŽn komt, sinds de symbolische 'val van de Muur', in een ander, actueel daglicht te staan. Maar van Eeden is niet alleen ergens tegen, hij biedt ook een perspectief om een religieuze of ideologische leegte op te vullen. Van Eeden kiest uiteindelijk voor de mens, die met behulp van de wetenschap, zich ten dienst stelt van de mensheid. De mens die zich neer zal moeten leggen bij de wetenschap dat hij (nog) niet alles kan begrijpen en weten en deze lacune niet krampachtig moet vullen met een religie of een ideologie. Deze kloof tussen het individu en de werkelijkheid probeert Van Eeden te overbruggen met taal, met poŽzie, met een boek als De Kleine Johannes. Het is natuurlijk achteraf bezien ironisch dat Van Eeden zich later tot het Katholicisme bekeerde!

II. Treatment

De Kleine Johannes is een sprookje. Johannes wordt een elfje dat kan vliegen en met de dieren kan praten. Het speelt zich voornamelijk af in een duinlandschap, maar een deel is ook gesitueerd in een grote stad, op het eind van de vorige eeuw.

Ik heb het verhaal verplaatst naar de tijd tussen de twee wereldoorlogen, rond 1920. Hierdoor krijgt het verhaal het reliŽf mee van een gruwelijke oorlog die in Europa heeft plaatsgevonden en het biedt mogelijkheden om nieuwe vindingen van de moderne tijd te laten zien, zoals de auto, telefoon en de bioscoop. Het gaat om een tijd die in beweging is, die op het breukvlak staat van de oude, naar de nieuwe tijd. Een tijd waar de relativiteitstheorie bekend is, maar de atoombom nog moet worden uitgevonden.

De Kleine Johannes is een ontwikkelingsgeschiedenis van een jongetje van zo'n twaalf jaar oud, die opgroeit tot ongeveer zijn 18e jaar. In het sprookje wordt Johannes fysiek nauwelijks ouder en worden zijn groeistadia samengebald in zo'n twee jaar tijd. Lange tijdsverlopen in die twee jaar worden ook in de film in een vogelvlucht getoond en verteld. De gebeurtenissen spelen zich af in alle seizoenen, en de winter, lente, zomer en herfst, spelen een belangrijke, symbolische rol in de setting.

Vanuit bovenstaande gegevens heb ik gezocht naar een vorm van de film die het geheel tot een eenheid smeedt, maar die tegelijk recht doet aan de veranderingen die Johannes door de tijd -in de moderne tijd- meemaakt. Dit bracht mij op het idee om de art-direction van de film geheel te laten inspireren op de ontwikkelingen in de schilderkunst van het einde, en het begin van deze eeuw. Ik stel mij hierbij voor dat de decors, in sommige delen van de film, nadrukkelijk kunstmatig zijn en zijn geschilderd, met een zichtbare streek, in een bepaalde schilderkunstige stijl. Daartegenover ga ik uit van een technisch perfecte representatie van de (dieren) personages, door middel van computeranimatie.

Het script is opgedeeld in drie episoden. De drie kunstmatige scheidingen verwijzen ieder naar de aparte, schilderkunstige art-direction. Deze episoden zijn:

1. Bij Johannes thuis en op school / Johannes bij Windekind in de dierenwereld
2. Johannes en Robinetta
3. Johannes bij Pluizer en Cijfer

Deel I : Impressionisme

1. Bij Johannes thuis en op school / Johannes bij Windekind in de dierenwereld

In het eerste deel is de art-direction, beeldvoering en muziek geheel 'impressionistisch' van aard. Langzame, brede beelden met veel oog voor de details uit de natuur. Er is veel natuurlijk en transparant licht, veel blauw, wit en groen. De impressionistische toon begint in de 'echte' werkelijkheid van Johannes' ouderlijk huis en wordt nadrukkelijk voortgezet in de episoden met Windekind in de dierenwereld. De art-direction in de dierenwereld hoeft niet realistisch te zijn (de personages wel) en mag zelf geaccentueerd worden door het gebruik van impressionistische, geschilderde decors. Hierbij kan gedacht worden aan het werk van schilders van de Haagse School, zoals Mesdag, de gebroeders Maris of, Jozef IsraŽls.

Deel II: Expressionisme

2. Johannes en Robinetta

Nadat Windekind, Johannes heeft verlaten wordt Johannes weer groot en komt hij bij een oud echtpaar op het platteland terecht. Hier leert hij Robinetta kennen.

