A Swinging Safari

DirkJan Vos - d.vos35@chello.nl

Amsterdam - Den Haag 1960

LifeKloe no. 0.0.3 winter 2008/2009

____________________________________________________________________________

A Swinging Safari

Den Haag 1984-1994

- Een kroniek -

"De cesuren in mijn leven zijn veelal toevallig bepaald geweest."

Verwekt in de jaren vijftig, geboren in de jaren zestig

Motto:

Alle Vrouwen

Ik hou van alle vrouwen
Mijn hart is veel te groot,
Mijn hart is veel te groot.
Daar ben ik mee geboren
Daar ga ik ook mee dood,
Daar ga ik ook mee dood.

Ik hou van alle vrouwen
Dat is een groot verdriet,
Ja, dat is een groot verdriet.
Met één kan ik maar trouwen
En daarom trouw ik niet,
En daarom trouw ik niet.

Ik hou van alle ogen
Ik kijk er zo graag in,
Ik kijk er zo graag in.

Hoe meer ik word bedrogen
Hoe meer ik ze bemin,
Hoe meer ik ze bemin.

Ik hou van heel het leven
Het leven om een vrouw,
Het leven om een vrouw.
Om ieder wat te geven
Ben ik ze allen trouw,
Ben ik ze allen trouw.

Koos Speenhoff

Inhoud

Florencia
Inleiding
Muziek
Bridgen
Het Kijkhuis
Haags Filmhuis
Ganja
Het Paard
AHA Books
Lester
Lijstjes
Vrijheid
Twee eigen festivalletjes
Computers en spelletjes
Lift naar het Schavot
Thriller
Irmgard
Taco-pizza
Eljo
Operateur
Dronken
Drie maal in de film
Scenario's
Paulien
Jazz in Motion
Els, Janet, Louise en Emma
Reisjes
Doosje kuchen
Coming outs
Loslopende vrouwen
De Zilvermeeuw
Sasja
Anja
Schrijven
De drie Alerto's
Liesbeth
Black Crowes Live in Paradiso
Telerama
Real Time 88
Zapparadoo
Lekkere broodjes
All American KultNites
Ton en Kees
Koken en Eten
De Posthoorn
Drie feesten in het Paard
The Wizard of Oz
Buano Sera
Goud van Oud
North Sea Jazz
Varia
De Casablanca Society
Quiz
Il Forno
Nogmaals De Posthoorn
Thunderbirds are go!
8 Augustus 1964 - 1994 - The Rolling Stones - Kurhaus
50 jaar bombardement Bezuidenhout
De Steen

__

Nazit

__

Geboorte Aaf
Geboorte Mees
De conceptie van Aafje
Oud en Nieuw 2008/2009
Easy Listening, winter 2009

__

Ain't nobody

____________________________________________________________________________

"De moeilijkheid bij het schrijven van een autobiografie is, vind ik, dat als je je eigen leven beschrijft, je eigenlijk volledig moet zijn. En het is nu eenmaal zo - dit zult u ook ervaren en dit ervaart iedereen - dat je in je leven dingen hebt die vervelend zijn, en dingen die minder vervelend zijn. Over de dingen die minder vervelend zijn, daar kun je met een zeker animo over schrijven. De andere dingen laat je dus weg, maar daarmee is het geheel dat een autobiografie zou moeten zijn natuurlijk verbroken. Door de vervelende dingen of de te pijnlijke weg te laten, vervals je de werkelijkheid."

W.F. Hermans

____________________________________________________________________________

Florencia

Den Haag is een stad van Italiaans ijs. Door de komst van Italiaanse immigranten werd er al voor de oorlog veel Italiaans ijs verkocht. De bekendste Italiaanse familie is de familie Talamini die meerdere ijssalons hadden. Hun bekendste zaak is en was Florencia aan de Torenstraat. Vermaard door zijn ijs, beroemd door al het verschillende volk dat daar van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat, binnen of buiten, koffie staat te drinken. Een pleisterplaats waar ik ook regelmatig een cappuccinootje heb gedronken. Midden in de stad.

Maar ik kende Florencia ook al van vroeger, uit de jaren zestig. Toen at ik er met mijn vader en moeder, en mijn niet veel oudere zus, wel eens een ijsje. Ook maakte Florencia de voorloper van de magnum en die in alle Haagse bioscopen werd verkocht. Ik herinner me die nog goed: het ijs zat in een bruin papiertje waar Florencia op stond en een pinguïn. En dat herinner ik me dan ook weer goed omdat ik als kind, verschillende malen in Florencia ben geweest op een bijzondere manier.

Toen ik tien, elf jaar was, kwamen naast ons in Bezuidenhout nieuwe buren wonen. De familie Goemans met hun drie dochters gingen verhuizen. Melanie, Monique (lesbisch) en Margreet. De vader werkte bij de BVD. Daarvoor in de plaats kwam een jong stel met twee jonge zonen, de familie Tettero met de jongens Patrick en Oscar. Hun vader Peter dreef een familiezaak die in de regio Den Haag alle ingrediënten voor ijszaken leverde. Iedere dag trok hij er met zijn grote bus op uit. Maar in de twee zomers dat ik er nog woonde mocht ik met Peter een aantal dagen mee met de bus. In een kleine opslagplaats werden de bestellingen ingeladen en dan werd er een route gereden langs veel ijszaken. En ik mocht mee om te helpen sjouwen, maar het ging om de lol dat ik overal beloond werd met een ijsje. Wat ik maar wilde. Ik heb me op die dagen bijkans misselijk gegeten aan de ijsjes en slagroom. Ik was dol op goed schepijs. En zo kwam ik ook bij Florencia en kon ik een kijkje nemen in de fabricage-afdeling, achter de zaak. Daar stond de grote ijsmachine waar de vanille-ijsjes op een stokje in een chocoladebad werden gedompeld. En ik was de blonde bambino en of ik nog trek in een wafel met drie bolletjes had. Altijd, ik sloeg nooit wat af.

En ook kwam ik een paar keer op de Veenkade bij een telg uit de Talamini-familie in de zaak die ook Talamini heette, om de hoek bij de oude grote bibliotheek. Ik ben ook bij de familie in hun woonhuis boven de zaak geweest. En dan sprak de oude Talamini over Italië. En altijd op het einde, of ik nog een ijsje lustte.

[ En ik vond het wel een uitstapje die dagen mee op de bus, langs al die ijszaken. En niet voor het eerst dat ik zoiets deed. Als kind ben ik ook verschillende malen hele dagen met Gerrit de schillenboer mee geweest. Die kwam 's ochtends vroeg met zijn paard en wagen langs en dan vroeg ik of ik kon helpen. Spring maar op de bok, zei hij dan. En dan ging ik portieken in om de mandjes met schillen en afval op te halen. 's Middags een broodje en een flesje limonade in een koffiehuis, en pas tegen het donker thuis. Gek dat ik dat gedaan heb. Mijn ouders vonden het prima. Ik was ook graag op straat, altijd bezig, actie. Ik wilde ook wel helpen bij het Hus-bakkerswagentje en melkboer Van Der Steen die langs de deur kwamen, maar die stonden dat niet toe. Als jonge tiener nog gewerkt in de snoepkeet van zwembad Overbosch en ik was zestien met mijn eerste baantje als kassier van bioscoop Du Midi. ]

Inleiding

Deze verzameling kort geschreven verhalen gaan niet over mijn jeugd in Den Haag en ook niet na de jaren na de geboorte van mijn kinderen en mijn verhuizing naar Amsterdam. In 1994 werd mijn eerste kind geboren. Mijn verhaal begint in 1984 als ik uit militaire dienst kom.

Een verschrikkelijke diensttijd en ik was blij dat ik eruit kon. Daarvoor had ik al gebroken met mijn vriendin V. Een tragische liefde met een later tragisch einde, maar ik wilde er niks meer mee te maken hebben. Ik was vrij en daar stond ik dan in Den Haag. Ik had nog een paar vrienden die een eigen leven hadden en verder kende ik vrijwel niemand. Ik zat nog wel op mijn bridgeclub. Voor mijn dienstijd heb ik de HBO-opleiding museologie met succes afgerond op de Reinwardt Academie in Leiden. Maar ik wilde daar niks mee doen, ik wilde een simpel baantje en vooral genieten van het leven na een jarenlange geïsoleerde relatie. We hebben ook korte tijd samengewoond, maar dat was geen succes. Daarna alleen maar op mezelf gewoond en nooit meer overwogen om samen te wonen. Een kantoorbaantje voor halve dagen vond ik via een bekende van de bridgeclub, via Piet Hein. Ik kon bij hem op de administratie en boekhouding komen werken. Gedaan en door alle jaren heen altijd kantoorbaantjes gehouden in de financiën en boekhouding. Erg spannend was het allemaal niet, maar het gaf een zekere basis. Bovendien gaf een kantoorbaantje veel ruimte voor andere dingen.

En bedenk dat ik het eindjaar 1994 ook heb gekozen vanwege de komst van internet toen. Dat was er al een jaar, maar ik ben er pas in 1994/1995 echt aan begonnen. Al mijn verhalen gaan van voor internet, maar wel van de opkomst van de fax en de voice-mail. Ook nog geen mobieltjes. Er kwamen wel meer tv-kanalen, maar daar keek ik nooit naar. Geen zin en geen tijd. En natuurlijk de opkomst van de pc en de printertjes. Je kon zelf een kantoortje beginnen en je eigen projecten met al die nieuwe middelen opstarten.

Maar daar stond ik dan, op de stoep voor mijn kamer op het Sweelinckplein in het Statenkwartier.

Uit mijn dienstijd heb ik een vriend overgehouden, Chris. Chris had de school voor journalistiek gedaan en hij kende in Den Haag weer een studiegenoot die zijn vervangende dienstplicht deed bij het Kijkhuis in de Prinsestraat. Een instelling voor kunstvideo's en een podium voor geïmproviseerde muziek. Ik heb Daan toen een paar maal ontmoet en al snel rolde ik als vrijwilliger het Kijkhuis binnen. Daarna kwam daar ook het Filmhuis bij en nog later het Paard. Op het hoogtepunt werkte ik voor alle drie de instellingen. De grootste overeenkomst tussen alle drie was dat er een bar was en waar ik gratis of voor half geld kon drinken. Achteraf misschien niet de beste omstandigheden voor een gezond leven. Chris ben ik later uit het oog verloren. Niet in de laatste plaats omdat zijn aardige vriendin Erna verliefd op mij was geworden. Wat kun je daar aan doen? Niks, ik deed ook niks en zocht maar geen contact meer. We waren wel met z'n drieën op vakantie geweest op Terschelling, op de tweede editie van het Oerolfestival. Dronken geworden met veel jenever. Slapen in een caravan.

Van het Sweelinckplein verhuisde ik naar twee kamers achter op de Ieplaan, gedeeld met andere bewoners. Hans mijn buurman, Leo de hovenier, Tanja en niet te vergeten Hannie en René, mijn benedenburen. Hannie was medium. Ze kon in trance in contact komen met een monnik in het Himalayagebergte, Babbechi. Veel over Babbechi gehoord en Hannie er René vereerden hem. Heel spirituele types, maar zeer vriendelijk. Ik kwam er veel over de vloer en uiteindelijk hebben ze mijn jonge kat overgenomen omdat die nooit meer boven kwam. Nog een keer in hun huis en tuin een nazit georganiseerd na North Sea. Hannie en René waren met vakantie, vonden ze geen probleem. Toen 's ochtends om zes uur forellen staan bakken met Ellie, de vriendin van Maarten toen. Marc en Linda waren er ook bij. Het begon met een knetterende, dronken ruzie... Onaangenaam. En Linda woonde aan de overkant in het bekende kraakpand van de Ieplaan. Theo van Gogh had daar in de kelder zijn plaat met schuine liederen opgenomen ... De Ieplaan. Prettige buurt en het kantoor was om de hoek.

Daarna kreeg ik via Ellie, de toenmalige of latere vriendin van Maarten, de kans om naar een echt eigen huisje te verhuizen. Dat werd een heel aardige hofjeswoning in het midden van de Schilderswijk, de Hannemanstraat. Ik heb daar bijna tien jaar lang plezierig gewoond tot 1996. Daarna nog een nieuw kort zigeuneradres in het Statenkwartier, in afwachting van mijn vertrek naar Amsterdam. Maar veel thuis was ik niet. Pas later gaan koken en meer gaan cocoonen, heel af en toe. Het leven buiten wachtte; altijd op zoek naar actie en entertainment. Mensen opzoeken, dingen ondernemen, napraten, bespiegelen, drinken, roken, vrijen, leven!

Muziek

Ik ben altijd een enorme muziekliefhebber geweest. Vooral vanaf mijn tienertijd in de jaren zeventig. Opgegroeid in een milieu met crooners en fourties- en fiftiesplaatjes. Lichte muziek en dixieland. Take Five vond ik toen een geweldig nummer. Op de middelbare school raakte ik helemaal verslingerd aan de symfonische rock van Genesis, Yes en Pink Floyd. Ik deelde de muziek met mijn vrienden Joan en Tijs. Beurtelings kwamen we 's avonds bij elkaar op bezoek, luisterden naar de lp's, discussieerden en speelden soms schaak. En ik volgde de top-40 en keek altijd naar Top Pop. In 1978 volgt een kentering en zweer ik voor altijd de symfonische rock af en ontdek de echte jazz van de bop en de cool. De hele jaren 80 is die belangstelling voor jazz gebleven. De soundtrack van die jaren wordt verder gevormd door de (her)ontdekking van de muziek van de jaren zestig. Daar moest ik tien jaar eerder niks van weten. Ik word een verzamelaar van sixtiesmuziek, van soul tot psychedelische rock, van Motown tot The Doors. Maar de grootste ontdekking waren The Beatles. Bijna twintig jaar na dato. Ik vond en vind alles goed van The Beatles, alles verzameld en veel op vinyl gedraaid. Vooral ook in de zomer. Ook de ontdekking van de Haagse beatbands, waaronder de Q65 met hun lp Revolution.

Naast muziek luisteren thuis ging ik vaak naar concerten en was ik gek op live muziek, maakte me eigenlijk niet uit wat, als het maar live was. En ook zelf enigszins actief met muziek bezig geweest, maar enkel om mijn muziekhobby te verdiepen. Als kind een paar jaar piano gespeeld, maar dat liep op niks uit. Ik studeerde ook niet. Rond mijn vijftiende een Spaanse gitaar gevraagd en autodidactisch alle akkoorden leren spelen. Puur voor mezelf. Later wilde ik een elektrische piano en rond 85 neem ik van Lester zijn Würlitzer over. Maar dat piano spelen leek nergens op. Geen gevoel voor ritme en geen discipline over de linkerhand. Inmiddels had ik een boek met alle Beatleliedjes met akkoorden erbij. Heel veel uit gespeeld op gitaar en piano. Later kreeg Liesbeth thuis de piano van haar moeder. Daar heb ik heel veel plezier aan beleefd, en af en toe nog steeds. Alleen akkoorden en nummers spelen van een stapel uitgekozen popnummers, maar vooral Beatles, en er dan als een valse kraai bij zingen. In militaire dienst een saxofoon geleend en pas twee jaar later weer ingeleverd. Mooi om een blaasinstrument te ontdekken. Dan probeerde ik met eenvoudige jazz-bluesplaten mee te spelen. Maar ik kon geen jazz, hoewel het fysiek bijzonder aangenaam was om te doen. De saxofoon is na een ochtendlijk bezoekje van de MP aan de Ieplaan weer ingeleverd door Tom van Vliet bij de kazerne aan de Van Alkemadelaan. Ik wilde de saxofoon houden als genoegdoening.

De hele soundtrack van de jaren 80 waren voor mij een mix van jazz en pop. En de opkomst van de cd en cd-speler. Ik kon mijn eerste cd-speler kopen door een klusje voor Het Paard. Kon ik ook gelijk tien cd's kopen. Onder andere, The Nightfly van Donald Fagen, Dèjávu van Crosby Stills Nash and Young en l'Ascenceur pour l'échafaud van Miles Davis, met veel outtakes. Drie albums die ik nog steeds goed kan horen. En in die jaren domineerden voor mij twee grootheden, Prince en Marvin Gaye. Marvin Gaye vertolkte alles wat er in mijn leven gebeurde. Meest onderschatte dubbelalbum, Here my dear. Prince nog live gezien in de Kuip tijdens zijn Alfabet-tour. Het laatste grote concert waar ik naar toe ben geweest. Het werd me te groot en te massaal.

Muziek was ook uitgaan en dansen. Dansen met vriendinnen, onbekende vrouwen, maar ook wel met Marc en Maarten, mannen onder elkaar of alleen. Radio luisterde ik toen niet zo naar. De actuele hitmuziek ging me steeds minder interesseren en met de house en de rap en hip-hop helemaal afgehaakt.

Liesbeth heb ik tijdelijk weten te interesseren in de soul en zij mij voor klassiek. Ik bewonderde de Matheus Passion van Bach, Le Sacre de printemps van Stravinsky, het Requim van Mozart en dan houdt het eigenlijk wel op. Wel genoten van de opera's waar Liesbeth me mee naar toe nam. Een maal zelf kaarten gekocht, voor Rosa, a horse drama, de opera van Peter Greenaway en Louis Andriessen. In mijn film de Steen komt prominent een standbeeld voor van een Paard (Haagse Schilderswijk). Voor de shots heb ik er met dik krijt Rosa op laten schrijven.

Bridgen

In mijn tienertijd werd ik aangestoken door mijn vriendin om samen te gaan bridgen. Een paar jaar later ook samen op een club gegaan, Overtricks, op de Haagse bridgesociëteit aan het Noordeinde. We speelden altijd op de woensdagavond. Al voor ik de relatie resoluut beëindigde, speelde ze er al niet meer en ben ik nog een paar jaar lid gebleven. Mijn nieuwe partners waren eerst Henk Uijlenbroek die rechtbankverslaggever was geweest voor de Volkskrant. Een aardige kerel die eruit zag als Dick Bos; een magere man met een smal gezicht en met achterover ingevet haar. En wij waren goed, zo niet de beste van de club, maar Overtricks was wel een middenmoter, dus wij regeerden ook wel als eenoog-koning. Ik ben nooit een top-bridger geweest en had daar ook geen ambitie voor. Daarna werd mijn partner Loek, man van mijn leeftijd en een econoom. En ook wij bleven het beste paar van de club. En dat lag ook aan mij, en Henk en Loek waren wel wat slimmer dan ik, maar ik was weer wat creatiever. We vulden elkaar uitstekend aan en het waren twee mooie en succesvolle partnerships.

De bridgeclub en het Haagse bridgewereldje was ook een sociaal gebeuren met tot laat in de nacht bridgen met bier en hapjes erbij. Ook bij mensen thuis die een bridge-drive organiseerden. Ook een keer zelf georganiseerd, in de tijd met mijn eerste vriendin.

Over het spel zelf zou ik nog veel kunnen schrijven en ik ben er veel mee bezig geweest. Een sterk punt van mij was om tijdens het spelen niet de spellen te analyseren en een discussie met je partner aan te gaan over begane fouten. Dat is niet bevorderlijk voor de spellen die nog komen. Concentratie. En ook dat leverde extra punten op. Nakaarten na afloop. Vele echtparen maakten liever tijdens het spelen al veel ruzie. Kost je punten.

En na de bridgeavond met andere, bevriende jonge bridgers geregeld doorzakken in de Pijpenla, het nachtcafé vlak naast de sociëteit. En dan de volgende morgen brak weer aan het werk. Janet, Monique, Gerhardt, Piet Hein, Clyde voor de moppen, Van der Zwan en namen als Schopman en Van Heijningen, Boelhouwer, Van Gelder, Vastersavonds, Anneke Vis van achter de bar en nog vele andere namen schieten me nu te binnen. Ook mijn zus Hélène, mijn jonge tante Diana en later ook nog mijn moeder heb ik aan het bridgen en de club geholpen. Diana vond daar later haar man met wie ze later zou trouwen, Jan Overwater, hij speelde met zijn vriend Casper Smits.

Maar ik vond het een te klein en benauwd wereldje en had wel mijn hoogtepunten bereikt binnen de club. Ik zou naar een betere club moeten gaan en dan nog serieuzer gaan trainen en studeren. Maar daar had ik geen enkele zin in en op een dag ergens in 1985 ben ik met Overtricks en het bridgen gestopt. Het echte leven lonkte met veel aantrekkingskracht.

Het Kijkhuis

In het Kijkhuis op het Noordeinde in Den Haag kwam ik in contact met het echte, culturele leven. Een Haagse culturele instelling en vertoningsplek voor kunstvideo's, documentaires, installaties en avantgarde-muziek. Ze hadden een bescheiden zaal met een beamer, 16-mm-projectie en een podium. En het was ook een café. Praten met mensen, dingen doen en aan de bar hangen. Tom was de directeur en daar had ik direct een goed contact mee. Later werden we enige tijd goed bevriend. Gingen we samen squashen en daarna lunchen in de kokschool in het Bezuidenhout. Hij was ook een enorme womanizer en om de haverklap een nieuwe vriendin, vaak een buitenlandse. Als ik met Tom op stap ging zei hij altijd: "Dan gaan we eerst een biertje drinken, dan een hapje eten en dan naar de meisjes." Verder was er nog de technische man en dat was Leo. Aardige kerel en met veel humor. Op een gegeven moment heeft hij zelf een enorme kabelschakelstellage gebouwd om alle monitorpunten in het gebouw met elkaar te verbinden. Maar het werd een chaos aan kabels met onduidelijke labels. Ik noemde het de Leotron. Verder was er nog een aantal vrijwilligers en nog wat figuren, zoals Albert, Hennie en Frits, Christiaan en Gijs(je) en de jongens van Meatball (onder meer Rien, Cees, Martin en Jan). Vaste gasten waren ook de (boek)vormgever Ludo en zijn vrouw Grietje die een modezaak had in de Molenstraat, ik geloof alleen zwarte kleding. Ik denk ook aan Adelbert, ook vormgever.

Op een gegeven moment hing er van de Kijkhuisvrijwilliger Hennie een affiche in de stad. Zijn portret groot in zwart-wit en de tekst erbij luidde ongeveer: Kom donderdag naar het Kijkhuis voor de saaiste man van de wereld. En dan zijn naam ergens. Even enorme heisa en veel verdachten in Kijkhuiskring. Later bleek het om een grap van onbekende huisgenoten van Hennie te gaan.

Er was ook nog de boekhouder Auke, annex fotograaf. Die exposeerde een keer in het Kijkhuis, daar waren wel vaker foto- of video-exposities. Achter de bar stonden Wilma en Ank. Wilma was de vriendin van Rien en Ank die van Peter van Gruppo Sportivo. Later ging die laatste relatie na lange tijd voorbij. Wilma en Ank waren ook altijd bezig met bloemen en bloemschikken. De zus van Ank, Dien, ging later voor de films van Peter Greenaway werken voor de kleding.

Maar de bar in het Kijkhuis liep voor geen meter; buitenstaanders vonden het café niks, te veel insidegebeuren. Dat was waar, maar ik trok me er weinig van aan. En hier leerde ik mijn eerste twee nieuwe vrienden kennen. Maarten die schoonmaakte en vrijwilliger was en zijn beste vriend Marc. Hij werd later ook vrijwilliger. Maarten en Marc kenden elkaar al lang en ik kwam daar als derde persoon aanhangen. Maarten studeerde toen nog geschiedenis en Marc werkte als boekbinder op het Rijksarchief. We waren alle drie even oud en waren alle drie tweelingen. En we hadden alle drie vaders die aan de alcohol waren, net als wij. Maarten zat altijd goed in de losse contacten met vrouwen en Marc had al jaren een vaste vriendin, Linda. Die leerde ik ook goed kennen omdat ze aan de overkant van mij woonde op de Ieplaan, in het mooie kraakpand. Linda was een beeldschone slimme meid, wilde verder in de journalistiek. Ik kwam ook wel eens alleen bij haar op de thee en ze knipte ook wel mijn haren. Overigens net als mijn tante Diana dat wel eens deed. Linda haar beste vriendin was Daphne en ook die leerde ik kennen. Veel mee gelachen en geouwehoerd. Het waren een soort van echte vriendinnen, zonder bedoelingen. Ik leerde ook de andere mensen uit Linda haar pand kennen, Harm de ex-drummer van de Mo met zijn geluidsstudio in de kelder, Hans de fotograaf, Pieter en Maarten, de eigenaar van de Nastasta. Daphne ging lange tijd met Harm, maar ze werd slecht behandeld en ging uiteindelijk bij hem weg. Later is ze de Kunstacademie gaan doen. Ik herinner me ook nog een bijzonder verjaardagsfeestje bij Linda. Met alle aanwezigen hebben we 's nachts in een kring elkaars hand vastgehouden en een rituele, sentimentele dans uitgevoerd op Shine on You crazy Diamond van Pink Floyd.

In de eerste maanden bij het Kijkhuis ben ik een keer stomdronken geworden. Puur uit vrolijkheid en niet naar huis willen. Toen de zaak diep in de nacht sloot kon ik niet meer naar huis. Het Kijkhuis werd afgesloten en ik bleef en ging slapen op een paar stoeltjes in de achterzaal. De volgende morgen word ik wakker gemaakt door Wilma. Die had in een spoor mijn schoenen en broek gevonden toen ze aan het werk wilde. Ze was totaal verrast. Ik stond op en voelde me kiplekker en op en top, over de top. Ik was voor het eerst dronken geworden vanuit pure vrolijkheid en niet uit ellende. Het voelde als een doorbraakmoment, ondanks de drank. Wilma hielp me verder op de been met een ontbijtje en een sapje. Daarna een dubbele cappuccino. Wilma kende ik overigens van de Puchposter uit begin jaren zeventig. Zit een blond meisje op een Puch, had ik in mijn kamer hangen. En dat meisje was Wilma. Dat heeft me altijd getroffen.

Met Marc en Maarten ook veel op stap, ieder weekend en ook door de week. Uit eten, café's, de nachtdisco. En snacken 's nachts bij Hugo Snackcar. En er waren vaak ook andere mensen van het Kijkhuis bij, zoals Jan en Anja. Jan was een vriend van Tom en architect, hij vormde met Anja een hecht stel. Anja was zelfstandig etaleuse voor modezaken. Ook deed ze de inrichting voor het Kijkhuis en het Videofestival. Ik heb ze goed leren kennen. Er zat een heel kringetje omheen met ook veel losse figuren die soms opdoken.

Legendarisch in kleine kring waren de World Wide Video Festivals die het Kijkhuis ieder jaar organiseerde. Weinig publiek, maar wel veel buitenlandse makers die werden uitgenodigd. Waanzinnig hectische dagen en lange nazitten aan de bar. Ik introduceer Lester bij het Kijkhuis en hij wordt portier bij het festival. Maarten, Marc, Chris en ik doen de techniek van het starten van de video's, verspreid over de diverse locaties. Ook de weken die eraan vooraf gingen waren druk en levendig. Bijvoorbeeld de catalogus die op tijd af moest zijn, altijd over de deadline heen. Allerlei mensen die van 's ochtends tot 's nachts aan het werk waren. Met de nodige fricties af en toe. Ook Erik werkte voor het Kijkhuis, later zou hij ook voor het Filmhuis gaan werken. Ik heb ook nog met Lester later samen video's gestart vanuit de controleroom.

Van een festival herinner ik me ook de komst en het verblijf van de Duitse cultacteur Udo Kier. Een homo die met zijn dronken kop zijn liefde voor Lester bekende die toen portierde. Over Lester zei hij steeds: He's just the doorman. Een andere kwoot van Udo was: Dann treffen wir uns im Buldog. Ik heb hem toen nog een keer 's nachts overeind geholpen toen hij op de grond ging liggen voor de Nieuwe kerk. Hij kon niet meer overeind komen zo lam. Hij had ook geen cent bij zich, alles moest het Kijkhuis of anderen betalen. En zo raakte je met allerlei internationale mensen, mannen en vrouwen in contact. Ik heb ook nog de videokunstenaar Servaas geholpen bij het inrichten van een installatie. Leuke kerel. Later nog bij hem thuis geweest in Hoorn. Gezinnetje. Ging zijn dochtertje op mijn schoot zitten. Nog een visje gegeten in de haven. Maar tien dagen later krijg ik opeens allemaal blaasjes op mijn buik en gezicht. Ik denk aan een soa of erger. Naar de dokter en die begint te lachen. Ik heb de waterpokken gekregen. Normaal krijg je dat als kind, komt bij volwassenen zelden voor. Later bleek uit een intentingsboekje bij mijn ouders dat ik inderdaad de waterpokken niet had gehad. Maar in ieder geval wel tien dagen ziekjes binnen moeten zitten. Maar waar zou ik nu door besmet zijn geraakt? Wat bleek: door die dochter van Servaas. Nou ja. Ik dacht toen na mijn herstel dat het mijn laatste kinderziekte was en dat ik nu echt volwassen was geworden. Was dat maar waar.

Het Kijkhuis organiseerde ook een paar maal tv-avonden rondom het werk van Wim T. Schippers en Koot en Bie. Een maal op zo'n avond aan de bar gestaan met Harry Touw, alias Fred Hachee. Omringd door alleen maar nostalgische mannen. Jaren later zou ik een interview met Harry Touw doen voor Doen. Maar hij krijgt kanker en heeft nog maar kort te leven. Toen dacht ik nog, een reden te meer om hem op te zoeken. Maar ik kreeg hem aan de telefoon en de man was totaal gebroken en niet in staat tot een interview. Ik heb het daar toen bij gelaten. Ik ben altijd een liefhebber geweest van Haagse humor.

Het Kijkhuis werkte ook een keer mee aan een grote tentoonstelling van videokunst in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Ik heb daar ook geholpen. Ik was ook op de besloten opening aanwezig waar zo'n honderd genodigden aan tafeltjes een uitgebreide Indische rijsttafel kregen geserveerd. Ik zat naast de theaterontwerper en operaregisseur Bob Wilson. Aan een tafeltje achter mij zat Brian Eno. Bob Wilson kende ik al van een enscenering van Philip Glass zijn opera Einstein on the Beach, gezien in het Circustheater op Scheveningen. Op het einde kwam Philip Glass nog het toneel op. Ik was toen diep onder de indruk van zijn muziek. Later zou die belangstelling volledig verdwijnen.

Laurie Anderson versus Madonna.

Maarten was schoonmaker en had de sleutels van het Kijkhuis. Een paar uitzonderlijke keren 's nachts nog met Maarten en Marc naar binnen gegaan. Dan namen we de zogenaamde Bomba. Een flesje Brandtbier (upje) en daarnaast een tequila. Een keer legendarische nachtbroodjes in de oven gemaakt met warme paté en druipende camembert. We haalden ook jointjes in de Dizzy Duck in het Zeeheldenkwartier. Het waren de eersete keren dat ik blowde. Veel gekkigheid die nergens over ging. Marc, Maarten en ik zijn nog eens in een taxi naar onze huizen gebracht. Maarten zou als eerste uitstappen, maar kon dat niet. Laat de meter maar doorlopen, zei hij en bleef minstens vijf minuten in de taxi zitten om bij te komen.

Schieten me ineens nog twee festivalgenodigden te binnen. Tony Ousler en Cindy Klein. En Albert als creatief mede-directeur en programmeur. En zijn latere vrouw Gerda. Ze waren altijd in de stemming voor een laatste drankje en gesprekje. Albert stond op de festivals 's avonds altijd op dezelfde plek. Daar stond hij om bekend. Het jaar daarop komt er een Franse videokunstenares 's middags weer het Kijkhuis inlopen. Het laatste moment van toen ze weg ging was Albert aan de bar. En verdomd, ze komt een jaar later weer binnen en staat Albert daar met een calvados nog steeds, op precies dezelfde plek aan de bar. Festivalanekdote. En Dino die nog serieus heeft geflikflooid met een dame in de kelder.

Willem de Ridder zou een sm-performance geven in het Kijkhuis. Het was verwant aan de gewelddadige, erotische salons van de Amerikaanse Annie Sprinkle. Ik had daar wel video's van gezien: mannen die hun ballen uitrekken door er tien kilo ijzer aan te hangen. Dat werk.

De performance in het Kijkhuis bestond uit een band die continu muziek maakte en met Willem op keyboard. Dan liep er nog een cameraman rond (Jan van Meatball) die alles live opnam en waarvan je de beelden direct op monitoren voor het podium kon zien.

De hoofdact bestond uit sm-sessies met een meesteres en een aantal slaven. Heren op leeftijd. Zwepen en ook gewichten. Willem de Ridder had carte blanche gekregen en niemand wist wat er van te voren ging gebeuren. De kleine zaal zat vol. Ik was er met Liesbeth, Marc en Linda. Al snel liepen mensen weg. En na een half uur zat er nog een man of tien. Ik vond het niet aangenaam om naar te kijken, maar wilde toch blijven zitten. Ook kon je je fixeren op de monitoren en dan was het niet echt, maar tv en makkelijker verdraagbaar. Toch zijn Liesbeth en ik net niet tot het einde gebleven en verlieten de zaal. Marc en Linda bleven zitten. Veel nagepraat, ook met Willem en met de sm-ers die meededen. Ze waren ingehuurd van de bekende Haagse sm-salon Domo. Nog nooit zoiets meegemaakt.

En als het Kijkhuis dicht ging, dan gingen we door naar de Pijpela. Een nachtcafé op het Noordeinde. Kwam ik al op woensdagnacht na de bridgeclub. Maar met het Kijkhuis gingen we dan met een heel clubje. Cees benoemde zich dan wel tot de reisleider. Eindigden we in de Schele Indiaan. En Gradje met zijn vriendin. Gradje zei altijd als we naar een nachtkroeg zochten: En dan gaan we zo, dan gaan we zo en dan gaan we zo, en dan zijn we thuis. Mensen die er ook bij hoorden, Ralph met zijn vriendin Thea en de kleine Gerrit die zelf de videokunst in ging en later een relatie kreeg met de veel grotere en struise Jaqueline. Er hing ook een jonge vrouw bij die overal opdook. Ik kon niet met haar overweg, maar Dino weer wel.

