LRV - Lyceum Roei Vereniging


Het Nederlands Lyceum Den Haag

DirkJan Vos - d.vos35@chello.nl

Amsterdam - Den Haag 1960

Een warme namiddagzon doet de kalme golven glinsteren, een stel zwanen in het water. Ik roei in een skiff over de Vliet, de rivier tussen Leiden en Leidschendam. Midden jaren zeventig en ik ben tiener. Terwijl ik inspannend aan het roeien ben ervaar ik sterk de schoonheid van de natuur en de zomer die al dagen brandt op mijn gezicht. Ik kan het sterke gevoel en de beelden van toen nog steeds oproepen.

Na de lagere school (Nutsschool, Merkusstraat, Bezuidenhout, Den Haag) ging ik naar het Nederlands Lyceum. In 1972 en we waren net van het Bezuidenhout naar het Benoordenhout verhuisd. En mijn voornaam Dirk-Jan paste wel in het kakkineuze, hockey-milieu waar ik in terechtkwam. Maar de herkomst van mijn voornaam is meer proza´sch; Dirk is de naam van mijn Scheveningse opa Dirk en Jan de naam van mijn vader. Hoe simpel kan het zijn, en later noemde en noemt vrijwel niemand mij Dirk-Jan, maar gewoon Dirk. Dirk-Jan (DirkJan) is te bekakt.

En dus zat ik op een kakschool en waar ik weinig bijzondere of warme herinneringen aan bewaar. Dat lag aan de school, maar ook aan mij. Het lyceum had wel een eigen roeivereniging, LRV, de Lyceum Roei Vereniging. Ik was daar gelijk enthousiast over en meldde me aan als lid. Ik had nooit wat gehad met teamsporten als voetbal of hockey (waar ik ook nog een tijdje op heb gezeten, ook van school, HLC, Haagse Lyceum Club). Niet om naar te kijken, laat staan om te beoefenen. Het kwam nooit op mijn pad als kind en ik had er denk ik ook niet de bouw voor. Ik blonk niet uit in gymnastiek. Altijd een braaf zeventje voor de inzet.

Maar roeien is toch wat anders. Het is een individuele beoefening, maar ook in klein team-verband als je in een dubbel-twee, een vier, of in een acht roeit. Een maal heb ik in een acht geroeid, want wij hadden die niet. Was een boot van roeiclub De Laak. Machtig mooi om daar in te zitten. Een koningsnummer op de Olympische Spelen. Het is kracht en techniek en heerlijk om op het water te zijn. Op het water voel je -zomer en winter- de krachten van de natuur en je eigen lichaam. Ik was toen niet bijzonder ge´nteresseerd in natuur, maar toch ervoer ik dat toen zo.

LRV was een kleine schoolclub en de hoogtijdagen met veel leden lag al weer achter de tijd van begin jaren zeventig. De club werd opgericht in 1913, een paar jaar nadat het Nederlandsch Lyceum als eerste lyceum van Nederland werd gesticht. De school bevond zich aanvankelijk in het centrum, in de Willemstraat, vlakbij de Denneweg. In 1968 betrok het de nieuwbouw aan de Theomann Bouwmeesterlaan, Benoordenhout en vlakbij de grens met Wassenaar. De 'ch' in de naam werd geschrapt.

Een zeer treffende foto van een kenmerkend beeld van het botenhuis van binnen. Dit beeld is ook wat ik mij direct herinner. Bron: Bond Oud Lyce´sten.

De roeiclub bevond zich in Leidschendam, op het terrein van een kleine werf van de oude heer Meijer. Om bij het clubgebouwtje te komen moest je langs zijn woonhuis.

LRV bestond uit een grote houten loods waar de boten lagen. Achterin was een kleine gemeenschapsruimte met een mini-barretje waar je af en toe wat te drinken of te snoepen kon kopen. De versnaperingen werden bewaard in een afgesloten kist.

Daarnaast waren er twee kleine kleedkamers met een douche, een voor de jongens en een voor de meisjes. Roeien was bij uitstek ook geschikt voor zowel jongens als meisjes. En dat was ook een reden waarom het zo gezellig was bij LRV, je ontmoette niet alleen oudere jongens van school, maar ook meisjes. Veel leden waren er niet meer. Ik schat een stuk of twintig, dertig, waarvan een aantal weinig of nooit op de club verscheen. Ik kwam er wel graag en veel en heb er vier jaar opgezeten. Als ik erop terugkijk, een idylle aan de Vliet.

