V A L E N T I N E



------------------------------------------------------------------
Newsgroups: nl.eeuwig.september
Date: Sun, 20 Sep 1998 21:33:42 
From: DirkJan Vos (diedjee@dds.nl)
Subject: Val 3
------------------------------------------------------------------


Voor alle Virtuele Valentine's en Valentino's

{ 1. Tegen de evolutie der dingen ingaan, is ingaan tegen jezelf. }

> -----------------------------------------
> DirkJan Vos (diedjee@dds.nl)
> Nieuwsgroepen: nl.eeuwig.september
> -----------------------------------------

Amsterdam, zondagmiddag 20 september 1998

Een zonnige namiddag op het einde van de zomer...


> M Y  F U N N Y  V A L E N T I N E

> Amsterdam, De Waag: 25 september [22.30:00 uur]

{ 2. Als het je niet uitmaakt of het dag of nacht, zomer of winter is,
     heb je de tegenstrijdigheden overwonnen. }

Geschreven in De Waag, online. In een uur. 
Het idee had ik natuurlijk al, en dan is het alleen een kwestie van
opschrijven en laatste ingevingen erin verwerken. En schrijven met een
beetje tempo erin. In dit stuk verwijs ik er ook nog naar, wanneer ik
naar het einde toe vertel dat ik letterlijk nog de laatste trein moest
halen. Zo probeer(de) ik het ook te schrijven, alsof ik nog de laatste
trein moet halen. En toen ik in De Waag zat moest ik ook nog met de
laatste trein naar Den Haag, naar huis. Nu had ik het stuk ook kunnen
schrijven wanneer ik thuis was gekomen, maar het on-line tiepelen komt
bij mij toch het best tot z'n recht wanneer ik dat buiten mijn
huisomgeving doe. Ik bedoel, ik heb de meeste stukken altijd in een
andere, zeg werk-omgeving geschreven, en zelden thuis. Het aanbrengen
van die scheiding had een groot aantal voordelen, waaronder dat ik me
dan gemakkelijker in de rol van FoXoF kon verplaatsen en bovenal er me
er daarna ook weer gemakkelijker van los kon maken. 

Mijn favoriete werkplek was de TelnetRoom van de UVA, 
in de Roeterstraat. Ik heb daar heel wat uurtjes doorgebracht. 
En het was er altijd zeer rustig om geconcentreerd te werken. 
Nou ja, rustig. 
In, en buiten, de TelnetRoom gebeurde ook weer van alles, 
kwa psychologieloletta's bijvoorbeeld, maar dat zijn weer hele 
andere verhalen. :-)

Maar toch even aardig om dat zo te situeren. 

De Waag was een aardige, andere postplek om met een beetje
andersoortige adrenaline te posten. 
En zo stil en rustig als het in de TelnetRoom was, 
zo onrustig en druk was het natuurlijk in De Waag. 
Maar juist die omstandigheden hebben dan ook weer hun invloed 
op een bepaald stuk. 
In dit geval kan een horeca omgeving juist weer inspirerend zijn 
voor een stuk dat ook over alcohol gaat...

> Laat ik haar Valentine noemen. Begin juli had ik met haar
> afgesproken in de Domstad en ik ging er met de trein naar toe.
> Ergens in het rustige deel van het centrum hadden we afgesproken op
> een rustig terras van een Grand-Cafe. Het was zeven uur 's avonds,
> en het was warm, erg warm die dag en avond.

{ 3. Het maakt niet uit in welk kamp de gebeurtenissen je geplaatst
     hebben. Wat van belang is, is dat je begrijpt dat jij geen enkel
     kamp hebt gekozen. } 

Let op! Er staat dus Domstad en niet Utrecht. Dit was natuurlijk de
eerste kloe dat het allemaal over nes zou gaan en niet over iemand
in het bijzonder. De domstad... Kinderachtig detail, maar zo bouw
je met plezier een stukje op.

Enfin.

Ik kan het me nog goed herinneren. Ik vertrok met de trein, na
m'n werk, rond een uur of half zes, uit Den Haag en het was toen 
een erg warme namiddag. Tijdens de reis heb ik in het achterste
gedeelte bij een open raam gestaan. En met een koud stationsbiertje
overdacht ik hoe de ontmoeting zou uitpakken. Ik prentte me vooral in
om het niet te veel over mijzelf te hebben, maar om juist Val aan het
woord te laten. Niet zozeer uit nieuwsgierigheid, maar juist als
intermenselijke geste. Ik bedoel, FoXoF was een ultra egocentrisch
wezen die maar bitter weinig interesse toonde voor anderen. 
Maar ik was van Val gaan houden. 
Virtueel gesproken dan. 
FoXoF was voor haar gevallen. 
Niet ik. 

Tenzij natuurlijk.

Nee, geen tenzij.

> Ik was precies op tijd, maar Valentine was er nog niet. Gelukkig,
> want dan kon ik me een en ander nog eens goed voor de geest halen
> hoe wij elkaar via het net hadden leren kennen. En dat was toch
> allemaal wel wonderlijk. En ik was zo nieuwsgierig en opgewonden om
> haar te ontmoeten: eindelijk. 
> En had ik eigenlijk niet iets voor haar mee moeten nemen, een
> bloemetjes ofzo, of een doosje bon-bons? Nee, niet overdrijven, 
> maar de ontmoeting prikkelde wel van binnen en van buiten.