Haags Filmhuis

Naast mijn halve baan op kantoor en het vrijwilligerswerk in het Kijkhuis had ik nog volop tijd over. Ik ben toen het Filmhuis aan de Denneweg binnengestapt en gevraagd of ze nog vrijwilligers konden gebruiken. De eerste directrice, Dorine, was net weg en werd opgevolgd door het producentenduo Kees en Denis. En ik kon gelijk aan de slag als leerling-operateur. De nieuwe directie programmeerde iedere dag een klassieker in de cinematheek en er werden meer dingen georganiseerd. Ik denk nu aan de festivals rondom Audrey Hepburn en Jeanne Moreau. Beiden waren ook aanwezig. Het waren de hoogtijdagen dat het Filmhuis het grootste filmhuis van Nederland was. Ook werden er vanuit het Filmhuis films geproduceerd. Het was in die jaren een levendige bijenkorf met veel mensen die met film bezig waren. En wij die aan het kantoor waren verbonden vormden een kleine, hechte familie: Leendert, Eljo, Gaby, Erik, Piet, Carlie en ik. We zagen elkaar dagelijks en aten ook vaak in het Filmhuis of gingen eten bij toko Frederik. Het waren de gelukkigste jaren van mijn leven. Maar ik wilde meer dan alleen projecteren en ondernam eigen initiatieven. Ook was ik een voortrekker rondom de automatisering en verleende ik hand- en spandiensten voor de administratie. Later werd ik betrokken bij de vrienden van het Filmhuis. Ik organiseerde mede tientallen zondagmiddagprogramma's. Ik inviteerde voor een programma allerlei Haagse filmmakers die ik had leren kennen. Ook Lester verzorgde een middag over King Kong en Marc en GertJan (bijnamen als duo, Sjors en Sjimmie) een multi-mediamiddag over nieuwe media. Ook heb ik met Nico de piano voor het Filmhuis gekocht. Daar werden zwijgende films mee begeleid door een paar bekwame, jonge pianisten. Van Nico kwam het idee om een Haagse filmprijs in te stellen ter gelegenheid van de toen gehouden Haagse Salon in Pulchri. Er kwam een eenmalige uitreiking van de Willy Mullensprijs die gewonnen werd door Heimrich Faassen voor een video-installatie. Verder deden vrijwel alle Haagse film- en videomakers mee. Van Nico Bunnik tot Paul Driessen. De fraaie oorkonde en koker was gemaakt door Marc. In de jury zaten (in ieder geval) Lilly en Gert. De eerste voorzitter was Sjoerd, later Nico en daarna Erik. Vaste waarden in het bestuur waren de andere Nico, de (animatie)producent en Lydia van de RVD. Ik herinner me nog een mooie zondagmiddag en de vrienden het filmpaar Jaques Demie en Agnes Varda hadden uitgenodigd. Ik was van beiden hun -tegengestelde- werk bijzonder enthousiast. Het werd een genoegelijke middag en ontmoeting.

Met weemoed denk ik terug aan al die bar- en kassameisjes, aan al die uren voor de bar, vooral als Willy er achter stond. Hij bracht weer zijn eigen mensen mee. En altijd lekkere muziek. Willy zorgde ook voor de legendarische Filmhuisfeestjes die een tijd lang iedere maand werden georganiseerd. Ook werd er ieder jaar een gezellig personeelsuitje georganiseerd, zoals een keer naar Tim Burton's Batman en een nazit in de Cocktail Lounge in het Zeeheldenkwartier, georganiseerd door Eljo.

Ik denk verder nog aan Barbara met haar noorderlijke accent, Willemien, Els, Irmgard, Domenique, Guido (de brombeer die later ging met het zusje van Carlie), Jan de wiskunde-operateur, de lekkere Nicolette, Janna en haar moeder, Tom met wie ik het cryptogram van zaterdag uit de Volkskrant en NRC wel mee deed (en ging later met Angelique) en nog zo veel anderen. Zoals Marcel, de vrijwilliger in de bibliotheek... Kees, de barman en conservatoriumstudent. En ook de fotograaf Jako, die wilde ik vragen voor de hoofdrol in mijn drama-video. Maar in de periode van opnamen zat hij voor lange tijd in het buitenland. Toen moest ik de rol spelen. Natuurlijk de charmante Zizi met Italiaanse invloeden. Hans en Annemarie. Beiden beginnend fotografen en een stel. Hans achter de bar en Annemarie achter de kassa. Hij met bril, zij klein. En dan waren er nog twee Karinnnen, de ene wilde in de publiciteit werken en de andere was net van de fotovakschool, de laatste Karin was een bekende van Edo en Marco. En Maarten heeft ook nog een tijdje achter de bar gestaan. Hij had toen een korte, onzichtbare relatie met Carlie. Later stond ook Wilma van het Kijkhuis achter de kassa, vanwege haar relatie met Rien die Kees en Denis was opgevolgd als directeur van het Filmhuis. Herinner me nu ook nog André, was een soort van stagiair of iets, was wat ouder dan ik en manusje van alles.

Een bijzondere herinnering is Tjitske, een heel mooie jonge vrouw die zwanger werd en nog mooier. Niet van mij, nooit iets mee gehad. En Anniek, die was net van de filmacademie af. Had een korte Sinterklaasfilm gemaakt. Die werd later uitgezonden op tv. Ik heb er voor gezorgd dat de film ook minstens een week in het Filmhuis heeft gedraaid als voorprogramma. En Kees-barman kreeg wat met Anniek of andersom.

En dan was er nog het leuke zusje van Denis dat Nederlands studeerde. Monica, ze werd kassameisje. Veel mee gepraat en geflirt. En dan waren er ook de onbekende liefdeslevens van Kees (Dorine en Eveline en later de bedrijfsleidster van Schlemmer) en Denis (in ieder geval kort Eljo), die later trouwde met de mooie en elegante Simone. Ik kon goed samenwerken met Denis. Ook Denis en Monica hun broer kwam geregeld voor zaken en/of een biertje naar het Filmhuis, Roland, de gespecialiseerde jurist op het gebied van auteursrecht. En in zijn slipstream zaten er voor korte of langere tijd allerlei productiemensen in het Filmhuis, vanwege de productiemaatschappij AllArts van Kees en Denis. Maar ik bemoeide me alleen met het Filmhuis en de familie die we daar met elkaar vormden. Toch was die synergie het succes van het Filmhuis.

Veel namen, veel mensen en dan ben ik er nog een aantal vergeten. Zoals dat schonkige jonge meisje dat achter de kassa stond, heel meisjesachtig. En heete dat dikke meisje niet Lisa? En de boekhouder achter de Sperry, de computer die ik later thuis kreeg als mijn eerste eigen computer. Berend, de register-accountant ... Later nam Hans met zijn vrouw en bedrijfje de boekhouding van het Filmnhuis over. En dan nog twee gezichten zonder namen; een jong meisje, vrouw met kort haar, niet uit Den Haag afkomstig, kassameisje. Net als -ik noem haar maar zo- Nathalie, een dame van Franse afkomst, ook achter de kassa. Later had ze wat met Erik. Die woonde tot hoge leeftijd nog bij zijn ouders.

De bloedmooie dochter van Paul Driessen, de boze buurman Jan die op een feestje in het Filmhuis voor mijn neus met zijn dronken kop honderd gestapelde bierglazen van de bar afschuift. Een jarenlange vete over geluidsoverlast. Politie erbij, heibel en mee naar het bureau. Maar dat was een van de schaarse onaardige figuren in het leven. Net als de exhibitionist die regelmatig in een te kort sportbroekje urenlang op de bank in de foyer kwam zitten op een kopje koffie. En dan ineens trok hij zijn broek naar beneden voor een kassameisje als er verder niemand bij was ... En dan de vaste bezoekers. De oude vrouw die met de bus kwam, de Pakistaanse heer, alleen, maar met een hele familie thuis, filmverslaafd. De leveranciers en de buren van de Resident, 2005 of de Kunstkring...

Er gebeurde van alles, iedereen was bezig, met werk of met de liefde. Een hilarische anekdote vond ik het verhaal van Carlie die net van haar vriend Piet af was en die achter de bar stond. Piet kon zich soms niet bedwingen en dan kocht hij impulsief computerspullen. Zonder dat te overleggen. En als Carlie dan thuiskwam dan stond Piet te stofzuigen en dan wist ze al hoe laat het was: Piet had weer wat onverantwoordelijks gedaan. We noemden dat verschijnsel 'de schuldzuiver', een begrip dat wel vaker van toepassing bleek op al die relaties die je om je heen zag. Later werd de grote liefde van Carlie, Guus. Een aardige vent en vormgever. Hij had nog eens het idee om een video steeds door te geven en dat de ontvanger dan een kopie zou maken en die weer doorgaf. Uiteindelijk zou er een kopie ontstaan van slechte kwaliteit. Ik zag wel wat in dit soort conceptideeën. Hij was ook betrokken bij theater Zeebelt, om de hoek bij het Filmhuis. Ik kwam daar ook wel. Het werd geleid door de wat oudere Joop. Ben nog bij hem thuis geweest om over de jaren zestig te praten. Hij was mede-oprichter geweest van Oor en had alle jaargangen mooi ingebonden. Ook circuleerde rond het Filmhuis een vormgeversduo, Wout en Ben. Wout ging nog een tijdje met de Indische Els.

Er was veel mogelijk in het Filmhuis en iedereen kon zich daar ontplooien. Hoogtepunten waren ook de festivals Image and Sound, georganiseerd door Marc en GertJan. Ik had daar verder weinig mee te maken, behalve dan als bezoeker. Ik zat ook helemaal in de nieuwe media. Door het festival met veel dingen kennis gemaakt en veel interessante mensen ontmoet. Zoals William Gibson, de bedenker van het woord cyberspace. Lester en ik namen hem op een avond nog mee naar de Doubletstraat, het hoerenstraatje dat ook een vorm van virtual reality was. En dan eerst langs het standbeeld van Spinoza. William Gibson was amazed. En ook de telepresence en virtual reality-pionier Scott Fisher kan ik niet ongenoemd laten. Hij werkte bij de NASA en kwam een paar dagen naar het festival. Een indrukwekkende man en visionair. Jammer alleen dat virtual reality eigenlijk nooit is doorgebroken.

Door mijn werk voor het Filmhuis kreeg ik ook ieder jaar een bioscoopkaart. Kon je gratis naar alle Haagse bioscopen en mocht je een introducee meenemen voor half geld. Heel veel gebruik van gemaakt. Ik herinner me nog het laatste twijfeljaar of ik de kaart wel kon krijgen. Het boterde niet tussen mij en de bedrijfsleidster Ina (Annemarie was vertrokken), maar ze kwam me de nieuwe kaart hoogst persoonlijk uitreiken. Ik hoorde er nog steeds bij. En dus heel veel films gezien, alleen en ook met Lester, in het Filmhuis en in alle andere Haagse bioscopen. Ik hield niet van tv, maar wel van de onderdompeling en concentratie van een donkere zaal, een groot doek en goed geluid. Film was een grote passie.

Legendarisch was het afscheidsfeestje in 1993 van de Denneweg, de verhuizing naar het Spui. Ik organiseerde het met Erik en met Willy. De stoelen waren al uit zaal 1 en werd de tweede danslokatie, naast de bibliotheek. Overal was film te zien en de aankleding was verder aangevuld met grote decorstukken uit de films van Peter Greenaway. Een geweldig feest. Ik heb een deel van de party met Edo op video vastgelegd. Er is ook een dvd van die ik nog naar het Filmhuis moet sturen. Een mooie herinnering en afsluiting van de Denneweg. Mijn favoriete plekje in het Filmhuis was het alkoofje naast de ingang. De wat donkere video kun je op YouTube bekijken: http://www.youtube.com/watch?v=qBNfZz8eBV8

Het Filmhuis was een broedplaats, een verzamelplaats, een ontmoetingsplaats. Het was niet een deel van mijn leven, het was toen mijn leven.

[ Later ontstond er in Den Haag ook het initiatief van Filmstad. Een club cineasten en videoten met een werkplaats in de Van Woudenbergstraat. Ze organiseerden later ook avonden in het Paard toen die een eigen kleine filmzaal kreeg. Ik had er verder niks mee te maken, maar kende de meeste mensen wel. Ik kwam ook op de avonden. In de kring zaten namen als Paul de M., Nicoo B., Marc van B, ene Alex en Gerard H (die ging weer met Olga van Meatball). Een maal op de werkplaats geweest vanwege mijn latere docu-drama-video. Ik heb daar toen ook de steen uit De Steen in de vensterbank gezet. De steen had ik eind december in de kou van een gesloopt parkeerterrein naast Artis gevonden en meegenomen. Was nog een heel gewicht. Misschien staat die steen er nog wel. ]

Ganja

De Ganja in de Maliestraat, om de hoek bij het Filmhuis, was de ultieme nazit-drink- en blowbar. Een ongelofelijk tentje in vele opzichten. Het was er verschrikkelijk vies en smerig en het herentoilet was het dieptepunt. Het was ook een mannencafé, voor de jonge Haagse rock-'n-rollers. Vrouwen voor en achter de bar waren schaars, maar als ze er waren kregen ze alle aandacht. Hier ontstond ook een vriendenclub met Marco en Edo (later ging hij steady met de wat oudere Ernie, no kids, two cats) en de fotograaf Desmondo met zijn vriendin Sandra. Ik heb hen goed leren kennen. Ik kwam ook bij San en Des thuis over de vloer. Desomondo zit nog met een rolletje in de Steen en Sandra ook, alleen beeld. De stem is van Liesbeth. Maar dat was in 1995. En dan waren er nog de broers André en Willem die een rockband vormden onder de naam The Maniac Mulocks (met Joachim op keyboard, zijn broer Joshua op bas en Marco op drums, André en Willem gitaar). Altijd ouwehoeren over muziek en de Stones waren hun voorbeelden. Opvallend was ook dat de GJ vaak na sluitingstijd nog gewoon bleef doorschenken, wel tot vier, vijf uur 's ochtends. Nooit enig probleem met de politie. Soms was de deur al dicht, maar dan tikten we op het raam, werden we binnengelaten en ging de bar gewoon nog een paar uur open. Wat een tijd daar doorgebracht en verspild. Vooral met Lester en Dino, verspilde tijd, maar wel een fantastische tijd. Een keer ben ik 's nachts uit mijn dak gegaan en heb ik met ontbloot bovenlijf op een zomeravond op een tafel staan dansen. Jaren erna moest ik dat nog aanhoren. Maar het was allemaal vrolijkheid en geen agressie of problemen. Later ging Willem met de jonge Blanche, een van de weinige vrouwelijke bezoeksters van het tentje. Het hondenhok. Emma de bouvier en nog een glad monster. Apart toilet en sleutel voor het damestoilet, was ook hard nodig.

Wie daar ook wel kwamen en die ik sprak: Adje Lagerwaard en Michel van Rijn. We zaten ook zomers altijd buiten bij de Ganja, de GJ. En dan liep je een stukje door en dan keek je tegen de achterkant van hotel Des Indes, op een balkonnetje bij een achterkamer. Wij -Lester en Dino- noemden dat het Mussolinibalkonnetje. Als we nog eens geld hadden dan zouden we die kamer afhuren voor een klein bacchanaal en we zouden dan vooral vanaf het balkon over de Denneweg heersen.

De GJ; duizend avonden, duizend nachten, duizend biertjes (HJ-tjes - Hertog Jan) en duizend blowtjes.

Het Paard

Hoe ik bij het Paard terechtkwam weet ik niet meer precies, mogelijk door een contact met Petra die toen de programmering deed. Ik leerde haar kennen en ging wat computerklusjes op kantoor doen. Ook had ik een goed contact met de directeur, Herbert. Later ben ik de staf- en bestuursvergaderingen gaan notuleren. Een aardige en ook wel belangrijke rol; ik wist overal van. Een maal zelfs ingesprongen toen tijdens een bestuursvergadering Herbert zijn ontslag aanbood vanwege een terroriserende portier waar het Paard niet vanaf kwam. Ook heb ik nog een goede rol gespeeld toen de gemeente een ton op het Paard wilde bezuinigen. Met Marianne heb ik een plan op touw gezet om in de gemeenteraad te protesteren. Iemand verzon de slogan: They Shoot Horses Don't They. Ik heb toen een tiental T-shirts ontworpen met daarop het skelet van een paard en de slogan. Ook schreef ik de speeches van Herbert en een vrijwilligster toen ze tegen de korting in de gemeenteraad hun bezwaren mochten inspreken. Ook was Hans van den Burg er met zijn gitaar en zong een protestliedje. En het had succes. De bezuiniging werd verlaagd tot 50.000 gulden. Zelf stond ik niet op de loonlijst maar werd betaald met muziek- en computerspullen die ik aanschafte. Verder werkten in het Paard nog Marco bij de techniek, Elsa voor de publiciteit, Martin als manusje-van-alles, Jan de timmerman en later Chris voor de culturele programmering Ik heb ook nog drie grote feesten in het Paard georganiseerd. Daar schrijf ik nog apart over.

Aha Books

Voor het kantoorleven ben ik eind jaren 80 nog nauw betrokken geraakt bij de start van een kleine uitgeverij in Amsterdam, AHA (Art History Architecture) Books. Het was een initiatief van Eelco die ik in de Paas had leren kennen. Hij was stenograaf in de Tweede Kamer, maar zijn droom was een eigen uitgeverij. Hij was een dromer en luchtfietser, maar het kwam er uiteindelijk toch van. Ik hielp Eelco met de financiën, automatisering en publiciteit. De doorbraak kwam toen de SDU de papieren uitgeverij een half miljoen gulden leende. De SDU was net verzelfstandigd en had een grote bruidsschat meegekregen. En aldus kon de droom beginnen. Kantoortje, een paar mensen in dienst (Meta en Joyce voor de beeldredactie, daarnaast Bram als vormgever en adviseur ...) en dan proberen boeken te maken, uit te geven en te verkopen. Maar dat alles ging zeer moeizaam. Vanaf het begin af aan voorzag ik een mislukking. Er kwamen te weinig titels uit. Eigenlijk is er maar één groot boek verschenen, Treindesign, over de ontwerpen van Nederlandse treinen. Zag er prachtig en goed verzorgd uit.

Het was voor mij veel tussen Den Haag en Amsterdam reizen, maar ik kon beginnen wanneer ik wilde. Vaak ook 's avonds werken. Dan laat de metro in om de laatste trein te halen. Dan nog in Den Haag ergens een afzakkertje halen. Maar het ging niet goed met AHA Books, maar nog veel slechter met de SDU. Op een gegeven moment moesten ze overal mee stoppen en wilde het geld terug. Dat was er nauwelijks meer en AHA Books hield op te bestaan. Net daarvoor was ik al vertrokken, het beviel me totaal niet. Nog een mooi moment was toen we op een museumbeurs in Den Haag stonden. We gaven twee boeken uit nota bene in samenwerking met de museumacademie waar ik op had gezeten. Het gaf een goed gevoel toen ik de boeken aan mijn ex-docenten kon geven. Ik was toen wel een beetje -aan de buitenkant- een yuppie in die tijd. Een culturele yuppie, maar zonder geld. Tijdens die beurs ontmoette ik ook een aantal studenten die toen op de academie zaten. Een lief en aardig meisje was Annet. Later mee afgesproken en haar nog bezocht op een stage-adres in Antwerpen. Een kleine, liefdevolle romance. Maar ik was niet op zoek naar een relatie. Korte, bedwelmende, bevrijdende sex.

AHA Books. Ik ken mensen die over Eelco een boek kunnen schrijven. We stonden in die tijd onder SDU-controle van uitgever Jaap van Straalen en controller Hans Lindner. En veel geleerd in het uitgeversvak. Operatie luchtbel in boekvorm.

Lester

Lester leerde ik in 1972 kennen, ik was toen twaalf jaar en net verhuisd van Bezuidenhout naar het sjiekere Benoordenhout. Ik werd toen voor een paar jaar ook min of meer een kakker ... Later meer progressief en neutraal. Een liberale socialist en rationeel humanist, of humanistisch rationalist. Maar over politiek, religie, en multi-cul gaat mijn verhaal niet. En maar zijdelings over teluhvisie. Ik had wel andere dingen aan mijn hoofd.

In 1972 leerde ik in de straat Joan kennen en werd een goede symfonische-rockvriend. Zijn vier jaar oudere broer was Lester. Leerde ik oppervlakkig kennen. Ook een groot leeftijdsverschil. Bovendien wilde Joan niet dat zijn vrienden contact hadden met Lester. Het was en is altijd water en vuur tussen beiden gebleven. Maar Lester kon heel goed piano spelen. Hij speelde boogie-woogie, jazz en popnummers van blad. Grote bewondering, vooral voor pianisten.

Ik ga mijn eigen weg en sla nieuwe wegen in.

Ik kom Lester nog een keer bij toeval tegen. Begin jaren 80 heb ik iets te vieren met mijn familie en op een zomerse zaterdagavond lopen we over de boulevard op Scheveningen. Stom toevallig zie ik Lester bij een strandtent zitten piano spelen, met de Zomerband. Ik was toen reuze opgewonden en ben met familie naar de strandtent gegaan. Heb ik Lester in de pauze gesproken. Ik kende toen vrijwel niemand en zeker niet iemand in de muziek ...

Een paar jaar gaan voorbij en ik zit al in het hectische leven van het Kijkhuis en Filmhuis. Ik kom Lester tegen in het uitgaanscircuit en we ouwehoeren over van alles. We delen een zelfde voorkeur voor muziek en films. Hij vertelt over zijn muziekleven en ik over mijn activiteiten. Hij is nieuwsgierig naar het Kijkhuis en ik neem hem een paar keer mee. Zo leert hij andere mensen kennen. Hij wordt ook medewerker van het Word Wide Video Festival. Met mij starten we video's vanuit de controlekamer, het jaar daarop is hij portier en de jaren erna vertaler. Daarna volgt het Filmhuis en worden we bijkans onafscheidelijk.

Lester ging altijd gekleed in een fourties-look met hoed op. Pakken met brede revers en two-tone-shoes. Een levende Humphrey Bogart. Hij wilde ook verder in de film, met acteren en regisseren. Voor acteren schreef hij zich in bij castingbureau Harry Klooster. Later schreef hij het script voor een fim-noirethriller, genaamd Kiss The Dust. Is niks van terechtgekomen, maar hij heeft wel her en der geacteerd. En hij deed hier en daar computerklusjes en niet te vergeten Engelse vertalingen. Na de middelbare school had hij een jaar Engels gestudeerd in Oxford. Altijd een Anglofiel gebleven.

Lester was ook een specialist op het gebied van special-effects in de film. Bij een aflevering van het festival Image and Sound heeft hij er een heel aardig boekje over geschreven en een programma ingevuld. Ook deed hij toen een interview met de special-effects pionier en nestor Ray Harryhoussen.

Lester was een binnenzitter, het liefst altijd achter de pc, maar ook wel het terras. Een paar keer heb ik hem onaangekondigd meegenomen voor een uitstapje naar Scheveningen. Ik herinner me een zomers middagje met een Corona-surfbiertje (met een stukje citroen in de hals van de fles) op strandtent de Seagul. Zwarte pad.

Ik zie ons ineens 's avonds laat lopen over het strand op zoek naar een andere strandtent waar een feestje was met veel bekenden. We hadden zes voorgedraaide joints bij ons die we voor de avond met pen hadden genummerd. We begonnen bij number one en eindigden bij de gevreesde number six. Het heeft heel lang geduurd voor we de strandtent vonden en dat zal wel door number three zijn geweest. Ik herinner me van de avond alleen nog Maarten in zwembroek die spontaan een rare dansact deed met een surfplank. Number six rookten we op de lange terugweg.

In die jaren betaalde Lester om principiële redenen geen kijk- en luistergeld. Hij keek niet naar de Nederlandse omroepen en wenste alleen te betalen voor waar hij wel naar keek. Jarenlange, slepende rechtszaak die Lester bleef doorzetten. Uiteindelijk toch doodgebloed en nog later zijn de kijk- en luistergelden opgenomen in de algemene belastingen. Ik ben nog bij een rechtszitting geweest, met Lester en Linda. Linda schreef er een stukje over in het Binnenhof.

Ik herinner me nog een verjaardag van Lester, aan het begin van de lente. Toen zijn we naar hotel Corona gegaan op het Buitenhof en om te beginnen hebben we daar ieder 's middags een cassis gedronken in de serre. De rekening heb ik nog in een doos liggen.

Ik ging ook wel avonden en nachten alleen op stap. Geen vrienden mee, alleen op zoek naar verhalen en mensen. Ook genieten van de stad. Als ik met Lester aan de zwier ging noemden we dat wel zwerfzuipen.

Lijstjes

Ik heb wat met lijstjes, maar ook helemaal niks. Ik hou ervan, maar ze laten me vaak ook koud. Waarom hou ik van lijstjes?

- En zo'n lijstje is altijd een momentopname. Hieronder mijn actuele top-5 met beste Beatlenummers. -

1. A day in the life
2. Happiness is a warm gun
3. Love me do
4. I'am the walrus
5. Let it be

Lijstjes suggereren een macht en greep op de werkelijkheid. Het rangschikken en ordenen van gedachten over de wereld: als een speelgoedtreintje dat je in je hand kan houden. Vooral mannen houden van lijstjes, van lijstjes-lijstjes. Mannen houden niet van boodschappenlijstjes of dingen-nog-te-doen- lijstjes bij een verhuizing. Mannen houden van lijstjes van beste actie-films, tv-babes, snacks, stripboeken, muziek en andere pulp. Wie is de beste, de mooiste, de slechtste de lekkerste.

Het begon bij mij met het noteren van nummerplaten van auto's. Ik was toen 5 jaar en kon net de cijfers en letters schrijven. En dan ging ik met een schriftje en een pennetje naar buiten en ging alle nummerplaten opschrijven. Niet veel later toen ik ook woorden kon schrijven, schreef ik een lijstje van plaatsaanduidingen in vooral stripboeken. Het was het lijstje van wie je was en waar je je bevond:

ik
Juliana van Stolberglaan 370
Bezuidenhout
Den Haag
Zuid-Holland
Nederland
Europa
Wereld
Melkwegstelsel
Heelal

De wereld in 10 stappen.

Later kwamen de lijstjes van platen, muziekbands, zangers en zangeressen, films en boeken die je moest lezen voor school. Veel top drie's. Niet voor niets dat hitparades voor tieners worden gemaakt. Die houden nog het meest van lijstjes. En een top-40 heeft twee functies: als ie uitkomt biedt het een overzicht van de actuele stand van zaken en later komt de lijst in de mega-meta-lijst, bijvoorbeeld in de top-100 aller tijden.

In mijn tienertijd heb ik ooit met Sinterklaas een editie gekregen van het boek met alle records, het Guinness Book of Records. En ik vond het wel gezellig om op een middag met een zak drop door het boek te bladeren en je te verbazen. Hoe is het mogelijk. Tss. Niet te geloven.

En dan als je ouder wordt de overzichtslijstjes. Van de vrouwen met wie je hebt geslapen en hoeveel biertjes je op een avond en nacht hebt gedronken. Maar ook de overzichtslijstjes van all-time favoriete muziek en films. Die scoren nog steeds het hoogst. Hieronder mijn top-5 van beste films.

1. Apocalypse Now / Hearts of darkness
2. Blue Velvet
3. Casablanca
4. Pulp Fiction
5. The Godfather III

En op tv en radio en in kranten zijn de lijstjes alom tegenwoordig. Ze haken allemaal in op de trend van nostalgie en gemakkelijk sentiment. Overal is wel een lijstje van te maken.

Ik hou van lijstjes, het biedt even wat houvast, maar na de rangschikking volgt altijd weer de chaos van de leegte.

Vrijheid

Ik loop vooruit op de verhalen, maar dit schrijf ik op het allerlaatst, domweg omdat ik het me pas onlangs herinnerde. Ik was wezen stappen met J. en we eindigen 's nachts in de binnenstad. Ik stel voor om over het Binnenhof te lopen en wat we ook doen. Ze heeft een grote Borsalino-hoed op. Op de trappen van de Ridderzaal gaan we even zitten en beginnen te zoenen. Dat dat kan en vroeger ondenkbaar was. Den Haag, zomeravond 1984. Ik vrij met J. vanonder haar hoed, maar in mijn rechter ooghoek zie ik een politiewagentje naderen en voor de trappen halt houden. Ik stop met vrijen en wacht af. Er stapt een vrouwelijke agente uit de auto en komt controleren, of alles wel ok is. Vooral met de vrouw naast me. Niks aan de hand en de politie verdwijnt ook weer. Wij gaan ook naar huis, samen.

Twee eigen festivalletjes

Ik werkte als vrijwilliger in het Kijkhuis en al snel als leerlingoperateur in het Filmhuis. Er bestond al jaren enige onduidelijke animositeit tussen beide instellingen, maar ik vond dat onzin. Juist samen iets organiseren zou beide instellingen juist versterken. En zo bedacht en organiseerde ik kort na elkaar twee kleine festivalletje. Een retrospectief van de jaren zestig, met als titel Blow Up The Sixties en een terugblik op de jaren zeventig, met als titel De Zeventiger Jaren. In het Filmhuis zouden films worden gedraaid en in het Kijkhuis video van met name tv-programma's. Ook was er in het Kijkhuis live-muziek, de Remotobs, een soort Zappa. Daar waren Marc en Maarten gek op. Zie hielden ook van andere muziek dan ik, ze luisterden naar The Smiths en Joy Division. Depri-muziek vond ik. Maar we vonden elkaar wel in de soul en de jazz. Het jaren 70 festivalletje werd in het Filmhuis en Pepijn afgesloten met een Willy Jollyfeestje in Club Lost Weekend.

Ik heb het georganiseerd met Marc die daar zeer goed in was. Ik introduceerde hem -en ook Maarten en Lester- toen bij het Filmhuis. Contacten leggen en kijken wat er verder te doen zou zijn.

In Blow Up The Sixties werd ook Blow Up vertoond van Antonioni, maar ook Hans het leven voor de dood van Louis van Gasteren. In het Kijkhuis draaide zijn drieluik Allemaal Rebellen over de (drugs) scene in Amsterdam eind jaren 50, begin jaren 60. Ik heb toen regelmatig contact met Louis van Gasteren gehad. Later met mijn sixtiesdocumentaire belde hij me wel eens op als hem wat te binnen schoot. Zat ik zo een half uur aan de telefoon, hij met een glas wijn. Altijd een bewonderaar van Louis van Gasteren geweest. Een documentaire is er over hem nog nooit gemaakt. Ook heb ik toen de oorspronkelijke afleveringen van het legendarische VPRO-programma Hoepla vertoond, ook de verloren gewaande laatste aflevering die nooit is uitgezonden. Was er gewoon allemaal nog. Op de avond van vertoning was ook de maker Hans Verhagen aanwezig. Met het Kijkhuis werkte ik samen met Karin. Verliep allemaal prima. Voor De Zeventiger Jaren heeft Marc het affiche ontworpen. Die hangt nu in mijn slaapkamer.

Willem de Ridder kende ik uit de jaren zeventig van zijn legendarische radioprogramma's waarin hij mensen opriep om naar een bepaalde plek te komen. Hij was ook de oprichter van Hitweek. Ook kunstenaar die begin jaren zestig samenwerkte met Wim T. Schippers. En natuurlijk van de sm-performance in het Kijkhuis

Voor mijn jaren zeventig festivalletje in het Kijkhuis en Filmhuis kwam Karin met het idee om Willem de Ridder te vragen voor een avond in het Kijkhuis. Hij kreeg als opdracht om een sprookje over televisie te vertellen. Prachtige avond en een aanstekelijk verteller.

Ik organiseerde de festivalletje ook als visionair omdat ik verwachtte dat er een permanente trend naar retro- en nostalgieprogramma's zou opkomen. Is ook gebeurd.

Ik vond snel twee sponsors: Campbell Soep en Coca Cola. In de etalage van het Filnhuis stonden de blikjes soep gestapeld, en op de eerste verdiepingen een paar honderd flesjes Coca Cola. Er hing ook een originele zeefdruk van Andy Warhol.

En ook het media-surfen met het festivalconcept was geslaagd. Later maakten we altijd grappen over een Festival van Haagse festivalletjes; de Haagse Festivaldagen. Alles kon je herdenken, ophalen en hervertonen... De retro-look. Reflectie, geschiedenis, lijstjes. Agenda-journalistiek.

Ze noemden mij de stressfazant. Ik was geen organisator of producent, maar moest toch alles zelf doen. Altijd door de stad met mijn plastic tasjes en later mijn rode koffertje.

Altijd gestrest en op de rand. Maar wel veel lol in de nazit; weken, maanden, jarenlang.

Computers en spelletjes

Door kantoor was ik snel geheel aangeraakt door de computer. Van alles mee gedaan. Allereerst de tekstverwerker (WP, WordPerfect), daarnaast de spreadsheets, boekhoudprogramma's en een database-programma. Het waren de jaren van het besturingssysteem MS-DOS. Dat was nog een hele klus om dat goed onder de knie te krijgen, maar ik werd een expert, net als Lester. Ik heb hem de eerste geheimen en kneepjes op computergebied geleerd, maar al snel streefde hij mij voorbij. En net als ik deed hij overal computerklusjes; bij mensen thuis en op werkplekken. Maar we werkten ook vaak samen, voor een etentje of een brieffie van 25 en dan doorzakken bij Ton.

Zo hebben we samen zo'n tien computers in het Paard gesynchroniseerd. Legendarisch was dat we met een theewagen door de vertrekken reden met een computer erop. Ik wilde me ook verder bekwamen in Dbase4 en dat heeft geresulteerd in een afgerond programma waarmee het Filmhuis alle mailingen kon verzorgen. Het was een simpel adressenprogramma met etikettenuitvoer. Ik kon het maken met, dank aan Diana. Die leverde ook de bètaversie van WordPerfect 5.1. Die floppy's zijn mogelijk tientallen keren gekopieerd door iedereen die interesse had. Lester en ik hebben ook een eigengemaakt bat-programma gemaakt, om allerlei computerhandelingen te versnellen en verbeteren. We noemden het Dynaflex, dynamisch en flexibel. Precies wat wij ook waren.

Met Lester ook vaak spelletjes op de pc gespeeld. Memorabel waren de sessies met diverse afleveringen en levels van Commander Keen, Duke Nukem en Lemmings. Lester deed dat ook met zijn vriend Tjitse, de maffe stehgeiger. Die kwam soms middenin de nacht bij Lester aanzetten, totaal sikker, en dan verklapte hij bepaalde tips en trucs om de spelletjes uit te spelen. Hij was een expert. We zaten helemaal in de pc en de virtual reality, maar internet zagen we niet aankomen. Al mijn verhalen gaan dan ook voor de komst van internet, eind 1993. Ik was toen al wel aangesloten bij een lokaal bulletinboard van de club Hank Moir Brandts. Met Thomas en Huib al de sysop. Ik vond het wel aardig, maar je kon nog niet surfen en ik kende vrijwel niemand met een e-mailadres.