Dames-vier, LRV, vermoedelijk jaren zestig. Ik moet in een fotoboek ook nog een paar kleuren-foto's met mijzelf hebben op LRV. Fotoboek ligt ergens opgeslagen, kan ik nu niet bij. Bron foto: Bond Oud Lyce´sten.

Het was ook een schoolclub waar de school nagenoeg geen bemoeienis mee had en ouders ook nauwelijks een rol speelden. Alles werd geregeld en georganiseerd door de (oudere) leden zelf. Wel was er interesse en betrokkenheid van de conrector Van der Valk en wat minder van conrectrix mevrouw Lamaker (ongetrouwd en haar neefje was stuurman op de club). Van der Valk ging mee op de roeikampen die met Pinksteren werden georganiseerd.

Ik ben twee maal mee geweest. Een maal naar Kaageiland en sliepen we in de jeugdherberg en een maal bij een molen in de buurt van Leiden. En daar ging je in roeiboten naartoe, een hele reis. Maar goede herinneringen, het waren een van de eerste keren dat ik zonder mijn ouders van huis weg was.

Bij de molen heeft Van der Valk nog lelijk zijn wenkbrauwen verbrand toen hij de barbecue verzorgde en hij ineens een grote scheut spiritus op het vuurde gooide, een enorme steekvlam tot gevolg. Vervelend, maar ook hilarisch.

Van der Valk was een vriendelijke, oude, Indische man en werd op school omschreven als. 'Een tropische verrassing in Hollandse melkchocola', naar een slogan van de candybar Bounty. Van der Valk heeft ook 8-mm filmpjes gemaakt op roeimiddagen en bij wedstrijden. Ik sta daar ook op en ik heb ze toen een keer gezien. Zijn tienerzoon Peter-Paul kwam ook wel op de club, wellicht heeft hij ze nog in zijn bezit. Van der Valk zal al een tijd niet meer leven.

Verrassend 8-mm-filmpje op YouTube. Ik vermoed 1963 bij het lustrum van 50 jaar LRV. Herken van alles, ook de races met de pieremegochels, maar ander tijdsbeeld dan ik kende.

Je gaat op een roeiclub om er te roeien, en daarom zat ik er ook op. In het begin leer je de techniek in een brede wherry en langzaamaan bouw je op zodat je alleen in een skiff kan gaan roeien. Ik ben ook wel omgeslagen in het begin en dan leer je ook hoe je in het water weer in je boot kan komen. Ik heb daardoor ook een aantal roei-examens moeten afleggen met een afstand roeien binnen een bepaalde tijd, maar ook: bakboord-stuurboord, keren, klapje halen, instappen, geen spanen maar riemen, de stuur(man), dollen, riggers, rollenbankje, oors (met ÚÚn riem), en nog wat meer. Ik ontving daarvoor een paar diploma's.

Als je ging roeien kon je twee kanten op, rechts richting het sluisje van Leidschendam, verder kon je niet. De meeste keren ging je de andere kant op, richting Leiden. Maar je keerde doorgaans al veel eerder om, bijvoorbeeld bij restaurant De Kroon dat aan het water lag en was dat zo'n beetje het verste punt. Halverwege zat ook nog een kleine uitspanning waar je heel soms wel eens aanlegde om wat te drinken.

De overkant van de Vliet bestond voornamelijk uit weilanden met wat boerderijen en aan de zijde van de club bevonden zich hier en daar grote huizen en een automuseum. Richting het sluisje passeerde je ook wat kassen. Het was een landelijke omgeving. Je moest wel opletten voor de soms grote boten die voorbij kwamen en oppassen voor zwanen met jongen, de grote zwanen konden zeer agressief worden.

Als je met een boot ging roeien, dan registreerde je dat in een logboekje dat in het botenhuis lag. Zo werd er ook op gelet dat je weer veilig terugkwam. Er waren nooit problemen.