{ 4. Wanneer je iets naar een eind forceert, bewerkstellig je het
     tegenovergestelde. }

Dit stuk beschrijft eigenlijk het einde van mijn verstandhouding met
Val, en wat er allemaal aan vooraf ging, laat ik nu buiten
beschouwing. 
Want het ging me om geheel iets anders. 

Maar de eerste paar alinea's refereerden nog wel aan de werkelijke
ontmoeting met Valentine. 
Straks niet meer, en dan transformeert Valentine naar een andere, 
meer allegorische figuur, figurin, figurinnen, figurinnetjes...

Had ik iets mee moeten nemen voor haar? Ik heb daar wel aan gedacht, 
maar ik wist niet wat, en misschien was het inderdaad wat te
overdreven. Maar de eerlijkheid gebiedt mij om te zeggen dat ik haar,
achteraf gezien, toch iets van een klein aandenken had willen geven.
Daarnaast slaat deze opmerking natuurlijk op de flessen sjokolademelk,
aan het presentje dat ik in het verhaal wel aan Val heb gegeven. 
In fictie kan alles. 

En de IRL-ontmoeting prikkelde inderdaad. 
Behoorlijk zelfs. 

Ik vond het akelig thrilling dat zodadelijk *het* moment zou komen 
dat mijn virtuele paradigma enerzijds 
zou instorten en anderzijds daarvoor een reeele 
beeldvorming voor in de plaats zou komen. 

Dat moment, dat breekpunt vind ik altijd fantastisch. 
Bedwelmend zelfs.

Maar ja, daarna volgt altijd weer, kan kort kan lang duren, 
daarna doemt altijd weer de 
onmetelijke leegte op...

> Valentine kwam maar niet opdagen en ik begon me ongerust te maken.
> Ik stond van m'n tafeltje op en drentelde over het aangrenzende 
> plein waar, hoog zomer, in het midden een permanent poffertjeskraam
> lauwtjes floreerde. In m'n linkerooghoek zag ik een vlag van Albert
> Hein uithangen.

{ 5. Verzet je niet tegen een grote kracht. Trek je terug totdat deze 
     zich verzwakt; en ga dan vastberaden voort. }

Ik was om zeven uur op de afgesproken plek, midden in het centrum, 
vlakbij het Hoogt. Het Grand Cafe bestond uit een groot buitenterras
met een stuk of twintig tafeltjes. Er was nog een tafeltje vrij, en
daar ging ik snel zitten. Mijn hartslag ging omhoog, want wellicht zat
Val al ergens aan een tafeltje. 
Ik keek rustig rond en ik zie haar niet, denk ik. 

Ergens verderop zit een vrouw, alleen aan een tafeltje. 
Is zij Val? 
Ik kijk nog eens goed. 
Het zou kunnen. 

Ineens denk ik niet meer te weten 
hoe Val eruit ziet. Misschien ziet 
ze er wel helemaal niet zo uit zoals 
ik haar van een wat wazige webfoto ken? 
Misschien ben ik wel verschrikkelijk 
in de maling genomen. 
Nee. 
Ik weet dat de foto echt is. 
Iemand heeft me Val weleens beschreven 
en dat kwam goed overeen met wat ik op 
de foto had gezien. 
Maar zou ik haar van de foto herkennen? 

Nou ja, het is pas net zeven uur, en 
bovendien heeft Val door de telefoon gezegd 
dat ze misschien een kwartiertje later zou komen...

Angst, twijfel en opwinding. 
Dit is zo'n avond waar ik het allemaal voor gedaan heb. 
Ik geniet van alle details die ik absorbeer als een droge spons.

Dat doet me denken aan de bar. 

Ik leg mijn tas op het tafeltje en ga de zaak 
even binnen. Misschien zit ze daar en ik heb 
sowieso wat te drinken nodig. 

Wat een spanning en wat was het warm. 
Ze is niet binnen.

> Ik kijk op de klok en binnen een kwartier zit ik, na gedane zaken,
> weer -maar nu aan een ander tafeltje- op mijn rendez-vous-plek; het
> Parool ligt open en bloot opengeslagen op de pagina met Heinz. Ik
> weet wel hoe Valentine eruit ziet, maar mij kan ze eenvoudigweg niet
> herkennen.
> Oke, ik ben de enige eenzame, kalende, achterin de dertig-zijnde 
> nerveuze man aan een tafeltje. Dus je zou ook zeggen dat dat genoeg
> is, kwa kloe: en het was ook genoeg. We vonden elkaar rond de klok
> van 8.

{ 6. Wanneer je een einddoel nastreeft, leg je jezelf aan banden. 
     Als je alles wat je doet, uitvoert alsof het een doel op zich is,

     bevrijd je je. }

Na een half uur is ze er nog niet. 
Ik hou alle kanten van het plein in de gaten, zodat ik haar aan zou
zien komen. 
Maar ik blijf ook steeds naar die vrouw aan dat tafeltje kijken.
Straks is zij het. 
Twijfel slaat aan alle kanten toe, en af en toe zie ik iemand in de
verte lopen en denk ik, 'dat is ze!', terwijl dat Val helemaal niet
is. 

Shit. 

Ik word onrustig en sta van mijn tafeltje op. 