Ik kreeg later wel van Ruud, die werkte als student-ouvreur uit Delft in Asta, een digitaal bestand toegestuurd met allemaal foto's van Sherlilyn Fenn. Ik heb daar toen nog eens een selectie van gekopieerd in een oplage van tien. Babe-prints in zwart-wit. Later verscheen een van de foto's op het T-shirt en de promo's van de laatste KultNite. Ik heb later die T-shirts met Cor staan maken, boven het Paard. Cor was de leider van een alternatieve galerie naast het Paard. Ik werd daar min of meer adviseur van. Op financieel en administratief gebied. En natuurlijk de computer. Bas-Art heetten ze. Paul Pasman hing daar nog met zijn Keith Haring imitaties. Als er wat verkocht was stond hij gelijk op de stoep om te cashen. Later nam hij met zijn broer Frank (vinoloog) de Paas over.

Nog een kleine computeranekdote.

Op een zomerse namiddag ging ik naar Lester toe en liep door de binnenstad. Ik passeerde een aantal openbare telefooncellen en plots kwam er een pizzakoerier uit één van de telefooncellen tevoorschijn met een supergrote pizzadoos.

- Djeezus, zei hij, ik ben weer eens opgelicht met een valse bestelling.

Hij had er zwaar de pest over in, maar wat had ik er mee te maken? Alles.

- Hier, zei die. Heb jij trek in pizza? De grootste en alles zit erop.

Tuurlijk wilde ik hem wel hebben. Kwam mooi uit om 'm met Lester op te eten

Ik bedankte de jongen en spoedde me naar Lester. Daar trokken we bij de pc een halve liter bier open en aten smakelijk de gratis pizza. Een lekkere combinatie: pc-en en dan een pizza bestellen zodat je niet eens naar de keuken hoeft te lopen. Alleen de voordeur open doen en afrekenen. En doorgaan totdat je ogen dichtvallen.

Vrije jongensdagen.

Lift naar het Schavot

Ik was achttien jaar geworden, maar wist nog weinig van het leven. Ik had een vriendin en een serieuze studie. Mijn grootste hobby was muziek en die was van symfonische rock naar jazzrock geëvolueerd, en daarnaast top-40 muziek.

Ik was bij Joan op bezoek en op één of andere manier zat ik later op de kamer van zijn oudere broer, Lester. Hij was jazzpianist in een coverbandje en ik kende hem al wat jaren. Maar door het toen nog grote leeftijdsverschil geen echt contact. Dat kwam pas jaren later toen ik Lester weer opnieuw tegenkwam in de stad, maar dan zonder de context van zijn broer. Ik nam hem mee op sleeptouw naar het Kijkhuis en later het Haags Filmhuis. Een jarenlange vriendschap ontstond.

Maar jaren ervoor geeft hij mij de lp van de soundtrack van de film l' Ascenseur pour L'échafaud, van Miles Davis uit 1959. Het werd een sleutelplaat en een sleutelbeleving. Ik heb de plaat honderden malen gedraaid en de eerste keer was een allereerste kennismaking met de jazz van de cool en wat later de bebop. Ik had toen nog nooit van Charlie Parker gehoord. Dat zou snel veranderen en die hele kunstmatige symfo-jazz-rock zwoer ik af. Ik heb er ook geen enkele jeugdsentiment aan overgehouden, terwijl ik jaren opging in Genesis, Yes, Pink Floyd, Jethro Tull en Roxy Music ... Onvoorstelbaar nu en ook toen al.

L'Ascenseur pour l'échafaud kwam aan als een mokerslag. Het was van een diepe melancholie die precies mijn gevoel weerspiegelde over de onbereikbaarheid van mijn stille geliefde: het jongere zusje van mijn vriendin. Ik vond het miraculeus hoe Miles Davis met zijn trompet mijn gevoelens hierover kon weergeven. Adembenemend, overrompelend. Ik had nog nooit zulke muziek gehoord. Daar heb ik me later nog wel over verbaasd, maar zo was het.

Ik heb de lp nooit meer terug hoeven geven.

En als ik nu mijn hoofd achter de pc iets naar rechts wend, dan zie ik aan de muur de hoes van de lp hangen, boven de tv, een bruine hoes tegen een bruin geverfde muur. Een blijvende herinnering, zo'n indruk, zoveel emotie en een wereld van nieuwe muziek ging open.

De film zag ik pas een kleine tien jaar later. Een heel aardige nouvelle-vaquethriller, vooral door de dwaalscene van Jeanne Moreau door een nachtelijk Parijs. De film nog een tweede keer gezien en beluisterd toen Jeanne Moreau eregaste was in het Haags Filmhuis. Ik heb haar toen even kunnen begroeten. Miles Davis heb ik drie keer gezien bij een live-optreden op het North Sea Jazz Festival. En één keer back-stage toen ik er werkte. Een van mijn grootste muziekhelden.

Thriller

Rond 1984 ben ik pas echt uitgegaan. Een beetje losgeslagen. Daarvoor opgesloten en geïsoleerd in een tragische liefde. Geen ambities, maar leven. Bevrijding.

Ik kom via het Kijkhuis en Filmhuis in contact met doordeweekse stappers. Mensen die alle nachtcafeetjes kennen ... Enfin, ik stap het nachtleven in van Den Haag. Begin jaren tachtig.

Ik raak op een dinsdagnacht verzeild met wat mensen uit het Filmhuis (waaronder Reinier en geluidsman Arno) in de Silver Cat in de Herenstraat. Cokie-nachttent, alles van chroom en clean en een portier. Maar wel een tap die 's nachts open is. Drinken en drinken.

Ik ga naar het toilet en ik wil gaan plassen, staat er -bleu als ik ben- een vent te snuiven op een plateautje in de wc. Ik maak een kleine opmerking, maar voordat ik het in de gaten heb richt de man zich op en geeft me een loeiharde kaakslag en slaat me zo de wc uit, languit de zaak in.

Consternatie, zeker ook bij mij.
Ik heb een behoorlijke bloedneus.
Djiezus.

Twee portiers tillen me overeind.

- Wat nou.
- Wat nou?
- Wat nou!
- Kap nou
- Kap nou?
- Kap nou!

Om een lang verhaal kort te houden. De man van de kaakslag is verdwenen en buiten beeld, ook de meeste andere klanten. Maar ik moet van de portiers blijven, want van één van hen is zijn overhemd besmeurd met een spatje bloed, van mij. En dat moet ik vergoeden. Of ik direct geld wilde trekken voor een nieuw shirt of hoge stomerij-kosten.

Het ging om een heel klein vlekje en geld had ik niet.

De zaak ging in de ochtend dicht en ik zat daar nog vastgehouden door die portiers.

Na sluitingstijd werd ik naar shoarmazaak Caïro begeleid. Aan de overkant. Daar kon ik eindelijk mijn bebloede gezicht wassen. Maar ik moest betalen.

Tien minuten later zit ik op de achterbank van een Mercedes tussen twee gangsters in en ze willen naar mijn huis rijden. Daar moet ik mijn Postbank-pinpas afgeven. In het ochtendgloren vertrekken ze met pincode en ben ik verlost.

Drie dagen later is 200 gulden van mijn rekening opgenomen op een kantoor in Leiden. De dag erna vind ik in een plastic zakje mijn pinpasje terug in mijn brievenbus ...

Welkom in het Haagse nachtleven!

De les die ik toen leerde was om je in het Haagse uitgaansleven, nooit met iemand te bemoeien.

Het is nooit goed.

Daarna ook nooit meer gedaan en zonder opzienbarende problemen ...

- Ja, wat zit je naar me wijf te kijke? Vind je haar niet mooi?

En als je zegt ja krijg je ruzie en als je nee zegt helemaal ...

De Haag.

Je tik ertegen en het zinkt!

Irmgard

Werken in het Filmhuis was samenleven binnen een grote familie van gelijkgestemden en ook veel leeftijdgenoten. Ik werkte af en toe als boekhouder en was invaloperateur. Bij noodgevallen scheurde ik ook wel eens kaartjes. Stond je aan de bar, was er verder niemand en moest ik het doen.

Je had natuurlijk ook veel contact met het vrijwel dagelijks wisselende bar- en kassapersoneel. Achter de bar veel jongens, achter de kassa alleen maar meisjes. Vaak allemaal studenten, of die net klaar waren. Sommigen hadden nog een baan(tje) ernaast, en de meesten deden het ook voor de lol. Je hoorde ergens bij.

Een zo'n kassameisje was Irmgard, begin twintig en net iets jonger dan ik. Ik weet niet of ik haar mooi kan noemen, maar ze was beslist heel aantrekkelijk. Mooi haar, grote ogen en opvallend grote lippen, zoenlippen. En haar hele hoofdhuid was bedekt met een laagje blonde donshaartjes, heel apart en sensueel.

Ik had haar niet echt op mijn verlanglijstje staan, want ze woonde samen met Jaap, een tien jaar oudere kunstschilder van Pulchri. Daar kwam ze ook vaak. Maar we leerden elkaar kennen. Ze was bibliothecaresse en kwam uit het zuiden, ze had ook een fluweel-sensueel accent.

Op een avond staat ze achter het glas van de kassa en ik stond aan de bar. De eerste voorstelling was net begonnen en er was niemand meer in de foyer. Ik loop naar de kassa toe voor een praatje. Ineens zegt Irmgard: Ik heb vannacht over je gedroomd. De rest van het gesprek ben ik vergeten, want ik werd gelijk opgetild in een verliefdheid. Dat zegt ze niet zomaar. Ik onderneem niks, maar het contact wordt closer. Zelfs zo close dat ze voorstelt om een dagje naar Brussel te gaan met de trein. Dat leek me een prima idee en aldus hebben we dat dagje ook beleefd. Ik zie me na terugkomst 's avonds laat nog staan op de tramhalte voor Hollands Spoor. We gingen ieder weer naar ons eigen huis, zij naar Jaap, ik naar de mijne in de Hannemanstraat. Het was wat ongemakkelijk, er hing een spanning, maar die werd niet ingelost. Ook niet toen ik later werd uitgenodigd om bij haar thuis te komen eten. Jaap had lekker gekookt, met een haringsalade erbij. Gezellig en ik was een vriend van Irmgard geworden.

Maar toen sloeg de vonk over en niet lang daarna zaten we in het Filmhuis te vrijen. Ze was smoorverliefd, al die tijd al, maar ze durfde niet. En ze wilde bij Jaap weg, dat was zeker.

We zouden eerst naar de film gaan, de romance duurde voort en Jaap wist van niks. We gingen naar Breathless met Richard Gere. Al na twintig minuten moesten we de film uitlopen omdat Irmgard de betekenisvolle beelden niet meer aankon, gezien de situatie. Ik stelde voor dat ze met Jaap zou breken. Het liep toen tegen kerst.

De volgende dag zei ze dat ze de romance wilde beëindigen en toch bij Jaap bleef, ook vanwege de kerstfestiviteiten in Pulchri, ze zou zich eenzaam voelen. Ik liet het zo en genoot die dagen van een mooie voorbijgaande verliefdheid. Verder dan lekker zoenen was het nooit gekomen.

Maar na de kerst en in het nieuwe jaar staat op een avond Irmgard huilend bij mij op de stoep. Ze wil bij Jaap definitief weg en of ik haar wil helpen. Jaap weet inmiddels ook over mij en wat er gebeurd is. Hij is ziedend, ook op mij. Ik moest maar oppassen.

Irmgard gaat bij Jaap weg en betrekt een kameretage. De romance bloeit op, maar van echte sex is geen sprake. Ik bleef wel bij haar slapen, maar ze wilde geen sex. Mogelijk heel negatief over haar curieuze, maar aantrekkelijke lichaam en grote borsten. Ze klapt helemaal dicht en ik laat het erbij. Ook vertelt ze een paar maal dat ze 's avonds zebravinken en kabouters op de kast heeft gezien in haar slaapkamer. Rare hallucinaties, terwijl ze verder niet vreemd was.

Ze kwam die dagen veel bij mij op de Ieplaan en ze maakte ook contact met mijn benedenbuurman Leo. Ze was weer helemaal vrolijk en had de toekomst in eigen hand. Tussen ons klikte het steeds minder. Op een gegeven moment wilde ze er een punt achter zetten en bleek ik gefungeerd te hebben als breekijzer om bij Jaap weg te gaan, die zoop en blowde alleen maar. Ze was niet meer verliefd op mij. Mogelijk wel op Leo ... En zo ging weer een dame van hand tot hand.

Irmgard was een lieve meid. Ik heb van haar het recept van gegrilde broccoli met cashewnoten en camembert. Ze heeft me als eerste aangezet om te gaan koken. Het echte werk zou daarna pas komen met Liesbeth, net als met de echte liefde.

Taco-pizza

En ik ken de Pizza Hut goed uit Den Haag, van de vestiging in de Prinsestraat. Er zit er ook één op Scheveningen, ook wel geweest. Maar ik werkte toen ook in het Kijkhuis in de Prinsestraat en het waren bijna buren. En zo konden de medewerkers van het Kijkhuis daar tegen half geld eten. We namen dan altijd de grootste zogenaamde taco-pizza: bodem met tomaat en Mexicaans gekruid gehakt. Dan deed je daar heel veel ijsbergsla overheen, geraspte kaas en afsauzen met veel rode taco-saus. Was heerlijk, maar had weinig met een pizza te maken.

Eljo

Eljo werkte als algemeen assistente van de directie en de programmeur. Ze was net afgestudeerd grafisch vormgeefster van de Koninklijke Academie. Ze maakte ook het maandelijkse affiche, wat nogal veel werk was omdat er minstens dertig plaatjes van films in verwerkt moesten worden. Ze was altijd ietwat neurotisch, gestrest en slordig. Maar lief, elegant en mooi. Ze had iets meisjesachtig. Iedereen vond haar wel aantrekkelijk en Leendert was zelfs openlijk verliefd. Ondanks dat hij homo was wilde hij wel met Eljo trouwen, of met een vrouw als Audrey Hepburn. Ik werkte toen veel op het kantoor achter en zag en sprak Eljo veel. We aten ook vaak met zijn allen en Eljo was wel de leidende moeder van de filmhuisfamilie. Voor Eljo was het allemaal nieuw en bijzonder, al die artistieke mensen in een culturele, vrije sfeer. Heel anders dan haar burgerlijke afkomst uit een van de Rades bij de Leyweg. Eljo zoog -net als ik en vele anderen- het filmhuisleven op als een droge spons.

Hoe het kwam weet ik niet, maar het gebeurde op een dag. Ik werd smoorverliefd op Eljo. Ik ging haar meer opzoeken en wilde in de buurt van haar zijn. Ik was helemaal in de ban van haar en ik kon haar altijd aan horen komen lopen op de gang, want dan rinkelden haar twintig dunne armbanden. Mijn hart sloeg dan over. Na een paar dagen vond ik het een onhoudbare situatie. Ik heb overlegd met mijn zus en mijn jonge tante. Ik moest het van hun maar aan haar vertellen. Maar ik durfde niet omdat ik bang was om een blauwtje te lopen, terwijl we verder collega's zouden blijven. De woensdagavond erop bridgen op het Noordeinde. Na afloop kan ik nergens anders dan met mijn zus en tante over Eljo praten. Ik hak de knoop door en bel Eljo direct. Ik krijg haar aan de telefoon bij haar thuis en vraag of ik zo dadelijk rond middernacht nog langs kan komen. Ze vraagt waarom en ik zeg alleen dat het belangrijk is. Mijn hart bonst en hang op. Ik drink me nog wat moed in, maar dan word ik door mijn tante met de auto bij Eljo's huis gebracht. Ik was er nog nooit geweest. Opmerkelijk detail was nog dat de eerste kamer waar mijn zus op ging wonen, voor haar bewoond was door Eljo. Puur toeval ...

Ik bel aan en weet dat ik straks een liefdesbekentenis moet gaan doen. Nog nooit eerder gedaan, ik durf niet. Ik blijf naar adem happen.

Eljo doet open en ik betreed haar aardige en royale etage. Alles is in zwart of wit, net als haar kleren. Een kinderlijk trekje. We praten over van alles en een paar keer vraagt ze waarom ik per se nu moest komen. Dat vertel ik zo, schenk eerst nog maar een glaasje witte wijn in ... We zitten op de bank en ik babbel overal overheen. Een uur verstrijkt. Een krankzinnige situatie.

Maar dan komt het moment suprême. Ik heb geen idee van de afloop. Eljo heeft nooit de indruk gemaakt op mij verliefd te zijn. Het is een eenzijdig probleem. Maar het moet eruit, en het gevoel van een overrompelende verliefdheid is totaal nieuw en voelt ergens bijzonder prettig.

- Eljo, ik ben al weken smoorverliefd op je, en dat moet ik je nu zeggen ...

Eljo zegt niks, zet haar glas wijn neer en begint me vol om mijn mond te zoenen.

Een woordeloze ontknoping die nog enkele weken zou voortduren. Een roes van laat naar bed en heel veel praten en ook wat ontspannen sex. Ze kwam wel bij mij en ik bij haar. We hielden het geloof ik wel een beetje verborgen voor het Filmhuis, maar iedereen wist ervan denk ik. Maar een relatie was er niet, dat wilde Eljo niet en daar hebben we al die nachten over gepraat. Over Ed, haar vorige liefde die ze kwijt is geraakt en waar ze nog niet overheen was. Ze vreesde zelfs dat ze er nooit overheen zou komen, zo geraakt was ze door het vertrek van haar ideale man.

[ Ed heb ik later onder geheel andere omstandigheden nog uitgebreid leren kennen. ]

Na de ontknoping en de eerste nacht was de druk van de ketel. De verliefdheid was in een andere fase gekomen, de fantasie had plaatsgemaakt voor de werkelijkheid.

We hebben een paar mooie weken gehad, ergens in de winter. Eljo met haar eendje als autootje. Na verloop van tijd bloedde het gewoon dood en gingen we weer onze eigen weg. Ik was dolgelukkig dat ik het gevoel van verliefdheid nog kende, maar ik had voor mezelf de conclusie getrokken dat ik ook niet op zoek naar een relatie zou gaan. Geen verplichtingen, maar een paar jaar genieten van de losse contacten met vrouwen, voorbijgaande verliefdheden. En Eljo stapte vervolgens over naar Reinier en pakte daarna tijdelijk de hand van Marc. Nooit geweten hoe dat zat. Over elkaars vriendinnen en sexleven werd zelden of nooit gesproken. En voor mij had Eljo wat met Denis. Een rusteloze zoektocht, zoals zovelen.

Operateur

Ik ben een paar jaar part-time hobby-operateur geweest, voornamelijk in het Filmhuis, zowel 16-mm als 35-mm en dan drie zalen tegelijk in je eentje draaiende houden. Ik ben eraan begonnen door mijn liefde voor de film. Het liefst maakte ik zelf een cinemascoop-love-comedy-musical, maar je moet ergens beginnen. Ik ging in de leer bij een paar operateurs, waaronder Piet, en ik kon het snel praktisch aan. Eigenlijk moet je dan een cursus gaan volgen diploma's halen, maar zo diep zat het bij mij niet. De operateurs die ik leerde kennen waren allemaal ietwat autistische, zwijgzame eigenheimers. Je zit de hele avond tussen het geratel van de projectoren. Een andere leermeester was Nico Koomen, maakte later zelf een dolly... Ik heb via hem ook wel rushes gedraaid. Helaas niet aanwezig toen Prins Bernard eigen natuurfilms wilde laten zien aan vrinden in het Filmhuis, borrel in Pepijn. Was ik niet over ingelicht, anders was ik zeker even gaan kijken.

En een 35-mm speelfilm wordt aangeleverd in meestal vijf delen, dozen. En die delen moet je aan elkaar plakken. Honderden films zijn door mijn handen gegaan. En na afloop weer uit elkaar halen en goed in de dozen doen. Soms gaat daar wat bij mis en worden/ werden sommige films in een verkeerde volgorde gedraaid. Er kon van alles met die films aan de hand zijn. Zo heb ik een keer de film Als in een donkere Spiegel van Ingmar Bergman in een verkeerde volgorde gedraaid. Of het mijn schuld was weet ik niet, maar de zaal was na afloop verbijsterd door de vreemde opeenvolging van scene's. Er was geen aftiteling, dus eindigde de film gewoon in zwart na het tweede deel. Ik was er zo van over mijn toeren dat ik vanaf dat moment stopte met projecteren. Ik had het ook te druk. Daarna viel ik nog wel een enkele keer in.

Wat ik eraan overhield was dat ik alle soorten film en filmformaten leerde kennen. En als ik ergens anders in de bioscoop zat en het beeld werd onscherp of er was wat anders, dan stond ik gelijk op en liep naar de cabine van de operateur. Als er niemand was zette ik wel eens zelf scherp in onbekende zalen.

Maar ik had ook wat met het fysieke materiaal. Ik heb ook tijdenlang een frame van From Here To Eternity in mijn zak gehad, dat moest onheil voorkomen bij het projecteren. Ik was dol op alle soorten van beelddragers, van korrelig zwart-wit tot haarscherp 3D. Met de opkomst van de nieuwe media kwam de drager steeds meer ter discussie te staan, alles zou ooit digitaal worden. Ik heb over dit onderwerp nog eens een speciaal avondje bij mij thuis belegd met Lester, Marc en GertJan.

[ Ik was ook geïnteresseerd in interfaces en hypertext. ]

Ik heb een keer Theo van Gogh in de cabine gehad toen hij aanwezig was bij de vertoning van zijn film Een dagje naar het strand in het Filmhuis. Na afloop lang zitten ouwehoeren over films en over de mensen die we kenden. Later nog een keer gesproken.

Piet tikte voor mij nog een 35-mm zwart-wit trailer van Casablanca op de kop. Van hem gekocht voor 50 gulden. Uiteindelijk kreeg hij de film weer terug. Ben benieuwd waar de trailer nu is. Piet had ook een collega-operateur, opereerden als een soort van duo, we noemden ze Snuf en Snuitje.

Uitspraak van Piet B. : Distributeurs zijn handelaren in belichte filmstroken.

Dronken

Ik ben na mijn militaire dienst blijven drinken. Iedere dag. Niet overdag, maar vanaf borreltijd. Bier en vroeger ook wel eens wat sterkers erbij. Daar ben ik al lang geleden mee gestopt.

Ik ben een paar keer starnakel dronken geweest. Geen ongelukken of narigheid, maar dronken van vrolijkheid. Maar wel dat ik een keer een black-out had in mijn handelingen en geheugen. Achteraf heb ik het via derden kunnen reconstrueren.

Ik zal al wel al het nodige op hebben gehad toen ik met vrienden op een vrijdagavond naar de nachtdisco Nastasta ging, zoals wel vaker. Het was aanvankelijk een progressieve krakersdisco naast bioscoop Asta in de Haagse binnenstad.

Veel en veel te veel gedronken. En dan gaat het kennelijk mis.

Ik kom pas bij kennis als ik 's ochtends om een uur of zes lopend bij mijn huisje in de Schilderswijk aan kom lopen. Waar ben ik, waar kom ik vandaan en waar ga ik naar toe? Ik kon het me niet herinneren, maar werd wakker.

Ik zie dat ik vlak bij huis ben, maar dat ik geen schoenen aan heb en geen huissleutels kan vinden in mijn zakken. Mijn God ...

Ik kan mijn huis niet in en aanbellen bij buren is zinloos. Ik kan alleen mijn reservesleutels ophalen bij mijn zus in de binnenstad. Weer een eind lopen. Op sokken.

Ik naar mijn zus en sta ik daar 's ochtends in het zomerlicht voor haar flatdeur. Ik bel aan. Maar wie doet daar open! Mijn moeder. Bij mijn zus. Ik was zo verbaasd en wakker geworden dat ik in lachen uitbarstte. Ik ging naar binnen en legde alles uit. En dat ik niet wist hoe ik mijn schoenen en sleutels was verloren. Ik wilde vooral naar huis en de sleutels hebben.

En zo kwam ik weer thuis en sliep die dag mijn roes uit. Achteraf was ik in een taxi bij de Nastasta gestapt naar huis, maar had ik vanwege de warmte mijn schoenen in de taxi uitgedaan. Ergens in de buurt van mijn wijk gedropt. Ik reisde met anderen mee...

En het was puur toevallig dat mijn ouders voor het eerst een nachtje bij mijn zus logeerden. Ik wist toen van niks.

Doet je moeder de deur open ...

Drie maal in de film

Ik had totaal geen ambitie om acteur te worden, of op enige manier in het openbaar op te treden. Toch heb ik verschillende malen meegedaan aan film- en videoprojecten als een soort van acteur, als edelfigurant zonder tekst. En dat deed ik alleen en vooral om alles over film te weten te komen. Een rolletje betekende dat je op de set kon rondkijken en kon zien hoe dat allemaal ging. Ik had daar via het Filmhuiskantoor ook zijdelings mee te maken, maar op een set was ik nooit geweest.

Mijn eerste optreden was in Peter Greenaway zijn eerste Nederlandse film, A Z en two noughts. Speelde zich af in Rotterdam, onder meer in Blijdorp. In ieder shot van de film is een dier te zien. Typisch een Greenaway-grapje.

Ik had gewoon bij de productie aangedrongen of ze niet een figurantenrolletje hadden. Dat hadden ze, maar dan moest ik wel een vriend meenemen. Ok, en dat werd Maarten. Wij naar Rotterdam. Scene voor Blijdorp, met voorbijrijdende auto's en een auto-ongeluk met op de kap, een doodgereden zwaan ... Zoiets. En op de achtergrond stond een groot billboard waar twee mannen in overals op een ladder de laatste poster ophingen van het grote affiche. Het was een affiche voor Esso-benzine met een grote tijger erop. Dat was het dier in deze scene en shots... Maarten en ik hebben dat toen tijdens de scene's staan plakken. Een paar keer over gedaan. Het enige wat Peter Greenaway van de overkant naar ons schreeuwde was: Don't look in the camera!

Ik heb toen nog foto's gemaakt van de set en Maarten en mij. Kleinbeeld en de meeste nooit afgedrukt. Ik heb er een aan de muur hangen. Maarten en ik in overal voor dat billboard.

Mooie ervaring en gek om later terug te zien. Heel kort maar in de generique, de film moet nog beginnen. Ooit op tv teruggezien op de Duitse tv. Allerlei mensen op geattendeerd, maar niemand had ons gezien na afloop. Zo kort was het denk ik.

Peter Greenaway was aanvankelijk mijn intellectuele held, de cerebrale geestverwant. Ik kende ook al zijn eerdere werk vanwege het Kijkhuis. Maar ik zou afhaken.

Daarna nog een onherkenbaar flitsrolletje in de film Zjoek van Eric van Zuijlen. Als chirurg met wit mutsje op en wit kapje voor. Niet te zien. Ik moest me voorover buigen naar de cameralens waar een fish-eye op zat. Alsof je keek vanuit het te opereren lichaam. Met nog drie mensen ernaast. Dat was alles. Wel weer de hele dag meegemaakt en veel gezien en geleerd. Niet te veel zeggen, maar veel opnemen en vragen stellen, op het juiste moment aan de juiste mensen.

De derde en laatste film waar ik in te zien ben is in de film Luba van Allejandro Agresti, in cinemascoop. Ik kende Allejandro vrij goed uit het Filmhuis. Bijzonder aardige, geestige man die altijd aan de wodka met ijs was. Hij maakte films, schreef zijn eigen scenario's in een paar dagen en zat achter de vrouwen aan. Hij kwam uit Argentinië en we spraken Engels. Lester kende hem ook goed, zo niet beter. Sterker, Lester zit met een hoofdrol in Luba dat grotendeels in Den Haag is opgenomen. Het mooie van zijn rol is dat hij op het einde wordt doodgeschoten en neervalt in de sneeuw, in een achteromstraatje in Den Haag. Ik ben bij de scene geweest, was geweldig. Special-effects en pistool, Harry Wiesenhahn. En Allejandro was ook nog eens de cameraman. Het affiche, gemaakt door Dorine, hangt nog steeds in mijn kamer. (de volgende dag blijkt het neppistool te zijn gestolen uit het kistje waarin ik het heb zien liggen)

Maar ik zat er ook in, in een studio-opname, in Luba, als soldaat in een uniform. Ik zat midden tussen het publiek van een na-oorlogs café waar de Argentijnse zangeres Amelita Baltar een nummer zingt. Ik zit tussen het publiek en omdat Allejandro weet dat ik er bij ben zet hij mij precies in het midden waarop de camera voor de scene op wordt scherpgesteld, met een meetlint. In de film zelf ben ik te zien als je het weet ... Mooie dag en herinnering. Bijzonder om dan Allejandro aan het werk te zien in plaats van het café ...

En ik leerde Allejandro kennen op het moment dat ik helemaal brak met het cerebrale post-modernisme a la Peter Greenaway. Allejandro moest er niets van hebben en maakte precies tegenovergestelde films over mensen van vlees en bloed. Intellectueel was het voor mij een belangrijk sleutelpunt. En beide makers zaten bij de zelfde producent, bij Kees en Denis. Allejandro kon ook meesterlijk en beeldend over Kees en Denis vertellen. - When Denis comes home and he stands in the bedroom, his wife says, Denis lower your trowsers, and then Denis lowers his trowsers!

Bij de première van Luba in het Filmhuis zaten ook Lester zijn ouders, die kende ik al van vroeger. Toch erg voor die moeder, dat ze haar zoon dood ziet gaan. Lesters vader en broer Joan (mijn jeugdvriend) leven niet meer. Zo zie je maar weer. Maar dat is na 1994.

Peter Greenaway meerdere malen gezien in het Filmhuis, nooit gesproken, een maal begroet bij het passeren op de wenteltrap.

Nog wel een voorstel gemaakt voor een database-programma voor het opslaan van de beschrijving van film- en tv-fragmenten. Voor een productie van Peter Greenaway, TV Dante. Ik stond in contact met Marietta (was met art-director Jan) en leverde een voorstel in. Ik vroeg f. 1.500.- om het uit te werken. Dat kon helemaal niet, exit mijn computerprogramma. DTC=Dante-Theme-Creator. Ook nog geprobeerd een allesomvattend databaseprogramma te maken waar alle facetten van het filmproductieproces in kon worden opgeslagen, van het script tot het adres van een pizzeria, alles, en alles aan elkaar gekoppeld. Aardig onderzoekje, maar in de verste verte technisch en praktisch niet haalbaar. Gek genoeg ook nog in Dbase een half programma geschreven dat zeer leek op het latere html.

Ik ben ook een keer gevraagd door Peter van de bridgeclub die toen bij de ING-bank op het Tournooiveld werkte. Of ik hen kon adviseren in filmfinancieringen. Ik ben er twee keer geweest voor een oriënterend gesprek, maar het ketste af doordat ze het te riskant vonden om in de film te gaan. Ik was toen behoorlijk financieel onderlegd, zowel in het kleine als in het grote. Maar het had niet mijn interesse.

Nog met Allejandro meegegaan naar de uitreiking van de Gouden Kalveren in Utrecht. Samen met Lester en Dino, met zijn auto. En gewoon betalen aan de kassa. Geen vrijkaarten. Ik wist zeker dat hij zou winnen met Love is a fat woman. Ik zou een stuk schrijven voor Skoop over het verloop van de avond als hij zou winnen. Allejandro had een cassetterecordertje bij zich en zou af en toe wat inspreken wat er gaande was, als hij zou winnen. En hij wint. Pas weer een paar dagen later gezien. Wel opnames gemaakt, maar het is verder blijven liggen. Waarom weet ik niet.

En uiteindelijk gaat Allejandro op Scheveningen wonen met een kassameisje uit het Filmhuis. Een saai, beneden modaal provinciemeisje uit Hendrik-Ido-Ambacht. Niemand snapt er wat van. Ik geloof ook snel kinderen, of een kind. Toen zagen we Allejandro niet meer.

Hij kreeg later op het adres van zijn gezinnetje een doos opgestuurd met een slipje erin van een chick uit Hollywoord waar hij net was geweest. With regards, Emily.

Nog in twee filmpjes gespeeld van Liesbeth, voor studiedoeleinden voor een cursus. Een 8-mm filmpje waarbij ik een sok moet opeten! En een videofilmpje waarbij ik een man speel met een lange jas en hoed op. Oma Clara deed ook mee. Opgenomen op de Achtergracht, binnen en buiten.

Dan nog een videofilmpje van een jongen uit Delft. Was op zoek naar iemand en ik meldde me aan, videokunst. Op een station met een jonge vrouw. Allemaal statische shots. Ik moest ook een keer liggen.

En dan nog mijn non-speaking part in een film-video-installatie van Paul de Mol. Speciaal gemaakt voor het World Wide Video Festival. Hij projecteerde op een groot bord een 8-mm film en in het midden was een gat waar hij op een monitor op video een parallel verhaal vertelde, liet zien. Drie spelers: Bander, Erzie en ik. Bander en Erzie zaten op de video in een dialoog en ik zat zwijgend alleen met Erzie op de 8-mm film. Onder meer gedraaid op de begraafplaats (bij een vers graf!) in de Archipelbuurt. Daar woonde Paul de Mol ook. Het was een zomerse productie die een dag of vijf duurde. Er was nog een geluidsman bij, Kees. Was ook geluidskunstenaar. Liet rolschaatsen met een afspeelmagneet over cassettebanden rollen ...

We waren met zijn vijven, vijf dagen lang, van 's ochtends tot 's avonds. Opnemen, voorbereiden en, koken en eten bij Paul thuis, en over de film praten. Het was heerlijk, vrij en creatief. Maar het ging vooral om Bander en Erzie, ik hing er een beetje bij. Ze hadden en kregen ook wel wat samen. En Erzie was gek op mij. Ik heb haar leren kennen via het Kijkhuis en een paar keer met anderen erbij palinka's (pruimenjenever) gedronken in het Hongaarse restaurant naast het Kijkhuis. Ze kon geweldig innemen. Ze was ook groot en fors. Niet echt mooi, maar ergens wel aantrekkelijk. Maar ik wilde me niet branden aan haar, je hebt ook vriendinnen zonder sex. En haar ouders waren van Hongaarse afkomst, als vluchteling na de opstand in Den Haag komen wonen. Erzie sprak heel goed Nederlands, maar ook nog vloeiend Hongaars. Dat verklaarde ook haar on-Nederlandse uitstraling.

