Drie simpele spelletjes voor kinderen

DirkJan Vos - d.vos35@chello.nl

Amsterdam - Den Haag 1960

Ik zie, ik zie wat jij niet ziet

Je zit met een kind in een ruimte, bijvoorbeeld de woonkamer. Je kijkt door de kamer en kiest iets uit, een voorwerp dat geraden moet worden. Je noemt alleen de kleur. Dan mag het kind rondkijken en de kamer afspeuren naar iets met die kleur. Het mag altijd raden. Lukt het raden en vinden niet dan kunnen looptips worden gegeven. Het kind moet door de kamer lopen en nadert hij het voorwerp dat zeg je warm, loopt hij er vanaf koud, of ijskoud. Als het geraden is mag het kind ook een opgave doen. Dat wissel je af, al naar gelang de voorkeur van het kind: zelf raden of een opgave verzinnen. Kinderen onderling kunnen het ook spelen.

Wie ben ik?

Voor dit spel zonder benodigdheden heeft het kind enige kennis van de wereld nodig. Geschikt vanaf een jaar of zes en dan wel met een wat langere leercurve. Ook het steeds beter worden in het spel is een onderdeel van het plezier.

Als ouder neem je iemand in je gedachten. Kan iedereen zijn. Iemand uit het nieuws, sport, film en tv, familie, school, straat, enzovoorts. Mensen die de kinderen kunnen kennen. Dan mag het kind vragen stellen. Is het een man? Is hij jong? Is hij bekend van de tv? Enzovoorts. De antwoorder mag alleen maar met ja of nee antwoorden. Als het kind vraagt, hoe oud is hij? Dan mag je niet de leeftijd zeggen. Door ja en nee kan dat bepaald worden. Maar vooral in het begin en bij moeilijke figuren kan het spel vastlopen. Dan mogen er spaarzaam tips worden gegeven over de te raden persoon. Kleine hints om het spel af te ronden. Ook hier geldt dat het kind ook een persoon in zijn gedachten kan nemen en de ouder moet raden. Ook dat is soms niet eenvoudig. Bepraat in het begin ook het verloop van het spel en ontwikkel een efficiŽnte vraagstrategie. Die is er. Het spel is ook goed te spelen in een schoolklas. De eerste leerling neemt iemand in gedachten en in volgorde mag ieder kind net zolang vragen stellen totdat hij een nee-antwoord krijgt. Dan krijgt een volgende leerling de beurt. Na een nee-antwoord mag ieder kind een poging wagen door een naam te noemen. Niet eerder.

Mastermind met woorden

Het spel Mastermind bestaat in twee varianten. Je kan het met kleuren spelen of met cijfers. Maar het kan ook met woorden. Dit is een pen-en-papierspelletje. De twee spelers hebben beiden een vel papier en een pen bij de hand. De spelleider schrijft een woord op zijn papier van vier, vijf of zes letters. Hoe meer letters hoe moeilijker. Vier of vijf letters is het beste aantal. De ander moet dat woord zien te raden door opgegeven woorden van net zoveel letters te vergelijken met het verborgen bronwoord. Stel het woord is worst. De rader vraagt als eerste woord kast. De spelleider schrijft kast onder worst. Nu gaat hij de letters vergelijken. Komt een letter in het woord voor, maar staat het niet op de juiste plek dan krijgt die letter een puntje. Staat de letter wel op de juiste plek, dan een kruisje. Die punten en kruisjes zet je achter het woord. Dan lees je voor altijd eerst de hoeveelheid puntjes en daarna het aantal kruisjes. Voor worst zijn dat twee kruisjes. En dan volgt het volgende woord en kan door deductie en combinatie het gezochte woord uiteindelijk worden gevonden.

Tot slot nog twee speltips voor in een gezelschap. Het Woordenboekenspel en Hints. Voor de spelregels zal je verder moeten googelen.

20 November 2011

DirkJan Vos - d.vos35@chello.nl