Ik loop weer naar binnen en ik kan de vrouw aan het tafeltje nu wat 
nauwkeuriger bekijken. Shit, het is haar gewoon. 

Ik ga naar binnen en bestel nog maar is wat. En wat als ze helemaal
niet komt? Ik heb geen nummer van d'r bij me, en m'n meel heb ik voor
het laatst aan het begin van de middag gelezen. Misschien heeft ze wel
afgezegd.

Haar nummer staat in m'n electronisch brievenbusje, maar ik heb nix te
internetten bij me. Maar als ze er om 8 uur nog niet is, dan ga ik
gewoon even naar 't Hoogt en vraag ik aan Kees Kampeer of ik even in
m'n brievenbusje mag kijken. Dat is een goed idee. Maar die vrouw dan
aan dat tafeltje. Als ik nou maar haar stem even zou kunnen horen. 
Dan weet ik genoeg. Maar ze is alleen en ze praat niet tegen haar nog 
volle glas. 

Ik sta in de deuropening van het Cafe en zie dat mijn tafeltje nu
bezet is. 
En er is nergens meer een plek vrij. Ik blijf bij de deur rondhangen
en manoevreer mij subtiel naar de vrouw aan het tafeltje. 
Nou ja, ik ben voor weinig bang, dus wat kan mij het schelen.

Goedenavond, mag ik u even wat vragen... Ik heb hier afgesproken met
ene... 
eh...

Ik blijf in de zin hangen.
De vrouw kijkt mij verstoord aan.

Ja...? Zegt ze. 

En ik weet genoeg. 

Het is Val niet. Natuurlijk niet, 
hoe kan ik zo stom zijn...

Eh... Ik bedoel, weet u hoe laat het nu precies is?

Dat wist ze precies, en ik toen ook.

Dank u wel, neemt u me niet kwalijk. Ik heb namelijk pleinvrees...

Ik vlucht snel het terras af en loop over het plein. Wat een afgang.
Die zal ook wel denken. Maar ja. 
Het Echte Leven gaat gewoon verder. 

Er is geen plaats meer op het terras. 
Ik loop over het plein en hou alle in- en uitgangen in de gaten. 
Ik krijg het gevoel alsof ik alleen maar Valentine's voorbij zie
komen.  Niet aanstellen, straks als ze komt, dan herken ik haar
precies. 

Iezie, cool controllee.

Er is weer een tafeltje vrij op het terras. Vlak naast die vrouw. 
Daar ga ik mooi niet zitten. Het loopt tegen achten en ik begin 
serieus te overwegen om maar naar Het Hoogt te gaan. Nee, aan de rant 
van het terras komt weer een tafeltje vrij en ik ga daar zitten. 
Ik ben weer tot rust gekomen en ik heb besloten om eventuele volgende 
gebeurtenissen nu verder kalmpjes, passief, af te wachten. 
Ik bestel nog wat en ga een beetje opzichtig het Parool lezen. 
Want, overigens, Val kan mij niet herkennen. We hebben 't er niet over
gehad hoe wel elkaar zouden herkennen. Ik bedoel, ik weet en Val wist,
dat ik haar zou herkennen. Nou ja, dan maar een Parool voor het geval 
ze naar mij op zoek gaat. Ik heb het Parool weleens in een ander
verhaal gebruikt als herkenningsteken.

Ik was kwazie relekst, weet je wel. Maar ik kon geen letter tot me
nemen. En in het echt was ik toen verliefd op Manoek.

Ook dat nog erbij...

> Valentine kwam, ik zag, maar zij overwon. Ik was geraakt en
> aangeraakt door onze almaar uitgestelde ontmoeting: 
> een samenscholing voor 2, een foux-a-deux tussen FoXoF en Val: 
> Val voor intimi, maar Valentine voor haar vrienden en vriendinnen.
> Maar ik viel niet op haar en ik viel niet voor haar, maar toch hou
> ik van Val. Die Val, tuurlijk hou ik van Val,
> altijd.

Dit moet allemaal voor zichzelf spreken. Zie d'r maar in wat je er in
wilt zien. Ik vind alles best.

{ 7. Het is goed wanneer de dingen samengaan, niet los van elkaar. }

Het was even na achten en toen zag ik duidelijk Valentine op een 
halelujahfiets het plein opdraaien. Alle zenuwen verdwenen. 
Hoe kon ik me al die rare voorstellingen in m'n hoofd hebben gehaald. 
Daar kwam Val aan. 
Ze zette haar fiets neer en liep naar het terras toe. 
Als dat Val niet was, ze leek absoluut niet op de vrouw aan het
tafeltje. Ik was alles vergeten en stak zwaaiend mijn hand omhoog. 
Val zag mij direct en liep op me af. 

En zo ontmoette ik Val. 
Alsof ik haar al jaren kende. 

Ik ga daar nu verder nix over schrijven, over wat er toen allemaal
door me heen ging...

Ik kende Val toen overigens ruim anderhalf jaar, van usenet en van
i-meel. En een keer ben ik gehaast naar een bijeenkomst in de Balie
gegaan, enkel en alleen omdat ik dacht dat Valentine daar zou zijn. 
Ik kon maar een kwartier blijven, maar ik had er alles aan gedaan, om,
al was het maar even, Valentine te ontmoeten. 
Ik was er met Keesje in de wandelwagen, maar Val was niet gekomen.