Bander was schilder/tekenaar/constructivist. Heel veel mee op stap geweest, Schlemmer en de Paas vooral. Ook een keer achter de Herenstraat naar een nachttent. Komen we in het ochtendlicht weer buiten. Spreekt een maffe vent Bander aan en er ontstaat eenzijdige ruzie van die vent zijn kant. We lopen door richting de Herengracht. Ik draai me om en zie op een paar meter afstand hoe de man zijn broekspijp optilt en een groot mes uit een holster aan zijn onderbeen tevoorschijn haalt. Ik zeg tegen Bander, We moeten rennen! En ik zet het op een lopen. Maar Bander is zo verrast dat ik hem al snel niet meer zie. Pas drie straten verder hou ik in en kijk ik achterom. Geen mafketel, maar ook geen Bander. Ik ga niet terug. Ik wacht en ineens schiet Bander als een pijl uit een boog om de hoek. Godzijdank. We lopen snel verder en Bander vertelt dat de man hem heeft aangehouden en het mes op zijn keel had gezet. Ik was ontzet. Toen daarna liet hij hem gaan. Gewoon knettergek.

Je hoeft niet in een film te spelen, want de gekste films vind je op straat en in de werkelijkheid. Toch heb ik Den Haag nooit als onveilig ervaren. Nooit, naast de clash met Bander niks gebeurd al die jaren. Altijd dag en nacht vrij bewogen door de stad.

Later de films en installatie van Paul de Mol een paar keer gezien op het World Wide Video Festival in het Kijkhuis. Ik zat in de scene. Klein en vrij anoniem, maar toch.

[ Mooiste (film)stukje Den Haag bij dag en nacht; het schelpenpad op de Vijverberg, langs de Hofvijver. In mijn film de Steen is het hele pad op een besneeuwde winterdag op video vastgelegd. Speciaal daarom. En met Lester natuurlijk! ;-) ]

Dan zijn er nog mijn tv-appearances. De eerste keer was voor Lokatel (Lokaschtel, plaats in Rusland) met een KultNite, daarna Canal+ met de film Boxing Helena, de Casablanca Society bij Nos Laat en ten slotte, Twee Vandaag met Stones/Kurhaus.

En dan zijn er nog een paar 8-mm filmpjes uit de familie. Ook zelfgemaakte, maar daar sta ik niet op.

Dan heb ik gelijk beschreven waar ik allemaal op bewegend beeld ben te zien. En dan vergeet ik nog twee dingen. Ik ben in 1972 of 73 even te zien als toeschouwer op het Binnenhof bij de 100e uitzending van Farce Majeure, samen met mijn klasgenoot Joost. In 1976 ben ik op tv te zien tijdens de Statenverkiezingen bij de bijeenkomst van de VVD in het Congresgebouw. Nog met de oude Van Riel en de coming-man Wiegel. Ik was toen fan van hem. Maar ik sprak een cameraman en wilde alles weten en later heeft hij me speciaal op de tv gezet. Hoorde ik later van anderen. Ik werd ook nog gekwoot door Wibo van der Linde in de Haagse Post toen ik met mijn schoolvriend ArieJan die avond kennis maakten met Hans Wiegel. Nog verrassender was dat ik de volgende dag heel groot naast Hans Wiegel op de foto op de voorpagina van de NRC stond. Maar dat is geen bewegend beeld. En ik dwaal af naar voor 1984.

En natuurlijk speel ik nog de 'glansrol' Hugo in mijn eigen niet afgemaakte docu-drama de Steen. Ik hoop dat het snel een keer online komt. Een persoonlijk document.

En op een avond jaren later ben ik op stap met Lester en Erzie. Uiteindelijk belanden we bij mij thuis. Erzie en ik worden handtastelijk naar elkaar en Lester gaat meewarig naar huis. Erzie blijft en ik heb haar toen eenmalig doorgeblazen. Geen spijt van, moest er een keer van komen.

Scenario's

Ik ben bij het Kijkhuis en Filmhuis betrokken geraakt omdat ik me sterk tot film voelde aangetrokken. Maar ik kon niks en wist niet de wegen. In de loop der jaren ontmoette ik iedereen in Den Haag die wat met film of video deed, maar het bleef altijd bij geanimeerde gesprekken. Ik ben toen begonnen om over scenario's na te denken, fictie en documentair. Veel ideeën, aardig wat synopsissen gemaakt, maar het is altijd een beetje blijven steken. Fictie is heel moeilijk te verkopen en bovendien was mijn probleem dat ik nooit wat af wist te maken. Een klein succesje was het scenario voor een documentaire over Den Haag Beatstad nummer 1. Samen gemaakt met Dino en geprobeerd verder te duwen met de Haagse producent Meatball. Wel verder getrokken, maar er kwam uiteindelijk niets uit. Als proefje een reportage gemaakt over het legendarische concert van de Rolling Stones in het Kurhaus in augustus 1964. De reportage is op Google video te zien. Later is het me nog gelukt om een compleet script te schrijven naar het boek de Kleine Johannes. Mooi afgerond en uitgeprint, maar het is altijd in een la blijven liggen. Ik zag het schrijven van scenario's het hoogst haalbare, maar ook daar was ik denk ik niet getalenteerd genoeg voor en had ik te weinig discipline. Nog wel een scenario geschreven voor een Haags docu-drama, De Steen, en waar het Amsterdamse Kunstkanaal interesse in had. Met weinig geld ben ik toen de videofilm gaan maken. Maar door slechte weersomstandigheden en andere problemen is de cruciale eindscene nooit gedraaid en verdween de off-line montage in mijn archief. Hopelijk kan ik het nog eens online zetten. Zonder scenario een aardige reportage gemaakt over een concert van de Black Crowes in 1993 in Paradiso.

Vijf synopsissen:

De kritische massa: Hoe Nederland op een zomerdag op de vlucht slaat na een kernramp in Dodenwaard. Soort milieu-comedy ...

De wafelaars: seventiesfilm over twee Haagse jongens die bijbels verkopen in de biblebelt. Intriges met afpersing, sex, muziek en politiek ... Gebaseerd op verhalen van Dino ...

Venus: film in de film. Over een regisseur en zijn actrice bij het opnemen van de film Venus op het Scheveningse strand. Verwikkelingen. Zie de Zilvermeeuw. Veel aan gewerkt.

De rode tulp: Over een Haagse serial-killer met virtual-reality. Lugubere moorden, Heel plot en ontknoping. En met de Rode tulp bereikte ik een punt van vrijdenken in fictie: hoever kun je gaan in het verzinnen van horror? Ik moest over de grens om aan verschrikkelijke eindes te denken. Thrillergenre. Ik vond het bijzonder spannend en enerverend. Ik moest ook wel aan Theo van Gogh denken. Bovendien gaat het om film, om pure fictie. Daarin kun je alles afbeelden. Toch heb ik me maar een maal aan dit genre over durven geven. Het zat me toch niet echt lekker.

Wilhelmus: Een driedelige jeugdserie over jonge detectives die een wereld-oorlog-twee-mysterie oplossen, met het gebruik maken van de nieuwste technieken en snufjes. Eind jaren tachtig. Deel 1: De Wil Deel 2: De Hel Deel 3: De Mus

__

Hors Concours. Een scenario heb ik in 1995 helemaal af weten te maken. Een boekadaptatie van de Kleine Johannes van Frederik van Eeden.

Paulien

Paulien leerde ik kennen via het Filmhuis. Ze kwam daar borrelen en af en toe naar de film. In alles een groot geschapen, forse dame en aantrekkelijk. Ze zat in de architectuur en stedenbouw, als extern-deskundige.

Ik was toen ook een liefhebber en volger van (Haagse) architectuur, het nieuwe Stadhuis bijvoorbeeld. En Jan was ook architect ...

Paulien en ik klikken op een avond en het weekend erop is er weer een Filmhuisfeestje in het Filmhuis en Pepijn.

Willy Jolly draait voor mij om middernacht speciaal slow-muziek en Paulien en ik zoenen. Een romance bloeide op, maar ik wilde geen enkele claim. Soms smeekte ze half of ik bleef slapen, maar bleef ik resoluut en ging alleen naar huis.

Paulien was een meesteres in de rugmassage als ze haar rechthoekige, arty-bril afzette.

Je mocht bij haar nooit roken; of buiten op de gang, of uit het raam. En sterk vegetarisch. En natuurlijk jaloers.

Lester had een serieus oogje op haar, terwijl ik de oogst binnenhaalde, zo lang het seizoen zou duren. Dat liep nog gek af, maar zonder succes voor Lester. Na mij nam Elvin het een tijdje over ... En daarna Ruud ...

Paulien: veel intellectueel ouwehoeren, terwijl ik alleen maar naar haar borsten verlangde.

Ik ben nog met haar naar de Rutgersstichting geweest in Delft, omdat ze dacht dat ze onvruchtbaar was.

Ik had haar mogelijk zwanger moeten maken, maar dat gebeurde niet. Horrorscenario, dat niet was afgesproken.

Goed afgelopen.

En had ik al verteld over mijn twee stille aanbidsters, ten tijde van het Filmhuis?

Ik werkte daar deels openbaar en was wel een bekende. Twee maal heb ik via anderen, (Eljo) gehoord dat een vrouw op zoek naar mij was omdat ze verliefd waren. Ze wisten dat ik in het Filmhuis werkte en zochten -via het kantoor- telefonisch contact met mij. Wie de eerste was is nooit opgehelderd, maar met de andere heb ik een cappuccino gedronken en de zaak rechtgezet: in een oogopslag wist ik dat ik niet verliefd op haar was. Ze kwam niet door mijn basale, maar hongerige ballotage. Helaas. Ze werkte als serveerster bij Kantjil, Indisch restaurant in de Prinsestraat. Ik herkende haar ook uit het nachtleven.

In die jaren heb ik een keer voor de zomer drie Hawaii-hemden gekocht en gedragen en waaronder een gay-roze. Speciaal gedaan. Irmgard vond het te gek dat ik als 100% hetero zo'n shirt durfde te dragen ... Jaren tachtig.

Ik heb mezelf nooit aantrekkelijk gevonden, maar toch veel sjans gehad. Ik kon ook niet aan andere mannen aflezen of ze aantrekkelijk waren voor vrouwen. Voor vrouwen had ik wel een obsessief oog en voorkeur. En de meisjes zeiden tegen mij; wat is je sterrenbeeld of wat heb je mooie groene ogen.

En Lester had tot mijn en veler verbazing ook een paar keer reeël beet bij mooie vrouwen. Ik denk dan gelijk aan Valerie, de bijna ex van Cees en de moeder van onder meer Suzie. Ze heeft aan de bar van het Kijkhuis veel met mij staan flirten, maar ik was te jong en zij te oud.

Een maal belde ik 's nachts bij Lester aan en nodigde hij mij zoals gewoonlijk boven. Hij zegt niks, maar toen ik in de woonkamer kwam zat Valerie daar. Ik schrok me dood, excuseerde me en ben weer vertrokken. Ik wilde ook weinig weten van de relaties van mijn vrienden.

We waren laat op de nacht op stap met Marianne en Nadine. Kenden we uit het Kijkhuis. Hele lekkere vrouwen, zagen er top uit. We belanden in het huis van Nadine die misselijk en ziek wordt van de drank. Lester zit met Marianne op een stoel te vrijen en te vozen.

Ik maak geen aanstalten bij Nadine en zij zeker niet naar mij. Ze wil naar bed en dat wij naar huis gaan. Stel je voor, ik ook aan de gang met haar; een kinderpsychiater die net van haar vriend (Menno de architect) af is.

En dan was er nog een oude liefde van Lester. Joyce. Een grote negerin. Ik heb haar ooit, jaren daarna een keer ontmoet op een vaag feestje op de Stationsweg. Ik was verbaasd en geïnteresseerd toen.

En Lester viel voor al die heerlijke Filmhuismeisje, een in het bijzonder. Willemien, nog begin twintig, maar niet geïnteresseerd, soms meer gegeneerd.

Nou ja. En Marc, Maarten en ik hadden een drukker liefdesleven, maar Lester kreeg zeker ook zijn deel. Wie niet. Als je 25 bent heb je een soort van maximum bereik aan vrouwen die jonger en ouder zijn. Minstens tien jaargangen om uit te kiezen. Als je jonger en ouder bent is dat vaak beperkter.

Jazz in Motion

Ik was een grote jazzliefhebber geworden en dan vooral van de instrumentale bop, met als grote held 'bird' Charlie Parker. Honderden keren de bandjes afgedraaid met zijn thema's. Ik kan ze nog nafluiten. Ik ging ook wel naar podia in de stad waar jazzbandjes optraden, bijvoorbeeld iedere maandagavond in de Zwarte Ruiter, gratis maar wel de top uit het circuit. Daardoor leerde ik ook allerlei jazzjongens kennen. Zo was er een club van twintig net afgestudeerde, Haagse conservatoriumjazzjongens (en een meisje, een zangeres, vrouw) die zich hadden verenigd in een stichting, Jazz in Motion. Drijvende krachten achter het initiatief waren Tony Overwater, Marc van Roon en Maarten Ornstein. Ze wilden hun krachten bundelen, vooral om betaalde optredens binnen te halen. Ze voelden zich ook een jonge generatie die wars wars van drugs (wel veel drinken) en rokerige café's. Ze wilden een professionele invulling, en dat gecombineerd met het nieuw leven inblazen van de oudere jazz. De avant-garde leverde geen optredens op. Dit type jazzmusici werd ook wel suit-case-bop-artists genoemd, een beetje in de sfeer van de toen opkomende yuppen. Ik heb een aardig tijdje met de jongens samengewerkt en ze geholpen bij subsidie en de publiciteit. Ook veel naar optredens geweest van de leden. Ik had altijd grote bewondering voor hun muzikale vermogen, dat van mij was nihil. Ook had ik in die jaren bijzondere belangstelling voor pianisten. Overal waar ik een pianist hoorde spelen vroeg ik een nummer aan, altijd hetzelfde: As Time Goes By uit de film Casablanca.

Jazz in Motion organiseerde diverse projecten, maar het stierf later toch een zachte dood. Ik herinner me nog dat ze met bigband meededen aan de Parade op het Plein. Later componeerde Tony nog een nieuwe soundtrack bij de zwijgende film Metropolis, ook uitgevoerd op het Plein met filmvertoning.

Via mij huurde de club op een gegeven moment een kamer in een gekraakt pand bij de Scheveningse weg. Was gekraakt door Joachim van de Ganja. Er kwam een tafel en een stoel te staan en een telefoon met beantwooorder. Het was de bedoeling dat er daar gewerkt werd aan de publiciteit en het vinden van optredens. Maar in de praktijk kwam daar weinig van terecht.

Later ging iedereen zijn eigen weg en bleek samenwerken niet meer mogelijk en zinvol. Ben van den Dungen en Jarmo Hoogendijk waren in de binnenstad al begonnen aan een eigen kantoortje. Er gebeurde in ieder geval wat en er was actie, Haagse actie en Den Haag is en blijft ook een jazzstad.

Schieten me nog drie pianisten te binnen: Gert Jan, maakte ook de muziek voor filmcommercials, Pascal van Scapes en zijn vriend Jules. Pascal en Jules kwamen ook nog wel eens in de GJ, driftig aan de whisky. Pianistendrankjes.

Janet, Els, Louise en Emma

Het gebeurde ongeveer tegelijkertijd. Ik begon een sexuele, woensdagnacht-bridgerelatie te ontwikkelen met Janet en experimenteerde in de weekenden daarbuiten met andere vrouwen. En -vaag- onderhield Janet al een relatie als minnares met een getrouwde man van haar werk. Ze kon daar goed mee leven, en met mij en ik met haar.

Ze was zes jaar ouder dan ik. Ze had stapels sixties singeltjes in huis. In bad zitten met witte wijn en toastjes. Elkaar verwennen en maar lullen over werk en relaties.

We wisten waar we stonden.

En Janet zei bij de eerste keren steeds: ik wil geneukt worden, maar ik ga niet pijpen. Dan moet ik kotsen.

Die boodschap had en heb ik later vaker gehoord. Nooit een probleem.

Maar er was ook Els, in het circuit van het Filmhuis. Was al van hand tot hand gegaan en -zo zeiden de mannen- je moet je voor een etentje laten uitnodigen door Els. Halve indo, indisch eten en dan gaat ze je daarna pijpen.

Ik arrangeerde een etentje bij Els en de geruchten kwamen uit.

Janet leerde ik kennen via de bridgeclub. Ze speelde daar met Monique. Ook wel mee geflirt, maar zonder succes. Had ook een leuke relatie. Mij maakte dat niet zo veel uit: Nou en?

Janet had een heerlijk en fris geurend dekbed.

We hebben nog eens een zomernacht overgeslagen en zijn met een flesje witte wijn om zes uur 's ochtends naar het strand gegaan. En samen een dag naar het popfestival in Torhout, België. Ze had een autotootje. Ik kon niet rijden, nooit een rijbewijs geambieerd. Was maar goed ook, denk ik. En in mijn Haagse jaren had ik af en toe een fiets, maar die werd altijd snel gestolen. De meeste tijd en jaren dan ook alles gelopen door de stad, of soms met een bus of tram. Mijn laatste fiets kreeg ik van Marc, een afgereden mountain-bike waar ik erg gelukkig mee was. Is na tien dagen gestolen van een ijzeren hek naast Hollands Spoor. Ik kon wel janken van ergernis.

Ik kan me nog goed herinneren dat Liesbeth haar rijlessen had in Den Haag. Maar goed.

__

En dan waren er nog Louise en Emma.

Louise was secretaresse op kantoor en ik probeerde haar sexueel uit te dagen, subtiel. En ze viel er als een blok voor.

Na een feestavondje van kantoor gaat ze dronken mee naar mijn huis. We gaan uit de kleren en ze geeft me een enorme blow-job. Daarna moet ik haar nemen. Ze wilde pas stoppen als ze het zaad uit mijn zak binnenin had gevoeld.

Veel emotie, maar ik bel een taxi en stuur haar naar huis. Dit moeten we verder vergeten. Ze ging in tranen naar huis.

Daarna de andere secretaresse, Emma. Lekkere, slanke meid met lang, donker haar. Ze ging trouwen en een week voor het huwelijk zijn we via kantoor aan de zwier, in Den Haag. Belanden bij haar thuis en ik ontmoet haar aanstaande man. Maar die gaat slapen, drukke baan. Wij blijven achter op de bank en we beginnen te vozen en te vrijen. Niet verder dan dat en ik neem afscheid.

De week daarna sta ik met collega's op de receptie in Paviljoen Von Wiet op Scheveningen. Ik heb het paar hartelijk en met een knipoog gefeliciteerd. Een privé-vrijgezellennacht.

Daarna nooit meer iets van haar vernomen. Ze was ook baronesse, maar haar sjieke achternaam verdween met het huwelijk.

En na de uitspatting met Louise wilde ze de volgende dag op kantoor ontslag nemen. Ik vond het overdreven en stopte haar impuls. We hadden lekker geneukt, nou en, wat nu? Nix.

Reisjes

Ik werkte op kantoor en ik voelde me betrokken bij de hulporganisatie. Ik wilde ook naar een ontwikkelingsland, om de armoede aan den lijve te zien en te ondervinden. Ik was tot dan toe alleen in Europa op vakantie geweest met mijn ouders en in 1976, vier weken, met mijn tante Rini (zus van mijn vader) vanaf de Canadese grens tot aan Miami, Florida de Oostkust van de US afgezakt, met de Greyhoundbus en overnachten in middle-class Hilton-hotels. Ik had een Fuji 8mm-filmcamera bij me. Gebruikt als fototoestel. Korte shots van alles en overal. Ik sta er zelf alleen op als ik in Florida ergens aan het waterskiën ben. Geen enkel idee nog over de toekomst.

Ik wil op reis, maar waar naar toe? Alleen in ieder geval. Slechte herinneringen aan vroeger met familie en vriendinnen.

Ik was graag een keer als droom mee gevaren op een bananenboot van Rotterdam naar Buenos Aires. Vandaar ook toen met een groepje ooit Spaanse les genomen bij een jonge privé-lerares, ze woonde vlak naast me op de Ieplaan. Linda, Marc, Irmgard en ik. Maar wel hielden het niet lang vol.

Ik wilde ergens naar toe waar ze Engels spraken. Het werden de Caraïben, de Bovenwindse eilanden. Vier weken met vliegtuigjes met tientallen touch downs en een verblijf op meer dan tien eilanden. Het langste blijf ik op Dominica, daar word ik ontvangen door de voormalige minister van landbouw. Mooi avontuur. Ik logeerde in het Cherry Lodge Hotel, een van de weinige hotels van het arme eiland. In het houten hotel zat ik naast een Amerikaan van de CIA, hij stond op het punt om weg te gaan. Ik moest oppassen.

In het hotel betaalde ik voor de overnachtingen en de maaltijden, maar ook voor toegang tot de keuken voor de ijskast met de blokjes ijs, voor mijn eigen fles whisky, Jack Daniels. De enige periode in mijn leven dat ik whisky heb gedronken.

Aan het hotel zat een barretje vast met Julian als barman en was de man van zelf gestookte rum en met een doos vol lokaal gekweekte wiet.

Ik kom in contact met iedereen die in de bar komt. Onder meer met de Amerikaanse consul en de rijkste man van het eiland. Die woont in een groot huis op een heuvel met veel eigen land. Ik word uitgenodigd en bezoek zijn huis en maak kennis met zijn kinderen variërend in de leeftijd van vier tot dertig jaar.

Later nog meegegaan met de consul naar een strandparty. Dansen, eten, drinken en blowen. In de tropen.

En geen vrouwen of sex. Uitgesloten. Daar wilde ik op mijn vakanties juist vanaf, van bevrijd zijn. Bovendien was de AIDS inmiddels alom bekend geworden. Ik had daar zeker ook angst voor, maar meer nog zou ik het tijdverlies vinden. Geen romances op reizen; houd al de vrouwen buiten uw hart. Naast Dominica ben ik onder meer ook geweest op Guadaloupe, Sint Maarten, Nevis en St. Kitts, waar ik nog bij het woonhuis ben geweest van Joan Armatrading.

Mooie reis en ik kwam helemaal gelouterd terug, met een baard van vier weken en een doos vol dia's. Ik was rustiger en in mijzelf gekeerder geworden. Ik moest alle indrukken nog rustig verwerken. Maar al snel ging de baard eraf, was de reis verleden tijd en stond je weer midden in Den Haag in het leven.

Nog een keer naar Frankrijk gelift. Alleen. Ik had geld voor een vakantie, maar zocht avontuur in het liften. Niemand deed dat meer en ik had het nooit gedaan. Ik ben naar de Bourgogne gegaan voor de wijnproeverijen in de caves. Iedere middag al rozig door de wijn. Mensen ontmoet en nog naar plekken gegaan waar Van Gogh was geweest. La douce France. Ik werd een routinier kwa liften. Nog een tijdje met ene Freek gelift. Ik had ook een spiegelreflexcamera bij me voor foto's. Nog bij mensen thuis overnacht. En iedere avond in een andere stad borrel met een koude kir; crème de cassis, droge witte wijn en een ijsblokje.

Het jaar daarop weer naar Frankrijk, maar dan naar de Middellandse Zee en met de bus van Leo van de Ieplaan. Hij was hovenier en woonde beneden mij. We konden het goed vinden, maar zagen elkaar niet vaak. Beiden altijd druk. En dan op een matrasje slapen in de bus. Twee mannen op stap, mogelijk op zoek naar vrouwen, maar niks gevonden. Ook weer snel terug.

Voor AHA-Books naar een museumbeurs in Parijs. Met de nachttrein die ik altijd al zo graag nam, maar altijd uitstapte op Hollands Spoor. Nu mocht ik doorrijden. Hotelletje in Quartier Latin, een minidisk met Parker en Miles mee, en een goede oortelefoon. Naar het café en de beurs. 's Nachts nog verzeild geraakt in een nachtclub, Le King. 50 Franc voor een halve fles whisky. Sjiek, mondain, maar duur. Maar je bent op stap in Parijs en je probeert ook daar aan de zwier te gaan, met succes.

Met Liebseth twee maal op vakantie geweest naar Zweden en een maal naar Joegoslavië en toen gelijk heel kort Italië. De lekkerste broodjes hamburger gegeten ooit: oregano-burgers, klaargemaakt op een gastelletje op een camping vlakbij Venetië. We bezochten toen gelijk de Bienale, net als daarvoor en er na ook andere tentoonstellingen, in Den Haag of Amsterdam.

Na mijn affarie met Irmgard zouden we samen op een Spaanse summerschool-vakantie gaan in Salamanca in Spanje. Ik had er zin in, maar op het laatste moment haakte ze af. Andere belangen bij mannen.

En dan een aantal weekeinden in Welsryp, Friesland, met Liesbeth. In het molenhuisje van de man van haar moeder. Koeien voor het raam bij het ontbijt.

En ik heb uitgerekend dat ik in die jaren meer dan 2.000 keer op en neer tussen Den Haag - Amsterdam heb gereisd. Altijd op zoek naar een mooie dame in de trein, of wat glassex door een spiegelende ruit. Dat waren de kleine reisjes. Maar nooit iemand aangesproken.

Doosje kuchen

Avondje doorzakken in de Paas. Ik raak in gesprek met een dame met Engels accent. Naarmate ik dronkener word -en zij ook- begin ik haar steeds mooier te vinden, maar wat ze niet is. Ze is een alleenstaande moeder van twee jonge, schoolgaande kinderen. Maar wat maakt het uit, het is haar vrije avond. Ze gaat met me mee naar huis. We drinken door en praten door. Maar dan is het kiezen, of naar huis gaan of blijven. Maar blijven kan niet, vanwege de kinderen, die moeten 's ochtends weer naar school. Wist ik veel. Het komt aan op vrijen en neuken. Lekker, maar dronken, vage herinneringen. Na afloop vallen we op het bed terug, onder het dekbed en voordat ik het weet word ik uren later wakker geschud door de dame. Het is over negenen. O, my children, roept ze en springt uit bed om zich aan te kleden en weg te gaan. Ik blijf liggen en zeg niks.

Daarna nooit meer contact mee gehad. Wel jaren later ergens op een vergadering gezien. Ze was knap lelijk. Maar ik deed net of ik haar niet kende, en misschien herkende ze mij ook niet meer. Lester was bij die vergadering en schudde later nog eens meewarig zijn hoofd, omdat ik die juffrouw in haar doosje had gekucht. En die uitdrukking had ik geïntroduceerd door die nacht bij mij thuis. Ik lig te neuken en probeer klaar te komen. Maar ik moet ineens kuchen en tijdens de kuch kwam ik zonder veel gevoel klaar. Sindsdien noemde ik het wel, in een doosje kuchen. Plat, maar ik had zo mijn zwakke kanten. En hoe de vrouw heette ben ik vergeten.

Coming Outs

Ik ben van een generatie die zonder vooroordeel tegen homo's is opgegroeid. Toen ik puber werd wist ik dat ik voor 100% hetero was en juist dat maakte het voor mij heel verdraagbaar dat er mannen waren die op mannen vielen. Nooit een probleem mee gehad. Later bleek dat twee jeugdvrienden van mij ook homo waren. Nooit met ze over gehad. Wel met een aantal mannen die ik later tegenkwam. Ik kon er goed en open over praten. Soms speelde mee dat de homo's iets van me wilde, maar ik hoefde nergens op in te gaan. Ook wel sjans gehad en ik ben met verschillende homokennissen ook naar een paar homobars- en disco's geweest. Ik vond er niet veel aan, maar je gaat dan toch een paar keer mee, waarom niet.

Ik ben direct betrokken geweest bij drie coming-outs. De eerste was mijn buurman Hans op de Ieplaan. In de twintig, HBO-opleiding en een goede baan. Maar geen vrienden of contacten. Ieder weekend ging hij naar zijn streng gelovige ouders in Kampen. Ik begreep daar niks van, ga lekker uit, zei ik altijd. Hij zei eerst dat hij op zoek was naar een vriendin, maar na verloop van tijd geloofde ik hem niet meer. Ik vroeg hem op de man af, of hij geen homo was. Hij schrok, maar gaf een ontwijkend antwoord. Hij wist het niet, zei hij. Toen wist ik voldoende. Hij was absoluut niet bi en gewoon homo, maar durfde er niet voor uit te komen. Veel met hem gepraat en hem aangeraden om naar een avond van het COC te gaan. Dat heeft hij gedaan en vanaf dat moment voelde hij zich bevrijd. En dat hing hij aan mij op, mogelijk was hij ook verliefd op mij. Hij bleef me maar bedanken en wilde blijven praten. Hij heeft het ook aan zijn ouders verteld en hun reactie viel mee. Sindsdien ging hij veel minder naar huis en ging hij -verlegen als hij was- zich voorzichtig in het homoleven begeven. Ik verhuisde hij verhuisde en we zagen elkaar nog maar zelden. Hij was een stille, rustige jongen met geheel andere interesses. Maar ik kwam hem een keer tegen met zijn vriend, hij had eindelijk een echte relatie waar hij zo naar verlangd had. Hij vond het geweldig dat ik zijn vriend ontmoette en vertelde weer hoezeer ik hem geholpen had. Het was een gelukkig stel.

De tweede coming-out was Leendert, de programmeur van het Filmhuis. Ergens zat het er wel in en zat het er aan te komen, maar hij praatte ook graag over vrouwen en was verliefd op Eljo. Leendert was heel onzeker, over alles. Eljo en ik hielpen hem daarbij, ook toen het hoge woord eruit kwam dat hij homo was, een opluchting. Ook veel over gepraat, maar ook Leendert was net als Hans niet zo'n uitgaangstype en hoe kom je dan aan contacten en een vriend. Dat ging toch vrij snel en Leendert vond de liefde van zijn leven in Peter. Is hij snel mee gaan samenwonen. Ook een gelukkig stel.

Minder gelukkig was de coming-out van Loek, mijn bridgepartner. Uit een katholiek milieu en het was voor hem ondenkbaar dat hij met een vriend aan zou komen. Hij moest er niet aan denken. En deze openbaring vertelde hij pas na jaren en op het moment dat hij met een vriendin trouwplannen had. Een heel lelijke vrouw. Ook veel gepraat en ik heb geprobeerd om dat huwelijk uit zijn hoofd te praten. Maar Loek bleef onvermurwbaar. Koppig ook en niet goed in staat om wat met zijn emoties te doen. Hij kreeg een andere baan en ging van de bridgeclub af. Geen contact meer onderhouden. Ik wilde het ook niet vanwege de onwaarachtigheid van zijn keuze. Hoe kon hij het doen.

En dan was er nog de Joop de operateur van het Filmhuis. Misschien een twijfelgeval, maar het was zo'n zwijgzame eigenheimer dat er niet met hem te communiceren viel. Hij heeft me een keer een soort van liefdesbrief geschreven. Vaag, maar ook duidelijk. Ik kon er verder niets mee en hij later kennelijk ook niet. Wat moest ik daar nu mee aan? Geprobeerd met hem te praten, maar daar kwam niets uit.

En verder nog veel homo's ontmoet en tegengekomen. Vaak ook wel wat sjans. Ook de eerste tijd wel met Willy, de aardigste en eerlijkste homo die ik heb gekend. In Amsterdam zeiden mannen wel eens tegen me dat ik op Wim Sonneveld leek. Bleken altijd homo's te zijn die aan het vissen waren. Ik kon er wel om lachen.

En dan had je nog de bi's en de mannen die beweerden dar alle mannen homosexueel waren, maar dat wisten ze nog niet. Ik wist het wel en viel alleen maar op al die heerlijke vrouwen. Ieder zijn lolletje, maar ik was meer dan content met mijn heterosexualiteit.

Loslopende vrouwen

Ik heb het altijd als een biologische kwestie gezien, maar vanaf mijn drie-vierentwintigste was ik stapelgek op vrouwen. Op vrijwel alle vrouwen en per vrouw vrijwel alles van haar lichaam, van linkeroorlel tot rechterteen. Een overdreven aanbidding. Door het werk en andere zaken was ik er niet continu mee bezig of door geobsedeerd, maar in de vrije uren en in het uitgaansleven oefende ik toch echt mijn levenspassie uit: vrouwen.

Ik herinner me na een stapavond hoe ik bij een leuke vrouw van in de dertig thuis in bed belandde. Als snel daarna was ik haar naam vergeten, maar heb haar altijd Roos genoemd. Het was een lieve vrouw, maar het grootste obstakel was dat ze een zoon van een jaar of zes had. Dat zag ik totaal niet zitten in die jaren. Bovendien wilde ik ook geen relatie en genieten van de vrijheid. Na de nacht bij Roos kom ik na een paar dagen weer thuis op de Ieplaan, ik loop naar boven en ik vind een roos aan de deurknop. Met een kaartje erbij, liefs Roos. Ik was een hork en heb niet meer gereageerd. Haar ook nooit meer gezien.

Het horkerigste was met Christa. Die kende ik van een groepje uit de stad, mijn leeftijd. Lang blond haar, wel lekker, maar wel een beetje gezet. Daar viel ik juist wel op. Niet te mager. In dat groepje zat ook Kees die ik nog kende toen hij en ik bij buurtbioscoop Du Midi werkten. Later werd hij muziek- en geluidskunstenaar en gaf al jong les op het Conservatorium. Toen was hij nog student en woonde onder meer met Christa in een grote, gekraakte villa, een buiten, in Rijswijk. Op een warme zomernacht ben ik met haar naar het huis gegaan en kreeg ik een rondeiding door de grote kamers van het schitterende pand. En nog geen dreiging dat ze eruit zouden worden gezet. Drinken, drinken en kletsen en flirten. Maar ik ben niet verliefd en vrees weer de zoveelste one-night-stand. Ik voel ergens ook een soort afkeer in mezelf, maar het vlees is zwakker. We hebben heerlijke sex gehad en uiteindelijk vielen we in slaap. Ik word rond een uur of zeven met een klap wakker. Het is doodstil in huis en buiten is het volop licht. Ik draai me om en zie Christa liggen. Ik wil naar huis. Ik stap voorzichtig uit bed, pak mijn kleren op en kleed me aan in de keuken. Daar pak ik een stuk papier en schrijf erop: Sorry, ik moest naar huis. Geen naam erbij, niks. Ik sloop het huis uit, liep door de gigantische tuin Rijswijk in en ging naar huis. Ik had genoten, maar wilde het ook weer vergeten. Ik voelde die ochtend de essentie van de ondraaglijke lichtheid van het bestaan en het bestaan van vrouwen. Oppervlakkig, maar noodzakelijk en altijd op zoek naar nieuw vlees.