En er werd ook wel aan wedstrijd-roeien gedaan, maar niet veel. In de leeftijd 12-18 jaar waren landelijk niet veel clubs, dus veel wedstrijden waren er niet. Wel was er een soort zusterclub in Amsterdam van het Amsterdams Lyceum, LRV De Drietand. Een paar keer in de dubbel-vier tegen geroeid, waaronder op de sport-interlyceale, en op een mooie wedstrijddag op de Amstel bij roeiclub de Hoop. En dan was er nog een roeiclub van het Rijnlands Lyceum, maar daar waren geen contacten mee. Het plezier zat hem toch in het vrije roeien, hetzij alleen of met anderen die dan aanwezig waren. Maar voor het wedstrijdroeien zat ik in een dubbel-vier. Onze coach was de al oudere Marc die tandheelkunde ging studeren. En zijn vriendin Charlotte zat ook op de club en was als een soort van warme moeder voor iedereen. Een leuk stel. En Marc fietste dan aan de overkant van de Vliet mee met een kleine megafoon voor aanwijzingen en aanmoedigingen. Ook trainden we met hardlopen langs de Veursestraatweg vlakbij de roeiclub en af en toe wat conditietraining op een trimparcours in Clingendael. Maar wij waren nooit goed en sterk genoeg voor de prijzen. Alle boten hadden een naam. Twee namen weet ik nog, Pegasus voor de dubbel-twee, en Zeephir voor de dubbel-vier.

Wel ben ik veel namen vergeten van leden met wie ik roeide. Ik herinner me nog Jan Ringers die voorzitter was van de club en dat ook bijzonder goed deed, Marc en Charlotte, Pluis, Robin, Walter Dornseifer die heel gespierd was, Alexander en zijn oudere broer Arend Van Wassenaer, de broers Richard en Michael Bońsson en Dick van der Meijden. Die was net zo oud als ik en woonde vlak bij mij in de buurt. Hij werd later materiaalcommissaris. Ik heb tijdens mijn hele schoolcarriŔre nooit enige ambitie gehad voor bestuur.

Naast het roeien en de gezelligheid werkten alle actieve leden ook mee aan het onderhoud van de vaak al oude boten. De meeste waren van hout en we hadden maar een paar kunststoffen skiffs en een dubbel-twee.
De houten boten moesten om de zoveel jaar opnieuw gelakt worden. Dan eerst de oude lak eraf halen met afbijt. Langdurige klusjes en dan wreef iemand even een kwast met afbijt over je been en voelde je het branden.

Zo zag het er buiten uit. Pal naast het onderkomen van LRV was de kano-club De Winhappers gehuisvest. Was kleiner en met nog minder leden. Daardoor heb ik ook wel een paar keer gekanoot, op de golven in de slipstream van een groot binnenvaartschip. Bron foto: Bond Oud Lyce´sten.

Het zal 1973 zijn geweest toen het lustrum werd gevierd en de club 60 jaar bestond. Ik kan het me nog goed herinneren. Heel druk zo op de stenen kade en houten vlonders voor de loods. Veel oud-leden en docenten van school. Ook de oude oprichter van Bruynzeel was er. Hij had er vroeger ook geroeid. Hij schreef die dag een blanco cheque uit om alle vlonders en ander houtwerk te vervangen.

En ik zal die dag nooit vergeten omdat ik toen als dertienjarige voor het eerst dronken ben geworden. Van de glaasjes zoete sherry die te krijgen waren. En dat gecombineerd met 's avonds een bord vette bami. Ik kwam na achten weer thuis, alles draaide voor mijn ogen en kon geen tv kijken. Ik wist niet wat me overkwam en spuugde alles uit. Mijn ouders konden er toen wel om lachen. De tijden zijn veranderd.

Het was ook wel een lange fietstocht van het Benoordenhout naar de club in Leidschendam. Zomers een plezier en 's winters toch wel soms een opgave. Op de terugweg fietste je vaak met een groepje. En ook op het water kon het 's winters ijzig koud zijn. Ik kan die snijdende kou door mijn dunne, verticaal, rood-wit-gestreepte clubshirt nog voelen. Ook je handen aan de riemen werden bijna gevoelloos. Toch doorzetten en afzien.

En wat is er lekkerder na zo'n barre roeitocht dan een warm patatje-met eten? Die patat haalden we geregeld bij een snackbar in Leidschendam, nog een eindje fietsen, en aten we gezellig op met elkaar in het clubhuis bij een kacheltje. En de smaak was onvergetelijk. Wat een beloning.

Een keer ben ik met een skiff omgeslagen, ergens midden op de Vliet. Ik probeerde weer in de boot te klimmen, maar wat dreef er vlak naast me: een varkenskop in staat van ontbinding! Dan is het daarna wel goed douchen om niet de ziekte van Weil of wat dan ook op te lopen. Maar voor water waren we niet bang. Begin januari, na oud en nieuw kwamen we ook op de club en sprongen we met een overal aan de Vliet in. IJskoud. Een nieuwjaarsduik avant la lettre.