.


En hier eindigen ook een beetje de referenties aan Val, aan mijn
Valentine en gaat het verhaal verder over in een metafoortje op nes en
doemen een paar andere gezichten, gemorft en gemixt op...

> Val is gewoon... Ja, Val is gewoon Val.

{ 8. Wanneer je het plezier najaagt, dan kluister je je aan het
     lijden. Maar zolang je je gezondheid niet op het spel zet, geniet
     dan zonder je geremd te voelen wanneer de gelegenheid zich
     voordoet. }

Terzijde: Vorige week heb ik met Keesje 
(hij is vier en een half) z'n eerste goocheltrucje 
in elkaar geknutseld. In de knutselbak zaten nog 
twee lege, ronde doosjes waar kaasjes van 
La Vache Qui Rit in hadden gezeten (Yakk!). 
Het ene doosje werd het verdwijndoosje en de andere 
werd gebruikt om het verdwijndoosje te maken. 
Het verdwijndoosje kreeg aan de onderkant hetzelfde 
plaatje van de lachende koe, zodat de onder- en 
bovenkant identiek waren. Uit de bodem van het ene 
doosje knipte ik een rond feekbodempje die een beetje 
losjes op de bodem van het verdwijndoos werd geplaatst. 
En toen was het goocheldoosje al klaar. 
Ik pakte m'n randommuntstuk van tien Zweedse kronen. 

Let op Keesje, zei ik.
Ik heb hier een gewoon doosje. Zie je wel?
Nix bijzonders mee. Het doosje is leeg.
Kijk maar.
En hier heb ik een muntje. Nix bijzonders mee.
En nu stop ik het muntje in het doosje.
Deksel derop. En dan nu de toverspreuk.

Abacadabra...
Hotsie Knotsie...
Simsala bim bom bas...
Ik wou dat het muntje weg was...

Ik opende het doosje weer en het muntje was weg...

Einde terzijde...

> Val is gewoon... Ja, Val is gewoon Val.

{ 9. Je zult je conflicten doen verdwijnen, wanneer je ze begrijpt in 
     hun diepste wortel, niet wanneer je ze wilt oplossen. }

En toen begon mijn goochelverhaaltje. Val werd weer een onherkenbaar 
gezicht. Het nummer, in de uitvoering van Chet Baker natuurlijk, zette
in en ik kon weer beginnen aan mijn rol. Een verhaal over
deconstructie, die ik nu op zijn beurt weer deconstrueer. Dat was ook
de bedoeling. 
Een kwestie van een jaartje geduld hebben. 

Nou ja, helemaal onherkenbaar was Valentine niet. 

Laat ik eerlijk zijn, en ik zou eerlijk zijn. Het gezicht van
Valentine morfte ik naar... 

bedremmeld... (alles wat ik hiervoor schreef was een leugen!)

Het hele verhaal ging over ace! 

Toch wel verrassend hopelijk. Nou ja, ineens weer een ander
perspectief om verder te lezen. Ik ben ook altijd erg op ace gesteld
geweest, weet je, en ik ben dat nog steeds. En soms vond ik dat ik
haar weleens tekort deed ten op zichte van mijn echte Valentine, en
daarom schreef ik dit verhaal. Voor ace, en dat ze het vooral niet zou
zien. Ja nu. Eens zou ik het toch verklappen. Zal ze nu een beetje
gaan blozen als ze dit allemaal leest? Of zal ze me niet willen
geloven? Zoals altijd, vroeger, lang geleden, maar ook nu nog. Eeuwige
ace, eeuwige strijd, eeuwig ongeloof, eeuwig entertainment. Want dat
was en is het.

Showtime. Morgenmiddag Clinton, vanavond My Funny Valentine.

Mijn lieve acebiggetje...

Nog een ontboezeminkje...

Echt waar, en sorry Val... Maar misschien lucht het ook wel op.

Want er is toch nog iets treurigs, wat ik alvast nu maar vertel. 
Nadat ik die avond Val had ontmoet en wij op vriendelijke en innige 
wijze afscheid hadden genomen, sinds dat moment heb ik nooit meer iets
van haar vernomen. Ik begreep daar toen en ook nu nix van. En ze zei
nog, 'dit moeten we nog een keer doen. De tijd was zo kort.' Maar er
kwam nix meer. 

Helemaal nix.

Maar ja, wat gebeurt gebeurt. 

Zucht. 

Ik neem maar snel wat te drinken, 
om m'n verdriet te vergeten. 
Zelfs nu een jaar later...

> - Wat wil je drinken?
> - Ik drink vanavond Wodka-jus. En jij?
> - Ik hou 't vanavond op Jus-wodka, als je 't niet erg vindt.
> - Ober!
> - Ja mevrouw?
> - Graag een Jus-wodka voor meneer en een Wodka-jus voor deze
> - mevrouw.
> - Natuurlijk mevrouw.

