The Rolling Stones in het Kurhaus 1964
Verslag Ad de Boer - Bassist Trix and the Paramounts

DirkJan Vos - d.vos35@chello.nl

Amsterdam - Den Haag 1960

Pagina over het concert The Rolling Stones in het Kurhaus - 8 augustus 1964 - dejongenskamer.nl

Voortreffelijk voorprogramma

De peptalk van gastheer Jos Brink mag nog zo gloedvol de zaal door zijn geëchood, de vijftienhonderd woelige jongeren aan zijn voeten zijn duidelijk niet voor ons gekomen.

Wij zijn een veelbelovend groepje uit Amsterdam en daar heeft de Magneetstraat uit Scheveningen volstrekt geen boodschap aan. Dit is hún Kurzaal, aangrenzend Den Haag is hún beatstad nummer 1, en eigenlijk is het een schande dat zij iets moeten ondergaan dat de affiches ongespecificeerd aanprijzen als 'voortreffelijk voorprogramma'.

Zaterdagavond 8 augustus 1964, kwart over acht.

Het podium alleen al is een stuk groter dan de meeste zalen die we kennen: het vloertje van Dancing William's op de Amsterdamse Zeedijk, de bar van jachthaven Robinson in Landsmeer, de ruimte in Bonds-Hotel Café Restaurant De Halve Maan waar Hoogkarspel jaarlijks het Oranjebal organiseert.

Dit is anders.

Bij de ingang hebben we bejaarde suppoosten de pasjes moeten laten zien, gelinieerde kartonnetjes met in schrijfmachineletters: 'Medewerkerskaart (geldig voor één persoon) Show Rolling Stones.' Daaronder de datum, een stempelafdruk, de handtekening van impresario Paul Acket en de naam van de groep: Trix and The Paramounts. Het impresariaat heeft nog veertien van zulke kaartjes getikt: voor André van Duijn, The Ricochets met Ritchie Clarke (de latere Rudy Bennett, maar eigenlijk Ruud van den Berg), The Telstars en The Fouryo's. En waarschijnlijk ook nog vijf voor 'Europa's meest grandioze beatgroep', zoals de aanplakbiljetten toelichten.

Nog nooit hebben de versterkers en de zelf getimmerde speakerboxen - niet helemaal strak bekleed met een door de vader van een voormalig bandlid, aannemer, gedoneerd couponnetje kunststof - zo klein geleken. Ons volume is amper opgewassen tegen wat de zaal inzet aan gejoel, getrappel en gefluit.

Wat Trix zong of wat wij speelden weet ik niet meer, alleen dat er een nummer bij was van The Beatles.

In 1964 steken Nederlandse groepen zich nog in uniforme kledij, heel begrotelijk vaak. De kleurige kostuums van speciaalzaak Tip de Bruin aan de Amsterdamse Nieuwendijk liggen al helemaal niet binnen ieders bereik. Dat zijn pakken die bij wijze van spreken generaties lang meegaan, als de uitgelegde of gekeerde kleding in kinderrijke gezinnen.

Wij dragen jasjes waarop The Teddy Bears (met zang van Joop Mirror, op weekdagen Joop Spiegelberg) zijn uitgekeken, gesneden uit een groen soort jute. Dat ze enigszins afgedragen waren wilden we niet zien. De mevrouw van Palthe wel. 'Stomen? Ach jongen, daar beginnen we echt niet meer aan.' Gelukkig zal een personeelslid van het Kurhaus later op de avond haar misnoegen uiten over de garderobe van de Stones, waarin haar man 'nog niet eens zou durven staan schilderen'.

Als de eerste glazen deuren achterin de zaal bezwijken, maken we plaats voor André van Duijn (door de week André Kyvon), die nog bandparodist is. Hij heeft een collage van songfragmenten op tape bij zich, playbackt, trekt daar grimassen bij en klapwiekt met zijn ellebogen op flarden - 'Papa-Oom-MowMow-Mow' - van Surfin' Bird.

Overal waar het cameraploegje van de EMS, exclusief draaiend voor Televisie-Noordzee, in de zaal de filmlamp ontsteekt, beginnen de opgejutte rijen zich extra uit te sloven. Een losgewrikte leuning raakt een wandkroon, glasresten dwarrelen als stuifsneeuw omlaag.

The Ricochets, met Robbie van Leeuwen op gitaar, hebben stukken betere spullen maar redden het ook niet. The Telstars komen er evenmin aan te pas. Angst jaagt alle frisheid uit de gezichten van het zingende kwartet The Fouryo's, twee jongeheren en twee jongedames met subtiel getoupeerd haar. Hun 'zeg niet nee-ee-ee-ee, als ik vraag om een zoen, zeg dan niet: nee, niet doen' wordt overstemd door de ouverture van een grootscheepse sloopoperatie. Er vliegt al wat kleingoed richting podium: stukken hout, verscheurde nummers van Ackets Muziek Expres ('het maandblad voor teenagers'), glaswerk, iets dat op een gordijnroe lijkt, flessen. De eerste durfals die zich vanuit de opeengepakte rijen het toneel laten opduwen, worden door politiemannen - ze dragen ook binnen een pet - weer de zaal in gejonast.

