De Kleine Johannes
Filmscript
juli 1996 versie 1.1
DirkJan Vos - d.vos35@chello.nl
Amsterdam - Den Haag 1960
De Kleine Johannes
GENERIQUE
Vanuit de donkere stilte worden kleine wittes stipjes, als een sterrenhemel, in het midden van het beeld zichtbaar. Gedempte muziek waaiert uit in flarden van vervreemde, zuchtende, kloppende en melancholieke klanken. De titel verschijnt midden over het beeld:
Linksonder draait langzaam een grote volle maan het beeld in. De maan verandert langzaam in een
witte bol. Rechts-onderaan verschijnt de
verdere optiteling.
De honderden witte sterrenstipjes koens steeds sneller naderbij, worden groter en hebben
nu vorm van mannelijke zaadcellen; kleine, witte, ovale bolletjes die zich snel voortbewegen
met een trillend vissenstaartje. Een aantal spermacellen botst tegen de bol - dat nu een
vrouwelijke eicel blijkt te zijn - en probeert het eitje binnen te dringen.
Een spermavisje ploft in het eitje dat nu midden in het beeld staat. De eicel stopt met
draaien en de vrucht begint te groeien. De zaadcellen verdwijnen uit het beeld. De eicel
wordt doorschijnend en een lichtroze foetus tekent zich af. De foetus verwant en armpjes.
en beentjes worden zichtbaar. Fade na fade groeit de foetus tot het klaar en af is. Een
klein hartje klopt in het rood-roze, doorschijnende lichaampje en het nog ongeboren
kindje heeft nu een duimpje in zijn mond.
[ FADE NAAR ZWART ]
De eerste levenskreten van een net geboren baby worden luid hoorbaar. Het gehuil echoot langzaam weg.
EINDE GENERIQUE
DEEL 1
[ EXT/DUIN/DAG ]
[ FADE UP ]
[ MUZIEK: Impressionistisch ]
De zon staat aan de hemel. Langzaam verglijden panoramische beelden van een zomers, licht en helder duinlandschap. Uit de verte komt een jongen, een jaar of twaalf oud, met een schooltas naderbij. Hij draagt een korte broek en zijn kleding en korte haar maken een ouderwetse indruk. Hij kijkt dromerig om zich heen, naar de vogels die voorbij vliegen en naar de konijnen die over de duintoppen wegspringen. Hij verlaat het duinpad en loopt door een klein bos waar, door de bomen heen, een groot huis zichtbaar wordt. De jongen loopt het tuinpad op van het huis. Een hond komt het kwispelend tegemoet. Een volwassen mannenstem begeleidt de openingsbeelden.
Ik zal je iets van de kleine Johannes vertellen. Mijn verhaal lijkt op een sprookje, maar het is allemaal echt gebeurd. En wanneer je het niet gelooft, dan moet je niet verder luisteren. Johannes wil er verder niet meer over spreken, maar hij vind het goed dat ik zijn verhaal van lang geleden vertel.
[ Tijdens de shots met de stem van de verteller zijn de geluiden in het huis op de achtergrond. De verteller spreekt onder de shots die vooraf en hierna worden beschreven. ]
[ INT/KEUKEN/DAG ]
In de keuken legt Johannes zijn schooltas op tafel. Een jonge vrouw praat tegen hem terwijl ze achter een fornuis staat te koken. Een kat loopt door de keuken.
[ INT/HUIS/DAG ]
Johannes loopt door de grote woonkamer, naar de hal en beklimt de brede trap. De hond loopt achter hem aan.
[ INT/ZOLDER/DAG ]
Johannes betreedt door een luik de zolder. De zolder staat vol met oude meubelen, een grote zwarte kolenkachel en er zijn allerlei oude snuisterijen die je op een zolder kan vinden. Op een stoffige kast ligt een verrekijker die Johannes om zijn nek hangt.
Johannes ligt bij het zolderraam te lezen in 'De reis naar de maan' van Jules Verne. De hond ligt naast hem.
[ INT/HUIS/DAG ]
Johannes loopt met de verrekijker voor zijn ogen door het huis en bekijkt de slaapkamer van zijn vader, de badkamer, de kamer van de kindermeid en het 'kippenkamertje'. Het hele huis en interieur ziet er vooroorlogs uit, jaren dertig.
[ INT/SLAAPKAMER JOHANNES/DAG ]
Johannes gaat zijn slaapkamer binnen. Aan de muren hangen een paar prenten met schepen, op een tafeltje liggen fossielen en naast zijn bed staat een wereldbol. Hij legt de verrekijker neer op zijn bureautje, naast een opgezette uil. Johannse gaat voor het raam staan en staart in de grote, uitgestrekte tuin.
Johannes woonde met zijn vader, het kindermeisje Anna, Presto de hond en Simon de poes, in een oud huis met een grote tuin. Het was een hele wereld voor Johannes. Hij kon er verre tochten maken en hij gaf namen aan alles wat hij ontdekte. Voor de kamers in het huis had hij dierennamen bedacht: de rupsenzolder omdat hij daar rupsen grootbracht; het kippenkamertje omdat hij daar eens een kip had gevonden.
[ INT/WOONKAMER/AVOND ]
In de woonkamer zitten Johannes, zijn vader en het kindermeisje Anna aan tafel. Ze bidden en wensn elkaar smakelijk eten. De vader praat vriendelijk en lacht om Johannes zijn verhalen. De kamer is gehuld in een warme gloed van de avondzon. Boven de piano in de kamer hangt een impressionistisch schilderij met het portret van een jonge vrouw met een een strooien hoedje waarop kleine bloemen zijn gevlecht.