Een aangenaam hapje tussendoor voor een paar weken was de korte relatie met Anita, we hadden geen verplichtingen naar elkaar. We zagen elkaar voor de sex, bij haar thuis. Woonde als BOM-moeder met een zoontje. Haar ex-vriend stond buitenspel. Maar toen ik hem een keer aan de telefoon kreeg, sommeerde me hij om geen contact meer te zoeken met Anita. Ik stond perplex en trok me er niks van aan. Met Anita had ik ook overdag en in de namidddag sex, zonder (veel) alcohol. Heel apart en puur. En ik kende Anita als een vriendin van mijn jonge tante en later ook mijn zus. Na de affaire kwam ik haar nog wel eens tegen. Altijd hartelijk over en weer, maar geen sex meer. Ik kreeg ook Liesbeth.

Ik kende ook Valerie uit het Kijkhuis, mooie, sensuele, oudere vrouw. Drie volwassen kinderen. Een zoon en twee dochters. En een van die twee vond ik heel lekker, Suzie, enorme knoppen. Maar wat moet je ermee? Gewoon kijken en verder niks. Is ook zo gebleven. Maar op een dag zit ik met Lester op het terras van de Ruiter en zegt: wist je dat Suzie verliefd op je is, en wat met je wil? Ik was hogelijk verbaasd en mijn hart begon wild te kloppen, gelijk visioenen. Je kan haar zo uit de weg nemen, zei Lester. Maar ik durfde het niet aan, ook niet als eenmalig uitje. Ik vond Suzie ook een gevaarlijke vrouw, voordat ik het zou weten zou ik in een soap en in intriges belanden. Ik ben er nooit op ingegaan en heb er niks meegedaan. Ik begon Suzie ook te mijden. Aan haar nooit wat gemerkt. Wel een gemiste kans, maar het hoefde ook niet altijd raak te zijn. Een beetje onthouding en selectief zijn houd je juist ook hongerig.

En dan was er nog een stille liefde die ik regelmatig in de stad tegenkwam. Nooit met haar gesproken, durfde ik niet, zo getroffen was ik door haar schoonheid en uitstraling. Ik heb ooit geweten hoe ze heette, maar ik noemde haar mijn Alta. Dat was toen een naam voor wat kakkineuze vrouwen, de bijnaam kwam van Lester. Ze zat ook vaak op het terras van de Ruiter en dan ging ik op kijkafstand zitten. En dan terloops gluren en genieten. Ze is ook nog te zien in een mooi dansshot op de verhuisvideo van het Filmhuis. Mijn liefde voor Alta was een gevoel apart, ik hoefde ook niks.

De Zilvermeeuw

In het kader van alle activiteiten en ideeën had ik ook een concept bedacht voor een semi-live radiohoorspel. Dagelijks uit te zenden in de zomer via Radio 2. Het was geënt op de film American Grafitti en de filmideeën van Dino, dat laatste zijdelings. Ik schreef een synopsis over de verwikkelingen van een vriendengroep rond een zomer bij een Scheveningse strandtent, met de verzonnen naam de Zilvermeeuw, maar een verwijzing naar de bestaande tent de Seagull. Het ging over een groepje tieners die net hun eindexamen hadden gedaan. Ik had een synopsis en een paar scene's uitgewerkt. Toen opgestuurd naar het scriptbedrijf van Rogier Proper, hij verzorgde voor de VPRO in die tijd een aantal radiprogramma's op Radio 2. Ik werd uitgenodigd en hij was enthousiast. Het bleef verder even liggen voor verdere ontwikkeling, maar niet lang daarna werd de hele programmering op Radio 2 omgegooid en verdwenen de VPRO-programma's waar de afleveringen van een minuut of tien zouden worden uitgezonden. Exit idee, exit hoorspel. Jaren later hoorde ik van een medewerker en scriptschrijver van Rogier Proper (André, die ik nog kende toen hij pr-werk deed voor het Kijkhuis), dat mijn synopsis was gebruikt voor de soap Goudkust. Details wist hij niet. Ik heb de soap nooit gezien en ben nooit gaan uitzoeken wat er van waar was. Ik vond het wel een mooie gedachte. Ik ken(de) maar weinig rechten toe op mijn ideeën, als er maar wat mee gebeurde.

Sasja

Sasja heb ik leren kennen via Maarten, het was een vriendin van hem uit het SWEM-circuit, beetje anarchistisch en krakersmilieu. Ze kwam oorspronkelijk uit St. Petersburg, maar sprak behoorlijk Nederlands voor de jaren dat ze in Den Haag woonde. Ze was vrij schilder, mensfiguren, portretten en naakten. Weinig geld, een hond, en een bijzondere, heerlijke aantrekkelijke dame. Heel veel met haar gepraat en in haar mooie ogen gekeken. Er ontstond buiten Maarten een eigen vriendschap, hoewel Maarten het naderhand nog wel met haar aanlegde.

Ik bleef een keer bij Sasja slapen met Maarten. Ik lag op de bank wakker te luisteren, terwijl zij boven op de vide in bed aan de gang gingen. Ik heb nooit in haar bed gelegen. Gelukkig maar, want dan was de vriendschap vroeg of laat direct voorbij geweest. Door het ontbreken van sex kon de vriendschap voortduren. Later vertrok ze naar Amerika en stuurde ze me korte tijd handgeschreven brieven. En we flirtten altijd samen.

Soms was ik bij haar op bezoek en dan deden we op een zomerse avond/nacht de lichten uit. Haar grote, opengeslagen achterkamerramen keken pal uit op de Doubletstraat, een van de drie hoerenstraatjes van Den Haag, alleen toegankelijk voor voetgangers en alleen maar bordelen. Met roze en fluoriserend licht. Altijd druk als je daar langs liep. Zit ook in mijn film de Steen, opnames van het standbeeld van Spinoza ... Maar we keken dan een hele tijd naar alles wat er in het hoerenstraatje gebeurde, de mannen, de tikkende vrouwen, gordijntjes die open en dicht gingen.

Eenmaal is het toch tot een ontspannen ontlading gekomen. We waren in de Nastasta en het liep tegen sluitingstijd. We waren rozig en dronkerig. Toen hebben we tien minuten zitten vrijen en ik met een beetje borstenvoelen. Vanwege de vriendschap en dat we het daar bij lieten. Ik denk ook vooral door mijn inbreng hierin. Ik heb het afgehouden en heb er geen spijt van gehad.

Sasja, en ook een mooie achternaam.

Heel veel mannen versleet ze in haar Haagse jaren. Ze was wel minstens vijf jaar ouder dan ik.

Ze had vurige, geheimzinnige, Russische oude Hollywoodfilmogen ... Ik genoot al voldoende als ik daar af toe in mocht kijken.

En als jager toch weer een streepje achter je naam.

En in de eerste winter van Café-Tabac Schlemmer daar veel gezeten, samen aan de bar rozig worden. Liesbeth werkte nog in Schlemmer, als kiosk-meisje. Ik heb haar toen een paar maal bezocht. Ze kreeg als betaling een beetje loon en een gratis maaltijd. Liesbeth was geen café-mens, die zat het liefste thuis en later op haar atelier.

Liesbeth heeft ooit de brieven van Sasja gevonden. Ze was razend van jaloezie. Ging wel weer over, we lieten elkaar tot op zekere hoogte vrij. We hadden onze eigen levens, bovendien woonde Sasja al lang niet meer in Nederland. Maar tijdens mijn relatie met Liesbeth heb ik maar een paar keer in ruim tien jaar een slippertje gemaakt. Eenmalig en nooit een bedreiging voor onze relatie. Liesbeth was hoe dan ook mijn grote liefde.

__

Het is een jaar uit geweest tussen Liesbeth en mij. Ik wilde niet meer. Ik was de relatie zat om allerlei redenen. Ik verbrak het op een Koninginnedagmiddag. Liesbeth was radeloos. Een donker en zwart jaar volgde. Op de bodem van een even zo grote, zo niet grotere radeloosheid. Hoe het na een jaar weer aan kwam kan ik me werkelijk niet meer herinneren. Ze kwam me op een gegeven moment op de uitgeverij van AHA Books weer opzoeken. De moeder van mijn kinderen.

__

Liesbeth en Sasja, de twee sterkste vrouwen die ik ben tegengekomen. Anja op drie.

Anja

Anja van Jan. En Jan verbrak de hechte relatie en stapte over op de oudere Kathy. Ik denk dat ik binnen twee weken in Anja haar slaapkamer belandde. Geen verplichtingen. Sentiment en verbondenheid. Zoekende. Een goede vriendin van haar was Ingeborg, die was nog gegaan met Harm en later Elvin. Anja en Ingeborg zijn nog eens 's nachts bij mij thuis geweest. Een uitgelezen buitenkansje zo met zijn drieën, maar het bleef bij praten en wijn drinken.

Schrijven

Toen ik op kantoor ging werken was ik gelijk verslingerd aan de computer die daar stond. Van alles mee gedaan, ook buiten werktijd. Ik maakte ook kennis met een tekstverwerker, eerst Wordstar, maar al snel WordPerfect 4.1. De beschikking hierover daagde mij uit om wat te gaan schrijven, maar het probleem was dat ik nauwelijks ideeën had en absoluut niet kon schrijven, nauwelijks ervaring. En dat zat me enorm dwars. Ik wilde leren schrijven. Ik ben toen begonnen met twee jaar lang een handgeschreven dagboek bij te houden. Ik zag het ook als een soort uitlaatklep voor alles wat er iedere dag gebeurde. Maar als ik later gevraagd werd voor een stukje ergens, dan zat ik met mijn handen in het haar. Altijd kwam ik dan bij Lester uit en hielp hij me uit de brand. Hij heeft mij bijzonder goed geholpen in het formuleren van zinnen en het opbouwen van een stukje. Heel veel tijd in gestoken. Lester kon gewoon goed schrijven, hij schreef ook filmrecensies voor het grote Haagse uitgaansblad Doen. Toen ik het schrijven wat meer in mijn vingers had ben ik ook voor Doen gaan schrijven. Vooral over culturele nieuwtjes en wat binnenstadgossip, ik hoorde overal van alles. Ik leverde mijn stukjes aan bij hoofdredacteur Robert Jan. En die kende ik nog uit mijn tienertijd, zat bij mijn zus en V. in de klas. Nog wel bij hem thuis geweest voor een feestje. Hij was ook fervent Genesisfan. Aardige kerel en goede hoofdredacteur.

Je kreeg honderd gulden zwart in het handje per pagina. Mijn hoogtepunt was ooit vijf pagina's en vijfhonderd gulden vangen op een vrijdagmiddag. En dan gelijk doorlopen naar de Zwarte Ruiter om het er goed van te nemen. Mooi interview nog gedaan met een Haagse b-cabaretier Kees Actueel, ex-taxichauffeur. Op en top Haags. Soms ging ik ook met een fotograaf op stap, zoals met Eelco, en zo kon hij ook wat verdienen. De uitgever van Doen was Roland. Aardige vent, maar hij vond mij maar een rare snuiter. Ik fulmineerde altijd op het cultuurbeleid van de stad en moedige Roland aan om daarover te schrijven. Maar dat durfde hij niet. En zo heb ik een keer een vlammend proteststukje onder mijn pseudoniem Theo de Bruïsse geschreven, namens de uitgever. Over het toen beoogde Uitburo en de concentratie van culturele instellingen op het Spui. Ik was daar op tegen. In diezelfde tijd ben ik daar een uur over ondervraagd door Cor Gout op Radio Lokatel. Ik wilde dat culturele instellingen juist verspreid door de stad moesten zijn en niet op een punt. Ik zag geen meerwaarde, maar eerder een verschraling van de buurten en binnenstad. Het interview op een cassette is via internet nog op te vragen. Nooit gedaan.

Ik schreef ook wel eens een korte bijdrage voor de Filmhuiskrant en ik heb een paar maanden voor het filmblad Skoop gewerkt. Allemaal klein berichtjes over met name de Nederlandse film. Nieuwtjes die ik in het circuit hoorde. Leuk om te doen, maar ik was geen echte journalist of schrijver. Ik ben ermee gestopt.

En dan was er nog het project The Life We Lived, waarin ik het levensverhaal van de overleden drummer van de Q65 Jay Baar, uit de mond van zijn beste vriend Paul Busee (achternaam is anders) optekende. Zie hiervoor mijn aparte webpagina. Het is geschreven in een vlotte, Haagse spreektaal en vol anekdotes. Ergens een soort boekje, maar niet in druk verschenen, maar wel beschikbaar op internet. En Paul -hij was beeldend kunstenaar/graficus- leerde ik kennen via de terrassen van de Zwarte Ruiter en de September. Later ben ik op zijn verzoek gesprekken over Jay en de Q65 op cassette gaan opnemen in zijn atelier. Daarna heb ik dat uitgewerkt.

http://www.dejongenskamer.nl/jay.htm

De echte draai aan het schrijven kwam pas na 1994, na de komst van internet en e-mail.

Ik leerde via Lester en ook Doen, Adriaan kennen. De Haagse schrijver met een houten been. Hij was onder meer columnist van Doen. Aardig leren kennen, ook bij hem thuis geweest. Ik herinner me nu zelfs nog de naam van zijn poes met drie poten; Soof. Lester was bij optredens van Adriaan zijn zogenaamde bodygard. Als Adriaan zijn verhalen voordroeg stond Lester er in zijn pak en met hoed op, achter hem op het podium. Paar keer mee geweest. Probleem van Adriaan was dat hij zich voor een optreden moed in moest drinken. In de trein naar een optreden zaten in zijn pukkel minstens twee halve liters bier. En soms op het einde van een avond bijkans onaanspreekbaar, en dan zorgen dat hij goed thuis kwam. Later werd Marianne van het Paard nog een paar jaar zijn vriendin. Aan vriendinnen en aandacht had Aad geen gebrek.

En uit diezelfde Doen-tijd herinner ik met ook de eerste Koninginnenach, georganiseerd door Doen. Geweldig idee, maar om vijf uur 's middags bij de eerste editie weet niemand of en hoeveel publiek er komt. Doen organiseert een openingsborrel boven de Paap. Ik ben daar later nog eens geweest toen de begeleidingsband van de Stones daar optraden. Onverwacht, misschien zou Keith nog komen spelen. Stones in het land. Hectiek in de stad, maar ik was binnen in dat bovencafé. Hele show en poespas, maar Keith kwam niet. Maar afijn, jaren ervoor zit ik in datzelfde café op de avond van de eerste Koninginnenach. En na zessen zien we dat alle straten vollopen met mensen voor de festiviteit. Ongekend. De belangstelling en de bijzondere sfeer zijn enorm. Rond vijf uur 's ochtends ging ik pas naar huis. Ik nam afscheid bij de Zwarte Ruiter waar in een opgebroken stoep een vredesvuur was aangestoken.

En Haagse Harry stond in de Doen, van Marnix, de broer van Robert Jan. Ik vond het nooit nodig om plat Haags met dakjes en streepjes aan te duiden. Wel geweldige Haagse humor. Wie herinnert zich nog het monster van het Laakkwartier? Die boomlange vent?

Adriaan trad ook op in Vredenburg op de slotavond van de poëziegroep de Maximalen. Hing ik daar toch een beetje bij. Wel geprobeerd om wat poëzie te schrijven, maar ik achtte mezelf geen dichter. Laat staan schrijver. Nog wel een keer een jonge Joost Zwagerman ontmoet. Hij las voor in een Haags café met Aad. Geen publiek dus uitgebreid kunnen ouwehoeren.

Ik heb in die jaren ook Jaap Vegter leren kennen. De tekenaar uit de Vrij Nederland. Meesterlijke strips iedere week. Hij heeft nog voor mij een tekening gemaakt voor een diner/filmbon voor het Filmhuis en Schlemmer. Hij stond altijd op dezelfde plek aan de bar in café 2005. Mijn vader vertelde dat ik als baby al bij hem op schoot had gezeten. Die kende Jaap van een oude werkgever. In zijn strips komt ook regelmatig een DirkJan voor. Toeval.

Als eerste, maar tegelijk laatste meesterstuk heb ik -zonder internet- een lang essay geschreven over de film Apocalypse Now. Een persoonlijk dossier. Staat al jaren achter mijn internetsite:

http://www.dejongenskamer.nl/apolyps.htm

De Drie Alerto's

Via Lester leerde ik Dino kennen, die kende hij weer denk ik uit de stripwereld en via Joan. Mogelijk toen al voor vertalingen voor Dino zijn eigen stripuitgaven. Dino was tien jaar ouder dan ik, maar het klikte vanaf de eerste dag. En tussen ons drieën.

Als eerste kennismaking kon ik Dino backstage uitnodigen op North Sea na een optreden van Budwyd Zydeco. Is ook gelukt. Mooie entree voor een vriendschap.

Veel samen meegemaakt, veel in de GJ gezeten, in het alkoofje van het Filmhuis, op de balustrade van de Zwarte Ruiter een klein beetje wiet in de kop van een Marlborootje stoppen. Een eikeltje. Die soms wel geroken en verboden werd.

Ook veel bij Dino in de auto gezeten. Hij had als een van de eersten ook een grote mobiele autotelefoon. Bellen met Frankrijk. Hilarische gesprekken. Eerst -woonde hij nog in een hotel, hotel Bali, op Scheveningen. Wonderlijk, maar hij leefde altijd buiten de deur. Nooit zelf koken, altijd uit eten. Vaak vegetarisch en superkritisch op hygiëne ... Paar keer bij de Bijhorst gegeten en soms naar de McDonalds in Voorburg, speciaal voor Lester, die nam twee BigMacs...

Soms nam Dino ons mee naar hotel Bali. 's Nachts in de diningroom zitten met een biertje. De crazy portier erbij: Dino zou zelfs een gat in een tafel neuken! Dino was gek op vrouwen. Twee maal in die tijd een vriendin gehad, maar die leerden we nooit goed kennen. Tot op zekere hoogten hadden we ook eigen levens, vooral wat vrouwen aanging.

We werden de drie Alerto's, bedacht door Dino die mij overigens ook Pirk en Stijn noemde. Vraag me niet waarom. Lester noemde mij Dick en velen Dirk. Terwijl ik me altijd als DirkJan presenteerde.

Enfin. Dino zijn droom was om een Haagse muziek-tienerfilm te maken, ala American Graffiti. Uiteindelijk huurt hij ook een grote kamer in het kraakkantoor van Joachim en zijn kornuiten, bij de Scheveningse weg. En dan overdag brainstormen over scenes en de plotlijnen. Het leidde tot niks. We hebben ook nog samen aan de Stones-Kurhaus-repo gewerkt als demo voor een documentaire over Den Haag, Beatstad Nummer 1. Is nooit verder gekomen dan wat afgewezen aanvragen.

Dino kwam nooit bij Lester of mij thuis. Later wij wel bij zijn vaste stek in het buurtschap. Gingen we sixtiesplaten luisteren of zette Dino een video op met three-reelers van The Three Stooges, de drie Stoogies. Kende Dino uit zijn kindertijd in de tropen. Amerikaans.

Liesbeth

Zomer 1985, ik voel met sterk en vol levenslust. Altijd bezig, altijd onderweg. Ik hoefde niet direct een relatie, maar ik was wel weer op zoek naar een echte, langduriger verliefdheid. Alle losse contacten bevredigden op ten duur ook niet.

En ik bleef op stap gaan. Aan het begin van de zomer werd er door de Kunstacademie in strandtent de Tekkel een feest gegeven. Ik zou meegaan met Brian, die zelf een paar jaar van de academie af was. Afdeling fotografie en vormgeving. Hij had een aantal leaders voor de VPRO- televisie gemaakt en die ik erg goed en innovatief vond. Een goede vriend van Brian was Pieter, met wie ik op de lagere school bevriend was geweest. Later ging die vriendschap over, mogelijk omdat hij vroeg ontdekte dat hij homo was. Daar deed hij nooit moeilijk over, maar hij praatte er nooit met mij over. In ieder geval in die tijd wordt de staatsprijs Prix de Rome weer nieuw leven ingeblazen. Eerste jaar, audio-visuele vormgeving. Eerste prijs 40.000 gulden. Niet mis. Ik attendeer Brian op de prijs en spoor hem aan om in te zenden. Hij ziet er niet veel in, maar ik regel met de organisatie van de prijs dat hij een showreel inzendt. Uiteindelijk de bekendmaking in een kunstinstelling in Amsterdam, het NOS-journaal aanwezig. En Brian wint, de eerste prijs, 40.000 pietermannen. Ik heb hem die middag heel kort gesproken en eigenlijk daarna nooit meer gezien of iets gehoord. Geen bedankje of niets. Daar was ik toen nogal pissig over, maar je raakt eraan gewend.

Maar terug naar de dagen dat ik wel veel met Brian optrok. Soms gingen we ook met zijn vieren dansen in de Aozara (van Jimmen), met twee vriendinnen van hem erbij. Een maal stelde hij voor om met zijn vieren een sexueel kwartetje bij hem thuis te maken. Ik deins terug en weiger resoluut. Ik ga niet aan de gang met een andere man erbij. Bovendien vond ik zijn vriendinnen ook niet echt lekker. Een trio met twee vrouwen zou wel gaan, maar dat is me nooit overkomen.

Wij naar de Tekkel, naar het strandfeest. Dat is altijd heerlijk aan het strand. En vaak gaan de feesten door tot het weer licht wordt. Zo ook dit feest.

[ Lester weet zich te herinneren dat ik naar dat strandfeest ben gegaan omdat zijn coverband Harry's Blind Date daar kwam spelen. Dat is goed mogelijk, maar ik herinner me alles pas vanaf de eettafel 's nachts ... ]

Ik amuseer me goed en beweeg me tussen de mensen. Ik ken een aantal mensen en overal wat kletsen, bier drinken en af en toe wat te eten nemen. Het is een uur of een, twee 's nachts en ik ga naar de tafel met eten. Er ligt alleen nog maar stokbrood en makreel. Ben ik gek op. En terwijl ik daar mee bezig ben komt er een jonge vrouw ook voor de makreel en het stokbrood. Ik begin een gesprek over het eten en hoe lekker makreel is. Er ontstaat gelijk een levendig contact en ik vind haar direct bijzonder aantrekkelijk, lekker, nog lekkerder dan een hapje makreel.

Het weer buiten is aangenaam en we gaan op twee stoelen naast de strandtent zitten en kletsen verder, honderduit. Ze ging naar het laatste jaar van de academie, afdeling schilderen/tekenen.

We worden langzaam rozig en dronken. Het begint licht te worden en het wordt vloed. De waterlijn komt steeds dichterbij.

We hebben het in algemene zin ook over relaties en onze ideeën. Gekscherend spreken we drie dingen af waar we het roerend over eens zijn.

1. nooit trouwen
2. nooit samenwonen
3. geen eeuwige trouw

De vlam moest toen al wederzijds zijn overgeslagen, maar er gebeurt niks.

Rond zes uur is het feest afgelopen en breng ik Liesbeth op haar fiets naar huis, ik was lopend. Ze woonde op een kleine kamer in het Statenkwartier. Ik ging mee naar boven. Uiteindelijk zou ik blijven slapen, maar van sex kwam niks. Te moe, te veel gedronken en te onwennig. Pas een paar dagen later komt ze bij mij op bezoek en breekt de verliefdheid echt aan. Het duurde toen nog wel even, want ik durfde geen move te maken. Heel gespannen en krampachtig, maar uiteindelijk brak ik het ijs. Ik was tot ver over mijn oren en lichaam verliefd.

Een langdurige relatie brak aan en waar we aan de drie uitgangspunten hebben vastgehouden. Liesbeth was mijn derde en laatste grote liefde.

Al snel kon ze terug verhuizen naar de Plantagebuurt in Amsterdam. Later een atelier in het Loydsgebouw en daarna een prachtig atelier in het centrum. Abstract werk, onverkoopbaar en weinig contacten in de Amsterdamse kunstscene. Ik zat in Den Haag en leidde mijn eigen leven met mijn kameraden. Een weekendrelatie, meestal in Amsterdam. Liesbeth had twee Academievriendinnen, Carola en Miluschka en Katrien haar oude schoolvriendin. Ik zag ze niet vaak, dat kwam pas jaren later. Ondanks alle goede intentues was Liesbeth toch jaloers, ook op mijn oude vriendinnen. Maar ook lange avonden en nachten met haar vrienden doorgebracht op de Achtergracht.

Op een dag kwam in Liesbeth haar etage op de Achtergracht in Amsterdam een jong poesje aangelopen. We noemden hem Kees. Daarna er een jong poesje bijgenomen voor Kees, Bob. Kees en Bob. Ik hield vooral van Kees.

Op zaterdagavond haalde ik nog wel eens een flesje wijn bij de avondwinkel in de Roetersstraat, bij Monnie en Stien, avondwinkel Holland België. Weekendjes met Liesbeth naar Welsryp, naar het buitenhuisje van haar moeder en haar vriend. Ik onderhield goede contacten met haar familie. Maar net als mijn familie blijven ze in dit verhaal vooral buiten beeld. Ik ben alleen on the road.

Black Crowes Live in Paradiso

Zomer 1993, Den Haag. Ik leid een vrij en onbezorgd leven van een dertiger die zich conceptualist noemt. Een ideeënman. Het gaat niet zozeer om de discipline of het resultaat, maar om een beeldend idee.

Ik was toen al jaren actief in de nieuwe media, maar internet was nog net onbekend. In die jaren kwam ik regelmatig met vrienden een biertje drinken in coffeeshop, café de Ganja in de Kazernestraat. Altijd tot ver na sluitingstijd open en vrijwel altijd met mannen onder elkaar, voornamelijk jongere rock-'n-rollers die dweepten met de Stones en toen ook de Black Crowes. Zo herinner ik mij de broers André en Willem Mulock die een Haags rockbandje hadden opgericht, The Maniac Mulocks. Ze kwamen uit een keurig millieu uit het Statenkwartier, maar praatten zo plat als een dubbeltje, als houding. Ik was in hun ogen een Hagenaar en zij de echte Hagenezen.

Het moet eind juni 1993 zijn geweest. Ineens gonsde het gerucht dat The Black Crowes op 7 juli een verrassingsconcert in Paradiso zouden geven. De Mulocks en wat vrienden wisten aan kaarten te komen, maar veel fans hoorden het te laat. Het was in no-time uitverkocht. Zelf had ik niet eens nagedacht of ik er naar toe zou willen. Ik vond The Black Crowes goed, maar om er nu heen te gaan.

Maar ik realiseerde me dat heel veel fans geen kaartje hadden en dat er op de dag van het concert wel een levendige handel zou zijn voor kaartjes. En zo ontstond in een flits het idee om die dag naar Amsterdam af te reizen en de zoekende fans te gaan filmen en interviewen. Met mogelijk bootleg-beelden van het concert als ik met mijn camera binnen kon komen. Zelf had ik ook geen kaartje.

Het begrip camjo van tegelijk cameraman zijn en journalist bestond toen nog niet en ik had als concept de OMOC uitgedacht: One Man, One Camera. Ik wilde een reportage maken zonder enige hulp, ik wilde het alleen doen om een maximaal resultaat te halen. Geen geluidsman of cameraman, maar ik zou zelf alles participerend in eigen hand houden.

Ik kon beschikken over een eenvoudige Sony-handycam die ik van mijn tante Diana en haar man Jan (die hebben elkaar ontmoet op de bridgeclub) kon lenen. Niet heel fraai beeld, maar ik wilde dat compenseren met goed geluid. Ik kocht een goede, stereo-microfoon en kon die aan camera vastmaken. Dat deed ik met een afgebroken, telescopische radio-antenne, die je in en uit kan schuiven. Op het uiteinde monteerde ik de microfoon.

Op de dag van het concert met mijn uitrusting alleen op stap gegaan. Rond Paradiso rondgehangen en me uitgegeven als amateurfilmer, wat ik ook was. Daardoor kon ik authentieke en rake portretjes maken van de mensen die nog een kaartje wilde kopen. Ook de aankomst van de Black Crowes in een roadbus heb ik kunnen vastleggen. Mijn batterijen kon ik gratis opladen bij een groenteboer naast Paradiso. Later op de dag voor 75 gulden een kaartje zwart gekocht en met een tasje waar mijn camera in zat zo Paradiso binnengelopen. Ik vond een uitstekend plekje op de eerste rij in het midden op het balkon. En daar de bootleg van ruim een half uur geschoten. Later een montage van gemaakt en een bootleg-editie van vijftig, genummerde exemplaren op video uitgegeven. Voor het kopiëren, ook van de Stones Kurhaus film, had ik een speciaal mannetje, Marcel, kende ik uit de Paas, die werkte bij een videokopieerbedrijf. Heel goedkoop. De meeste video's heb ik daarna zelf verkocht aan wat fans en aan rockcafé's en coffeeshops in Den Haag en Amsterdam. Een exemplaar nog eens in een tent in Sneek. Was toch 25 gulden om een avond op te drinken.

Het was een one-man-operation en met een goed resultaat. Veel positieve reacties, ook toen al.

De video staat op YouTube.

Telerama

In de jaren 80 zaten we in de nieuwe media en vooral in de virtual-reality en telepresence. In de computers, maar internet was nog ver weg. We noemden ons visionairs en conceptualisten, maar internet zagen we domweg over het hoofd.

Ik ben altijd gek geweest op 3D-ervaringen: viewmaster, rood-groen 3D-brilletje en 3D-films. Dat deelde ik met GertJan. Lester en Marc konden beiden geen 3-d zien, ze zagen niets bijzonders als ze door een viewmaster keken.

Onder invloed van het festival Image and Sound en de contacten met virtual-reality pioniers als Scott Fisher, John Lasseter, William (Bill) Gibson en Geoffrey Shaw, ontwikkelde ik een eigen, Haags 3D-telepresence-concept.

Ik was altijd al een bewonderaar geweest van het Panorama Mesdag. Ook een soort van virtual-reality. Een tweede uitgangspunt was een stereoscopische paal die op de hoek van de Vijverberg, bij de Hofvijver had gestaan. Daar kon je de omgeving van Den Haag zien in een serie 3D-dia's. Je moest aan een hendel trekken voor de volgende dia. Ik kende het al als kind en keek er altijd doorheen als ik langs kwam. Het heeft er lang gestaan.

Mijn idee was nu om een 3D-videoverbinding te leggen met de plek op Scheveningen waar Mesdag zijn panorama schilderde. Op de Plaats tegenover het Binnenhof zou dan een 3D-kijkpaal komen te staan. De toeschouwer kon dan live 3D op Scheveningen kijken en de camera interactief bedienen. Ik noemde het concept Telerama.

Marc en GertJan hadden een werkstichting voor hun activiteiten en samenwerking opgericht: Stichtiing Media Research. Ze hielden een klein kantoor aan waar ook de vormgever Bruno werkte en ook een andere vormgever, Geert. Ik ben met mijn Teleramaproject op Marc en GertJan afgestapt en zij -met name GertJan- namen het onder hun hoede. Het verliep allemaal heel traag en langzaam, maar uiteindelijk waren alle partijen bij elkaar: Panorama Mesdag was geïnteresseerd (nog een rondleiding achter het doek gekregen!) en de Gemeente. Vormgever Thomas maakte model tekeningen van de ontvanger en de zender en ook ene architect Eric kwam er bij voor een mogelijke, latere realisatie en ontwerp. Hij had ook een stuk geschreven over de stad als onderwerp van het voyeren en de werkelijkheid. Telerama als uitbreiding van de architectuur van de openbare ruimte. Er was ook contact met de afdeling nieuwe media van het conservatorium, met Erik. Hij maakte computeranimaties van de paal en de camera, als onderdeel van een promo over het project. GertJan organiseerde interviews bij de Hofvijver met de wethouder van Economische Zaken, de wethouder Ashlok Balotra en nog iemand. Maar het project bleef steeds langer stil liggen en de video van de docu werd maar niet afgemaakt. Telerama stierf een langzame en stille dood.

Real Time 88

Er waren ook projecten en concepten die niet tot echte realisatie kwamen. Zo ook het beoogde radioprogramma De Bruisbus. Een idee van mij om een satirisch en cultureel uurtje per week uit te zenden op radio Lokatel, samen met Lester en Elvin. En dan fictief door de stad rijden en stoppen bij bekende locaties voor een interview of verslag. Ik had toen een aardigs Sony-cassette-opnamespeler, met goede stereo-microfoon. Proefgeluiden gemaakt op het busplatform van station CS, ook sessie met brainstormen en typetjes gedaan. Maar we moesten eerst voet aan de grond krijgen bij Lokatel. We kwamen in contact met de oude baas die we Lopez-Lokatel noemde. Hij was wel geïnteresseerd, maar dan moesten we eerst in de vrijwilligergersorganisatie worden opgenomen. We moesten 's avonds maar komen koffie drinken bij de studio en zo. Maar dat wilden we niet, we wilden gewoon dat programma maken en knutselen. Dat ging toen uiteindelijk moeilijk, maar treuriger opeens was Lopez Lokatel dood! Einde oefening en nooit meer op teruggekomen.

Met Elvin en Lester al daarvoor een keer samengewerkt. Ter gelegenheid van de oprichting van de Vrienden van het Filmhuis heb ik een dialoog geschreven voor op een Willy-Jollyfeestje in Pepijn. Een dialoog over het Filmhuis, a la de Klisjeemannetjes. Ik vond de tekst wel grappig, wel lang. En nog nooit zoiets gedaan. Zelf performen was uitgesloten, dat durfde ik niet. Maar ik kwam op de Klisjeemannetjes, omdat een paar jaar daarvoor Lester en Elvin een lange dialoog van de Klisjeemannetjes live in café Vredenbreuk hadden gedaan. Onder de naam De Bounties imiteerden ze de hele dialoog van het Nilmij-singletje Twee Glazen Zekerheid. En nu zouden ze samen een nieuwe, Haagse dialoog doen. Ze hadden het perfect ingestudeerd. Ze/we hadden voor hen ook twee nieuwe blauwe stropdassen met de hand laten maken. Ik heb de dialoog met publiek die avond op casette opgenomen. Mensen vonden er weinig aan, en het duurde te lang. Wij beleefden wel veel plezier aan de gimmick. Eerder die avond was een openbare repetitie geweest in de Kunstkring. Een aantal mensen vond het toen wel heel leuk. Goed voor het zelfvertrouwen van het gelegenheidsduo. Elvin had ook goede performancekanten. Deed hij ook met een bas-act en computerdrums. Hebben we samen nog eens aan gewerkt voor een real-time optreden in het Paard. Elvin is later naar de avond-kunstacademie gegaan, vormgeving. Goed afgerond. Hij heeft voor mij het affiche gemaakt van Prince Bathouse, en nog wel wat andere opdrachten. En af en toe dook zijn vader in het café op. Leuke macho die in de audio-industrie werkte.