De drank. Natuurlijk drank. Wodka, jus do range en sjokolademelk. 
Maar het drankgelag sloeg niet op een of ander drankgedrag van Val, 
of ace dus, maar was enkel functioneel bedoeld. Ik had al eerder 
geschreven dat de mop van de tovenaar en de alco, de bron was voor de
plot. 
In de grap is sprake van een dronken alco om aannemelijk te maken dat
ie in een tovenaar zou kunnen geloven. Hij is toch bezopen. En ook
voor het vervolg van mijn manipulaties was het op een of andere manier
noodzakelijk om Val in mijn handelingen te laten geloven. Nou, en toen
liet ik haar eerst een beetje met drank volgieten, zodat ze in mijn
tovenaarskrachten zou geloven. Als ik Val nuchter had gepresenteerd,
dan had ze me uitgelachen en was misschien weggegaan. De wodka
vernauwde haar bewustzijn en verbreedde haar inlevingsvermogen.

> De drank arriveerde en wij praatten honderduit en ik raakte ook
> maar niet uitgekeken op mijn eigen versteldheid na zoveel gedeelde
> belevenesverstandhoudingen... Valentine nam een slok en trok een
> verbaasd, zelfs ietwat zuur gezicht. Ik zoog zachtjes aan m'n
> rietje: Was lekker die Jus-wodka.

De eerste regel refereert nog een beetje aan de werkelijke ontmoeting.

Het was een vreemde avond en ontmoeting. En het duurde kort. 

> - Dit is geen Wodka-jus...
> - Hoezo, geen Wodka-jus?
> - Dit is een Jus-Wodka! Fox, laat is jouw glas proeven. 
> - Geef dat glas is hier.

Dat was een last minute grap, dat van die Wodka-jus en Jus-Wodka. Wel
leuk. Let ook op de kapitaalwisseling. En over grappen gesproken.

Laatst plaatste ik toch mijn grap over Karma en een Goede Fee die haar
bezoekt bij de kooi van de tijgers in Artis. Die grap bedoel ik. 
En toen liet ik Karma iets volledigs fouts kiezen en greep ik in om
Karma van haar, mijn verzonnen, domme wens te weerhouden. 

Die moralistische, doch ook troostvolle, grap was ook voor ace
bedoeld.

Ik bedoelde toen aan te geven dat wanneer je hier op usenet een
fictieve, openlijk gefantaseerde situatie beschrijft, iedereen wil
aannemen dat je dus een grapje maakt. Maar wanneer je vervolgens
vanuit de fictie een verwijzing naar de werkelijkheid maakt, de
meesten ineens weer beginnen te sputteren omdat je zogenaamd de
waarheid spreekt. Ik bedoel je begint met een tovenaar en eindigt met
de zelfmoord van Ulrike Meinhof. Dat van die Ulrike Meinhof is waar,
dus die verzinsels zal die ook wel zo bedoelen. Terwijl mijn werk er
dus juist op gericht was door aan te geven: 
als dat verhaal van die tovenaar al niet echt is, waarom zou je dan 
geloven dat de rest wel echt en serieus bedoelt is?

Snap je ace, weet je nog...

Want jij lieve ace, jij was mijn Funny Valentine. Niet Val of Karma.

Nou ja, die ook een beetje. Mag je d'r best bijdenken.

> Val neemt een slok.

Let op de tegenwoordige tijd. Ik neig er altijd naar om delen van een 
verhaaltje in verschillende tijden te schrijven. Veelal maak ik
gebruik van de discriptieve tegenwoordige tijd, dat geeft dynamiek en
het gevoel alsof je erbij bent, en soms in de verleden tijd, dat meer
beschouwend en achteraf geschreven is. Let ook op de
dialoog-streepjes. 
Ik heb op de meest uiteenlopende manieren geexperimenteerd om in
cyberspace, op usenet, dialoogjes weer te geven, te representeren, te
visualiseren.

> - Ja, kijk. Ik bestel een Jus-wodka en een Wodka-jus, en ik zeg 
> - er nog bij: de Jus-Wodka voor Fox en de Wodka-jus voor Valentine.
> - Ja of nee  dan...
> - Dus ik heb jouw Wodka-jus gekregen, bedoel je.
> - Ja, dat bedoel ik. Horeca anno 1997.

Dat van die Horeca sloeg op de abominabele bediening van De Waag. 
De Waag is echt een ongelooflijk horkerig winkeltje... 

Dit verhaal is overigens slecht te verfilmen. Maar het zou kunnen. 
Met Cyrus Frish als regisseur misschien...

> We praatten lustig verder en opeens zag ik achter haar ogen een idee
> oplichten; 't twinkelde even ergens precies tussen haar ogen,
> precies daar, maar dan iets daar boven. Precies daar ja.

Tja, noem 't het derde oog, het toevallige, het beschouwende, 
het observerende terwijl je ergens betrokken bij bent. 
Die tegenstelling dus. En daarom ook dat ik zelf vind dat FoXoF toch
ook wel troostend was...

> - Val. Val, luister je?
> - Ik zeg net tegen die mensen aan dat tafeltje naast ons dat we 
> - dus nu al  3, nee laat ik eerlijk zijn, 4 Wodka-jus hebben 
> - besteld, en waarvan er minstens 1 een Jus-wodka was. 
> - Laten we 't daar op houden, en ober!: Ober
>   doet u nog een rondje van het zelfde...

> - Luister Val. Ik zal je wat vertellen, maar zeg 't nooit hardop: >
> - Beloof je me dat!: Ik ben een tovenaar! Ja echt, een echte heuse >
> - tovenaar die kan toveren.
> - Pff...Duh..Bw.hik.hh.
> - Beloof me 1 ding: Je moet niet gaan lachen, maar ik zal je laten
>   zien, ik zal bewijzen dat ik een tovenaar ben. Luister goed Val:
>   Je mag 2 wensen doen. Ech! Twee droomwensen die alleen een
>   tovenaar kan vervullen.