Johannes hield heel veel van Presto, maar het meest hield hij van zijn vader. Zijn vader was een wijs man, waaraan hij van alles vroeg en die hem van alles vertelde. Anna vond dat hij vaak domme vragen stelde, zoals waarom de wereld was waarom hij was en waarom mensen en dieren dood moest gaan. En of er nog wornderen konden gebeuren. Johannes´ vader vond de vragen niet dom, maar hij zei niet alles wat hij wist. En dat was goed voor Johannes.
[ EXT/TUIN/AVOND ]
Het is schemerig buiten. De zomerse zon daalt langzaam achter de bomen. Johannes en Presto lopen door de tuin, naar de oever van de grote, dichtbegroeide vijver. Johannes zit aan de rand van het water en kijkt naar de vijver. Hij ziet de volle maan die is opgekomen.
Het liefst was Johannes buiten, in de tuin. Ook daar had hij voor alle plekjes namen bedacht. Zo was er een frambozenberg, een dirkjesbos en een aardbeiendal. Aan het einde van de tuin was een bijzonder plekje dat hij het paradijs noemde. Op warme zomeravonden was Johannes daar altijd te vinden en hij dacht dan aan de diepte van het stille, heldere water en hij dacht hoe gezellig het moest zijn tussen de waterplanten. Hij staarde graag naar de vere wolken die boven de duinen zweefden en dacht wat daar wel achter zou zijn en hoe heerlijk het was als hij daar naar toe zou kunnen vliegen.
[ EXT/ROEIBOOT/AVOND ]
Presto springt in een kleine roeiboot die tussen het riet ligt. Johannes duwt de boot van de kant en stapt in. De zon zakt verder weg in een veelkleurige wolkenpracht.
Het allerliefst zat Johannes met Presto in de boot. Wegdromen in de diepte van de lichtgrot in de lucht. Vleugels, dacht Johannes, had hij maar vleugels om erheen te vliegen.
De boot ligt in het midden van de vijver. Presto ligt te slapen en Johannes ligt voorover naar de ondergaande zon te kijken.
Opeens schoot er iets van een suizeling over het watervlak, als een lichte windvlaag en Johannes schrok ...
Op de rand van de boot daalt een kleine, ranke gestalte neer. Het lichte wezentje heeft twee vleugels die in een wijde, nevelige cirkel trillen. Om de punten van zijn vleugels vormt zich een oplichtende ring. In de trillende nevel ziet Johannse twee donkere ogen schitteren. De vleugels houden op met trillen en Johannes kan het wezentje nu goed bekijken. Het heeft een lief en vriendelijk gezichtje. Het draagt een dun, lichtblauw pakje met korte mouwtjes en dat aaneengesloten tot even boven zijn knietjes reikt. Het heeft geen schoentjes aan. Over zijn schouders hangt een even lichtblauw keepje waardoor zijn doorzichtige vleugels heensteken. Op het haar ligt een krans van witte winden en zijn hand draagt het een irisbloem. Het is niet te zien of het een meisje of een jongen is.
(fluisterend)
Presto, dit is een wonder.
Presto ligt in slaap en wordt niet wakker.
WINDEKIND Dag Johannes. Wat fijn om je nu uitgerekend vandaag op mijn verjaardag eens te ontmoeten.JOHANNES Gefeliciteerd, en hoe heet je? WINDEKIND Ik heet Windekind en ik heet zo omdat ik geboren ben uit de eerste stralen van de maan en de laatste van de zon. JOHANNNES Wil je mijn vriend zijn? Achter Windekind is de grote ondergaande zon nog net te zien. Windkind draait zijn hoofd naar de horizon waar achter de bomen de bijna volle maan is verschenen. Windekind kijkt wat gefronst naar de maan. WINDEKIND Kom, kom lieve moeder, kijk niet zo boos. Ik kan Johannes vertrouwen, hij is mijn vriend. Windekind wenst zich weer tot Johannes. Ze vindt het eigenlijk niet goed dat ik met je praat. Maar je mag me nooit, nooit mijn naam aan een mens noemen, of over me praten. Beloof je dat? Johannes knikt. WINDEKIND Dat is dan afgesproken. Windekind tikt Johannes met de irisbloem op zijn wang. Windekind stijgt eventjes op en buitelt lachtend door de lucht. Ik heb je hier vaak gezien. En weet je waar ik dan was? Soms zat ik tussen de dichte waterplanten en zag ik hoe je naar de watertorren en de salamanders keek. Of ik keen vanuit een leeg vogelnestje door het raam van je slaapkamer en dan zag ik hoe je voor je vader en voor Presto een gebedje deed. (lachend) Maar mij heb je nooit gezien! En nu worden we goede vrienden en ik zal je veel vertellen. En ik zal je meer leren dan de domme dingen die de meester je op school wijsmaakt. Ik zal het je allemaal laten zien en horen, en ik zal je meenemen! JOHANNES O, ik mag met je mee! Neem je me dan ook mee naar de wolkengrot? [ CLOSE-UP: ONDERGAANDE ZON ] WINDEKIND (off) Nu niet Johannes, nu nog niet. Het is ook veel te ver weg. En je moet niet te veel tegelijk vragen. Ik ben zelf ook nog nooit bij vander geweest. JOHANNES (verbaasd) Ik