Elvin hoorde ook een beetje bij Real Time 88. Het jaar van het mogelijk starten van een house-disco in de Boekhorststraat, de bas-act van Elvin, maar ook een aantal feestavonden die we voor tennisclub de Bataaf mochten organiseren. Ik werd gevraagd door mijn bridgepartner Loek en ik vroeg op mijn beurt Lester. Tijdens een toernooiweek een paar avonden muziek gedraaid, een maal live Harry's Blind Date en een slotavonddisco ... Lester draaide dacht ik ook een avond platen. En via Anja zorgde ik voor de aankleding. Zo hing er een grote parachute in het dansgedeelte. Naast Loek was de andere contactpersoon op de Bataaf Costijn. Vreselijk veel gelachen en gedronken en gegeten. De rekening op het einde van de week was vele malen hoger dan wat wij eraan overhielden. Ik kan me die rekening en afrekening nog goed herinneren. Verder een prima feestgebeuren, Real Time 88 ...

Harry's Blind date was een coverband in alle stijlen. Ik kende de band goed omdat Lester er piano in speelde. Veel gezien en ik vond ze erg goed. Met Harry en Karin als zanger en zangeres, Dick gitaar, Johan bas, drums weet ik niet meer, een magere jongen en op keyboard Lester. Dick en Karin waren een stel. Veel met Karin dronken geworden en geouwehoerd over het leven en de muziek. Ik was fan van haar en de hele band. Op de verhuisparty- en video is te zien hoe Harry op de trappen van het oude Filmhuis op de laatste avond op zijn trompet de Last Post blaast. En dan kom ik even in beeld.

Lester:

> Oorspronkelijke bezetting was Harry: vocalen;
> Dick: gitaar; Johan: bas; Wilfred: drums, Reinder: sax.
> In 85, na de teloorgang van de Zomerband, kwam ik
> op straat, voor de Nastasta, Dick en Harry tegen en werd prompt gevraagd.

DirkJan:

>> zanger en zangeres, Dick gitaar, Johan bas, drums weet
>> ik niet meer, een magere jongen en op keyboard Lester.

Lester:

> Wilfred werd later vervangen door Elvin en nog later
> door ene Rob [maar dat was ver na mijn tijd] en Reinder
> door Henk. Karin kwam er ook pas later bij, waarschijnlijk
> toen ze Dick leerde kennen.

>> Dick en Karin waren een stel. Veel met Karin dronken

> Dick & Karin zijn door mij gekoppeld in 87[?] op een
> feestje van het Kijkhuis.

Elvin gold als een aantrekkelijke man, ik zag dat niet -nooit in mannen-, maar hij had altijd lekkere chicks aan de hand. We hebben samen Paulien gedeeld, achteraf. En Elvin kon goed imiteren en had dezelfde Haagse humor als Lester en ik. Aan blowen deed hij niet, heel verstandig. Hij woonde in de blauwe beschuitbus bij CS. Mooi appartement, alles keurig en netjes en prachtig uitzicht over de stad. Ik had daar ergens hoog toen ook wel willen wonen.

Zapparadoo

Mijn hele leven ben ik een spelletjesmens geweest en later een fervent en goede bridger. Televisie keek ik niet meer, geen zin en geen tijd, en later ook gewoon weggedaan. Mogelijk dat dit de geest opende voor een origineel idee om een spelletje te verzinnen waarbij je een televisie nodig hebt. Het was een brainwave, ineens had ik het complete spel in mijn hoofd. En vrij snel daarna een pakkende naam voor het spel: Zapparadoo, want het was een zapspelletje.

Het was de bedoeling dat je met een aantal mensen rond de tv gaat zitten met de afstandsbediening. Om beurten ben je de zapmeester en krijg je de zapper in handen. Iedere speler krijgt een kaartje waarop drie onderwerpen staan die je op tv moet zien waar te nemen, bijvoorbeeld een vrouw met oorbellen, een aap en een sigaret. De zapmeester gaat nu een of twee minuten langs de beschikbare zenders om zijn onderwerpen tegen te komen. Ziet hij een aap, dan roept hij zapparadoo en krijgt punten. Ook de medespelers kunnen scoren, maar krijgen minder punten voor hun waarnemingen. Een gecombineerde waarneming levert extra punten op, bijvoorbeeld als je een rokende aap ziet.

Ik zag het helemaal zitten met dit spel, ik kreeg bescheiden visioenen van een wereldsucces en droomde miljoenen in het vooruitzicht. Maar zover was het nog lang niet.

Het hele spel heb ik op papier uitgewerkt met de spelregels. Niet veel later kwam ik in contact met Ed. Hij leidde een klein audio-visueel bedrijf van hem zelf, met zijn jongere broer en nog een medewerker. Ze draaide nog met verlies maar zagen een aardige toekomst, waarschijnlijk ook gesteund door een kapitaalkrachtige familie. ED was ook eigenaar van de Boterwaag, tegenover de Zwarte Ruiter. Later verkocht aan de jongens van de Ruiter, September en Greve ... Ed was een bijzonder aardige en talentvolle man. Hij was ook de verloren liefde waar Eljo niet meer overheen was gekomen. Ik kon me daar wat bij voorstellen. Ik heb later zijn vrouw nog leren kennen, een aardig stel. Maar Ed had ook een passie voor spelletjes en vooral bordspelletjes. En zo had hij ook een bv-tje waarin hij met een paar mensen bedrijfsbordspelen uitbracht. De zaak liep aardig.

En toen kwam ik met mijn idee, dat ik overigens een paar keer met succes bij mensen had uitgetest. Zoals bij Marc thuis met wat mensen. Was een leuke avond. Het ging niet zozeer om het winnen, maar om het spel en onderwerpen tegenkomen. Een hilarisch gezelschapsspel voor jong en oud. Ed was direct enthousiast en liet een contract opstellen. Hij zou zich als producent bezig houden en ik was de bedenker met de rechten op het spel. Om een lang verhaal kort te maken, er kwamen bondige spelregels en er werd in een kleine oplage een fraai demo-doosje gemaakt voor het spel. Het doosje had de vorm en vormgeving van een afstandsbediening. Er was tot dan al aardig wat geld in gestopt. En toen is hij gaan leuren bij allerlei distributeurs van speelgoed, van Intertoys tot de Free-Record shop. Maar het idiote aan het spel was dat in die tijd er net allerlei berichten in de media stonden van brandende tv's in de stand-by-stand. De distributeurs waren bang dat het vele zappen schadelijk was voor de tv. Ik heb dat toen verder uitgezocht bij Philips die mij verzekerde dat het geen enkel kwaad kon, maar het kwaad zelf was geschied. Niemand wilde Zapparadoo verkopen en aldus werd het project stil gelegd. Daar ging mijn droom van krantenjongen tot miljonair ... Maar het was wel een leuke droom. Zapparadoo, en eerlijk gezegd geloof ik er nog steeds in.

En Zapparadoo-Ed was dezelfde man als de droomman van Eljo. Ander moment, andere omstandigheden. Ik heb het er ooit een keer met hem over gehad. Had ie al een kind.

En ik kwam met het concept-idee Zapparadoo ook in de Haagse Courant en met een interview van een kwartier op Radio Rijnmond. Heb ik nog op een bandje staan. Vertel ik ook hoe mijn zus en ik vroeger reclame-raadspelletjes deden bij de televisie. Ik vond mijn spel een gouden idee, terwijl ik een hekel had gekregen aan televisie.

Lekkere broodjes

Ik heb al wat geschreven over de adresjes in Den Haag waar ik zoal gegeten heb voor het diner. Maar ik was ook een liefhebber van het lunchbroodje, of zeg maar het ontbijtbroodje, want ontbijten deed ik zelden. Een kop zwarte koffie en een sigaretje waren genoeg. Mijn maag kwam pas later op gang. Soms wel in het weekend een paar gebakken eieren met spek. En ik had altijd lekkere trek.

De rode draad door al mijn broodjeservaringen is denk ik het broodje kroket. Ik heb dat altijd bijzonder lekker gevonden, veel gegeten en ook veel verschillende kroketten. Vaak een kalfskroket, maar ook wel eens een garnalenkroket. En altijd met een wit, vers puntje en een likje mosterd, of in een periode ook met mayonaise!

De lekkerste kroket haalde ik bij slagerij Dungelmann op het Noordeinde. Ze hadden/hebben een speciale snackcounter voor de broodjes. Ik nam dan vaak twee broodjes kroket en een glas koude melk. Ik kon daar tussen de middag makkelijk twintig minuten voor door de stad lopen. Bij Dungelmann nam ik ook wel eens een ander favoriet broodje: half om, dik belegd pekelvlees en gelardeerde lever met ruim peper en zout. Jaren later maakte ik die broodjes wel zelf op Sinterklaasavonden ...

Dan moet ik als derde toch gelijk het broodje haring noemen. Ach wat is dat een buitengewoon ziltige heerlijkheid. Een verse, schoongemaakte haring op een met dun roomboter besmeerd broodje. Veel gegeten, ook wel drie of vier na elkaar als de nieuwe haring er was. En voor de nieuwe haring ging ik ieder jaar op de haringdag naar de kar van Jan de Bruijn op de hoek van de Denneweg, Maliestraat, in de knik richting het Voorhout. Ieder jaar dezelfde rituelen met lang wachten, lange rijen en Jan maar schoonmaken. Jan was een grote, forse Scheveninger met een grote krulsnor. De klanten kregen er op de eerste dag ook een gratis glaasje bij, jenever of bier. Bestelde hij bij café de Sport. De eerste jaren kwam er iemand uit het café de bestellingen opnemen, maar Jan was later een van de eerste met een mobiele telefoon en dan belde hij de bestellingen door. Ik deelde deze passie op deze dag verder met niemand van mijn vrienden. En geen ui op de haring, 'want daar moet een Scheveninger van huilen.'

[ Omdat ik deels uit een Scheveningse vissersfamilie kom heb ik van mijn opa en vader zelf geleerd om vuile haringen schoon te maken. Die zijn ook veel goedkoper en koop je per vijftig stuks in een emmertje. Altijd leuk voor feestjes. En aldus ook een aantal keren gedaan. Een keer bij een feestje van een kennis, Frenk, die Nederlandse les gaf aan Zuid-Amerikaanse hoeren in de Doubletstraat. Hij zei altijd, ik ben de enige man die met meer geld weer van de hoeren vandaan komt. Gekke, merkwaardige vent, praatte ook eigenaardig. Maar goed, ik kom met honderd haringen op zijn feestje en hij zorgde voor twee flessen oude jenever. Ik hees me in een vuilniszakkenpak en heb een paar uur staan schoonmaken. Een zo'n haring duurt wel even, ik was een amateur. Maar wel lekker vers en iedere liefhebber (meestal minder dan 50% op een feestje) kon blijven eten. Net als een paar liefhebbers op een feestje bij Liesbeth thuis. Toen was mijn actie ook een daverend succes. Het is ook entertainment als er iemand in de keuken haringen staat schoon te maken. ]

Maar goed, het gaat over broodjes. Kroket, half om en haring. En dan nog de rest! Ik pik er nog een paar uit.

Natuurlijk het lekkere broodje rookworst met mosterd bij de Hema. En ook het broodje frikandel-speciaal staat hoog op de consumptieladder. Of een broodje makreel met witte peper en een likje mayonaise.

In het nachtelijke after-stappen-snackgebeuren nam ik regelmatig een broodje speklap of karbonade, met rode saus. Heerlijk.

Ik moet direct aan vier snackpunten denken: Hugo Snackcar in de Vondelstraat, bij de Elandstraat. De Vetgoochelaar bij de Zwarte Ruiter, de Haringkoning op het Rijkswijkse plein en Irma la Douce bij de Geleenstraat. De Vetgoochelaar, alias de gifmenger, stond in een vrijstaand snackhuisje voor de Zwarte Ruiter, met Nico achter de counter. Bij de herinrichting van het pleintje moest de snacktent wijken en heeft de gemeente flink moeten dokken. Lester stelde voor om voor de afbraak een foodperformance te doen met onder meer jongleren met frikandellen. Was een idee. Na de sloop heb ik nog wel als aandenken een stuk steen meegenomen en in de vensterbank gezet.

Ik at ook wel alleen, maar ook veel met Marc en Maarten, na de Azora of de Nastasta. Veelal bij Hugo Snackcar. Marc at rustig drie, vier broodjes frikandel-speciaal weg. Ik nam van alles. Dan weer eens een broodje tartaar met ei en ui, of een broodje kaassoufflé (ook met mayo) , of met geld in mijn zak, een broodje paling of Hollandse garnalen. Op een broodje kaas of ham ben ik nooit gek geweest. Een ander broodje wat me te binnen schiet waren de lekkere hotdogs van café 2005: een smal, knapperig half stokbrood (baguette) waar een gat in werd gemaakt en dan daarin een lekkere warme worst met allerlei sauzen naar keuze. Een ontspannen en frisse lunchroom was ook de Peppermint in de Frederikstraat.

Dan nam ik her en der nog wel eens een balletje gehakt uit het vet op een broodje, ook vaak met een likje mayo. Als het maar warm, vet en zout was.

Tip: als de nieuwe haring er is en het is lekker weer, neem dan eerst een broodje haring en dan daarna een broodje aardbeien. Onverwachte maar lekkere combinatie.

Op de burgers van de McDonalds ben ik nooit gek geweest. Heel zelden een BigMac gegeten, meestal met Lester en/of Dino. Later ben ik de Whopper van de Burger King wel gaan waarderen.

En dan waren er nog de nachtelijke broodjes shoarma in vooral Nazareth op de Denneweg. Tot laat open en heerlijke, echte lamsshoarma. Met een biertje erbij. Ook veel met Dino geweest, maar die nam dan een pita-kaas. Vond ik niet lekker. Wel een grote shoarma met drie sauskommen: knoflooksaus, uitjessaus en hete saus. Alle drie over elkaar, en tussentijds blijven afsauzen. Daar komt een hongerige man van bij.

_________________________________________

By The Way

Amsterdam, zaterdag 21 maart 2009

[ Lekkere broodjes ]

Hoewel ik thuis ook lekkere broodjes maak en eet, ga ik voor een lekker broodje graag de deur uit. En zo heb ik in de buurt en in de stad diverse adresjes voor uiteenlopende broodjes. Een van mijn favoriete is een broodje filet-americain-speciaal van slagerij Hergo in de Beethovenstraat. Ik eet het een paar maal per maand. En iedere keer overweeg ik wat anders te nemen, maar kies toch steeds het oude, vertrouwde broodje.

Broodje filet-americain-speciaal

- lekker knapperig wit pistoletje
- beetje boter
- laag filet-americain
- gesneden hardgekookt ei
- royaal peper en zout
- gesneden bosuitjes
- lik mayonaise

Vandaag gegeten.

_________________________________________

En uit deze inventarisatie blijkt dat ik broodjes alleen tussen de middag of 's nachts at, nooit als ontbijt of als avondeten. Dan had ik weer andere trek. Een broodje; warm en lekker belegd, de veredelde brandstof voor een uitbundig leven waar je ook alleen maar in wilt happen.

All American KultNites

Lester en ik en wat vrienden praatten in het café altijd over film. En ik zat dicht bij het vuur want werkte voor het Haags Filmhuis. Lester werd daar later een huisvriend. In die tijd (1989-1994) doken er weer berichten op dat de Franse overheid de eigen, matige filmindustrie wilde beschermen door het beperken van de vertoning van Amerikaanse films. Veel over geouwehoerd, ook met de francofiele hater van 'tze frogs', Dino. En zo ontstond bij mij het idee om een anti-idee te combineren met een filmmarathon. Direct met Lester gebrainstormd en een concept opgesteld. We zouden een filmmarathon houden in het Filmhuis met uitsluitend goede, Amerikaanse cultfilms, ten minste wat wij cultfilms vonden. En dan vijf films achter elkaar. Beginnen om 18.00 uur en de laatste film start om 04.00 uur. Daarna ontbijt in de foyer en huiswaarts.

We hebben het vier maal georganiseerd. Van de eerste editie kunnen we ons niets herinneren, behalve dan mogelijk de vertoning van Casablanca. Het was maar een testavond, nog geen concrete intentie om het te herhalen. Wel herinner ik me een artikel in de NRC over de kultnite van Hans Beerenkamp. Hij schreef ook over het Franse protectionisme.

Maar van de andere drie kultnites heb ik nog de flyers aan de muur hangen en heb ik meer herinneringen.

No. 1 Casablanca ?

No. 2

The Hot Spot
American Graffiti
Tremors
Rumble Fish
Polyester

The Hot Spot vanwege Dennis Hopper en het goede script en niet te vergeten de muziek van Miles Davis met John Lee Hooker. Mooie fotografie, mooie vrouwen.

American Graffiti was een directe keuze van Lester. Een van zijn favoriete films, vanwege de muziek en George Lucas.

Tremors was mijn actuele ontdekking. Onterecht geheel geflopt in de bioscoop, maar een top-rampenfilm. Is later ook een officiële cultfilm geworden, met ook nog vervolgen.

Rumble Fish. Ik vind de cultfilm der cultfilms. Zou ik eens een apart verhaal over moeten schrijven. Geflopt in Amerika een artistiek succes in Europa.

Polyester. Hilarische John Watersfilm met geurkaart. En die hadden we toen ook! Op bepaalde momenten moest je een vakje van de kaart openkrabben voor de geur. Bijvoorbeeld de scheet van Divine. Ik heb de kaart in mijn kamer hangen. Nog niet opengekrabd.

De kultnites trokken redelijk veel publiek. Je kon een passe-partout kopen, maar ook naar losse voorstellingen gaan. De films werden twee maal gedraaid, een maal in de grote zaal en een maal in zaal 2.

En voor de catering werden er doorlopend aan de bar broodjes worst verkocht. 's Ochtends om half zeven kwamen er ontbijtjes van een ontbijtservice. Gezellige en hilarische nazit na vijf films. Wij als organisatoren hoefden ook niks te doen, wij konden juist zelf genieten van onze samenstelling; een soort eigen voorstelling. Dikke pret en veel lol met de voorbereiding en publiciteit.

No. 3

The Abyss
Terminator II
Altered States
Robocop
The Lawnmowerman / Braindead

Dit deel stond in het teken van 'de werkelijk gemanipuleerd'. Allemaal films met veel computeranimaties. Tron had ook gekund, maar die konden we niet krijgen. Net als zoveel andere titels.

We hebben een mooi gekopieerd boekje over het programma gemaakt. Filmbeschrijvingen en een paar algemene analyses. En een heel lang colofon. In het midden plakten we eigenhandig een spread: een panoramische kleurenkopie van de vloeibaar metalen man die in Terminator 2 uit een vuurzee loopt. Ik schreef nog een stuk over Massacult. Een door mij gesignaleerde trend dat ook grote Hollywoodfilms nu cult waren, te beginnen bij Blue Velvet van David Lynch. Mogelijk dat die film op de eerste aflevering werd vertoond.

Voor de publiciteit hebben we de flyer door Bruno laten ontwerpen met een modern lettertype. Gekke vent. Daar zijn ook T-shirts van gemaakt. Ik heb er toen tien weggeven aan de barjongens van de Zwarte Ruiter, op voorwaarde dat ze in weken voor de kultnite de T-shirts zouden dragen. Hebben ze gedaan.

We haalden ook de Haagse Courant, wat andere aankondigingen en ook wel TV-West met een kort item.

We hadden ook twee maal een bijprogramma op video. Zo herinner ik me dat alle afleveringen van Fawlty Towers werden vertoond, de eerste Amerikaanse NBC-aflevering van TwinPeaks werd afgespeeld (of was dat op I&S) en niet te vergeten de 16-mm films van Piet Adriaanse. Veel Tex Avery en ik herinner me de western met chimpansees. Piet had aan een halve fles jenever genoeg om de nacht door te komen. En alleen hij mocht dan de projector bedienen.

Ook weer de broodjes worst. Lekker, met apart zuurkool en ketchup of zoete mosterd. Maar de onderzetter om de pan met worst warm te houden begaf het. Er waren alleen nog maar broodjes kouwe-kult. Ook om die kleine tegenvallers hadden we veel plezier.

En deze editie had ik precies een week gepland voor de EK-voetbalwedstrijd met Nederland. Precies uitgezocht. Bleek ik me later vergist te hebben en viel het precies op de zaterdag dat Nederland speelde. Ik verwachtte weinig bezoekers. Maar dat viel reuze mee. De mensen die er waren vonden het juist bijzonder goed dat er op zo'n avond een filmmarathon was. Een geluk bij een ongeluk. Op het eind van de middag waren er in de binnenstad voetbalrellen en zag ik hoe de Kijkshop werd geplunderd. En de avond moest nog beginnen. Die verliepen verder altijd rustig.

Naast het persbericht, het boekje, de flyer en de T-shirts waren er ook ieder jaar posters. En die gingen Lester en ik zelf wild-plakken door de stad. We startten en eindigden in het Filmhuis. Een plastic tas met posters en een dubbele tas met een paar liter stijfsel. En dan als het donker was de plekken af en uitkijken voor de kit. Die nemen je zo mee en moet je betalen. Wij namen dat risico als oudere jongeren. Dikke pret. En na afloop van de route flink afpilsen.

En dan was het de bedoeling om als sneaky voorpremière The Lawnmowerman te draaien, een film over virtual reality. Leendert van het Filmhuis had een geheimzinnig contact met ene Piet in Amsterdam die een kopie kon regelen. Maar daar bleek later niks van te kloppen. Inmiddels wel een dreigfax van Concorde Film ontvangen en waarin ze verboden om 'hun' film te voorvertonen. Daar konden we niet omheen. Op de valreep moest naar een alternatief worden gezocht. Ik belde met een distributeur en die had nog wat dozen staan in Hazerswoude. Ik er naar toe met Erik, met de auto. Uiteindelijk kon ik kiezen tussen de Candy Man en Braindead. Ik had geen enkel idee en koos intuïtief voor Braindead (van de toen nog onbekende Peter Jackson). Een goede greep bleek achteraf. Een geweldige gore-shocker-comedy waarbij de toeschouwers behoorlijk begonnen te joelen. Leuk op een kultnite.

No. 4

Boxing Helena
One False Move
Matinee
Edward Scissorhands
Little Shop Of Horrors (Frank Oz)

De laatste editie kwam meer uit mijn koker omdat ik toen ook even de kleinste filmdistributeur was, de KultProxy. Ik had een aantal titels van een Vlaamse distributeur onder beheer en die probeerde ik te slijten aan de filmhuizen. Met weinig succes. Het waren onder meer de bizarre film Boxing Helena van Jennifer Lynch (de dochter van), Matinee, over een bioscoop en One False Move, een keiharde drugsmovie ... Het was geen echte vrije keuze. Toch een succesvolle avond en kultnite. Later Boxing Helena overgedaan aan Jan Doense.

Voor deze editie zou Lester een interview doen voor de breedbeelduitzendingen van Canal+. Een filmprogramma van Pim van Collum. Ik ben toen op de dag van opname met de ontwerper van de flyer, Bruno weer, in zijn auto, naar Lester zijn huis gereden. Middaguur. Maar Lester deed niet open en zou niet open doen. Reden nooit opgehelderd, maar ik rijd met Bruno naar Hilversum, ik zal het moeten doen. Ik had het witte kultnite-T-shirt aan met een verleidelijk silouet erop van Sherllyn Fenn, de hoofdrolspeelster van Boxing Helena. Afijn ik heb een interview gedaan met een mij onbekende Vara-presentatrice van wel een kwartier. Tot mijn verbazing was ik heel ontspannen en kon het aardig vertellen. Ik heb het nooit terug gezien. Ik zou er eens achteraan moeten gaan.

En zo zijn er nog meer kleine anekdotes rondom de kultnites te schrijven. Het paste precies in ons idee als conceptualisten; lijstjes maken en een avond programmeren. Veel uren mee bezig geweest, achter de pc en in het café. En nu zijn film en bioscoop niet meer zo bijzonder. Een cultavond is maar voor een klein publiek. Toen wisten we de zalen nog goed te vullen.

Ton en Kees

Ton

Ton Limburgia leerden we kennen van het nachtcafé Limburgia, vlak naast de Paas. Jarenlang doorgezakt, alleen maar drinken en ouwehoeren, ook met Ton. Die zat ook in de semi-antiek en rommelhandel. Stond met een kleedje op de markt op Het Voorhout of het Plein en kocht inboedeltjes op bij het Vendu-huis. Handeltjes, 's nachts een eigen bar en aan de whisky. Een op en top Hagenees met humor. Een man met legendarische uitspraken. En dan nadoen met zijn donkere, Haagse accent.

Uit het archief van Lester:

Ton:

Ja, da's Henk. Die is al drie maanden dood, maar dat weettie niet.

Wat doe jij nou zoal, Ton?
Nou, 't zelfde als jullie jonges. Een beetje zuipe en dan hopla.

Heb je met de kerstdagen nog iets gedaan, Ton?
Ja, me vrouw doodgestoke. Maar dat was niks, joh. Kwam alleen maar stront uit. Ik blééf steke.
Oh. En op tweede kerstdag?
Ja, dat zeg ik, me vrouw doodgestoke. Eerste kerstdag ware d'r veelsteveel ge­tuige bij. Ja toch? En met oud en nieuw hang ik een brandende autoband om me nek. Zegge de mense: 'Kijk hij doet weer es wat. Wat doettie nou weer?' En dan doe je nog eigelijk niks, hè.

Ja, je gaat goed vooruit, je maak goeie vorderinge.

Oh, geen ijs. Nou, daar heb ik een speciaal tangetje voor. (zijn vingers)

Hoe gaat 't nou, Ton?
Nou harststikke goed. Ik heb net nieuwe pille van de dokter, ik loop gelijk aan alle kante leeg.
Je had toch ook zo'n zakkie aan je buik?
Jaaa, maar dat leg achter de bar.

Oh, die gaat naar de plee. Steekttie gelijk z'n kop in die pot. Kennie nog een beetje meeproeve van ze medemens.

Nee, ik kom net van bove. Zat een beetje te trekke in 't nokkie, tegen een Boeddabeeldje. Ik ben gelijk in slaap gevalle, maar daggeef nie. Ik ga morge gewoon weer verder.

Nee, da's niks, daar hebbie niks an.

Ja, da's allemaal dzjes, maar dat hoor jij nie meer, daar bejjij veel te geschuf­feld voor.

D'r zijn maar twee dinge in je leve die je zeker weet: je heb een moeder en je gaat dood.

Nee joh, dit is helemaal geen bar. Dit is een ruimte, een eh, een aanwezigheids­plaats.

Ik ben vandaag voor 't eerst in dertig jaar klaargekomme. 'k Moes gelijk schei­te.

Nou, die spulle koop ik allemaal op een illegaal veilinkie. Veilingmeester, ja bejje toch zellef. Ja, zal toch wel.

Nee, die goser woont in een bodempension.

Ik heb twintig jaar met een lul in me reet gelope. Gistere had ik 'n hoesbui, vloog tie d'r ineens uit.

Tot zover Ton.

De zaak is allang weg en hoe het verder met hem is, geen idee. Hij staat nog wel op de door mij gemaakte docu-drama-video De Steen. Mooie scene in het café. Hopelijk een keer online. Ton heb ik kunnen vereeuwigen, maar Kees ging dood, terwijl ik concrete plannen had om opnamen van Kees te gaan maken. Met zes blikjes bier erbij op het Binnenhof en dan loos gaan.

Kees

Kees liep altijd door de stad in een trainingspak of in een wit pak, met witte hoed op. Hij was altijd dronken, en was gewoonweg gek. Een platte spraakwaterval die alles en iedereen luidruchtig aansprak. Op een terras kon ie tien minuten oreren met zijn dronkenmanspraat. Tot hij weg werd gestuurd. Ook menig verbod van café's. Maar het Filmhuis mocht hij nog in, later niet meer. Hij mocht niemand, maar hij had respect voor Lester, vanwege zijn pakken en jaren 40 looks, jassen en hoed. Lester was zijn vriend. En tussendoor de gekste uitspraken. Ik heb hem nog met zijn witte pak op de grond van het Haags Filmhuis zien rondtollen, gewoon van gekte. Paar cognacs op die hij niet wilde betalen, want hij had aan de barvrouw gevraagd, Heb je een cognac voor me? Nou, dan kreeg hij die voor niets.

Ook van Kees onthielden we de teksten en herhaalden die op relaxte avonden... Kees leeft niet meer. Uit een raam gesprongen. Korte consternatie, maar erg onverwacht kwam zo'n bericht niet. Helaas niet meer kunnen vastleggen. Zijn vader was een lokale fabrikant van limonade en cola-tics in flesjes. De limonadefabriek Wilson.

Hier zijn teksten.

Hé pik, geef mijn 'n joet, ken ik me vrouw neuke.

Hé, ik ken jou, jij ben mijn vriend ...

Hé zigeuner! Geef mijn die hoed.

Je vader was zeker aannemer in de oorlog, bunkerbouwertje ... Ga fietse stele..!

Lucky Luciano, Meyer Lansky, Frank Sinatra, James Dean, Mario Lanza, Luciano Pavarotti ...

Don't call me Kees, my name is Johnny. Door de week heet ik Kees, nu heet ik Johnny. Don't toucha me!

Hé brogum, waar heb je dat brilletje gekoch? Bij de feestwinkel?

Ja, ik ben ook Jood, maar ik ben er niet trots op. Ik ben gebore in Auswits. Dokter Mengele moes naar me toe kome roeie.

Als jij mijn vrouw blijf lastig valle, in de Geleenstraat, met die vieze poep- en piesspelletjes van je, koop ik een luiertje voor je. Of ik hang een bijltje in je rug.

Hé puntneus, waar heb je die jas gekoch? Leger des Heils?

Columbiaanse. Kejje kope.

Me dokter is dood en me dochter loop op de Waldorp.

Die hele tent is van mijn. En geef die hoere ook wat.

Ik gooi gewoon een handgranaatje naar binne. Of een baaltje Libanon.

9 Millimeter, Arnhemse bosse.

Hebbie al geneuk?

Ja zeker heb ik geld, ik ben gevuld. Tienduizend gulde, in 't sokkie. Possegel­verzameling ...

Bijgoochem, bijgoochem, bijgoochem. En jij ben de held.

De drie Stoegies...

Ik sta op de markt met kersbome. (met Pasen)

Ik ben ook klant en ik ben nog lang nie weg.

Doe jij je bloesje es omhoog, dan ken ik je tiete zien. (tegen een kassameisje achter glas in het Haags Filmhuis)

Hé mafia! Ik heb nog een dzjoppie voor je. 48ste straat, met een honkbalknuppel ...

Koken en Eten

Van huis uit ben ik een alleseter en lekkerbek. Opgegroeid met de Hollandse keuken en veel Scheveningse vis. Maar ook wel bami en door de bovenburen al jong kennis gemaakt met de pedis en heerlijkheden van de Indische keuken. De familie Olive heetten ze, en ze kwamen wel eens wat pannetjes brengen. Bovendien zat er een uitstekende afhaaltoko op het plein op de hoek, Truus en Paadje. Beroemd door hun babi-pangang en rode, zoet-zure saus. Daar moet het zijn ontstaan.

Toen ik het huis uitging en met V. ging samenwonen kon ik niet koken, nul. En V. eigenlijk ook niet. Ik weet niet wat we toen kookten, maar het kan nooit veel bijzonders zijn geweest. Het had ook niet onze interesse.

Maar toen ik weer alleen was en alleen woonde had ik geld om uit eten te gaan. Het was net de opkomst van de eetcafe's waar je voor een klein bedrag een dagschotel kon krijgen. Ik heb daardoor in heel Den Haag overal gegeten. Jaren achter elkaar. En dat wisselde ik af met bezoekjes aan restaurants en dan vooral de Indische. Later ben ik gestructureerd alle Indische eethuisjes en toko's afgegaan. Daar had ik notities van moeten maken.

En ik at veel waarbij ik werkte: Het Kijkhuis met zijn eigen broodjes en de PizzaHut, en bij het Filmhuis bestelden we vaak de dagschotels van een paar zaken van de Denneweg. Of natuurlijk van Toko Frederik. Daar heb ik heel veel gegeten. Niet superbe, maar toch meer dan goed. Ik was dol op de nassi kuning. En dan pakte ik nog wel eens een kip-roti mee in een paar goede zaken. Ik kwam ook wel in de Resident voor frietjes, salade en lamskarbonaadjes. Overal, dag in dag uit, jaar in jaar uit. Of Dino nam Lester en mij mee voor een bezoekje aan de McDonalds in Voorburg, of we gingen eten in de Bijhorst. Dino nam altijd de vegetarische omelet. En dan was er natuurlijk nog de Zwarte Ruiter en Schlemmer. Herinneringen apart.

Mijn eerste kennismaking met koken kwam door Irmgard, het kassameisje uit het Filmhuis. Maar het zette niet echt door. Pas door Liesbeth ben ik van de ene op de andere dag gestopt met buiten de deur eten en ben gaan koken. Stap voor stap. Mijn eerste proeve was een preitaart voor Marc, Linda en Maarten. Bij mij thuis voor mijn verjaardag. Ik geef een schreeuw en er ligt een natte, mislukte preitaart in de keuken op de vloertegels. Opgeraapt, teruggedaan en gewoon geserveerd. Het zag er niet uit en het smaakte ook niet goed. Ik kon de eerste jaren ook geen pottenkijkers hebben in de keuken. Maar dat veranderde en later werd ik een gezellige, open kwebbelkok. En dan vooral praten over eten en koken. Ik werd een huisculi en heb dat lang volgehouden. Met heel veel genoegen en plezier.

Met Lester ging ik wel eten in een tentje op de Grote Markt, de Bikkerij. Het werd gedreven door een jong stel dat we goed leerden kennen. We kozen altijd voor de kip-saté met friet en salade, met een stukje ananas. We hebben ze ooit een grote poster gegeven van de release van Casablanca. Die heeft jaren ingelijst in de zaak gehangen. En vlak daarnaast zat Indisch restaurant Srikandi. Veel alleen gegeten. Favoriet was ook eetcafé de Plak in het Zeeheldenkwartier. Ook haalden we met het Filmhuis wel dagschotels bij café de Sport in de Kazernestraat.