En zo heb ik vele dagen en weekeinden op het water doorgebracht, maar op mijn zestiende heb ik mijn sportieve carriŔre beŰindigd. Voornamelijk omdat er nog maar een handjevol leden waren. En ik was inmiddels ook een roker geworden, het domste wat ik ooit in mijn leven heb gedaan. En vaste verkering met een meisje van een andere school, het Maerlant Lyceum. Andere interesses en prioriteiten. Een studentenroeier ben ik ook niet geworden, de tijd dat de meeste jongens en meisjes gaan roeien.

En niet veel jaren daarna werd LRV opgeheven en jaren later ook het Nederlands Lyceum zelf. Ook de schoolgebouwen hebben plaats gemaakt voor appartementen. Wel gek, al die sporen zijn voorgoed uitgewist. Mijn vrienden zaten niet op de club en het was iets voor mijzelf. En nu terugkijkend; ook ik was een jongen geweest, een aardige jongen.

__

November 2014

Website Oud-lyce´sten Nederlands Lyceum

Bond Oud Lyce´sten - Het Nederlandsch Lyceum - www.bol-nl.nl

Bron foto's: Pagina op de site met foto's van LRV, gemaakt door Rob Beumer, webmaster van de site.

Foto's LRV - www.bol-nl.nl

Het Nederlands(ch) Lyceum op Wikipedia

Het Nederlandsch Lyceum - Wikipedia

Nederlandsch Lyceum (1909-1968) - Met foto's - www.haagsescholen.nl

Nederlands Lyceum (1968-1991) - Met Foto's - www.haagsescholen.nl

DirkJan Vos - d.vos35@chello.nl

Updates

November 2014

Een tweet gemaakt en ook gestuurd naar Hans Maarten van den brink, beter bekend als H.M. van den Brink, voormalige baas van de VPRO en nu directeur van het Mediafonds. Ik volg hem ook op Twitter. Maar hij heeft ook de mooie novelle Over het water geschreven en waarin roeien een hoofdrol speelt.

[ En op internet is er nooit eerder wat geschreven over LRV. Ik vond alleen een aantal foto's en een filmpje op Youtube. En een berichtje op de site van de Bond van Oud Lyce´sten met de mededeling dat vorig jaar -in 2013- LRV is opgericht, honderd jaar geleden. ]

__

Op internet heb ik via Google slechts een (kleuren)foto kunnen vinden van het gebouw van het Nederlands Lyceum aan de Theo Mann-Bouwmeesterlaan. Nog drie aanvullingen gevonden op een album van de Bond van Oud-Lyce´sten en zijn niet te googelen. Onderaan een foto van het Nederlandsch Lyceum in de Willemstraat.

Meen in de jaren tachtig nog eens binnen geweest te zijn in de Willemstraat toen het half-gekraakt was voor huisvesting voor diverse pluimage. Maar weet het niet zeker. Beide gebouwen zijn afgebroken en hebben plaats gemaakt voor nieuwbouw met appartementen.

Nederlands Lyceum - Theo Mann-Bouwmeesterlaan - Den Haag

Nederlandsch Lyceum - Willemstraat - Den Haag

[ En het is niet allemaal voor niets geweest; mijn zoon heeft op de Amsterdamse roeivereniging WIllem III gezeten en mijn dochter zit er nog steeds op. Ze is nu president van het jeugdbestuur. ]

__

Aanvulling 2016.

Het linkje van de pagina is eind 2014 op de Facebook-pagina gezet van de Bond van Oud-Lyce´sten. Daarna ontving ik een heel aardige reactie van Michael Boasson met wie ik destijds in de vier heb gevaren, samen met zijn jongere broer Richard. Michael is getrouwd met zijn schoolliefde Dieuwke Borgers.