ben altijd bij mij vader. WINDEKIND Welnee, dat is je vader niet! Wij zijn broers van elkaar en mijn vader is ook jouw vader. Net zoals oze vader ood de vader is voan jouw vader. Snap je. Alleen jouw moeder is de aarde en mijn moeder is de maan. En daarom zijn wij niet hetzelfde. En je bent ook in een huis bij de mensen geboren en ik in de kelk van een winde. (kwasie nadenkend) Het is eigenlijk veel beter om in een winde geboren te worden, maar ja ... Laten we maar gaan. Windekind kust Johannes op zijn voorhoofd. Geef me je hand. [ MUZIEK: betoverend ] Johannes geeft Windekind zijn hand. Windekind slaat zijn vleugels uit en trekt de boot voort over het water. Hier en daar zit een kikvors op een blad. De kikkers lijken steeds groter te worden. De boot verdwijnt in het riet. Windekind trekt Johannes uit de boot en ze klauteren tussen de manshoge helmen aan las. Johannes is nu net zo klein geworden als Windekind. Johannes kijkt verwonderd om zich heen. [EXT/DUINLANDSCHAP/AVOND ] O, het is heerlijk Windekind! Ik wil altijd bij je blijven. Ze wandelen door het hoge gras onder donker kreupelhout dat beschenen wordt door straaltjes maanlicht. Het getsjilp van krekels is hoorbaar. WINDEKIND Hoor je dat? Krekels. Het lijkt net of ze muziek maken. En je kan nooit horen waar het geluid vandaan komt. Weet je waar het vandaan komt? JOHANNES Nee ... WINDEKIND Het geluid komt van de krekelschool. Daar krijgen wel honderd krekels zanglessen. Sst ... stil, we zijn er. [ EXT/KREKELSCHOOL/AVOND ] Het kreupelhout wordt minder dicht en als Windekind met zijn bloem de grashalmen uiteenschuift, ziet Johannes een helder verlicht open plekje. Tientallen jonge krekeltjes zijn bezig tussen het duingras hun lessen aan het leren. Een grote, dikke krekel is de meester. Een voor een springen de leerlingen naar hem toe, altijd met een sprong heen en een sprong weer naar hun plaats terug. Johannes en Windkind blijven aan de rand van de krekelschool kijken. Onder het ritmische getjip zet een vrolijk muziekje in. WINDEKIND Luister maar goed, je kan er wat van opsteken! [ MUZIEK: liedje ] De krekels en de meester beginnen een lied te zingen. De meester stelt de krekels steeds een vraag. De eerste vraag is, Waaruit bestaat de wereld? De krekels zingen dat de wereld bestaat uit 26 duinen en twee vijvers. De meester stelt steeds weer een nieuwe vraag aan een van de krekels, over de plantsoorten. Een goed antwoord wordt beloond met een malse grashalm. In het liedje komen ook vragen aan bod over de dierenwereld. Op het eind blijkt dat de krekels bovenaan in de dierenwereld staan omdat ze kunnen springen en vliegen. Dan volgen de kikvorsen. Vogels worden hoogst schadelijk en gevaarlijk genoemd. Ook de mens wordt besproken. Het is een groot, nutteloos en schadelijk dier dat zeer laag staat omdat het niet kan vliegen en springen. De muziek en het liedje houden abrupt op. MEESTER KREKEL Stilte! Springoefening! Alle krekeltjes beginnen haasje-over te spelen. De dikke meester het eerst. Johannes lacht en begint in zijn handen te klappen. Op het geluid stuift de hele school het duin in en wordt het doodstil en leeg op het grasveldje. WINDEKIND Ja, dat komt ervan als je je zo opgewonden gedraagt! Je kan wel zien dat je bij de mensen bent geboren. JOHANNES Sorry, maar ik vond het zo leuk ... WINDEKIND Het wordt nog veel leuker. Let maar op! [ EXT/DUINLANDSCHAP/AVOND ] Ze steken het grasveldje over en betreden het duin. De duinrozen bloeien. Ze zwoegen door het dikke zand. Johannes grijpt de keep van Windekind en vliegen tegen een heuvel op. Daar bevindt zich een konijnenhol. [ EXT/KONIJNENHOL/AVOND ] Bij de ingang van het konijnenhol ligt een konijntje dat rechtop gaat zitten. Naast de ingang liggen korenhalmen, aardbeien, worteltjes en andere etenswaren. WINDEKIND Goeienavond. Dit is mijn vriend Johannes en die zou weleens een konijnenhol van binnen willen zien? JOHANNES Ja, heel graag! KONIJN (sloom en verdrietig) Van mij mogen jullie naar binnen, maar je treft het niet vanavond, want ik heb mijn hol afgestaan voor een liefdadigheidsfeest. Het is allemaal zo treurig ... JOHANNES Wat is er dan gebeurd? KONIJN Een grote ramp! Duizend sprongen hier vandaan is een mensenhuis, zo groot! En er wonen mensen met honden. ZO GROOT! Er zijn zeven leden van mijn familie omgekomen. En met de muizen en met de familie van de mol is het nog slechter afgelopen. En nu hebben we een feest georganiseerd voor de nabestaanden (wijst naar de berg met etenswaren). Tja, je moet wat over hebben ... Het konijntje wrijft met zijn pootje een traan uit zijn ogen. Een logge pad komt