In deze episode maakt het impressionisme plaats voor een expressionistische stijl. Een expressionistisch decor dat zowel refereert aan een vorm van 'psychologisch naturalisme' zoals dat te zien is in de aardappeleters (referentie naar de scŤne van het 'grote dwaallicht) van Van Gogh, als aan een 'natuurlijk expressionisme' dat in de helder gekleurde landschappen van Cezanne, en ook bij Van Gogh, tot uitdrukking komen. De overgang van impressionisme naar expressionisme veronderstelt een voortgang in Johannes' ontwikkeling.

Aardig om te vermelden is dat Van Eeden, een van de eerste was die het belang van Van Gogh inzag en over zijn werk publiceerde.

Deel III: Expressionisme / Surrealisme

3. Johannes bij Pluizer en Cijfer

In het laatste deel belandt Johannes in de grote stad. Het verhaal haakt aan de werkelijkheid, maar het landschap en de personages zijn nog steeds sprookjesachtig, maar nu meer surrieel. De expressionistische toon wordt in deze episode, naar analogie van het werk van bijvoorbeeld Munch, verder psychologisch uitgewerkt en gecombineerd met surrealistische accenten, die vooral in de 'onderwereldscene' naar voren komen. De sfeer van deze episode is een combinatie van Duitse, zwijgende films als 'Sympfonie einer Grossstad' en 'Dr. Mabuse'. In dit deel wordt ook een maal expliciet naar de film/bioscoop gerefereerd. De gehele art-direction van de stad is kunstmatig en refereert naar de decors uit Duitse expressionistische films. Alleen worden ze nu in 'full-colour' en met geluid gepresenteerd. Ook de muziek evolueert en krijgt meer 'Kurt Weil'-accenten. Ook worden nog enkele referenties gegeven aan de abstracte schilderkunst.

Deze drie belangrijke stijlwisselingen betekenen geenszins stijlbreuken. Maar juist door deze schilderkunstige draad door het verhaal te weven wordt hiermee een hechte en poŽtische eenheid bereikt.

Een tweede ordening die gemaakt kan worden is het onderscheid in de voorgrond, de achtergrond en de personages die in de film worden gerepresenteerd. Afhankelijk van de episode kan gekozen worden om bovenstaande beeldelementen afwisselend realistisch of kunstmatig weer te geven.

III. Script

[ verdwenen tussen de plinten van het digitale leven, maar ik ben begonnen met overtypen van papier. Hier het begin. 2015 ]

Begin scenario De kleine Johannes - 1996

NB

Voor de vorm en art-direction zijn ook de kleine raamvertellingen van groot belang. Deze verhalen binnen een verhaal kunnen op een aparte manier worden vormgegeven. Bijvoorbeeld met klei-animatie, of met papier-animatie of een getekende, geanimeerde episode. De film biedt een breed scala aan state of the art animatie, al dan niet met een computer gemaakt.

IV. Synopsis

De Kleine Johannes gaat over een eenzame jongen van zo'n twaalf jaar oud, die met zijn vader, een kindermeisje en zijn hond in een groot huis, in de duinen, woont. De dromerige Johannes verlangt naar een wonder en plots verschijnt voor hem de kleine elf Windekind. Windekind neemt de klein en licht geworden Johannes mee de duinen in en laat hem kennismaken met de dierenwereld. Op een feest in een konijnehol maakt Johannes kennis met de elfenkoning Oberon, die hem een gouden sleuteltje geeft dat past op het kistje van het eeuwigdurende geluk. Johannes moet het kistje zoeken. Johannes keert terug in de mensenwereld, in afwachting om weer door Windekind te worden gehaald.

Na een tweede avontuur met Windekind en een terugkeer in de mensenwereld, neemt Windekind, Johannes voor altijd mee. Johannes wil het kistje vinden en wil een elf worden. Hij krijgt een steeds grotere hekel aan de mensen.

Johannes maakt kennis met de kabouter Wistik, die beweert dat hij weet waar het kistje is. Johannes gelooft hem en verliest hierdoor Windekind. Johannes groeit weer en dwaalt alleen door het bos. Daar belandt hij in het huis van een oud echtpaar, waar hij hard werkt en hard moet bidden. Hier verschijnt het beeldschone meisje Robinetta dat precies op Windekind lijkt. Johannes wordt verliefd op haar en vergeet de kabouter. Wistik verschijnt echter weer wanneer Johannes, Robinetta niet meer mag ontmoeten. Wistik en Johannes gaan nu het kistje zoeken, maar hun tocht is tevergeefs. Wistik laat Johannes eenzaam achter in de duinen.