__

Reactie november 2016

<< Hoewel jij later bij LRV zat dan ik, had je beschrijving net zo goed uit mijn tijd (1957/1962) kunnen komen. Ik heb alle vijf jaar geroeid, en daarvan ook drie jaar in het bestuur gezeten. Ik heb erg goede herinneringen aan die tijd, waaronder ook aan een Ĺillegale zomervakantie' in het botenhuis samen met de voorzitter en een niet-lid. Je hebt een fijne schrijftrant. >>

Rob Beumer

Beschrijving schoolgebouw Nederlands lyceum Theo Mann-Bouwmeesterlaan

ž Ik had niet zoveel met mijn middelbare school, het Nederlands lyceum aan de Theo Mann-Bouwmeesterlaan in Den Haag, gewone schooltijd, jaren zeventig, braaf en saai. De school, het eerste lyceum van Nederland, is opgeheven. Het nieuwe gebouw werd eind jaren zestig in gebruik genomen, maar is al weer jaren geleden gesloopt en staan er nu appartementen. Alle sporen uitgewist. Na de middelbare school ben ik er nooit terug geweest, maar ik kan in mijn hoofd nog exact het hele gebouw doorlopen.

Ik kwam op de fiets en reed dan langs de zijkant de rokershoek binnen, zo de grote fietsenstalling in. Daar bevonden zich twee verdere doorgangen, een naar een zij-gedeelte en de ander die leidde naar de garderobe, geen kastjes, alleen kapstokken met banken om op te zitten. Aan de muur hing een groot prikbord waar leerlingen mededelingen en berichtjes op konden hangen. Dan doorlopen en kwam je in de centrale hal met twee ingangen. Een grote in het midden voor de scholieren en een kleine voor bezoekers, naast het hokje van de conciŰrge.

Later werd aan de hal, op het voorplein, een eenvoudige, houten dependance gebouwd. Om te zitten aan tafels, en met een eet-bar waar je van alles kon kopen, van roze koeken, tompoucen tot een broodje frikandel. Een moderne, ongezonde schoolkantine. Er stond ook een piano en soms een ping-pongtafel.

In de hal kon je naar rechts en dan kwam je langs de twee gymnastieklokalen. Je kon ook een trap op en dan stond je in de aardige bibliotheek. Veel geleend, gezeten en ook geschaakt.

Maar meestal ging je naar het uiteinde van de hal, die toegang gaf tot de aula met een professioneel toneel. Van daaruit kon je weer verder het gebouw in, maar ook weer doorlopen naar de fietsenkelder.

In de hal waren ook toiletten, een hete chocomel- koffie- annex soep-automaat en er hing een plaquette ter nagedachtenis aan de leerlingen en oud-leerlingen die de oorlog niet hadden overleefd. En in het midden stond tegen een muur een kleine en mooie houten bank.

En in de hal bevond zich de brede trap naar de drie verdiepingen met de klaslokalen voor zo'n 600 scholieren. Dan passeerde je vaak eerst de rectorskamer met daarnaast de lerarenkamer. Dan kon je nog rechts afslaan op het einde en kwam je in een gang met de grote kamer met apparaten van de amanuensis, het biologie- en het scheikundelokaal, die had een douche en waar ik een keer aan getrokken heb. Was verder weinig aan de hand, maar de leraar heeft het verder verzwegen zodat ik er niet voor gestraft zou worden. Als je dan de hoek om ging kwam je bij het tekenlokaal en met beneden het lokaal voor handwerken (een hangmat maken was populair) en het handarbeidlokaal in de fietsenstalling.

Maar dan terug naar de benedengang waarvandaan je naar boven liep. Dat kon aan het begin en aan het einde van de gang, het waren twee trappenhuizen met veel licht van buiten. En dan drie lagen met lokalen. Weinig bijzonderheden. Op iedere verdieping zaten toiletten en er zat een lift in het midden. Die was alleen voor docenten en voor scholieren die iets mankeerden.

Er waren geen echt bijzondere lokalen, een paar met een talenpracticum, en een apart muziek- en natuurkundelokaal. De rest waren standaard-lokalen met grote ramen. Aan de uiteinden van twee verdiepingingen bevond zich een kamertje. Die waren voor de conrector en voor de schooldecanen.

Er was aanvankelijk nog een groot schoolplein voor de hoofdingang, met een lage muur en banken, maar daar werd niet veel gebruik van gemaakt. Aan de zijkant van de voorzijde bevond zich een plek om brommers te stallen en er was nog een aantal parkeerplekken voor auto's van het docentencorps en ook voor een paar rijke, maar domme jongens uit Wassenaer.

En zo ben ik de hele school rondgegaan.

Vlakbij lagen de sportvelden en de hockeyclub van het Nederlands, heb ik nog even op gezeten. En de rokershoek, waar ik graag kwam, was net buiten de ingang van de fietsenstalling. Daar grensde ook het 'hok' aan van het leerlingenbestuur en de schoolkrant. De rokershoek was ergens toch de gezelligste plek van de school. En na het laatste sigaretje na schooltijd weer je fiets pakken en naar huis.