naar het hol toescharrelen. WINDEKIND Nog zo laat op pad, pad? De pad bromt wat en legt een korenaar bij de ingang neer en klimt over de rug van het konijntje het hol in. JOHANNES Ik zal ook wat geven. Johannes haalt een beschuitje uit zijn zak dat nu veel te groot is om in zijn broekzak te passen. KONIJN Dat is een duur cadeau! Daar zal iedereen heel blij mee zijn. Het konijn maakt op een eerbiedige wijze de toegang tot het hol vrij. [ EXT/KONIJNENHOL/AVOND ] Johhannes loopt met Windekind voorop door de donkere gang. In de verte horen ze zachtjes muziek. In de verte zien ze een groen lichtje naderen. Het is een glimworm. GLIMWORM Welkom op het grote feest! Ik zal jullie de weg wijzen naar de grote zaal. Het is niet zo ver. Jullie zijn elven? WINDEKIND Je mag ons als elven aankondigen. GLIMWORM Uw koning is ook van de partij. WINDEKIND Oberon, die is er ook? Dat is me wat. Hoor je dat Johannes? Ja, ik ken de koning persoonlijk. GLIMWORM (eerbiedig) Ik wist niet dat ik de eer had ... Hoe heten jullie? JOHANNES Ik heet Johannes en mijn vriend Windekind. [ INT/FEESTZAAL/AVOND ] Ze betreden de grote feestzaal die prachtig is versierd. Er zijn tientallen dieren, konijnen, muizen, padden, krekels, hagedissen, en ook een aantal elven. Er klink vrolijke muziek en er wordt gedanst. De glimworm kruipt naar een vleermuis die bij de ingang ondersteboven aan het plafond hangt. De glimworm fluistert wat in zijn oor. Johannes en Windekind staan te wachten bij de ingang van de feestzaal. Aan de zoldering hangen nog meer vleermuizen, dorre bladeren, spinnenwebben en daartussendoor bewegen tientallen glimwormpjes die de zaal verlichten. VLEERMUIS Ik heet de weledelgeboren elven Windekind en Johannes van harte welkom. Niemand in de zaal kijkt op. Johannes en Windkind lopen door het feestgedruis. Windekind groet een paar elven. Een orkestje van krekels en kevers maken de muziek. De dirigent is een grote meikever. Op het einde van de zaal staat een fraai versierde troon waar de koning Oberon inzit. Hij praat met wat gasten. Windekind en Johannes lopen naar de troon toe. Ze blijven vlakbij staan. WINDEKIND Wacht maar even en dan zal ik je zo aan de koning voorstellen. Oberon is opgetogen en omhelst Windekind en geeft hem een kus. De elven om hen heen trekken zich met jaloerse blikken terug. Ook de gasten in de zaal kijken naar de koning en Windekind. PAD 1 Pff, wat een opscheppers die tweee. PAD 2 Kruipers zijn het, denken dat ze heel wat voorstellen ... PAD 1 Ze stellen helemaal niets voor. PAD 2 Ja, ze stellen zich wel voor, maar voorstellen doen ze niets. Aanstellers zijn het ... Windekind praat wat met Oberon. Oberon wenkt Johannes naar de troon. Johannes gaat naar de koning toe en maakt een kleine buiging. OBERON Geef me je hand Johannes. Het is heel bijzonder dat Windekind je hier mee naartoe heeft genomen. En nog wel op zijn verjaardag! Windekinds vrienden zijn mijn vrienden. En waar ik maar kan, zal ik je helpen. En als teken van onze vriendschap geef ik je dit sleuteltje. Oberon haalt van halsketting een gouden sleuteltje en geeft hem aan Johannes. Johannes sluit het eerbiedwaardig in zijn handen. OBERON Dit sleuteltje kan je geluk brengen, Het past op een gouden kistje dat kostbare schatten bevat. Maar wie dat kistje heeft weet ik niet. Je moet er zelf naar zoeken. En als je met mij en Windekind goede vrienden blijft zal je het zeker vinden. JOHANNES Dank u wel koning. Ik wil heel graag uw vriend worden en ik zal heel hard naar het kistje zoeken. Het orkestje houdt op met spelen. Een groene hagedis in rokkostuum springt op een verhoging en spreekt de zaal toe. HAGEDIS (zenuwachtig) Geachte aanwezigen, mag ik even uw aandacht. Wij vervolgen ons programma met een wals en ik verzoek een ieder die niet aan de dans wil meedoen om aan de kant te gaan. Maestro, muzek! Het orkestje zet in en de dieren gaan walsend door de zaal. Iedereen kijkt zeer serieus en de elven naast Oberon kijken verheven. Johannes heeft een glimlach om zijn mond. Windekind geeft hem een por en dat hij niet zo vrolijk moet kijken. Dan danst er voor Johannes een kleine kikker met een lange hagedis. De hagedis tilt de kikkers steeds heel hoog op. Johannes barst in lachen uit. Iedereen kijkt verschrikt op en de muziek stopt. De hagedis snelt naar Johannes. HAGEDIS Mag ik u vriendelijk en dringend verzoeken om niet te lachen. Dansen is een ernstige zaak en zeker op deze droeve avond. Denkt u dat we hier voor de lol dansen? JOHANNES O, sorry. Natuurlijk danst u niet zomaar voor uw plezier. HAGEDIS Hmm. U bent hier op een treurfeest en dient zich hier