In de korte pauze wordt de stemming grimmiger.

De Stones wachten stoïcijns in hun kleedkamer. 'Hoe is het boven?' Zij hebben er wel zin in, in Blackpool speelden zich kort daarvoor soortgelijke taferelen af, niks aan de hand. Ik krijg een kleine mondharmonica cadeau, die Mick Jagger uit de kartonnen doos vist waarin hij ook zijn sambaballen en tamboerijn bewaart. (Het instrumentje zal onrepareerbaar worden gedemonteerd door een jonge onderzoeker, mijn zoontje. Sotheby's in Londen schat dat september van dit jaar een mondharmonica van Bob Dylan uit zijn beginperiode zeventien mille gaat opbrengen.)

De zaal kookt. Acket maant bijna handenwringend tevergeefs tot rust, op het podium verzamelen zich journalisten, fotografen en radeloze Kurhaus-functionarissen met gesloten colbert.

De Stones komen op, zetten hun versterkers aan en beginnen te spelen, maar de geest is uit de fles. Al na een minuut of wat wordt het snoer van Jaggers microfoon losgetrokken of doorgesneden (de lezingen lopen uiteen). Hij blijft een beetje staan mimen terwijl de anderen doorspelen. Met de show komt het niet meer goed.

De dertig nerveuze politiemannen durven de zaal niet in, raken opgefokt en worden steeds agressiever. De langharige ('Hé mietje, zou je niet eens naar de kapper gaan?') die al dan niet vrijwillig op het podium belandt en zo onnozel is in hun handen te vallen, wordt meegesleurd tot achter de coulissen, energiek met gummiknuppels bewerkt en een trap afgesmeten. Hele stoelrijen worden losgetrokken. Ik voel me bijna schuldig als ik het projectiel ontwijk dat Ian Stewart, de 'zesde Stone', aan het hoofd treft. Hij bloedt. De groep zoekt nog even dekking achter de versterkers, maar het wordt ze nu toch te riskant.

Doek. De laatste maten van Not Fade Away sterven weg. Nog geen tien minuten hebben ze op het podium gestaan. Die voortijdige aftocht wensen de relschoppers voor hun Fl. 3,50 al helemaal niet te pikken.

Wanneer de kolkende kluwen eindelijk met hulp van politiehonden uit de zaal is verdreven, wordt de schade op minstens twintigduizend guldens geraamd. Het aantal gewonden heet niet te tellen te zijn.

Mijn vader bestuurt die dag het gehuurde Volkswagenbusje. Hij heeft zich buiten ongerust staan maken, zeker toen hij een agent te paard richting zaal zag rijden en de eerste ambulance arriveerde, maar zal dat voor geen prijs laten merken. 'Zo jongens, daar zijn jullie al?'

Op maandag pakken de kranten gretig uit met hele pagina's, het is hartje komkommertijd, de voetbalcompetitie ligt stil, de Tour de France is drie weken eerder gewonnen door Jacques Anquetil. 'Veldslag in Kurzaal', 'De opstand der horden', 'Haagse vechtshow', 'Nozembende tevoren al in stemming voor een rel', 'Waanzinnige jeugd vernielde Kurhaus'. En: 'Hoofdinspecteur Buyse verklaart: mijn mannen moesten zich terugtrekken.'

Op dinsdag 11 augustus nog een enkele follow-up. Een bijschrift in Het Vrije Volk: 'De heer J. Mos' (hij blijkt sinds mensenheugenis de belichter van de Kurzaal) 'draait even een kaarsje vast van een Venetiaans kroontje dat de slag overleefde.'

Adriaan (Ad) de Boer

bijschrift: The Rolling Stones beginnen hun eerste optreden in Nederland. Schevingen, 8 augustus 1964.

Copyright: de Volkskrant 8 augustus 1994

Restriction: Nee

___

Bedankt Aad en ook Martin.

Ingekorte versie in het online-archief van de Volkskrant.

Doelwit: Europa's meest grandioze beatgroep - Adriaan de Boer - 8 augustus 1994 - De Volkskrant - www.volkskrant.nl

Pagina over het concert The Rolling Stones in het Kurhaus - 8 augustus 1964 - dejongenskamer.nl

Foto bovenaan met Trix and the Paramount. Ad de Boer, tweede van links.

DirkJan Vos - d.vos35@chello.nl