Dichtsels

DirkJan Vos - d.vos35@chello.nl

Amsterdam - Den Haag 1960

Ik ben geen dichter en bovenal, ik voel me nadrukkelijk geen dichter. Wel ben ik een liefhebber geweest van met name klassieke en lyrische poŽzie, zoals die van Marsman en Achterberg. Toch heb ik me als taalliefhebber ook wel eens gewaagd aan wat conceptuele dichtsels met emotie-fictie.

HOFVIJVER

Licht blauw wolkenwit schelpenpad
Lange bomenrij met Van Oldenbarnevelt en zijn beschutte stenen hoofd
Verderop wijst Jantje naar de macht
Veelkleurig vuurwerk met gouden kermismuziek
Een drankje op een bankje
Koek en zopie op het glazen ijs
De stille onderstroom van beek en gracht

De lichten zijn gedoofd
Alles is statig grijs

Een eiland midden in deze stille stad
Overdag paraderen en flaneren hier de ranke reigers voor koninklijk publiek
Nu met rode vrouwen in de nacht verdwaald
Ik neem een laatste duik en heb de overkant gehaald

HERFSTTIJDING

Soms loop ik wel eens rond met zwaardere gedachten, om niets,
over het leven dat is geweest, over wat rest en mij straks nog staat te wachten,
komt er nog iets?

Zo liep ik vanmiddag door het bos
en woelde met mijn voeten door de bladeren heen.
Ze waren koperbruin, rood en geel, vlammend gekleurd.
Dood hout, de geur van schimmel op de takken.
Wind en regen, ijskoud het steen.

Over mijzelf maak ik mij niet druk meer,
maar hoe gaan de jonge mensen zich bewegen,
door de lente en de zomer heen, dansend op het groene mos.
Ik ben niet meer de zoete dromer,
maar een zilte berusteling.

Zo dwaalde ik verder door mijn wandeling
tot het wolkenrood van de zon was vertrokken in deze namiddag.
Niets kan mij nog overrompelen en zeker niet de dood.

Ik kwam thuis en schonk mijzelf een warme wijn in,
wilde net gaan drinken,

toen de telefoon ging, mijn enige appel aan de lijn.

Hoe gaat het met jou pa?
Goed hoor, een beetje slecht weer.
En hoe is het met jou?
Ik heb heel heugelijk nieuws, zei ze.
Vertel, verklaar je nader.
Wel, ik ben zwanger,
je wordt in het voorjaar opa, grootvader
voor de eerste keer.

Laat de roes van het leven weer beginnen.

M

Een onzichtbaar lichaam raakt mij aan
Het is er wel, maar ik zie het niet

Ik grijp naar een hand in de duisternis:

Pak me vast!

Ik ruik en voel
maar grijp gelukkig altijd mis

Want zo bouw ik ongestoord aan mijn eigen beeld
aan het lichaam dat ik o zo graag begeer

*

Gistermiddag dwaalde ik door de Bijenkorf
en vanaf de vide midden in de korf
zag ik haar plots beneden staan
bij de parfumerie

Het was precies mijn beeld, mijn lichaam
dat ik alleen van woorden ken, en waarvan ik
het voor onmogelijk hield dat het zich ooit
in een menselijke gedaante voor mij zou
verschijnen

O zwaan vermomd als hinde
O godin mijn eeuwige beminde

Snel ging ik met de roltrap naar beneden
en spoedde me naar de stand van Chanel

Ze was al weg en het enige wat ik nog wel
van haar zag, was in de verte, een stukje
van haar rode, wollen jas ...

AUTOPSIE

Met twee metalen klemmen lag zijn hartje bloot
Het was stil en leeg geworden
Het klopte niet meer, alles was dood

En zo keek ik weg naar de witte en grijze tegels
die patronen vormden van grote en kleine vissen,
die elkaar omvatten en verslonden

Ik wist mij nietig te maken, o zo klein
draaiend in dit eeuwig uitdijend firmament
Maar in al dit alles was er niets,
maar dan ook niets dat mij kon troosten

~

.B.

Ze draagt alleen maar witte lingerie
Haar knieen over elkaar heen geslagen
Haar machtige lijf wordt in de nacht
door een kleine spot zacht amber opgelicht

In haar rechterhand een sigaret
In de linker haar muis

Ze inhaleert en sluit haar ogen

Haar ogen openen zich weer
en in haar zwarte pupillen reflecteren
in hard groen fosforlicht
de letters van haar
electronisch gedicht

Ze strijkt met een hand door haar haar
En even later
met een verfijnd erotisch gezicht
komt zij op haar eigen woorden klaar

L o l l y p o p

Dus ik zeg tegen Sis: haal die lolly uit je mond!
En Sissy zegt met een stalen gezicht:
Swhaw zwah zwahawah.
Onverstaanbaar, expres,
omdat ze weigert die lolly uit haar mond te doen.

Ik had net die middag hout gehakt in de tuin.
Dan zou ik wat van mijn agressie kwijt raken, dacht ik,
en de blokken hout waren bovendien hoog nodig
voor de verwarming in huis,
want het was behoorlijk fris aan het worden.
Maar die bijl zie ik dus door het keukenraam op het
bordes in de tuin liggen. En Sis staat me nog steeds
te sartiezen met die lolly in haar mond.

Ze duwt me tegen de keukendeur aan en begint heel
vies en smerig met haar tong en lippen
heel demonstratief aan die
lolly te zuigen en te likken.

Sluuuu...huu...sluuuuu...huu...

Zo'n slurpend en slorpend lolly afzuiggeluid.

Ik kon geen kant op en ik dacht dat ik gek werd.

Door de wolken breekt ineens een straal zo
dun als een zijden draad:
een regendruppel
valt tegelijkertijd uit de hemel
naar beneden, en belandt
precies op de scherpe rand van de bijl.
De druppel valt neer,
en het uiteinde van
de draad van licht weerkaatst,
door de bolle druppellens heen,
tegen het zilveren metalen snijvlak van
de bijl...; een intense, scherpe
zonnestraal refelecteert
precies in de iris van mijn oog.

Ik raak even verblind.

Sis slurpt, sist en slist nog steeds met de lolly.

Sluuuu...huu...sluuuuu...huu...

Mokerslagen in mijn hoofd.

Ze heeft een paars, klein gesneden, badstoffen strandjurkje aan.
Ze haalt de lolly ritmisch heen en weer
en maakt daar nu onderdrukte, kirrende geluidjes bij:

IoeUhh...Uuuh..Ahhh..joh...joh...IoeUh...Uhhhh.

Ik breek de ban:

Ik trek haar jurkje met 1 harde ruk uit
en leg haar op de keukentafel.
Ik neem zachtjes en voorzichtig
de lolly uit haar mond.
Ik ruik de zoete, weee, synthetische
geur van aardbeien en kapot gevallen knieŽn.

Sissy huilt

van genot

Ik zet de lolly met het stokje rechtop in
een beker op het aanrecht.

...

Ik hou van je, zegt ze later bij het houtvuur.

...

Op een grote aardbeiboom
viel laatst een buitje hagelroom
Een theepot in tutuutje riep
geef mij je parapluutje Siep

DirkJan Vos - d.vos35@chello.nl