fatsoenlijk te gedragen. U moet niet doen alsof u bij mensen op bezoek bent! Johannes schrikt en overal ziet hij vijandige blikken. Ook Oberon kijkt verstoord, maar geeft Johhannes een knipoog. De dirigent tikt af en het orkestje begint weer te spelen. Iedereen begint weer statig te dansen. Windekind trekt Johannes naar de uitgang van de zaal. WINDEKIND (zuchtend) Laten we maar snel weggaan. Je hebt het weer gedaan, Kleine Johannes. Maar het is niet helemaal je eigen schuld, want vrienden van Oberon, zoals jij en ik, hebben nu eenmaal veel vijanden. En jaloers dat ze kunnen zijn! [ INT/KONIJNENHOL/AVOND ] Windekind en Johannes lopen weer door de donkere gangen van het konijnenhol. De glimworm gaat hen weer voor. GLIMWORM En heb je plezier gehad? JOHANNES Het was ... toch geweldig. Ik ben nog nooit op zo'n bijzonder feest geweest. GLIMWORM Ach, voor mij hoeft het allemaal niet. Ik houd niet meer van feesten. Ja, vroeger kon ik er geen genoeg van krijgen. [ JUMP-CUT ] [ EXT/KONIJNENHOL/AVOND ] Johannes, Windekind en de glimworm staan buiten in het maanlicht. Het konijntje zit nog voor het hol. JOHANNES Waarom hield u vroeger wel van feesten, ... meneer Glimworm? GLIMWORM Dat is een treurig, heel verdrietig verhaal. Ik kan het beter maar niet vertellen. JOHANNES Nee graag, ik wil het verhaal horen! KONIJN (opgewekt) Ja, een treurig verhaal. Ik houd zo van treurige verhalen. GLIMWORM Goed dan. Laat ik julie dan eerst de volgende vraag stellen: Kunnen jullie licht geven? Johannes, Windekind en konijn schudden van nee. Precies! Dan zullen jullie wel begrijpen dat wij de meest bijzondere wezens zijn. Licht geven is namelijk de beste gave die God heeft gegeven. We hebben dan ook bijna geen vijanden. We hebben er eigenlijk maar een, en dat is de MENS!, Dat allerlaagste dier dat er bestaat. Dat vreselijke gedrocht van de schepping ... Johannes kijkt vragend naar Windekind. Windekind brengt zijn vinger naar zijn lippen om verder te zwijgen. [ DISSOLVE NAAR: Verhaal van de glimworm. Representatie in een andere animatie-vorm. ] [ EXT/SLOOTKANT/AVOND ] GLIMWORM (off) Eens op een mooie avond vloog ik rond als een helder licht tussen de donkere struiken. En op een verlaten grasveldje aan de oever van een sloot woonde mijn geliefde. Ik vloog om haar heen en probeerde met mijn glans haar aandacht te trekken. En ze beantwoordde mijn licht met een wenkende glimlach. Maar net toen ik bij mijn stralende geliefde wilde neerdalen werd de lucht opgeschrikt door een vreselijk geluid. Donkere schaduwen vielen over ons heen. Het waren mensen! Ik sloeg op de vlucht, ze kwamen achter me aan en sloegen naar me met grote zwarte dingen. Ik vloog en vloog zo hard ik kon en kon ik de mensen van me afschudden. En toen ik later terugkwam bij de sloot ... [ TERUG NAAR: Het konijnenhol ] Johannes, Windekind en het konijn kijken bedroefd. GLIMWORM Jullie zullen het wel begrijpen ... [ TERUG NAAR; Het verhaal van de glimworm ] GLIMWORM (off) Inderdaad, mijn mooiste bruid, de mooiste worm van alle glimwormen was verdwenen. Haar geliefde plekje was vetrapt en leeg. Ik was alleen op de wereld. [ TERUG NAAR: Het konijnenhol ] GLIMWORM Sinds die tijd ben ik veranderd. En ik walg van feesten en van vrolijkheid. Ik denk alleen maar aan haar en aan de tijd dat ik haar weer zal zien. KONIJN O, denk je dat je haar weer zal zien? GLIMWORM Daar ben ik heel zeker van. Daarboven zal ik haar weer zien. [ CLOSE UP: Twinkelende sterrenhemel ] KONIJN (off) Maar hoe weet je dat? GLIMWORM (off) Ik begrijp het konijn. Voor iemand zoals jij, die altijd in het donker zit, dan twijfel je misschien. Ik weet het zeker. Kijk maar daar! Een kleine ster schittert fel op. Daar zijn al mijn voorvaderen, familie en vrienden. En daar ergens tussen straalt mijn geliefde. [ CLOSE UP: Het gezicht van de glimworm ] En ik wacht nu tot ik zelf naar haar toe kan vliegen. (zucht diep) De vraag is alleen, wanneer? Het glimwormpje kruipt weer het hol in en herhaalt nog een paar keer. Wanneer, wanneer? KONIJN Arme glimworm. Ik hoop dat hij gelijk heeft. JOHANNES Ik hoop het ook. WINDEKIND Ik weet het niet, maar het was een aandoelijk verhaal. Op de berg met cadeaus naast de ingang ligt ook het grote beschuitje. KONIJN (gaapt) Ik ga maar weer mijn konijnenholletje opzoeken. Het ga jullie goed. En nog bedankt voor het grote cadeau. Het konijntje verdwijnt in het hol. [ EXT/DUINLANDSCHAP/AVOND ] Johannes en Windekind lopen over het duin. JOHANNES Ik ben ook zo moe. Ik heb zo'n slaap. Windekind gaat op een stukje mos liggen. WINDEKIND Kom maar, kom maar naast me liggen. Johannes gaat naast hem