Ik leg gelijk de kaarten op tafel. Het komt een beetje uit de lucht
vallen, maar ik had toen nog veel te schrijven. Dat is wel handig van
on line tiepelen. Dat je soms wat sneller to the point probeert te
komen. 
Niet lachen! En ik vond de mopplot dus niet echt leuk, maar het ging 
allemaal om de deconstructie die nog zou volgen... Soms moet je je
door een zure rijstebrijberg heeneten, om aan de andere kant van de
berg te eten wat je wil en waar de gebraden haantjes door de lucht
vliegen... 

Droomwensen. 

Wat zijn mijn droomwensen nu, en wat waren ze toen, of nog veel langer

geleden?

>  De ober serveerde de 6e en niet 4e Wodka-jus, Jus-Wodka toen Val
>  haar ogen even toekneep, haar haar achter in haar nek gooide,
>  nadacht en in een roes van aanelkaargesproken woorden weer voorover
>  veerde:

> - Als jij een tovenaar bent FoX, dan wens ik mij nu een grote
> - literfles met sjokolademel. Zo'n grote fles , maar dan wel een 
> - die als ie leeg is snap je?- gewoon weer vanzelf volloopt, 
> - altijd en overal. Zo'n fles zou ik willen hebben. Nu.

De sjokomel was een idee van Val en daarom zit ie d'r in, maar de
gehele  drive slaat niet op haar. Het was slechts een aangevertje, een
voor de  hand liggend invullertje. En het slaat op nes... En ook op
mijn rol en over mijn wensen en verlangens met betrekking tot FoXoF. 

Voordat ik aan FoXoF begon stond ergens onderaan het scenario een 
opmerking over goochelaars. Dat ik me verplicht stelde om minstens 1 
analoog goochelaar usenet verhaal te schrijven. En dat heb ik gedaan. 
Het heette J en J. In dat verhaal bewoog ik me interactief in een 
goochelaarstruc en waarmee ik impliciet de truc uitlegde van de 
goochelaar (van circus PietePaf). En in My Funny Valentine herhaal nog
een keer hetzelfde, op een iets andere manier. Hier presenteer ik me
als tovenaar en pas aan het eind blijkt dat het om een goedkope
goochelaar (a cheap cheat wizard) gaat. Een goochelaar omdat er geen
enkele magie bij te pas komt, en goedkoop omdat ik uitleg hoe de truc
in zijn werk gaat. Zoiets is dodelijk voor een goochelaar.

Maar ik ben gelukkig geen echte goochelaar, dus ik doe precies wat ik
doe. Maar ergens stond het dus in contrast met het continu volhouden
van mijn rol.
Maar uiteindelijk wist ik dat ik ook dit verhaal zou deconstrueren.

Daarom heb ik het geschreven. Daarom schrijf ik dit nu.
Maar ik laat niet alles zien.

> Val nam een slok van haar glas en zeeg -met gesloten ogen- 
> eventjes weg in een diepe stilte.

> - Val. Wakker worden!

> - O-mie-God! Wat is dat?
> - Wat denk je.
> - Dat kan niet Fox, dat is onmogelijk. Waar komt die fles vandaan?
> - Ik zei toch dat ik kon toveren.
> - Djiezuskraaist! SJOKOlademel! Een liter!

>  Val opende de fles met haar tanden en ze dronk de fles in 1 teug
>  leeg. Euforisch geworden door de mel(k) zette ze de fles pas weer
>  neer toen ie ad-fundum was; een lichtbruine snor achterlatend op
>  haar funny snoetje.
>  Alle mensen op wel 6, 7 tafeltjes hadden ademloos toegekeken.

Hier zit een kloetje in van de blooper. Wel mooi ook die bruine snor
met een funny snoetje. In mijn gedachten was het niet Val, maar ace
ten voeten uit. Toch wel lief geschreven. En let nu ook op hoe ik het
publiek introduceer. Ik zit in de hoofdrol, het (lurk)publiek ziet
alles, en Val in de tweede rol heeft nix door. Ja wat wil je als je
zoveel Wodka drinkt. 
Ik goot overigens mijn glaasjes Wodka steeds in een palmpot leeg... 

En het publiek dus nu in de rol van een rol. Ze werden acteurs en
actrices van mijn verzonnen werkelijkheid.

Want ik trek aan de touwtjes.

Je had Pinochio
Z'n vader Gepetto
En natuurlijk de schrijver

> - Hij is leeg, en dus nu loopt ie zo vanzelf weer vol.

Analogie met nes...

> Ik knikte. Val begon hard te lachen en draaide haar triomfantelijke
> blik -met begeleidende stemverheffing- als een vuurtorenlicht rond
> over het hele terras:

Leuk en plastisch gevonden. In cyberspace kan je ook letterlijk je
hoofd laten ronddraaien als een vuurtoren. 

Ontvangen en uitzenden. 
Knipperen en seinen. 
Baken in een zee van woelige postings.

> - Hij zegt dus dat ie een tovenaar is. Nou ja, ik zeg geen nee en 
> - ik zeg geen ja, want er staat dus nu wel een lege fles 
> -sjokolademel hier op dit tafeltje en...