De Posthoorn

Op het korte stukje van het Lange Voorhout in Den Haag vind je hotel Des Indes, het paleis Lange Voorhout, waar nu het Eschermuseum in is gevestigd, het kleine huisje van baron Hop, en de Amerikaanse ambassade. Daar aan de overkant zit kreeftenrestaurant Sauer en daarnaast uitspanning de Posthoorn.

Een café kun je het niet noemen. Een rustige gelagkamer met zomers een heerlijk terras. Er wordt bediend in zwarte broek met wit overhemd. Geen muziek, wel bittergarnituur met bitterballen, oude kaas, leverworst en een schaaltje mosterd ...

Begin jaren 90 organiseer ik met mijn goede vriend Lester, in november, een cultfilmavond/nacht. Op een zaterdag. En de donderdagmiddag ervoor loop ik over het Lange Voorhout in mijn speciaal gemaakte T-shirt en met een stapel flyers. Een van de vijf cultfilms is Robocop van Paul Verhoeven. Het staat prominent op mijn T-shirt en flyer. Ik moet een rondje lopen om in allerlei zaken in de binnenstad de reclame neer te leggen. Dus ook bij de Posthoorn.

Ik kijk naar binnen en tot mijn grote verrassing zit daar Paul Verhoeven aan een tafeltje. Te lezen, met een biertje. Ik zie dat het de Ontdekking van de Hemel is. Ik doe een stapje terug en begin koortsachtig na te denken. Dit kan ik niet laten lopen. Een buitenkansje. Ik zou hem kunnen uitnodigen zaterdag, als eregast en dan aankondigen dat hij in de zaal zit, voordat Robocop begint. Een geweldige cultverrassing.

De opwinding is groot en ik loop toch eerst nog terug naar het Filmhuis om te overleggen, zal ik op hem afstappen. Tuurlijk zei iedereen en ik haastte me snel weer terug, misschien is hij al weer weg. Maar hij zit er nog.

Ik ga de Posthoorn binnen en stap op Paul Verhoeven af. We maken kennis en ik laat hem mijn T-shirt zien en de flyers, en waar beide groot ROBOCOP op staat. Ik vond het te toevallig om te laten passeren en nu wilde ik vragen ...

Enfin -helaas- hij vloog zaterdagmorgen al weer terug naar de States en anders was hij zeker gekomen. Hij vond het bijzonder leuk, de aandacht in zijn eigen geboortestad.

We zaten nog twee uurtjes -pils pils- en toen moest ik helaas weg naar een afspraak. Het was een fraaie, toevallige ontmoeting.

__

En nee, de Ontdekking van de Hemel ging hij zeker niet verfilmen.

Drie feesten in het Paard

Ik had zo wat werkzaamheden op het kantoor voor het Paard en daar werd ik wisselend voor betaald. Vooral voor het notuleerwerk van de staf- en de bestuursvergaderingen en de automatisering.

Het Filmhuis organiseerde in de jaren 80 regelmatig feestjes. Met een nachtvergunning en de deur open naar de dansvloer van Theater Pepijn aan de achterkant. Heerlijke en legendarische avonden, onder leiding van DJ Willy Jolly. En we dachten altijd mee met de feestjes. Mijn eigen knaller werd het afscheidsfeestje van de Denneweg. Daar kom ik nog eens apart op terug.

Maar ik herinner me ook de contacten met twee Haagse jongens. Hans, een fotograaf en Charles was ambtenaar. Het was net het eerste jaar van de house, 1987. En zij wilden een oud- en nieuw party organiseren in de oude bioscoop de Roxy in de Boekhorststraat. En misschien daarna gewoon doordraaien. Ik zat daar als derde man bij. Van alles gedaan en ondernomen, zelfs subsidie gekregen van de gemeente, maar de rommelopslag van een winkel wilde niet uit de Roxy. Onmogelijke zaak, hele idee van de baan. Als een luchtbel. Ik had ook niks met de housemuziek en de pillen, xtc-scene. Nul. Maar dat feest ging dus niet door.

Wel drie andere die ik in het Paard organinseerde, allemaal met mijn vrienden: Marc, Maarten, Lester en Dino.

Prince Bathouse

Eerder in de jaren 80 had Prince een nachtconcert gegeven in het Paard. Legendarisch verrassingsconcert. En ik had daar bij kunnen zijn, maar Lester vergeet me te bellen. Hij wist het wel, maar was totaal niet geïnteresseerd. Jammer, maar helaas, maar ik had er wel de pest over in. Allerlei Paardmedewerkers liepen daarna met T-shirts over die avond.

Ergens in het jaar kijk ik op de agenda en zie dat het 't volgend jaar op een zaterdag, precies een jaar geleden is dat Prince in het Paard speelde. Dat moeten we herdenken met een feestje. En dat gecombineerd met de nieuwe soundtrack doe Prince had gemaakt voor een Batmanfilm. Een Prince-Bathouse avond. Iedereen ging akkoord en is het georganiseerd. Met een Batman die optrad, en een Robin en de Joker. Een act met honderden pingpongballetjes die de zaal in stuiterden ... Maar verder vooral muziek om op te dansen met goede, oude dj's ... Het was helemaal vol en uitverkocht. Elvin had een Batmanlogo-affiche gemaakt die door de stad hing. De Batman deed nog een appearance 's avonds in de Zwarte Ruiter. En Batman was eerst de zanger van de Ideale Schoonzonen en later Elvin. Robin was Jaap en de Joker Marianne. Ik had met Lester een aantal borden geschilderd met stripkreten erop. Batman hield een bord vast met WHAM!. Leuke avond, geslaagde party.

In het Westland was het gerucht gegaan dat Prince weer zou optreden op het feest. Om zes uur stonden er die dag tientallen meisjes op de stoep van het Paard. Ze geloofden niet dat hij niet kwam. Ik had zoiets wel verwacht en gehoopt. Ik had ook voorgesteld om een drumstel op het podium neer te zetten. Alsof er misschien nog iets gaat gebeuren. Maar naast de Batman-acts gebeurde er niks ... Dat drumstel mocht niet.

Lighthouse Beach Party

Daarna kwam een zomerparty die ik had bedacht. Lighthouse, vuurtoren en lichte housemuziek, maar ook sixties en mixties. Op het affiche -die ik zelf had ontworpen- staat ook een grote vuurtoren. Den Haag, Scheveningen. En ik wilde dat de vloer van de grote zaal bedekt zou zijn onder een paar centimeter laag zand. Dat was het idee. Na lang praten en tegenwerkingen, vooral over het zand, kreeg ik groen licht als het zand niks kostte. Dan kon ik regelen via de gemeente ... Aan de slag, want er moest ook een vuurtoren worden nagebouwd met een ronddraaiend licht. Die heeft Jan gemaakt. Op deze avond had ik als dj's gevraagd: Lester, Maarten en Dino. Hebben ze ook alle drie gedaan. Weer helemaal mudje vol en iedereen kwam in zijn zomerse kleren. Het zand was naar binnen geschept en de strandballen lagen klaar. Geweldige conceptavond. Ik heb er donkere video-opnamen van. Nog weken erna kon je zandsporen door het hele pand vinden. Het binnenscheppen ging nog wel, maar het weer naar buiten brengen was een ander verhaal. En Dino vroeg nog aan Petra of hij mocht oefenen met de twee draaitafels. Hij had nog nooit zoiets gedaan. En Maarten ging helemaal uit zijn dak. 's Nachts drie uur, smoeiharde Jimi Hendrix.

Back to Zero

Dan het derde, grootste en laatste feest. Daar was ik na de andere twee voor gevraagd: Wil jij het traditionele kerstavondfeest bedenken en organiseren? Ik nam de uitnodiging graag aan en ben aan de slag gegaan, weer met de hele vriendenkring.

Het werd een sfeervolle avond met in de bovenzaal poëzie van Robert Jan Rueb, Maarten Zilverentand en Adriaan Bontebal en daarna kerstrepertoire van het trio De ideale schoonzonen. Kerstboom erbij, grote bank en een oud jaren vijftig tv-toestel. Het had sfeer. Ook de benedenzaal was helemaal opnieuw belicht en uitgelicht voor de kerst, en over de muren op diverse plaatsen een dia-show met jaren 60 afbeeldingen. Zelf geproduceerd. Zag er goed uit. Ook het podium zag er kerstvol uit voor de coverband die zou optreden. De huisband van het Paard onder leiding van zanger, gitarist Hugo en met Bert op de drums. De andere gitarist kende ik ook.

Het hele Paard is afgeladen en het is een geslaagd feest met een belangrijk sixties-element: Back to Zero, back to the sixties. Vandaar ook die band met poprepertoire uit de sixties. En er waren twee go-go danseressen bij. Die kende ik uit de stad. Twee mooie meiden, waarvan er een Janna heette en later dichteres is geworden. Ze was ook de dochter van een aardige, wat oudere kassadame van het Fulmhuis, Marieke.

Ook was er een bekend duo uit de vriendenkring die zorgde voor vloeistotprojecties op het toneel. Mooie act erbij. Ritsaert en Jacob.

Ik maakte nog als publiciteit een speciale ansichtkaart, of beter gezegd ik maakte er vier. Ik had twee foto's uit het archief van het Filmhuis uit een documentaire van Kees Brusse, begin jaren 60. Twee tieners, een jongen en een meisje. Mooie, grote zwart-wit portretten. Die heb ik gebruikt. En op een a-4tje maakte ik vier versies: twee met de jongen en twee met het meisje. Dat werd met tekst gedrukt en 500 mensen kregen eerst een versie van de jongen of het meisje in de bus en twee weken later de andere.. De kaarten waren genummerd: 00 01 10 11 Ik organiseerde dat in de database waar alle etiketten voor de kaarten uitrolde. Van de drukker heb ik nog een dertigtal a4-kaarten bewaard en niet losgesneden. Op de achterkant de kaarten genummerd met een stempel en later bij de nazit de kaart aan alle medewerkers als herinnering uitgedeeld.

Het was ook de beste nazit ever. Die had ik georganiseerd, vooraf en veel gediscussieer erover. Maar ik had gewonnen. Ik kon voor 500 gulden aan drank en eten besteden voor de nazit met zo'n vijftig mensen, tussen vijf en zeven uur 's ochtends. Dat had ik naast het feest ook nog voorbereid. Speciale muziek voor de nazit in de bovenbar... En dan kwam iemand met de treetjes bier binnen en de schalen met hapjes ... Allemaal daarna. Iedereen was aangenaam verrast. Een goed verzorgde nazit in de kerstnacht.

Ik heb ook video-opnames van de avond en de nazit. Legendarische avond in het Paard.

__

Liesbeth was er ook. Op de achterkant van de kaart had ik een grote ovale ei getekend. Back to zero. Wat ik toen nog niet wist was dat Liesbeth kort daarvoor van mij zwanger was geworden. Dat hebben we weg laten halen en dat moest precies op de dag gebeuren van het feest. Dat was wel een hele andere kater.

The Wizard of Oz

Naast de Kultnite, de Casablanca Society en de filmlezingen, heb ik me in 1991 ook beziggehouden met het naar Nederland halen van de film The Wizard of Oz. Geregisseerd door Victor Flemming en met Judy Garland als Dorothy. Ik kende de film alleen van een keer zien op de BBC met kerst. Ik vond het direct een klassieker en vroeg me af waarom de film zo onbekend was in Nederland. In de Verenigde Staten en Engeland is de film nog steeds een icoon die ieder jaar wordt vertoond. Door wat speurwerk kwam ik erachter dat de film nooit in Nederland is uitgebracht. The Wizard of Oz is van 1939 en is door de oorlog blijven liggen. Maar ook na de oorlog nooit in roulatie gekomen. Dat verklaarde een heleboel en het was voor mij de aanleiding om een vertoning in Nederland te organiseren, de allereerste.

Ik ben het toen met het Filmhuis gaan organiseren. Een kopie was snel gevonden in Engeland, bij het British Film Institute. Ik wilde er per se een kerstrelease van maken en zo werd de film in de laatste week van 1991 in het Filmhuiis vertoond. De kopie was niet ondertiteld, maar bij de kassa lag een zelf geschreven informatieblad met het hele verhaal. Dit voor de kinderen die ook kwamen.

De heruitbreng deed het goed in de publiciteit en twee zaken licht ik er nu uit.

Ik stond in contact met Joyce Roodnat, die toen filmrecensente bij de NRC was, en zij wilde er heel graag wat mee doen, voor het Cultureel Supplement. Of ik foto's had. Er lagen er vier in het archief van het Filmhuis, maar dat waren ingekleurde zwart-wit foto's. Ik vond ze niet mooi en eigenlijk niet bruikbaar. Nog naar het Filmmuseum gebeld, maar die hadden alleen één zwart-wit still. Ze hebben later een paar kopieën opgestuurd en waarvan ik er nog één aan de muur heb hangen. En die hangt naast de grote voorkant van de eerste kleurenbijlage van het CS van de NRC en met alle vier de kleurenfoto's van The Wizard of Oz, over de hele pagina. Joyce Roodnat vond ze juist prachtig. Wel een mooi primeurtje en aandacht.

Een ander publiciteitsmoment was in het radioprogramma van de VPRP: Koning Zak in Muziekland, de opvolger van Ron Flon Flon op Radio 3. Het programma -tussen 17.00 en 18.00 uur op de woensdagmiddag- besteedde aandacht aan de film, maar bovendien was er een bandje in de studio met Mieke Stemerding van de Gigantjes. Ze zong toen live, (Somewhere) Over the rainbow, het bekendste nummer uit de film. Ik wist daar niks van en was verrast toen ik het hoorde. Met dank aan Rogier Proper.

Ik heb in de kerstweek de film zelf twee maal bekeken met een gevulde en enthousiaste zaal. Het was prachtig: eerst de zwart-wit scene's en dan de overschakeling naar de Technicolor-kleuren.

Ik had het nog wel willen herhalen met enkele andere kerstfilms, zoals Mary Poppins, ET, Annie, The Sound of Music of The West Side Story. Maar zoals met veel dingen die ik deed, het was vaak eenmalig. Dan had ik dat gedaan en hoefde ik me niet te herhalen. Altijd op zoek naar wat nieuws.

Bueono Sera

In de jaren tachtig bevond ik me midden in het culturele leven van Den Haag. Zo bezocht ik ook iedere zomer het festival op het Plein. Eerst heette het de Boulevard of Broken Dreams en later De Parade. Er stonden allemaal aparte tentjes en podia voor kleine voorstellingen. En je kon op diverse plekken eten en natuurlijk ook drinken. Iedereen die uitging kwam daar, een dag of tien lang. Door mijn betrokkenheid bij het Filmhuis heb ik ook een keer meegewerkt aan een tentje. Dat heette de Schreeuw van de Spreeuw. Het staat me niet meer bij wat daar -experimenteel- gebeurde. Wel dat de bezoekers op video werden opgenomen en direct daarna zichzelf terug konden zien. En ik was één van de velen die de camera moest bedienen. Maar hierdoor had ik ook iedere avond toegang tot de nazit in een cafétent met piano. Dan ging het na enen nog een paar uur vrolijk door voor de medewerkers en wat invités. Ik herinner me nog een pianist en Cor Witjes op de accordeon. Ik was gek op dit soort nazitjes en heb er zelf ook een aantal georganiseerd.

Ik herinner me ook een nazit met Theo en Thea -en Pieter Kramer- in hun eigen tent. Hun korte voorstelling was hilarisch. Lester kende Arjan Ederveen en Tosca Niterink van een klein rolletje die hij in hun film De Ontmaskering van Het Tenenkaasimperium had gespeeld.

[ Later zijn we nog naar een voorstelling van hun in Dilegentia geweest. Na afloop in de kleedkamer en Arjan wilde nog wel ergens wat drinken en blowen. We stelden het Filmhuis voor. Daar gingen we heen en onderweg kochten we een jointje bij de Ganja. Arjen heeft buiten staan roken. Toen met Tosca erbij een uurtje in het alkoofje zitten borrelen en praten, over de voorstelling en over film. Ook een soort nazit. En tien jaar later zie ik op een middag Tosca zitten in de bar van The Movies in Amsterdam. Helemaal aan lager wal, verslonsd en aan de wodka. Het gaat nu weer goed met haar. ]

Terug naar het Plein.

Ik bewaar nog scherpe herinneringen aan de Spiegeltent van de Parade. Daar was 's avond een disco met veel oldies en mixties. Heerlijke muziek en heerlijk om op te dansen. Ik leefde me helemaal uit met vrienden en vooral vriendinnen. Het laatste nummer van deze avonden -een paar jaar lang- was altijd Buona Sera van Louis Prima. Dan moest ik -als ik er nog niet stond- de dansvloer op voor de laatste dans. Een geweldig nummer met een slow intro en dan gaat het los en swingt het de pan uit. Ik heb het nummer al enkele jaren gevonden via internet en draai hem nog regelmatig. Omdat ik de muziek goed vind, maar ook om even terug te denken aan die mooie zomers op het Plein en die verrukkelijke nazitten. Maar ook aan iedere nazit komt een eind en dan moest ik nog naar huis lopen.

Goud van Oud

Alfred Lagarde.
Ik heb hem gekend en menig maal ontmoet. Ook zijn toen nog jonge zoon. In Den Haag.

Ik was bezig met een video-reportage over The Motions, de eerste band van Robby van Leeuwen, nog voor Shocking Blue. Het was bedoeld als voorbeeld voor een docu over Den Haag Beatstad.

Begin jaren 90 krijgen ze een gouden aanbod van Veronica om in Goud van Oud te spelen. Live in de Brabanthallen.

Enfin een gouden kans voor een reportage, interview en live-opnamen.Ik onderhield een goed en persoonlijk contact met de bassist Henk Smitskamp.

Alles goed en wel en met een kleine crew (Willem Mulock voor de geluidshengel, Nico camera, en ik interviewer. Dino is de chauffeur en producent van het uitstapje), reizen we de dag voor de uitzending af naar het zuiden voor de repetities. Daar mogen we van de regisseur Frans Meijer beperkt opnamen maken en hij wil ons de volgende dag niet zien en hij ontzegt ons de toegang tot het optreden.

Sh*t

De hele repo valt hiermee in duigen, maar hoe komen we de volgende dag binnen?

Een aanvalsplan.

Ik bel diezelfde avond Alfred Lagarde die morgen daar ook voor Veronica is. En ik leg hem ons probleem uit: wij willen de Motions daar filmen, maar dat mag niet.

We maken het plan dat wij een docu maken over Alfred Lagarde.

We spreken de volgende dag om 18.00 uur af op het parkeerterrein van de Brabanthallen.

Die middag bel ik nog met een van de eerste mobiele telefoons naar de bolide van Alfred. Hij is uit Den Haag ook op weg ...

We komen bijna gelijkertijd aan. De crew zet de camera en spullen op hun nek en schouders en we gaan zogenaamd de biopic van Alfred filmen, hoe hij de Brabanthallen in gaat ... En wij er achteraan ...

En zo passeren we de security en blijven we rond Alfred hangen. En vooral uitkijken dat Frans Meijer ons niet ziet. Die gaat uit zijn dak ...

The Motions ontmoet voor het optreden en opnamen gemaakt. Als piraten bij de piraat ... Vragen aan Robby, Rudy Bennett, Henk en Sieb Warber. Robby deed het eenmalig zodat de andere jongens voor een zak geld konden optreden.

Vlak voor het optreden van The Motions worden we door Frans ontdekt! Hij wordt bijkans gek en wil ons subiet verwijderen ...

Maar daar was Alfred en die praatte het allemaal aan elkaar: uiteindelijk mochten we het eerste nummer op het podium filmen. Frans was om ...

Geweldig veel gelachen die dagen.

En die video-opnamen heb ik allemaal niet. En mogelijk zijn ze als verloren te beschouwen. Toch is er een clipje op YouTube van de Motions bij Goud van Oud. In die opname sta ik onzichtbaar ook op het podium met een eigen camera ...

http://nl.youtube.com/watch?v=DV1c8V2MzM0

North Sea Jazz

Eind jaren 70, begin jaren 80 raak ik helemaal verslingerd aan de jazz, en dan met name de be-bop met Charlie Parker, maar ook vele anderen. Wat jazz aangaat ben ik altijd slecht geweest in het onthouden van namen en titels van nummers. Het gaat me om de groove en de meeste standards leerde ik uit mijn hoofd mee scatten. Maar ik kwam er ook achter dat veel van die oude knakkers nog niet dood waren en kwamen spelen op het North Sea Jazz Festival, nota bene in mijn eigen stad Den Haag. Ik ben een paar jaar met dagkaarten gegaan en een paar drie-dagenpassepartouts gekocht. Dan wordt het een soort roes. Van alles gehoord en gezien en altijd een groot muzikaal feest.

In 1986 werkte ik onder meer voor het Kijkhuis (video) en het Haags Filmhuis. Ik was met van alles bezig en ik wilde vooral dingen meemaken en mensen ontmoeten. En in die tijd heb ik met behulp van de computer een brief gestuurd naar North Sea, ter attentie van Paul Acket en bood mijn diensten aan. Ik stelde mij vooral voor als operateur van films en techneut van videosystemen. Ik werd gebeld door zijn dochter en ik was voor het aankomende festival voor drie dagen ingehuurd als operateur in de bioscoopzaal Studo 2000, dat aan het Congresgebouw vastzit.

Ik werd toen de tweede man in de cabine, naast de vaste kracht. Een oudere man die in het dagelijks leven hoofd AV was van de Haagse politie. En we moesten continu 16-mm films draaien uit de collectie van een Deense verzamelaar. Prachtig en bijzonder materiaal. Ook moest ik door het hele Congresgebouw heen video's bij monitoren verversen. Het waren vhs-banden die ik persoonlijk van Paul Acket had gekregen. Een van de schaarse keren dat ik met hem gesproken heb. Maar dan toch ...

Het werken in de cabine was aardig, maar het ging me om de rustmomenten en de nazit van het festival. Dan kun je backstage en kijken wat er overal gebeurt. Dat was mijn belangrijkste drijfveer. Niet opgesloten zitten in het donker als er van alles gebeurt. En zo kom je mensen tegen en zit je na afloop in de nazitbar van hotel Bel Air. Geweldige ervaring.

Het tweede jaar werd ik algemeen assistent van Jos Acket, Paul zijn vrouw en spin in het web. Maar er valt weinig te doen. Wel veel plezier backstage en ik herinner me het tweede concert dat ik van Miles Davis zag. Het was bloedheet toen.

Het jaar daarop deed ik een laatste gooi en stelde ik voor of ik geen artiestenbegeleider kon worden. Maak je het meeste mee en heb je een luxejob. Precies wat ik eigenlijk wilde. En dat gebeurde ook en ik kreeg er ook nog honderd gulden per dag voor. Mooie avonturen. Ik herinner me nog lange gesprekken met Darryl Jones in Bel Air. Toen bassist van Miles Davis, nu van The Rolling Stones. Maar ik miste wel getuigen en maakte alles alleen mee. Het jaar daarop liet ik blijken dat ik nog één maal voor North Sea wilde werken en dan weer als artiestenbegeleider, maar dan samen met mijn beste vriend Lester. En ook die wens werd vervuld en het werd de beste North Sea die ik ooit heb meegemaakt.

Ik heb er al eerder over geschreven in verband met mijn beste muziekanekdote over Chaka Khan. En daarin kun je veel van de sfeer proeven van het leven van een artiestenbegeleider.

http://www.dejongenskamer.nl/chaka.htm

Maar Lester en ik werkten samen, maar hadden ook aparte opdrachten. We zaten met alle begeleiders bij de ingang en daar begon het werk. De echte toppers zaten er niet bij, maar wel de rest kon van alles zijn. Zoals de New Orleans band van zangeres Lilian Boutee. Daarvan leerden we haar broer John goed kennen die ook in de band speelde. Na afloop van het festival kregen we van hem een plastic krokodil, een symbool van de delta.

En we beschikten tijdens werktijd over overall-passes. Dan kon je overal in. Wij snaaiden die kaarten gelijk weg om ze ook te gebruiken in de uren dat we niet werkten!

Op zaterdagmiddag zijn we met John Boutee in een klein busje naar de stad gereden. Voor een paar honderd gulden in verschillende tenten een schoenendoos vol wiet en hasj gekocht. Om in Bel Air weer verder te verkopen en door te geven. Uiteindelijk belanden we weer op de kamer van John met de gevulde schoenendoos en komen de telefoontjes.

Lester:

"John kwam na een optreden backstage naar me toe en zei: 'You've got something to smoke?' waarop ik hem een shaggie aanbood. Zijn repliek was: 'No, I mean *smoke* smoke ...' Toen begreep ik pas wattie bedoelde.

We zijn toen, op mijn suggestie en in zijn bandbus, met z'n drieën naar die tent in de Gortstraat gereden waar we vaak kwamen op doortocht van het Filmhuis naar de Zwarte Snuiter of 's zomers tijdens een zwerfzuiptocht.

Wij zijn toen bescheiden aan de bar gaan zitten met een glaasje fris[?] terwijl hij, tot grote vreugde van de barjuffrouw, aan het andere einde van de bar stond te onderhandelen over meiers has en weed.

En inderdaad daarna terug naar Bel Air omdat de een has en de ander weed wilde hebben werden al die zakjes op het bed opnieuw verdeeld ..."

En nog polaroids gemaakt met Willy Jolly, bekende Haagse dj. Lester en ik met zwarte zonnebrillen op. De foto hangt nog steeds aan de muur. En de zonnebril was om de dikke wallen te verbergen. We kwamen niet voor zes, zeven uur 's ochtends thuis en dan in de middag al weer terug. En dan proberen om het drinken zo lang mogelijk uit te stellen, wat natuurlijk niet lukte. Je leefde in een roes van vrijdagmiddag tot maandagmorgen, zonder besef van tijd en wat er in de buitenwereld gebeurde. Je zat in de muziek, in de jazz, in het middelpunt van het leven.

Op zondagmiddag begon je vroeger en ik zie Lester en mij nog zitten in de persbar (Sonja van Proosdij) aan een royale garnalensalade met bier. Lunchtijd. En we steken een joint op. Dat hadden we niet moeten doen, want naast ons komt de familie Acket lunchen; pa en ma en de twee dochters, Madelon en Karin.

(Die dochters hebben overigens ook op dezelfde lagere school als ik en mijn zus in het Bezuidenhout gezeten. En de jongste, Karin, leerde ik later kort kennen. Ze zat op de Reinwardt Academie waar ik al van was afgestudeerd.)

Maar we zitten daar lekker te eten omdat ik de kok de vorige avond mee back stage had genomen naar Miles Davis. Je had overal connecties in het gebouw. Ik ken ook iedere gang, lift of kamertje ... En niet te vergeten de vim-rooms waar je vrij kon drinken en overal sigaretten stonden om te pakken.

En dan werkte er -via mij- nog een goede vriend van mij, Marc. Hij was zaalasssistent van een benedenzaal. Meer technisch en produceren. Iets voor hem, niets voor mij. Achteraf weinig contact met hem toen gehad. Maar Lester en ik gingen helemaal loos en op in het festivalgewoel.

En na een lange nazit in Bel Air liepen we helemaal suf van het bier en het blowen naar huis. Maar ik had blaren en kon niet op mijn schoenen lopen. In de bossages van de Scheveningse weg heb ik mijn schoenen uitgedaan en heb ik voor een tweede keer op sokken door de stad gelopen. Maar we hadden een enorme napret. Op zulk soort dingen konden we weken teren en dan als maar herhalen wat er was gebeurd, hoe het ging, de anekdote-machine.

Het is acht uur 's ochtends en we bereiken het Centraal Station. Maandagochtend en hotel Bel Air moet nu ontruimd zijn voor de komst van George Bush ... Het leven is volop weer begonnen. De ambtenaren stromen de treinen uit om uit te zwermen over de ministeries. Maar wij zijn nog aan het na-chillen, volop. We hebben onze zonnebrillen op en bestellen twee blikjes bier bij de koffie-kiosk. We gaan op een bankje zitten en laten de wereld langs ons voorbij gaan. De mensen hebben geen idee wat we hebben meegemaakt. We voelen ons intens gelukkig.

__

Op 25 december 2008 overleed Eartha Kitt. Dat was de aanleiding voor een korte correspondentie met Lester. En hij had nog een mooie anekdote over haar van zijn North Sea avontuur.

"Ze trad die festivaleditie twee keer op: én maal in de PWA zaal en één maal in de Carousselzaal. Ik zag haar in de PWA zaal en was zo enorm impressed dat ik haar nog een keer moest zien; in de Carousselzaal. Willy J. was haar speciale begeleider en ik ben tussen die 2 concerten naar hem toegestapt en heb hem bezworen dat ze me ff aan mij moest voorstellen.

Dus ik sta backstage in de zaal en Willy en Eartha komen op mij af en Willy zegt 'Eartha, this is Alex ...' en ik spreek de onsterfelijke woorden 'Miss Kitt, may I have the honour to escort you to your boudoir?' waarmee ik haar kleedkamer bedoel. Ze kijkt me aan alsof ik gek ben maar heeft onmiddellijk door wat er speelt en neemt de haar aangeboden arm. Samen lopen we weg, Willy in stomme verbazing achterlatend.

In haar kleedkamer komt de NL pianist van haar combo de partijen in een DHL doos terug brengen en wordt meteen uitgefoeterd omdat er dingen verkeerd gingen. Vervolgens zegt ze, meer tegen zichzelf dan tegen mij, 'My feet are killing me...' waarop ik antwoord "I could rub them for you ...'

Ze kijkt me aan met een schalkse glimlach: 'Oh, would you really..? En met een katachtige gratie liggen er plots twee bruine voetjes in mijn schoot en terwijl ik ze masseer hebben we een kort maar prettig gesprek over koetjes en kalfjes alsof ik zit te flirten met een schoolmeisje van zeventien, in plaats van een wereldberoemde zangeres van 60 ..."

Lester

En ik zie Lester nog staan aan de rand van het podium van de buitentent op North Sea. Cab Calloway had net opgetreden met zijn dochter als zangeres. Lester weet hem net na het applaus op te vangen en schudt hem de hand.

Voor zover mogelijk waren we elkaars getuigen.

__

Mijn Stones-Kurhaus film had ik eigenlijk altijd aan Paul Acket willen opdragen. Maar omdat ik niet wist wat het resultaat van mijn video zou worden heb ik daar maar van afgezien.

De laatste keer dat ik Paul Acket zag was in een Haags park bij een vijver op een zondagse Paasmorgen, begin jaren negentig. Ik was daar met vrienden (Jan en Kathy) aan het luxe-brunchen en lopen daar ineens Paul en Jos langs. Ik heb ze gelijk aangesproken en hebben we allemaal met ze gepraat.

Lester:

"O, en die polaroids die waren voor de controle aan de deur."

__

Jos Acket was ook op de avond van de Stones-Kurhaus-avond in 1994.

Varia

Ik ben altijd verrukt geweest over Den Haag, over de stad, de geschiedenis en de mensen. En dan met Scheveningen als parel aan zee. Ik kende alle straten, stegen en lanen van de hofstad en in de meeste etablissementen ben ik ooit wel eens geweest.

Vaste waarden waren ook de Haagse filmjournalisten, Piet Ruivenkamp, en Bert -pils en jazz- Jansma en niet te vergeten muziekcriticus en freelance medewerker van het Kijkhuis en Paard, Erik Quint. En zoveel andere namen vergeten.

In het Filmhuis kwam ik op een zomeravond een vrouw tegen die ik ruim vijftien jaar niet meer had gezien en alleen oppervlakkig had gekend tot haar twaalfde jaar op de laan waar ik toen woonde. Yfke. Maar ik herkende haar direct die avond. Mooie, aantrekkelijk vrouw. Ze was alleen, maar had een man en kinderen, ik een vriendin, so what? Over van alles intens gepraat. Ik weet nog goed dat haar vader op de schooltuin werkte in Mariahoeve en wel een bekende educatieve natuurtekenaar was. Het was een alternatieve wat zonderlinge familie. Ze had nog een zusje en een broertje dat slechte ogen had en een hele dikke bril droeg. Het Filmhuis gaat dicht en we lopen samen richting het Binnenhof. Dan komen we op de Korte Vijverberg, tegenover het Haags Historisch Museum, bij mijn favoriete plekje: het bankje naast de Hofvijver. Ik stel voor om nog even daar te gaan zitten. We worden roziger en voziger en voordat we het weten zitten we heerlijk te vrijen. Daarna afscheid genomen en nooit meer gezien. Op dat bankje heb ik daarvoor en daarna vaker met aardige vrouwen gezeten.

Nog wel eens een jonge vrouw gevingerd 's nachts op het strand. Met Brian die had haar vriendin. Scheveningen en het strand waren eindeloos. De lucht, het water, het strand.

En met Liesbeth nog in een duinpannetje liggen neuken. Allebei helemaal naakt. Kwam opeens een klein hondje snuffelen. Hoorden we daarna het baasje roepen. De hond ging gelukkig weer snel weg.

Ik was ook geïnteresseerd in architectuur. Nog meegedaan aan de discussie rondom het nieuwe Stadhuis van Richard Meijer. Ik was ook aanwezig voor Doen op de eerste paalzetting, hele opening met laserstralen, muziek en veel politici. Jack Verduyn Lunel was wethouder van Cultuur, later Louise Engering. En niet te vergeten Adrie Duivenstein, op wie een aanslag werd gepleegd, maar zelf ook beschuldigd werd van de dood na een liquidatie rondom de sloop van het hoerenstraatje, de Katerstraat. Ook bij de opening van die nieuwbouw ben ik geweest. Irmgard en GertJan kwamen er ieder te wonen. Mooie appartementen voor jonge mensen. Favoriete museum: Het Haags Gemeentemuseum, de Vrouw in rode kimono van Breitner. En de Mondriaans en de Escherverzameling. Mijn meest bewonderde schilderstuk in die jaren twee maal gezien in Gent, een maal met Liesbeth: Het Lam Gods van Jan van Eyck, een groot en schitterend veelluik. Een complete bijbelse film gevangen in één verstild beeld.

Naast bier kon ik ook van een glaasje rode of witte wijn genieten. Niet echt een kenner, maar toch een aardige fijnproever die wel het verschil wist tussen een goede wijn en gewone slobber. In de jaren tachtig was de eerste beaujolais wel een hype en ik vond het een lekkere, lichte wijn. Een paar maal ging ik voor de beaujoloais-primeur naar de feestjes van wijnhandel De Gouden Ton op de Denneweg. Altijd leuk en weer een heel andere sfeer en bekakt milieu.