liggen en houdt het gouden sleuteltje goed in zijn hand vast. Windekind slaat zijn keep over Johannes heen. Johannes doet zijn ogen dicht en valt in slaap. [ CLOSE-UP: Van de volle maan ] WINDEKIND (off) Welterusten moeder. [ FADE NAAR ZWART ] Het geluid van een krekel is hoorbaar. Het zwarte beeld houdt aan. [ FADE UP ] [ EXT/TUIN/DAG ] Johannes ligt ergens midden in de tuin van zijn huis te slapen. De hond Presto staat naast hem te blaffen. Johannes wordt wakker. JOHANNES Koest Presto. Johannes opent zijn hand en daar zit het gouden sleuteltje in. JOHANNES Het is waar Presto! Het is toch echt waar! Johannes staat op en rent met Presto achter zich aan de tuin door. [ INT/KEUKEN/DAG ] Voorzichtig opent Johannes de keukendeur. Presto schiet de keuken in. Aan de keukentafel zitten zijn vader en Anna. Anna staat op en neemt Johannes snikkend in haar armen. ANNA Waar heb je gezeten! We waren zo ongerust! VADER We hebben de hele nacht naar je gezocht. We waren heel erg ongerust! Dringt dat tot je door. Waar ben je vannacht geweest? Johannes zegt niets en houdt zijn mond dicht. Goed. We hebben de boot aan de andere kant van de vijver gevonden. Begrijp je wat dat had kunnen betekenen? ... Vanaf nu verbied ik je om ooit nog met de boot te varen. En het het lijkt me het beste als je de komende weken 's avonds binnenblijft. Het is niet de eerste keer. En geen nachtelijk slaapwandelingen meer. Dat moet je mij en Anna beloven! Johannes blijft zwijgen en hij knijpt zijn hand waar het sleuteltje inzit hard dicht. [ INT/WOONKAMER/DAG ] De vader en Anna zitten aan de eettafel met het ontbijt. Johannes staat naast de piano. VADER Ik wil dat je het nu belooft! JOHANNES (heel zachtjes) Dat kan ik niet ... ANNA (boos) Is ie gek geworden? Johannes, je moet het beloven! JOHANNES (schreeuwend) DAT KAN IK NIET! VADER Kom is hier ... De vader staat op van tafel en drukt Johannes tegen zich aan. De vader doet zijn ogen dicht. JOHANNES Ik kan niets beloven. De vader doet zijn ogen open en ziet nu de vrouw van het schilderij achter de piano zitten. Ze lacht. De vader pakt een gesmeerde boterham van tafel en geeft hem aan Johannes. VADER Het is goed Johannes. Je moet opschieten, je moet naar school. Johannes rent de kamer uit. De vader kijkt naar de piano waar niemand achter zit. [ INT/SLAAPKAMER/DAG ] MUZIEK: Melancholieke pianomuziek ] Johannes legt de boterham op een tafeltje. Hij stopt het sleuteltje tussen de bladzijden van het boek Reis naar de maan. Hij pakt een zakmes en snijdt een stuk af van het dunne gordijnkoord bij het raam. Hij haalt het sleuteltje uit het boek bindt die aan het koord dat hij vastknoopt. Hij doet het koord om zijn nek. [ EXT/DUIN/DAG ] Johannes rent over het duin met zijn schooltas. Hij eet van zijn boterham. [ EXT/SCHOOLPLEIN/DAG ] Hij rent het verlaten schoolplein over en gaat de school binnen. Johannes gaat de klas binnen en gaat achterin zitten. De meester kijkt boos en praat tegen Johannes. Johannes loopt naar het schoolbord dat naast de meester hangt. Op het bord staan moeilijke sommen. De meester geeft Johannes een krijtje en wijst naar de sommen. Johannes schudt zijn hoofd en geeft het krijtje terug. De meester blijft boos kijken. Hij schrijft op het bord. Mijn onoplettendheid is groter dan de heerlijke zon die nu niet buiten voor mijn schijnt. En daarachter, 100 x. De leerlingen staan op en verlaten de klas. Ze kijken minachtend naar Johannes. [ JUMP CUT ] Johannes zit alleen in zijn bankje en schrijft de tekst van het bord over. De klas is verder helemaal leeg. Johannes ziet een muisje lopen over de vensterbank en stopt met schrijven. Het muisje zit op zit op zijn tafeltje. [ MUZIEK: De pianomuziek houdt abrupt op ] JOHANNES Ben je niet bang voor me? MUISJE Ik zou niet weten waarom. JOHANNES Kom je van Windekind? MUISJE Ik kom je vertellen dat je goed je mond moet houden. Je moet goed op tijd op school komen, aan langslapers en dromers zoals jij heeft niemand wat. En pas op voor mensen, die willen het liefst alles vangen en doodtrappen. Ik weet daar als muis alles van. JOHANNES Maar waarom kom je dan bij ze in de buurt? Waarom ga je niet de bossen in? MUISJE Ach, dat kunnen we niet meer. We zijn te veel gewend aan het stadsvoedsel en in het bos heb je weer uilen en sperwers. We zijn gelukkig nogal vlug en dood gaan we allemaal ... De meester komt er zo weer aan, dus onthoudt het goed, vertel de mensen niets, ook niet aan je vader! Het muisje springt op de vensterbank. JOHANNES (fluisterend) Ga nog niet weg! Vraag aan Windekind wat ik met mijn sleuteltje moet doen. Ik ben zo bang dat iemand het