Bron mijn: Kladblokje - dejongenskamer.nl

Zugabe - Herr 't Hart

Over mijn middelbare school heb ik weinig te schrijven. niet veel bijzonders te melden en geen animo. Ik denk dan nu even aan de docenten, zoals de aardige leraar Nederlands Hanse die veel aan poŰzie deed, aan mijn tekenleraar Eppe de Haan met wie ik een goed contact had, en aan mijn leraar geschiedenis Gerritsen, bij wie ik nog eens thuis ben geweest. En dan heb ik het wel zo'n beetje gehad. En godsdienstleraar Van der Zee. Die kon fantastisch vertellen. Later ben ik nog eens met zijn dochter aan de zwier gegaan.

Maar er was nog mijn Duitse leraar die eruit sprong, meneer - herr- 't Hart. Hij was van Duitse komaf en woonde een paar huizen verderop bij mij in de straat. Hij had vier kinderen, een tienerdochter (Helga) en een jongere tienerzoon (Hans) en nog als nakomertjes een meisjestweeling. De familie was verder onopvallend.

Op school was 't Hart een vreemde snuiter die grossierde in morbide grappen, het vertellen van moppen en in het maken van scherpe opmerkingen naar leerlingen, vooral naar meisjes: Is je hoofd vanmorgen in de poederdoos gevallen? En public voor de klas tegen een zwaar opgemaakt meisje. Of, Je haar lijkt wel raffia, tegen een andere leerlinge. En dat alles met een gemeen licht Duits accent. Hij had ook wel een fixatie op mooie vrouwen, hoewel zijn vrouw dat totaal niet was. Hij werd ook veel ge´miteerd en veel van zijn grappen herhaalde hij door de jaren heen en waren bij iedereen wel bekend. Het was een gekke vent, maar er was wel ontzag en waardering voor hem. En hij zag er onberispelijk uit, met gemillimeterd haar, 't Hart.

Nu ging ik doorgaans op de fiets naar school, maar er zijn ook periodes geweest dat ik met de bus moest omdat mijn fiets kapot was, of weer eens was gestolen. Het is een aantal keren gebeurd dat ik na school op de bus naar huis wachtte en 't Hart zijn auto stopte voor de halte en kon ik mee naar huis rijden. Attent en dan hadden we even een gesprekje. Verder had ik geen bijzonder contact met hem. Maar ik was wel een fan van zijn opmerkelijke karakter en humor.

Tot slot. Als het goed regende dan ging 't Hart wel zijn auto wassen. Dan stond hij met in zijn ene hand een paraplu en in de andere hand een emmertje sop zijn auto te wassen. De regen spoelde het verder weer schoon. Misschien was hij gierig, misschien gemakzuchtig. Ja, echt zo'n gedenkwaardige leraar Duits uit je schooltijd.

P.S. Het Nederlands Lyceum - 1972 / 1978

(Voor wiskunde had ik Lukien, Nederlands, Hanse en daarna Johan Botenga (had met mijn moeder in de klas op de leraren-avondopleiding gezeten), geschiedenis, Gerritsen (ben een keer thuis bij hem op de thee geweest) en er was de geschiedenisleraar Veenhouven, een ouwe rechtse rakker van de Bond van Oud-Strijders. Eppe de Haan, tekenen, handarbeid, weet haar naam niet meer en een groot raar mens bij handwerken. Economie, Mabelis, liep een tijd krom wegens een hernia, voor Frans, Offringa en had zijn kinderen op school. Hij leidde ook de niet formele, kleine club om naar toneel te gaan in de Haagse Schouwburg en het HOT-theater, veelal voorpremiŔres speciaal voor scholieren. Ik ging doorgaans altijd mee, vond toneel heerlijk, net als mijn zus.

Duits, eerst mevrouw HŘske, daarna meneer 't Hart, die woonde bij mij in de Roelofsstraat, gekke vent. Engels, Liesbeth Croiset van Uchelen (nicht van de dean van Canterbury), was een vrouw met stijl en had ik later ook op de Reinwardt Academie, iedereen zei toen Liesbeth tegen haar, maar ik bleef als enige u zeggen ;-) Gym, Verkijk en die had ik ook al de hele lagere school gehad. Aardrijkskunde, een jonge Indische man, kon geen orde houden.