>                                 -WHAM!-

Wake me up before You Go Go...

>  Val ging onderuit en viel van haar stoel af, die op miraculeuze
>  wijze bleef staan; en ze viel pardoes pontificaal op haar gat. 
>  Niemand durfde te lachen. Val kroop snel weer overeind, en al
>  mompelend en vloekend zag ze tot haar stomme verbazing weer een
>  volle, geopende fles sjokomel voor haar neus op tafel staan.

Nes it is again. Iemand valt op z'n gat en de stoel, nes, blijft
staan.  Een variant op 'de honden blaffen, maar de karavaan trekt
verder'. En dan vloeken, overeind krabbelen en daarna weer vol
verbaasde goede moed weer verder gaan, op de stoel gaan zitten. Denk
hierbij ook aan de afgang en terugkeer van El Plotto...

> - Het is een tovenaar. Mensen het is een tovenaar!
> - Niet zo hard Val. Ik zei toch dat je het niet verder mag
> - vertellen. Mensen, 't is echt ongelofelijk. En het is Fox, deze
> - man ken ik! Ga nou rustig zitten Val, ik moet weg, ik moet de
> - laatste trein halen.

Ik wil er tussenuit knijpen. Toch een soort van ethische twijfel. 
Mag je zoiets wel doen? Nou ja, iedereen kan toch zien wat er gebeurt?

Alleen Val niet. Daar kan ik toch nix aan doen. En ik heb haast. 
Al was het alleen maar omdat ik toen nog de hele situatie uit de
doeken moest doen. 

Een tovenaar doet dingen die echt niet kunnen en goochelaars doen
dingen die schijnbaar niet kunnen. 

> Ik gaf Val alvast een handkus, maar ik wachtte nog even met afscheid
> nemen: Val mocht immers nog een 2e wens in vervulling laten gaan.
> Val bestelde nog snel een laatste ronde van 2 dubbele 
> Wodka-zonder-jus en fluisterde toen zachtjes haar 2e wens in m'n
> oor.: - Fox, ik wil nog zo'n fles.

Die handkus is ook wel leuk. Terwijl ik Val gewoon op haar wang heb 
gekust hoor.

> - Kijk maar onder je stoel...

> - O my God. O my God, my eyes! Ik zie twee flessen; een volle op
> tafel en een volle onder de stoel. Je bent een tovenaar Fox. Ik moet
> naar huis om deze ervaring te verwerken! Ik denk dat ik religieus
> word, ik weet 't niet, ik hallucineer. We rekenen nu af en gaan
> ieder ons weegs en we praten hier met niemand verder over FoX. 
> Je houdt je mond verder! Ik meel je morgen direct! We moeten hier
> verder over praten. Maar klap-toe-de-mond Fox, 't is nu ons geheim!

Dan laat ik Val zeggen wat er gebeurt. In een filmdialoog is zoiets 
dodelijk, iets beschrijven wat je gewoon kan zien. In een cyberspace 
dialoogje mag dat weer wel.

>                               *********

En dan de chute..., de val...

>  We namen afscheid en ik haastte mij naar het station en ik geloof
> dat ik Valentine in een compleet verbijsterde zoniet verwilderde
> staat achterliet. En zo zwierf Val -denk ik, vermoed ik- naar huis
> met in haar rechterhand een geopende halfvolle fles sjokomel, en in
> haar linkerhand zwaaide een volle literfles sjokomel van het merk
> Nutricia, het merk waar ik eerder op de avond 3 flessen van had
> gekocht: in the blind, bij de Albert Hein.

> Drie flessen sjokomel: 1 voor Val en 1 voor mij als beider aandenken
> van de samenscholing (1+1=2) en de derde fles was bedoeld om direct
> op te drinken. De 3 flessen zaten nog gewoon in m'n tas en ik
> wachtte nog op een geschikte gelegenheid. Maar 't liep anders af: 
> ik kreeg een brainwave en ik speculeerde en gokte goed:

>  Toen Val haar hoofd naar achter wierp haalde ik snel de 1e fles
> sjokomel uit m'n tas en opende die razendsnel met de openerfunctie
> van m'n Zwitserse zakmes. Ik gooide de kroonkurk op het plein en
> zette met een zachte plof de fles voor haar neer. Boef!

> Dat was 1.

> Ze dronk de fles leeg en nu moest ik laten zien dat de fles weer uit
> zichzelf vol zou raken.

> Daar verscheen fles nummer 2.

> Op het moment dat ze in gesprek ging met mensen aan de andere 
> tafeltjes -BTW eigenlijk heel genant- ontklurkte ik fles numero dos:
> ik zette 'm neer en haalde de lege fles weg en die ik snel in m'n
> tas verstopte. Val zag nix. De andere mensen rondom ons des te meer.
> Die zagen precies wat er gebeurde.

> En toen kwam 3.

> Een jongeman aan een tafeltje rechts van ons snapte precies wat er
> aan de hand was, en op een paar gesticulaties van mij pakte de
> jongen onopvallend de 3e fles sjokomel uit mijn tas en zette die
> onder de stoel van Val...  Nou ja, de rest is histyrie.

>                                  ***

De Deconstructie

>                   De Waag: 25 september: Pfmmm...