zal vinden. Waar kan ik het veilig verstoppen? MUISJE Onder de grond, altijd onder de grond. Zal ik het voor je bewaren? JOHANNES Nee, niet hier op school. Er klinken voetstappen op de gang. Begraaf het dan in de duinen. Ik zal aan mijn neef vragen of hij er op wil passen. Johannes knikt instemmend en het muisje trippelt weg. De deur van het klaslokaal gaat open en de meester komt binnen. Johannes schrijft weer driftig in zijn schriftje. [ INT/SLAAPKAMER/AVOND ] Johannnes zit bij het raam en kijkt naar buiten. De avond valt. JOHANNES Windekind, waar ben je? Kom me helpen? Ik heb je nodig. Windekind ... Er ruist een zachte vleugelslag en Windekind daalt neer op de vensterbank. JOHANNES Gelukkig, daar ben je. WINDEKIND Je gaat met me mee, we gaan je sleuteltje begraven. [ EXT/LUCHT/AVOND ] [ MUZIEK: Sprookjesachtig ] Windekind pakt Johannes bij zijn arm, wordt weer klein en samen vliegen ze laag over de vijver, de duinen door de avondlucht. JOHANNES O, wat is het heerlijk ... WINDEKIND Kijk, daar beneden loopt de meester van de krekelschool. De dikke meester springt door het duin. BOEM! [ MUZIEK STOPT ] Een dikke meikever vliegt tegen Johannes op. Met zijn drieeen blijven ze in de lucht stilhangen. MEIKEVER Kun je niet uitkijken. Altijd die elven die denken dat de hele lucht van hun is. Dat krijg je van nietsnutten die alleen maar voor hun plezier rondzwerven. Neem een voorbeeld aan mij. Ik doe altijd mijn plicht en zoek naar eten en eet zo hard als ik kan. JOHANNES O, neemt u mij niet kwa ... De meikever is al weer doorgevlogen. JOHANNES Wat een vette meikever! Waarom moet ie zoveel eten? WINDEKIND Veel eten doen alle meikevers, dat is hun natuur. Zal ik je het verhaal van de jonge meikever vertellen? JOHANNES Ja graag. Ze vliegen weer verder. [ MUZIEK ] [ DISSOLVE NAAR: ] [ EXT/GRASLAND/DAG ] De beelden van het verhaal van de meikever worden weergegeven in een eenvoudige, zwart-witte paper-animatie met silhouetten. WINDEKIND (off) Er was eens een mooie, jonge meikever. Na een jaar onder de grond te hebben gezeten, stak hij voor het eerst zijn kopje boven de grond. Maar hij wist niet wat hij moest doen. Hij kroop wat rond en gelukkig kwam hij al gauw een andere meikever tegen. Die was al een dag eerder uitgevlogen en was dus al heel oud. De jonge meikever vroeg, Dag meneer, mag ik vragen wat een meikever zoal doet, ik weet het niet. Zo, zo, sprak de oude meikever, Weet je dat niet? Ik snap het wel, want ooit ben ik ook zo geweest. Luister goed. De hoofdzaak van het leven van een meikever is ETEN, veel eten! Johannes lacht. Het is niet om te lachen. Het is een ernstige zaak. Maar goed. De oude meikever zei, Niet ver hier vandaan is een grote lindehaag en die is er voor ons neergezet om er zoveel mogelijk van te eten. Heel lekker. Maar wie heeft die lindehaag daar dan neergezet, vroeg de jonge kever. Wel, een groot wezen heeft dat gedaan, die heeft het beste met ons voor. Iedere morgen komt hij langs de haag en wie dan het meeste heeft gegeten neemt hij mee in zijn heerlijke huis. Er schijnt daar een prachtig ligt en alle meikevers zijn daar gelukkig met elkaar. Maar wie niet veel eet en de hele nacht blijft rondvliegen, die wordt door een vleermuis gevangen. Een vleermuis? Wie is dat, vroeg de jonge kever. Dat is een vreselijk monster met scherpe tanden die je achter je aankomt en je in een hap verslindt! Dus denk erom, hoe meer je eet, hoe eerder je in het huis met het heldere licht terechtkomt. [ TERUG: Naar Johannes en Windekind in de lucht ] WINDEKIND Weet je wat een roeping is Johannes? JOHANNES Nee ...? WINDEKIND Dat wist de jonge kever ook niet. Een paar uur later was hij naar de lindehaag gekropen. Hij voelde en moest naar boven, dat was zijn roeping dacht ie. TERUG: Naar verhaal meikever ] Hij stond op het topje van een grashalm en wat een uitzicht had hij hier. Maar hij wilde nog hoger. Dat was namelijk ook zijn roeping. Hij sloeg voor het eerst zijn vleugels uit en hoe-hoe, daar vloog hij vrij en vrolijk door de avondlucht. [ TERUG: Naar Johannes en Windekind in de lucht ] WINDEKIND Tot zover ... JOHANNES Maar hoe liep het af? WINDEKIND Het liep slecht af, dat vertel ik je een andere keer. Er vliegen twee vlinders naar ze toe. VLINDER 1 Waar vliegen jullie naar toe? WINDEKIND We zijn op weg naar de grote duinroos. VLINDER 2 Dan fladderen we met jullie mee. Ze vliegen naar beneden en komen bij de grote duinroos die een lief gezicht heeft. De vlinders kussen een paar bloemen. Er schiet een veldmuisje te voorschijn. VELDMUISJE Ik verwachtte jullie al. Ik zal een gangetje graven en het sleuteltje