Daar verschijnt het vreemde mannetje Pluizer, die Johannes meeneemt naar zijn kamer in de grote stad. Pluizer laat hem de grote stad zien en toont hem hoe de mensen werkelijk zijn. Johannes wil het liefst naar huis, of naar Windekind of Robinetta. Maar Johannes moet nu hard studeren in het huis van Dokter Cijfer, om een goed mens te worden, om het kistje van het geluk te kunnen vinden.

Op een dag neemt dokter Cijfer, Johannes mee, om een zieke te bezoeken. Ze rijden met de trein naar zee en tot Johannes' schrik bereiken ze zijn ouderlijk huis, waar zijn vader stervende op bed ligt. Johannes ziet de dood van zijn vader onder ogen, en voelt hoe zijn zoektocht naar het kistje jammerlijk is mislukt. Hij loopt de duinen in en ziet Windekind voor zich uit vliegen. Johannes rent achter hem aan, naar de zee, waar in een scheepje Johannes' moeder staat. Ze reikt Johannes de hand en vraagt hem of hij met Windekind mee wilt gaan, of dat zij hem zal begeleiden naar de grote stad. Johannes kiest voor haar, voor de stad, om er een goed mens te worden.

V. Verschillen adaptatie met het boek

Humanistisch perspectief

De Kleine Johannes beschrijft twee sporen van de menselijke bewustwording. Het ene positieve spoor van geloof in de kinderziel, liefde voor de natuur, het vertrouwen in de mensheid en min of meer ook het vertrouwen in de mogelijkheden van de wetenschap, en het negatieve spoor -met mijn toevoegingen- van het gekant zijn tegen ieder religieus geloof, tegen stringente ideologieŽn, tegen het materialisme, tegen natuur-en milieuvervuiling en tegen de negatieve kanten van de wetenschappelijke vooruitgang, zoals de oorlogsindustrie en de vivi-sectie. Juist de bescherming en koestering van de kinderwereld tegenover de rigide, gewelddadige en egoÔstische buitenwereld, maakt De Kleine Johannes actueel. Vanuit mijn persoonlijke visie stem ik hiermee van harte in en ik meen dat uit deze visie op de menselijke en maatschappelijke ontwikkeling, een verlichte europese tendens uitspreekt. De wijze lessen uit De Kleine Johannes komen zeker niet uit de christelijke en zoete droomfabriek van Walt Disney en de EO zal deze film bij haar achterban ten strengste afraden!

Maar bovenal biedt Frederik van Eeden ook een humanistisch perspectief dat in deze tijd node wordt gemist: geloof in jezelf en kies voor de mensheid.

Overige verschillen

Tot slot beschrijf ik hier de overige verschillen tussen het boek en mijn adaptatie, om deze ook na verloop van tijd, en mijn geheugen mij in de steek laat, nog aan te kunnen wijzen. Ook kunnen hiermee geschrapte elementen weer in het verhaal worden gebracht.

De rol van de verteller:

Het sprookje van De Kleine Johannes wordt in de verleden tijd verteld vanuit het perspectief van een verteller, vanuit de schrijver, vanuit de volwassen Johannes die op zijn kindertijd terugblikt. Op een aantal momenten, vooral aan het begin en op het eind, richt de verteller zich expliciet tot de lezer. Het begin- en eindmoment heb ik gehandhaafd en er zijn drie vertelmomenten ingevoegd om vooral een lang tijdsverloop te becommentariŽren:

1. BEGIN (introductie van Johannes)

2. BIDDEN MET WINDEKIND (ondersteuning van een dramatische scŤne en om het tijdsverloop dat Johannes bij Windekind is aan te geven)

3. ROBINETTA (ondersteuning van het tijdsverloop dat Johannes en Robinetta samen zijn en ter vermijding van een 'krampachtige' scŤne waarin Johannes het verhaal van de petroleumlamp vertelt)

4. PLUIZER (ondersteuning van het tijdsverloop dat Johannes bij Pluizer en Cijfer is)

5. EINDE (korte epiloog en terugkoppeling naar het begin)

Taal

Ik heb zo goed mogelijk geprobeerd om de taal die Frederik van Eeden heeft gebruikt in zijn dialogen intact te laten. Tussen Van Eeden zijn natuurbeschrijvingen en de taal die alle figuren hanteren is een opmerkelijke tegenstelling. De natuur en Johannes' gedachtenwereld worden op poŽtische, impressionistische wijze beschreven. De taal van bijna alle figuren, zoals Windekind, Wistik en Pluizer, daarentegen is zeer direct, soms hard en doet eigentijds aan. Van Eeden impliceert hiermee dat er een duidelijk verschil is om op 'rationele' gronden de wonderen van het leven in klare taal af te breken, tegenover de literaire mogelijkheden om op poŽtische wijze te reflecteren op deze wonderen. De taal in de dialogen zijn op eenvoudige wijze te handhaven, maar de poŽtische reflectie moet -op de paar intermezzo's na van de verteller- verbeeld worden met alle mogelijke filmische stijl- en vormmiddelen. Op deze mogelijkheden ben ik al eerder in gegaan.