Even een tussenzin; dat ik 't allemaal snel heb neergetiepeld en dat
ik er snel van door moest.

> Ik weet niet hoe het Val verder is vergaan en wanneer het moment
> kwam dat ze begreep dat ik helemaal geen tovenaar was of ben. 
> Of kwam het doordat ze met haar schreeuwende stem over het terras
> had geroepen dat FoX een tovenaar was? Was dat haar straf, of was
> FoX een charmante charlatan? 
> Of kwam het door de Wodka-, nee door die ene Jus-Wodka?

> De lege sjokomelfles die ik eraan overhield pronkt nu op de
> schoorsteenmantel, en met een Wodka-jus zet ik dan weleens Chat
> Baker op en dan 't liefst als ie zachtjes blaast en zingt op een
> septemberavond:

> My funny Valentine... You make me smile...

De metafysica en Het Echte Leven.

Ik hou niet van tovenaars en niet van wonderen. 
Ik geloof er eenvoudigweg ook niet in. Metafysica is voor de dommen. 
Ik ben een slimme goochelaar. Denk ik, waan ik mij, speel ik. 
Maar ook wat ik hier laat gebeuren is niet waar. 
Het voldoet allemaal wel aan de wetten van de zwaartekracht, 
en het is kwantummechanisch volstrekt onderbouwd, maar toch wekt het 
de indruk van een sprookje. Dat is juist edelachtbare.

> Gisteren ontving ik pas weer een teken van leven van Valentine: 
> Het ging goed met haar, maar zo schreef ze ergens verstopt onderaan:
> 'bij nader inzien geloof ik toch niet dat je een tovenaar bent'.

> Dat is nu precies Val, mijn Val, My funny Valentine. ;-)

En zo verscheen weer het echte gezicht van Val.

Het nummer was afgelopen. En ik was een beetje melancholiek. 
Toen ik het in De Waag schreef realiseerde ik me al dat ik nooit meer 
wat van Val zou horen, en dat stemde mij toch droevig. 
En zoveel vragen, en nog zoveel mogelijke antwoorden. 

Maar, zoals ik al schreef, dit ging over het einde van Val en mij. 
Op het begin en het tussenbedrijf tussen Val en mij kom ik nog eens 
een andere keer terug.

> Groet,

> DirkJan

Dat ik het met DirkJan ondertekende had weinig betekenis. 
Ik was toen DieDjee, net zoals ik daarvoor FoXoF was. Maar altijd
vanuit mijn eigen naam en identiteit. En zo ondertekende ik ook
weleens met DirkJan, maar er had ook DieDjee kunnen staan. Er zat
natuurlijk weleens een kleine nuanceverschil in, maar dat verschil is
verwaarloosbaar. De rol was toen altijd aanwezig. Nu niet meer. Soms
becommentarieerde ik weleens mijn eigen rol onder mijn eigen naam,
maar ook dat maakte nooit wat uit. 
Val bevestigde dat ook op die avond. Sterker nog, er treden op usenet 
overal kwantummechanische verschijnselen op. Als je bijvoorbeeld 
nadrukkelijk reageert dat je *geen troll* bent van die of die een of 
andere joker, dan laad je daarmee tegelijk de verdenking op jezelf. 
Niemand had er aan gedacht, maar nu die zo zegt dat ie geen scheet
heeft gelaten (niemand ruikt nog wat), misschien is ie 't juist wel.
Dit staat ook wel bekend als het Negatief-Van-Jole-Truus-Effect.

Groet,

DirkJan

Het Positief-Van-Jole-Truus-Effect bestaat eruit dat wanneer je juist
weer overdreven nadrukkelijk toegeeft dat je inderdaad die of die
troll bent, je daarmee juist bewerkstelligt dat iedereen denkt dat je
het juist *niet* bent. Want wie verraadt zich nu eenmaal? De echte
Truus zal toch niet opstaan. Dus hier is sprake van een feek Wie Van
De Drie opstaander!


Het Positief-Positief-Van-Jole-Truus-Effect is dan weer een derde
variant, die hetzelfde is als die van het
Positief-Van-Jole-Truus-Effect, maar dan dat iedereen dit doorziet en
weer juist wel gelooft dat hij het is.
 
...

Ik ga d'r een punt aan draaien...

Ik heb tot twee maal toe een echte troll op nes geattakeerd. 
En als ik had geweten wie erachter zat, daar kwam ik dus die avond
achter, dan had ik het nooit gedaan. Gek he. Daarom is alles willen
weten vaak contra produktief, en al helemaal niet inspirerend.

Making the invisible visible
and the visible invisble

... Gaap ... gaap ...

De kwoots aan het begin van het stuk, die tussen {} staan, die heb ik 
overgetiept uit een brochure van Het Nieuw Humanisme. De brochure
kreeg ik gisteren bij toeval, op de Dam, precies om 1 uur 's middags in m'n
handen gedrukt. Tja, Het Nieuw Humanisme. Dat is zo'n goedbedoelde
sekte die tegen sektes is. Dan creeer ik nog liever m'n eigen sekte.

En de blooper ontdekt? En zie je ook welke deconstructies ik
onaangeroerd en onzichtbaar hou? Ja, ik ga een beetje alles nu
verklappen. Dan koopt straks niemand dat boek. 

Ik heb al een titel en een foto voor de omslag.

Wanna guess?

;-)