Verder nog de conciŰrge, weet geen naam meer, het oudere echtpaar van de kantine met in de kantine op het laatst ook broodjes frikandel en tompoucen. De bibliothecaresse, oude tang met tumoren op haar hoofd, kwam daar wel vaak.

En dan natuurlijk de rector Piet Meerburg, ik had een enorme hekel aan die man. Voormalige legerdominee die ook in Korea had gezeten. Daardoor mocht de film M.A.S.H. niet worden vertoond. Later is hij er vandoor gegaan met een lerares geschiedenis die ik ook nog kende, werd hij ontslagen. Eindelijk gerechtigheid! En dan drie conrectoren, Goedbloed, Van der Valk (oude indo met een zoon op school) en juffrouw Lamaker, van biologie, ergens een takkenwijf. Juffrouw Klein was van de administratie en de secretaresse van Meerburg, aardige jonge vrouw, kon het goed met haar vinden. Er was ook een amanuensis, die heette dacht ik De Haan. Ik deed verder niets met wis- schei- of natuurkunde. Toch een keer aan de douche getrokken in het scheikundelokaal, geen gevolgen. Pfoe. Dan was er nog een muziekleraar. Die stopte nog eens en-public in de aula met roken toen dr. Meinsma er een lezing met lichtbeelden kwam geven over de gevaren van roken.

Tot slot dominee Van der Zee voor godsdient en die later hoofd werd van de Raad van Kerken en die zo mooi en ook spannend kon vertellen, over de Bijbel, maar ook met verhalen van Edgar Allen Poe. Later leerde ik zijn dochter Renate kennen (was het vriendinnetje geweest van mijn goede vriend Thijs Jellema) en ben ik nog een keer een avond met haar aan de zwier gegaan. O la la ...

Mijn beste vrienden van school in die jaren waren Thijs Jellema en Hein de Vries, beiden uit de straat en later ook wat bevriend met John Moes en niet te vergeten met de al wat oudere Hugo Jacobson. Met hem heb ik bij een culturele interlyceale nog eens een deel van de fietsenkelder beschilderd. Was een geweldige en begaafde jongen, maar in zijn studententijd maakte hij een einde aan zijn leven.

Kostelijk waren de Sinterklaasvieringen in de aula en waar met docenten de draak werd gestoken. Zo reed gymnastiekleraar Verkijk nog eens rond in zijn berenjas op een driewielertje rond op het toneel met een helmpje op. Die deed dan sportief mee. Heel leuk allemaal, net als de stunts als er verkiezingen waren voor het nieuwe leerlingenbestuur. Ik had best wel mee willen doen aan de schoolkrant, maar ik kon toen nauwelijks echt schrijven en ik had ook amper creatieve ideŰen toen, ik tekende liever. Herinner me nog ophef over een editie van de schoolkrant omdat er op de achterkant twee, verliefde, gearmde meisjes stonden afgebeeld. Dat kon niet.

Ik herinner me nog goed twee schooltoneelstukken die ik heel aardig vond, de ene is het grappige maar ook wat studentikoze stuk Bloed en liefde van Godfried Bomans en later de Spooktrein (The Ghosttrain) met een hoofdrol voor William Hastings. Met goede licht- en geluidseffecten op het toneel en je de illusie had dat er ook echt 's nachts een trein over het toneel reed. Ik was onder de indruk van het schooltoneel, maar ik heb zelf nooit enige acteerambitie gehad, daar had ik ook veel te veel schroom voor.

Minder verlegen was ik na een schoolfeest waar ik die avond met Yvonne Tomberg danste, een van de mooiste meisjes van de school, en daarna op het Willem Royaardsplein wat met haar heb gezoend. Daar bleef het met haar bij. Ik was wel verliefd op Edith Claessen, maar nooit wat mee gedaan, ook aantrekkelijk vond ik MarriŰt van der Lee en Mechtelien van Alkemade, en nog wel meer van die leuke kakkineuze meisjes. Mooie herinneringen allemaal, maar ik heb er maar een handjevol van over mijn tijd in de jaren zeventig op het Nederlans Lyceum.

En dan hier nog een fictief en wat vrij verhaal over een tienerfeestje in het decor van het Benoordenhoutse milieu in de jaren zeventig. Geschreven in 2016.

Feestje - Fictie - De Jongenskamer

DirkJan Vos - d.vos35@chello.nl