VI. Redekunstige grondslag van verstandhouding

Compacte samenvatting, uit 1975 door Bastiaan Willink, van het werk 'Redekunstige grondslag van verstandhouding' van Frederik van Eeden dat in 1897 verscheen.

Er zijn concrete en abstracte zielstoestanden of 'gevoelens'. Objecten in onze buitenwereld zijn combinaties van concrete gevoelens. Ook zijn er concrete gevoelens die geen deel van de buitenwereld zijn. De relaties tussen concrete gevoelens zijn abstracte gevoelens. Concrete zielstoestanden worden het best uitgedrukt door beeldende taal, abstracte zielstoestanden door streng geconstrueerde taal, waarvan de wiskundige symboliek het beste voorbeeld is.

Het geheel van alle gevoelens is de wereld, het bestaande, die ermee corresponderen doordat ze een gelijke vorm hebben. Die beelden zijn weer vast te leggen in taal. PoŽzie legt directer vast dan wetenschappelijke taal. Het is in de praktijk onmogelijk, feilloos de waarheid te spreken, omdat de vermogens, waarmee we afbeelden en in taal vastleggen, gebrekkig zijn. Toch kunnen we streven naar een limiet van feilloze afbeelding en verwoording.

Dat doen wij in de natuurwetenschap bij het ordenen van de gezichts-, gehoor-, gevoels-, smaak- en reukindrukken en het vastleggen van hun relaties in wetenschappelijke taal. De natuurwetenschap tracht zekere, voor alle ruimte en tijd geldige, kennis te verzamelen. Uiteindelijk tracht de mens de kennis zo te ordenen dat ze een eenheid vormt, die onveranderlijk is en dus voor altijd geldig. Het zoeken naar die eenheid heeft tot gevolg, dat de mens de Rede probeert op te heffen, want de Rede is het instrument om zo dicht mogelijk de eenheid te benaderen en kan alleen gebruikt worden als er meerdere zaken zijn die vergeleken worden. Het is onmogelijk de werkelijkheid wetenschappelijk als eenheid te beschrijven, want er zijn in de wetenschap altijd grootheden die niet tot elkaar herleidbaar zijn, zoals bijvoorbeeld ruimte en tijd. Uitsluitend via mystiek kan de eenheid bereikt worden, maar pas nadat we via de wetenschap zeer dicht bij de eenheid gekomen zijn. Onafhankelijk van de natuurwetenschap weten we -en die kennis is de zekerste die we hebben- dat ons Ik bestaat. Het Ik is in principe onafhankelijk van ruimte en tijd. Er bestaan immers waarnemingen die geen ruimte- of tijdsaspect bezitten. Zo hebben sommige (on)lustgevoelens geen ruimteaspect en zijn er ook (on)lustgevoelens die zich aan herinneringen hechten, maar zelf geen tijdsaspect bezitten.

Het Ik (het 'Zelf') is, omdat het onafhankelijk is van ruimte en tijd, niet 'sterfelijk' in de normale zin van het woord. Aangezien het onafhankelijk van de tijd is, kan het niet 'dood' gaan. Men kan echter niet zeggen wat er precies mee gebeurt nadat het lichaam gestorven is.

Het Ik is bovendien vrij, want omdat het onafhankelijk is van ruimte en tijd, staat het los van causaal verband en zijn er geen materiŽle oorzaken voor het handelen. Over de hoogste dingen, die buiten het bereik van de natuurwetenschap vallen, kan niet wetenschappelijk maar alleen in beeldende taal gesproken worden. Filosofen die dat niet begrijpen maken slechte wetenschap of slechte poŽzie.

Citaat uit Redekunstige grondslag van verstandhouding:

(39) Het woord-symbool is de zinnelijke representatie van de voorstelling van het bestaande. Dus een symbool van een beeld. Er is dus 1. de realiteit, 2. de voorstelling er van, het schema, 3. de uitdrukking van dat schema in woordsymbolen.

Frederik van Eeden

DirkJan Vos - d.vos35@chello.nl