veilig verbergen. Johannes haalt de koord met het sleuteltje van zijn nek en geeft het aan het Windekind. Windekind richt zich tot de duinroos. WINDEKIND Zou u voor mijn vriend Johannes op dit kostbare sleuteltje willen passen? DUINROOS (vrouwenstem) Natuurlijk, ik zal het goed beschermen. Ik heb scherpe doornen. Het muisje is klaar met graven en Windkind geeft hem het sleuteltje. Het muisje gaat het gangetje weer in met het sleuteltje en komt snel weer terug. JOHANNES Bedankt allemaal en als ik het sleuteltje nodig heb, dan zal ik dat jullie gelijk weten. VELDMUIS Vertel maar tegen mijn neef, ik sta altijd voor jullie klaar. De twee vlinders vliegen weer de lucht in. WINDEKIND Kom Johannes, je gaat weer naar huis, want anders wordt je vader weer boos en ongerust. Windekind en Johannes vliegen als silhouetten door de lucht. het getik van een klok is te horen. JOHANNES Maar ik wil niet naar huis! WINDEKIND Je moet echt naar huis. JOHANNES Maar wanneer zie ik je dan weer? WINDEKIND Je moet geduld hebben en het zal even duren voordat we elkaar weer zien. Geluid van de klok: Tik tak, tik tak ... [ MUZIEK] [ INT/SLAAPKAMER/DAG ] Johannes schrikt wakker en komt overeind in zijn bed. Hij voelt om zijn nek en het koord met het sleuteltje is weg. Johannes lacht. [ INT/WOONKAMER/DAG. Johannes staat in de kamer en voor hem staat een man met een jas aan en hoed op. Naast hem staat een dokertskoffer. De dokter kijkt in Johannes zijn mond. Luistert met een stethoscoop op zijn rug. Hij geeft Johannes een aai over zijn hoofd. De dokter en de vader van Johannes staan bij de keukendeur. Ze praatten, de dokter glimlacht en geeft de vader een hand. [ INT/SLAAPKAMER/DAG ] Johannes zit met zijn kleren aan achter zijn bureautje. Daarop liggen schriftjes met sommen. Hij pakt een grote schelp en houdt hem aan zijn oor. [ INT/SCHOOLLOKAAL/DAG ] De kinderen staan in een lange rij voor de klas en de leerlingen geven om de beurt een hand aan de meester. Johannes staat achteraan met de schelp in zijn hand. Op het schoolbord staat groot geschreven. ZOMERVAKANTIE. Johannes geeft als laatste de meester een hand. De meester glimlacht en geeft Johannes een schouderklopje. [ INT/DUINEN/DAG ] Johannes loopt over het duin. Johannes zit op de roeiboot die nu in de tuin ligt. Presto is bij hem. Johannes ziet op de boot een lieveheersbeestje en praat tegen het beestje. Johannes en Anna slepen een grote staande klok door het luik de zolder op. Johannes en zijn vader zitten in de woonkamer, het is avond. De vader leest voor uit Reis naar de maan. Johannes kijkt afwezig. Hij ziet een muisje langs de plint trippelen. Johannes staat op. Johannes zit aan zijn bureautje en kijkt door een microscoop. Beelden van de krioelende amoebes. Johannes en Anna zitten in de keuken en halen de kronen van aarbeien af. Anna praat tegen Johannes. Aan de muur van de keuken hangt een kleine kalender. Er staan 30 juni op. Het blaadje valt naar benenden en nog een en nog een. Het is nu 19 juli. De muziek houdt op. [ INT/ZOLDER/AVOND ] Op de zolder staan de klok en de kachel naast elkaar. Ze hebben een gezicht. KACHEL Tjonge jonge, wat duurt zo'n zomer toch lang. Ik zit vol spinnenwebben. En ik heb in geen weken Johannes gezien. KLOK Ik heb nu alle tijd sinds mijn klepel het heeft begeven. Johannes zou willen dat de tijd voorbij vliegt. KACHEL Ja, hij is zo alleen. Hij zal wel weer naar school willen. Wij hebben elkaar nog. KLOK Johannes graag naar school? Welnee, hij wacht al de hele tijd op zijn elvenvriend. Ik hoop dat hij de hoop nog niet heeft opgegeven. KACHEL Er is altijd hoop, ook op koudere tijden. Het duurt nog even en dan kan ik straks weer in de kamer gloeien en loeien. KLOK Ik ben bang dat mijn tijd er voor altijd op zit. Mijn laatste uur heeft geslagen. KACHEL Je weet het niet, er is altijd hoop op betere tijden. KLOK Als je ouder wordt dan heb je niet veel meer hoop, je hebt alleen nog maar een beetje tijd. Was ik nog maar zo jong als jij en Johannes, dan had ik nog alle tijd ... Het luik van de zolder gaat open. Johannes loopt over de zolder. De kachel en de klok zijn weer gewone voorwerpen. Johannes gaat bij het raam zitten. Er vliegen duiven over het huis. En nog een keer. Een duif daalt naar het raam van Johannes en zit op de rand. In zijn vleugel heeft hij een rood veertje. Met zijn snavel pikt hij het veertje uit zijn vleugel en legt het voor Johannes neer. Johannes pakt het op en hij wordt weer klein en opgetild in de lucht. Hij vliegt met de duiven de duinen over. [...]__
DirkJan Vos: d.vos35@chello.nl 1996 - 2015
![]()
( klik op logo voor HOMEPAGE )