GertJan was rustig en serieus. Hij had een kassameisje van het Filmhuis als vriendin, Dominique. Later gaan ze in harmonie uit elkaar. Dominique wordt de vriend van Patrick, de kok uit de Zwarte Ruiter. GertJan raakt ook met hem bevriend. Als hobby kookte GertJan wel eens in de Zwarte Ruiter. Naast de Zwarte Ruiter zat de September, zelfde eigenaren. De kok was Pierre Wind, beroemd om zijn dropsoep. De September was een uitstekend borrelcafé. Ik heb er nooit gegeten. Later kreeg GertJan weer een nieuwe, vaste vriendin, Anouk, was ook in de filmwereld actief, maar dan in Amsterdam. Later zijn GertJan en Marc motorrijlessen gaan nemen, was populair in hun kringen.

Een andere bekende uit die tijd -en met name van het Filmhuis- was Paul Combrink, kunstenaar en gemeenteraadslid voor de PVDA. Aardige kerel, maar wel wat sloom. Zijn bijnaam was 'dynamo'. Zijn vriendin Tanja kende ik ook. Ze gingen later knallend uit elkaar.

Enfin.

"Ik ben niet sterk ik ruik alleen maar sterk." (Chris)

"Okiedokie". (Lester deelde zijn telefoon met een mij onzichtbare buurman. Het was een stopwoordje van hem)

"Ik had een smaak in mijn mond alsof ik een zak dooie mollen had liggen beffen. (Maarten)

"In de pan hebben tien dolle negers zich staan aftrekken!" (Maarten)

(Op North Sea bij de grote pan voor broodjes hesp, waarin dunne plakjes warme ham met een witte knoflooksaus werden klaargemaakt.)

"Heavy expediton". Als je stoned was en nog wat moest doen. (Maarten)

"Telefonare, domani." (afscheidsgroet Dino)

"Concorde Cinematheek Joop Jansen. Ja, gaan we vanavond skaten in Rotterdam". (Joop Jansen / Lester)

Er waren ooit plannen voor een film van Allejandro met een openingsscene van twee conducteurs en twee passagiers in een trein. Lester en ik zouden de conducteurs zijn en de twee controleurs zouden Kees en Denis moeten voorstellen ... Van de hele film is nooit wat terechtgekomen.

Linda is later bij Marc weggegaan, ze werd verliefd op een filmer met voor haar aantrekkelijke, sado-masochistische trekjes, Pieter. Die kenden we wel en waren hogelijk verbaasd. Daarna Marc verschillende vriendinnen. Marc is na het Image en Sound festival voor het Kijkhuis gaan werken. Prima op zijn plaats. Het contact werd minder en ik trok veel op met de twee andere alerto's, Lester en Dino. En Maarten kreeg uiteindelijk vaste verkering met Hester. Eindelijk rust gevonden. Daarvoor zei Maarten wel eens dat hij bang was om 's nachts naast een vrouw wakker te worden waarvan hij de naam niet meer wist en hoe hij er beland was. Hij hij heeft in die tijd ook een paar jaar achter de bar van café 2005 gestaan. Ook tijdelijk achter de bar van het Filmhuis. Hij pakte alles aan. Later ging hij les geven op een school op Scheveningen. Marc, Maarten en ik hadden vaste relaties, maar we konden niet goed met elkaar in groepsverband optrekken. We hadden meer een vriendenclubje, zonder vriendinnen.

Marc ging later een tijd steady met Diane, bardame en verspeelde haar door Antoinet van het Kijkhuis. Hij had daarvoor ook nog wat met Petra van het Paard. En dan was er zijn vriend Elois en de muziek die ze samen maakten. Marc was een man zonder veel uitgesproken emoties en drukke verhalen. Maar hij was wel overal bij. Maarten was veel emotioneler. Een paar jaar vierden we elkaars verjaardagen kort na elkaar. En dan kochten we voor elkaar intellectuele boeken. Boeken die je moest lezen of gelezen moest hebben. Mijn favoriete boek uit die jaren was Gödel - Escher - Bach, van Douglas Hoffstadter.

De laatste avond in het Kijkhuis in de Prinsestraat liep uit op een alcoholisch bacchanaal: de hele bar werd tot vroeg in de morgen compleet leeggedronken. Alles. De avond ervoor had Gruppo Sportivo nog in kleine kring opgetreden. Fantastisch concert. Gruppo hoorde ook bij de scene van Meatball en het Kijkhuis. Peter Calicher en Max Mollinger waren er vaak. Peter was ook de vriend van Ank. Later leerde ik Hans van den Burg beter kennen. Via het terras. Werd ook vader, van zijn zwangere Saskia Hamel.

De Maniac Mulocks heb ik een paar keer zien optreden, een maal op het Tweede VCL. Ik heb ook nog een keer na een repetitie van de band, 's nachts in het kraakhonk van Joachim vijf minuten met mijn dronken hoofd keihard de paar akkoorden van Venus op een elektrishce gitaar staan jengelen. Lester attendeerde me tijdens het schrijven op een oud ideetje van de drie Alerto's om een clip te maken met de Maniac Mulocks:

Going Back To The Hague

"ZZ Topachtig Clipje van Maniac Mullocks' "Going Back to the Hague" opnemen in de Ganja. MM staat te spelen naast de bar op een willekeurige zaterdagavond. Het gebruikelijke publiek van obscure blowers, fruitkastverslaafden en vage Ganja-mutanten loopt her en der door het beeld (misschien Rob zelf ook nog wel; vind hij vast leuk), omringd door het gebruikelijke contingent aan honden.

Hier doorheen loopt 'Kees Wilson' die onder andere wordt gefilmd op het Ganja toilet. Hij wordt lastig, wordt eruit gezet en verdwijnt naar Des Indes. De chaos in Ganja wordt ondertussen steeds groter.

'Wilson' komt aan bij Des Indes en loopt tegen een receptie aan. Hij dringt op de van hem bekende wijze langs de portiers en eindigt in een snelle montage in de kamer die grenst aan het Mussolini balkon.

'Wilson' verschijnt op het Mussolini balkonnetje, staat daar vreselijk maf te doen en de hele meute uit de Ganja verschijnt op straat (Maliestraat, kruispunt, craneshot, etc.) met glazen drank, joints, honden, gierende gitaren, alles. Met 'Wilson' als balkonsjamaan (Raus-a-Roallll!!!) ontaardt de hele zaak in een enorme rock & roll chaos, einde clip."

Lester, 4 december 1992

Op een middag zit ik in het Filmhuis in mijn eentje achter te werken. Op een tafel midden op het kantoor staat een dichtgeknoopte vuilniszak. Niets aan de handa. Ik ga aan de slag en op een gegeven moment hoor ik wat geritsel. Ik draai me om en zie tot mijn enorme schrik die vuilniszak lichtjes bewegen! Mijn hemel, wat is hier aan de hand! Ik loop direct het kantoor uit naar boven. Blijkt er in de zak een slang te zitten voor een filmscène van Peter Greenaway. Nou ja!

Na de verhuizing van het Filmhuis aan de Denneweg naar het Spui, bleef de vraag wat er met het mooie, monumentale, glazen pand zou gebeuren. De broertjes de Kroes van de Resident wilden er een restaurant in beginnen met ergens in het pand een klein stripmuseum. Ik heb nog nauw in contact gestaan met de jongste broer van de Kroes, die kende ik nog van de middelbare school. Ik gaf adviezen. In ruil daarvoor zou ik als het een restaurant werd ieder jaar een maal met een invité daar mogen eten in mijn zo geliefde alkoofje van het oude Filmhuis. Maar dat is er nooit van gekomen. Door de horeca van de Denneweg werd ieder plan afgeschoten: er mocht per se geen horeca in het oude gebouw. Er kwam een meubelinrichtingszaak in. Doodzonde.

In het milieu van het Kijkhuis en Filmhuis was in die jaren de trend om in het zwart gekleed te gaan: zwarte leren jasjes, zwarte overhemden, hoeden, tassen, jurkjes en schoenen. Ik vond het kwasi-intellectueel en somber. Ik moet nu ineens denken aan het art-directorsduo Jan en Ben, altijd in het zwart. Ik droeg altijd een spijkerbroek met bij voorkeur een cult-T-shirt of een aardig overhemd.

Ik heb nog even een en ander op publiciteitsgebied gedaan voor het net opgerichte blad BLVD, hip, modern, nieuwe media. Maar nergens nog over internet. Zagen zij ook niet. Ik ontmoette daar allerlei mensen, waaronder Francisco van Jole. Mijn belangrijkste aandeel in het blad -ik heb er nooit iets voor geschreven- was dat er een aparte colofonpagina kwam. Ik stelde voor om daar fotootjes en korte beschrijvingen van de medewerkers af te drukken. Meer real-life contact met de mensen achter een artikel. Hebben ze tot het eind aan toe volgehouden. Het is alleen een trend geworden met columnisten.

Ook zou Rob Scholten gaan trouwen en wilde BLVD iets aardigs doen voor op de bruiloft waar zij bij zouden zijn. Ik stelde toen voor om 500 wegwerp-diaviewers te kopen en er een dia in te doen met een opgemaakte nieuwspagina over het huwelijk, maar dan in het Japans, met fotootje ... Serieus idee, maar BLVD krijgt ruzie met Rob Scholten en zijn niet meer welkom, laat staan met een gimmick. Ik weet nog wel goed het moment dat ik in november 1994 hoorde van de aanslag op Rob Scholten. Ik was bij Liesbeth in Amsterdam. Bezig met mijn script de Steen, ging over de aanslag op Johan de Witt. Ik heb toen alles direct gevolgd via Radio Noord-Holland. Geen behoefte om er heen te gaan. Wel gedacht om er aan te refereren in mijn script, maar dat raadde iedereen af. En tegelijkertijd draaide mijn bizarre importfilm Boxing Helana (over een vrouw die haar armen en benen kwijtraakt) in de nachtvoorstelling van The Movies. Bad timing.

Ooit een stukje geschreven over het begin van de bouw van het nieuwe stadhuis. Was een hele happening met burgemeester Havermans erbij. Bij mijn stukje werd een toen gemaakte foto van Havermans geplaatst en waarbij hij een gestrekte arm had, alsof hij de Hitlergroet bracht. Met een leuk onderschrift erbij.

Ik had een projectje genaamd de Kultproxy. Ik was in contact gekomen met een Belgische filmdistributeur en daar ging ik wat titels van promoten bij filmhuizen. Ik kwam toen ook in contact met San Fu Matha. Hij werkte toen voor een distributeur en zocht wegen voor de meer cultfilms -vaak gewoon ook slechte films- in zijn pakket. Hij zou de Twin Peaks film Fire Walk With Me van David Lynch uitbrengen. In Amerika geflopt. Ik kwam bij hem op kantoor in een villa in het Gooi en we wisselden wat voorstellen voor de promotie, vooral inhakend op de Twin Peaks cult die er was. Om een lang verhaal kort te maken: Maltha blies alles af, zelfs geen persvoorstelling, de eerste keer in Nederland. Goedkope publiciteit, maar geen publiek voor de film. Wel was hij toen de initiatiefnemer van de Sneak Preview, een wekelijkse succesformule, ooit begonnen in Kriterion Amsterdam. Ik heb dat idee gelijk overgenomen en doorgeduwd voor Den Haag, maar daar werd het -dom- slechts iedere maandagavond om de twee weken geprobeerd. Een uitstekende en succesvolle formule, vooral als je veel gaat. En daarvoor had ik al eens mede een echte sneak georganiseerd, van Prospero's Books van Peter Greenaway.

Op 29 januari 1992 zie ik de Surinaams-Nederlandse soulzanger Big John Russell optreden. In de Locomotion in Zoetermeer op een golden-oldies-avond. Ik spreek hem na afloop back-stage terwijl hij een grote bak met vette bami en kip zit op te eten. Veel lachen. Ik krijg zijn visitekaartje en een gesigneerd affiche. Hij is nooit doorgebroken vanwege zijn jaloerse vrouw. In de jaren zeventig zingt hij de hit Swinging On A Star in, samen met Sue, van het bekende duo Spooky en Sue. Ook op het hitje daarna, You Talk To Much is Big John Russell te horen, maar Spooky neemt alle honneurs waar. Gemiste credits en mogelijk een succesvolle carrière. Ik was er met Dino naar toe gegaan. In verband met de sixtiesresearch.

Ik kende ook Nicky. Uit het circuit. Mijn leeftijd, niet mooi, maar wel een zwoele stem. Stond later achter de bar in 2005. Ik leerde haar kennen via Lester. Kwam haar een keer tegen op North Sea. Liep ze met Al Jarreau aan haar arm door de tunnel. Hai! Ze was een keer met hem mee on tour geweest ...

Soms dronk ik 's ochtends wel eens een cappuccino in de literaire corner van de Bijenkorf in Amsterdam. Alleen om de wanden met bladen te checken en scannen. Vooral de covers met modellen en trends. Ik zat in de conceptpublicity en wilde alles in de gaten houden. Voor het Filmhuis misschien wel honderd flyers gemaakt, allemaal computerprint-style. Behalve het Beachparty-affiche. Met de hand gemaakt, bewust tegen de digitalisering in. Scharrig.

"Er was eens een opschepper die aan een vriend vertelde dat hij aan iedere vrouw die hij aantrekkelijk vond de vraag stelde of hij haar mocht neuken.

Mijn hemel, zei die vriend, dan ben je zeker al vaak op je smoel geslagen door die vrouwen!

Ja, antwoordde de opschepper, dat is waar maar ik heb er ook veel geneukt."

Twee maal ben ik met mijn dronken kop falikant de fout in gegaan. Verbaal een aantrekkelijke vrouw uitnodigen en blijkt er een vriend in de buurt te zijn. Een maal naar buiten gegooid daardoor op een feestje van Sjoerd, nota bene op de Ieplaan. En een keer in de housekelder bij de Scheveningse weg. Probeerde ik te dansen met een hele spannende dame, duwt ze me weg en word ik later door een briesende vriend aangesproken. Liep net goed af.

Nog een geval van een dronkemmansactie was het volgende. Ik werkte eind jaren 80 met Eelco samen aan de uitgeverij. Ik was inmiddels zelfstandige geworden en had meerdere opdrachtgevers, de uitgeverij de grootste. Maar echt veel verdienen deed ik niet, ergens mijn eigen schuld. Maar op een vrijdagmiddag wilde ik wat rekeningen cash uitbetaald krijgen en ik ontvang achttien briefjes van honderd in een envelop. Ik weer terug naar Den Haag en met Lester aan de zwerfzuip. Eindigen we diep in de nacht bij Ton in de Limburgia. De zaak is leeg en we bestellen nog een biertje of een puntje. Ik was door het dolle en in een impulsieve daad pak ik de envelop met geld uit mijn zak en strooi zo al die biljetten door de tent. Nadat ik was uitgelachen de biljetten weer verzameld en terug gedaan in de envelop. Geen brieffie laten liggen.

Op de bridgeclub ontmoette ik wekelijks mijn trouwe moppentapper Clyde. Hij had ooit auditie gedaan voor de hoofdrol in Turks Fruit, een rol die Rutger Hauer kreeg. Van Clyde hoorde ik de laatste bakken die ik probeerde te onthouden. Met de bridgeclub ben ik naderhand gestopt. Ik kon steeds minder op de woensdagavonden komen. Ik zat op een middelmatige, gezelligheidsclub. Ik was daar wel een topspeler, altijd de eerste, tweede of derde prijs. Onafhankelijk van mijn partner. Ik stopte dan ook omdat ik het spelletje wel te goed kende met alle tips en trucs. Liesbeth hield al helemaal niet van spelletjes. Nog een paar jaar gespeeld met de rechtbankverslaggever van de Volkskrant, Henk Uilenbroek. Zag eruit als Dick Bos in zijn nadagen. En dan soms tot diep in de nacht kaarten. Nee, ik paste daar toch voor.

Het circuit was vaak: Filmhuis, GJ, biertje blowtje halen en dan bij Lester thuis na-chillen met allemaal muziek en tune-singletjes. Onze -mijn- favoriete was A Swinging Safari van het orkest van Bert Kaemfert. We dachten dat het de tune was van Kapitein Zeppos, een Vlaamse tv-jeugdserie uit de jaren zestig. Bleek later onjuist. We kwamen daardoor ook wel in een coffeeschop om de hoek bij het Spui. We noemden het Moessie, naar de man achter de bar en van de joints. We zaten daar wel eens met een Ganja-clubje (Sandra, Desmond, Marco, Edo, Lester en ik), maar we haalden er ook wel flesjes bier om bij Lester verder op te drinken. Zo zaten Lester en ik ook wel eens op het bankje bij het beeld van Spinoza bij de Doubletstraat. Halve liters halen bij de snackbar, blowtje van Moessie, ouwehoeren en kijken naar het gebeuren in de rosse straat. Waren heerlijke avonden en nachten buiten. De lokatie heb ik daarom later in mijn film opgenomen.

Lester:

"Twe bir vef golde, vir bir tien golde, en dan kwam er na enen nog een plastic tasje met bier om de hoek van de deur van de zaak met het paarse licht."

Met GertJan nog naar een presentatie geweest van 3D-Virtual reality gaming, met helm en sensoren. Ik geloofde er wel in. Marc en Lester konden geen 3D-zien en zagen er letterlijk niks in. Later nog bij andere presentaties geweest. Beurs op de kantoren van Luc Sala. Wij gaan na een feestje daar weg, hartje zomer, Amsterdam in de grachtengordel. Komt Luc Sala naar buiten rennen met ontbloot bovenlijf, half twee 's nachts. Hij heeft William Gibson aan de lijn, Bill... Wanneer hij komt en of iemand van ons hem nog wil spreken. Helemaal door het dolle. Verschrikkelijk veel gelachen al die jaren. Ik ben ook bij diverse presentaties geweest van virtual reality en telepresence. Zo was ik ook op een avond in Paradiso waar Timothy Leary een vlammend betoog hield over de nieuwe media. Na afloop op het podium kort met hem gesproken.

Geluncht op een lezingenmiddag met aan tafel Chriet Titulaer.

Een bekend stel uit het uitgaansleven waren de wat oudere Els en Marcello. Els werkte ook als bardame in het Filmhuis. Marcello heeft nog de T-shirts gemaakt van de laatste kultnite.

Marc en ik kenden ook twee jonge vrouwen. Het clowntje en de wui. De eerste was een grappig uitziend meisje en de tweede was antropologe maar had een rare kin, de vrouw zonder kin. De wui. Ze vielen allebei voor Marc. Marc had ook nog even wat met Angelique, die van haar vriend Pieter af was. Later ging Angelique met Tom die achter de bar van het Filmhuis stond.

"Otto", zei Maarten altijd om een pijpmondje na te bootsen. Ook van hem is de ODOL: Ontzettende Dikke Ochtend Lul.

De twee bekendste barmannen uit de Zwarte Ruiter waren Robbie en Paul. Robbie leerde ik vrij aardig kennen. Zijn broer is in die jaren als portier ooit doodgeschoten op oudejaarsnacht bij de Nastasta. Ik weet nog hoe hij eruit zag. Ik was er toen gelukkig niet bij. Vele andere bekenden wel.

En ander onheil was de zelfmoord van Duck, een jonge Aziatische-adoptie vrouw. Iedereen kende haar, ik heel oppervlakkig, Duck. Altijd vrolijk en in gezelschap. Ze was eerst de vriendin van Roland en later Robert Jan, allebei van Doen. Kwam hard aan, maar bekenden van haar wisten meer van haar leven en konden haar daad verklaren.

Ik kende van Doen ook twee advertentie-aquisiteurs, de kurken van Doen. Jan, Luitenant-buiten dienst. Veel mee gelachen. Later minder met zijn collega Michael, die trok de babbels niet meer.

Ruby, de manager van de popgroep Vengeance. Kwam regelamtig voor een biertje naar de GJ. Ietwat exentriek post-sixties-type met lang haar.

Als cinefiel ging ik naar alle soorten films; Hollywood, Europees, exotisch, oud en nieuw, zwijgend en in zwart-wit. Ik was een alleseter, van Wenders tot Coppola en met als speciaal onderwerp de Nederlandse film. Ik ging naar al die Nederlandse films toe, oude en nieuwe. Ook bezocht ik regelmatig korte filmprogramma's. En ik was gek op animatie. Een omnifiel. En niks op tv of video, maar vrijwel alles in de bioscoop.

Lester en ik kwamen ook in het Syndicaat, rond sluitingstijd. Dan namen we een flesje bier en rookten een voorgedraaide joint op het balkonnetje met wenteltreden van het Syndicaat.

De nieuwjaarsrecepties op 1 januari van Lokaal Vredebreuk. Amen na de feestdagen.

Ook veel in de nachttreinen gezeten, Amsterdam - Den Haag, of van elders, maar altijd terug naar Den Haag. Veel ook in de avond/nachttrein naar Parijs gezeten, van Amsterdam tot Den Haag Hollands Spoor. In een ruk door en in een gedempte wagon: geen muziek of lawaai en weinig licht. Heerlijk om na te denken als de wereld langs je heen trekt. Ik was altijd onderweg. Ik zei altijd: Maandagmorgen ga ik weg om op zondagavond pas weer thuis te komen. Tropenjaren. Een kaars die aan twee kanten brandde.

De Casablanca Society

Eind jaren 80 zit ik met Lester twee dagen in de zaal van het Haags Filmhuis voor de cultklassieker Casablanca uit 1942, met Humphrey Bogart en Ingrid Bergman. Het is voor Lester en mij één van onze favoriete films, niet in het minst door de atmosfeer, maar vooral ook door het uitmuntende scenario. De 35-mm kopie wordt de hele week gedraaid. En we gaan twee avonden. Maar bij de tweede vertoning ontdekken we dat een cruciale scene uit het begin van de film, de arrestatie van de paspoortenhandelaar Ugarte (Peter Lorre), plots is verdwenen. Later bleek een stuk film te zijn verruïneerd en werd de film bijkans waardeloos. En het was de enige in Nederland bestaande kopie. Wij wonden ons hier zo over op dat we niet later een belangenvereniging voor de film wilde oprichten: De Casablanca Society, met als doel om een spic en span kopie te vertonen op 11 november 1992, precies vijftig jaar nadat de film in New York in première ging. Maar dat was nog jaren weg. We hadden veel tijd om te filosoferen en te fantaseren. En onderwijl verzamelden we her en der materiaal over de film. We vonden ook dat je een filmklassieker als Casablanca in de bioscoop moest zien en niet op een video op tv.

Ik denk dat we ergens eind 1991 contact zijn gaan zoeken met de distributeur van Warner-films, UIP, onder leiding van Max van Praag. We hebben hem het belang uitgelegd en hij had er wel oren naar. Hij was ook een groot liefhebber van de film. Maar niet veel later ging het allemaal wat simpeler. In Amerika zou in 1992 een nieuwe release komen van Casablanca ter gelegenheid van het halve eeuwfeest. De film zou niet naar Nederland komen, maar UIP ging dat nu wel doen. En onderwijl startten wij onze campagne als Casablanca Society in de media.

We trokken veel media-aandacht en het leidde tot wat brieven en leden van onze club. Maar dat was niet ons doel. We deden het als duo en Lester was een perfect uithangbord omdat hij altijd de zelfde pakken, jassen en hoeden als Humphrey Bogart droeg. Het was een media-concept, wetend dat er altijd aandacht is voor agendajournalistiek.

Zo stonden we al snel in de Haagse Courant met een kort interview door Renate van der Zee. Die kende ik nog uit mijn tienertijd. De dochter van mijn godsdienstleraar op school en later het vriendinnetje van één van mijn beste vrienden Thijs. Er stond een foto bij het artikel, genomen op de Vijverberg. Mijn favoriete plek in Den Haag. Het wordt gepubliceerd en tien dagen later kreeg ik een telefoontje van een andere journaliste van de Haagse Courant, Joke Korving. Ze had het recente bericht niet gelezen en wist nergens van. Ik liet haar maar in die waan en wilde wel gewoon een tweede interview doen met Lester. We vonden het wel een reuzemop.

Uiteindelijk afgesproken in bodega de Posthoorn op het Voorhout. Tijdens de lunch, want we bestelden op haar kosten ieder een omelet, met bier erbij. Interview gedaan en we moesten nog wachten op de fotograaf. Joke gaat weg en wat later komt de fotograaf. Ik had nog een idee in gedachten en dat de fotograaf ook heeft uitgevoerd. We kozen positie op het Voorhout bij een boom. Maar Lester is twee meter en toen deden we het volgende. Ik ging op een grote tas staan en Lester zakte door zijn knieën. Nu leek het dat ik een stukje groter was dan Lester. De fotograaf zou vanaf borsthoogte een foto nemen en vond het wel best.

Na afloop hadden we reuze pret en verkneukelden ons op de tweede publicatie met prankfoto. Het ging ook om de media-manipulatie en aandacht. De Casablanca Society was daar een goed en oprecht vehikel voor. En we hebben ook tijden lang alle details van de film keer op keer besproken.

Maar nog diezelfde avond kom ik laat thuis en luister ik mijn antwoordapparaat af. Een briesende en tierende Joke Korving. Hoe we haar voor de gek hebben gehouden en dat er al een stuk was geplaatst. En dan bam de haak erop ... Ik heb het Lester later laten horen. We voelden ons toch een klein beetje schuldig, maar lieten het verder overwaaien ...

[ Renate van der Zee kwam ik daarna nog regelmatig tegen. Op een zomeravond zijn we een keer spontaan samen aan de zwier gegaan en hebben we op mijn bankje voor het Haags Historisch museum, op de Vijverberg, een beetje aangeschoten zitten vozen. Als een soort jeugdsentiment. ]

Maar goed, Casablanca komt uit en we organiseren precies op de premièredag een speciale avond in de Lantaarn/Venster in Rotterdam. Met een inleiding van Lester en na afloop een bandje dat jaren-40 muziek speelt, onder leiding van Frenk van Meeteren.

Een paar dagen ervoor zaten we in NOS-Laat, een programma wat nu Nova is. Wij met zijn tweeën en met twee fans die we kenden: Piet Adriaanse en een oud economie-journalist van de NRC, Hans. Zijn achternaam ben ik kwijt. Alle vier rokers en ik wil ook dat we tijdens het interview mogen roken, voor de sfeer. Casablanca is ook een rookfilm. Het was een apart item en het ging prima. Ik was wel zeer nerveus voor de opnamen. Dat soort dingen zijn niet echt aan mij besteed, maar Lester draaide hier juist zijn hand niet voor om. Hij is ook nog in een live-tv programma geweest dat werd gepresenteerd door Dieuwertje Blok. Ik zat te kijken in de gastenruimte met de andere genodigden, onder meer Jules de Corte en Ruud Krol. Ook deed Lester een paar radio-appearances. Zoals Met Het Oog Op Morgen met Hanneke Groenteman en een programma van Tosca Hoogduin en Imme Schade van Westrum, met veel aandacht voor de muziek. Lester hield er een lekker flesje wijn aan over dat we op een geschikt moment glorieus hebben opgedronken. Chateau Fontanel ...

Aardig was ook dat er een arrangement was voor een diner en overnachting met ontbijt in hotel Americain en de filmvoorstelling in Amsterdam. Het werd pagina-groot aangeboden in de Haagse Post.

De Casablanca Society was een groot succes, ook wat de bezoekersaantallen van de release betrof. De avond in Rotterdam werd redelijk bezocht, vooral oudere mensen. En Lester was voor zijn inleiding veel te laat. Hij kon die niet houden en moest ik dat opeens doen. Snel een biertje genomen en met kloppend hart wat punten doorgenomen. Uiteindelijk vijf minuten gesproken voor de zaal en een link gelegd tussen het bombardement van 1940 in Rotterdam en de film Casablanca ...

We hebben ook in allerlei bladen gestaan en ik heb een groot dossierstuk over de film geschreven. Lester vertaalde dat in het Engels. Later heb ik dat op internet gezet en waar het nog steeds staat. Het is te vinden op:

http://www.dejongenskamer.nl/casafilm.htm

Wat ik er ook nog aan overgehouden heb (naast een leuk in kleine oplage gemaakt speciaal T-shirt) is mijn meest perfecte filmvoorstelling. Na de zomer van 1992 kwam een brandnieuwe kopie zonder ondertitels naar UIP Amsterdam. En Max van Praag organiseerde speciaal voor ons en hem een voorstelling in de grote zaal van het Filmmuseum. Een onvergetelijke belevenis als je een echte cinefiel bent. En Lester heeft toen nog aangeboden om mee te helpen met de ondertiteling. En mede op zijn -en mijn- verzoek is het legendarische, Here's looking at You Kid in ieder geval onvertaald gebleven.

Een schitterende film en een prachtig project. Het waren ook de jaren dat ik dagelijks met Lester optrok en we bezig waren met allerlei eigen of andermans plannetjes en projecten. Wij wilden toen ook media-surfen en dat is toen goed gelukt. Een mooie tijd, een mooie vriendschap.

__

Nog een slotanekdote over de Casablanca Society.

Ik denk een half jaar voor de première van de herdenkingsavond staat er een foto in de Volkskrant met een verwijzing naar een tentoonstelling van film-memorabilia in Duitsland. Op de foto zie je alleen wat benen met schoenen staan, waar onder grote houten blokken zitten. Bij het onderschrift stond dat het om Humphrey Bogart ging op de set van Casablanca. Hij wilde groter lijken dan Ingrid Bergman en zou dit met die verhoogde schoenen hebben gedaan. Wij hadden lol en plezier en besloten een verzonnen ingezonden brief te sturen.

De brief met foto werd de zaterdag erop geplaatst.

[ ingezonden brief ]

HUMPHREY BOGART HAD GEEN BLOK ONDER ZIJN SCHOENEN NODIG

Met milde verbazing zag ik onlangs de pagina's van de Volkskrant gesierd door een foto van een mannelijk onderlichaam gezeten op een onduidelijk trapje en in gezelschap van een al even onduidelijke tweede mansfiguur. Bij een van hen zijn onder het schoeisel een paar merkwaardige houten blokken te zien.

Volgens het onderschrift bij de foto betrof het hier een afdruk van een kiekje uit het archief van Warner Bros., en zou de man met de blokken Humphrey Bogart zijn geweest. Verder wordt vermeld dat de blokken nodig zouden zijn geweest om Bogart tijdens de opnamen van de film Casablanca op gelijke hoogte te brengen met zijn tegenspeelster Ingrid Bergman.

Ik neem de vrijheid om in mijn hoedanigheid als voorzitter van de Casablanca Society, een gezelschap dat zich sterk maakt voor de integrale restauratie van de film en zich bovendien interesseert voor alle Casablanca-trivia, vraagtekens te zetten bij de identiteit van het ondermaatse individu op de foto.

De naspeuringen die de society onder mijn bezielende leiding tot nu toe heeft ondernomen, duiden er op dat het hier Bogarts stand-in betreft, die inderdaad enkele centimeters korter was dan de man die hij moest vervangen tijdens de tijdrovende preparaties voor een volgende scène.

Het spreekt voor zich dat de society zich ook tot Warners conservator zal richten teneinde deze zaak tot op de bodem uit te zoeken. Wellicht is de ophanden zijnde ontzenuwing van bovenstaande mythe opnieuw een aardige aanleiding voor een verfrissend artikeltje in uw dagblad.

DEN HAAG

Lester

voorzitter Casablanca Society

__

Misschien een jaar later, of nog wat langer, bestaat de ingezonden-brievenrubriek van de Volkskrant op zaterdag iets van tien jaar. En over twee pagina's in de krant wordt een selectie afgedrukt. In de inleiding wordt gesproken hoe bedreven de redactie was in het onderscheppen van fake-berichten. Wij wisten wel beter. Want op de rechterpagina stond weer onze brief afgedrukt en de foto van de schoenen van Bogart.

[ foto in jpg-formaat in mijn bezit ]

Quiz

Al van kind af aan was ik gek op spelletjes en quizzen. Veel met mijn zus spelletjes gedaan. Later ook schaken en daarna bridge. En bridge heel fanatiek, ook jaren op een club gezeten. Maar ik was ook gek op tv-quizzen, op kennisvragen. De beste quiz vond ik Twee voor Twaalf met Joop Koopman. Ik was daar graag een keer naar toe gegaan om daar glorieus te winnen. Dat zou voor de eer en de roem zijn. Eind jaren zeventig was er op de Tros een mysterieus spelletje op tv. Gepresenteerd door Adriaan van der Schaaf. De bedoeling was dat je door de antwoorden op moeilijke vragen een telefoonnummer kon raden. En dat moest je bellen. Wie het eerst belde kwam 's avonds laat live in de uitzending en kon diegene een video-recorder of een encyclopedie winnen. Ik heb daar aan meegedaan voor het winnen van de prijzen. Ik vond beide prijzen toen het summum om te willen hebben. Later werd een videorecorder heel gewoon en is nu al weer verdwenen en met Google en Wikipedia heeft iedereen nu de beschikking over een mega-encyclopedie. Wel meegedaan, maar nooit wat gewonnen. En aan loterijen doe ik uit principe nooit mee.

Een uitstekende kennisquiz vond ik Tweekamp, een quiz voor middelbare scholieren, gepresenteerd door Judith Bos en Dick Passchier.

Verder deed ik wel mee met de spelletjes van Battus in de Volkskrant en Talisman in de NRC. Dan stuurde ik kaartjes op. Ik probeerde ook zaterdag het cryptogram in de Volkskrant en later ook de NRC op te lossen. Lukte nooit helemaal. Ook gedaan met vrienden en kennissen.

En ik was gek op filmquizzen. Ik kende er één op de BRT, maar favoriet was Voor een briefkaart op de eerste rang. Gepresenteerd door Bob Bouma.

Eind jaren 80 heb ik nog een keer serieus meegedaan aan de grote Vrij Nederland filmquiz, samengesteld door Ab van Ieperen. Meer dan tweehonderd(!) antwoorden over de details van de Nederlandse film. Ik ben er drie weken intensief mee bezig geweest. Gespeurd in twee filmbibliotheken en allerlei mensen geraadpleegd, waaronder telefonisch Bas Enklaar en Petra Laseur. De laatste omdat ze de dochter is van Mary Dresselhuis. In de eindfase stonden nog maar een paar vragen open en daar ben ik toen gericht naar gaan zoeken. Op de dag van de deadline persoonlijk de antwoorden aan de Raamgracht ingeleverd bij Ab van Ieperen. Ik wees hem ook nog op een paar irritante foutjes in de vraagstellingen. Ik werd tweede. Een vraag verschil. Bijzonder jammer. Ik had willen winnen. Me daarna nooit meer zo gek laten maken voor een quiz. Af en toe doe ik nog mee met de taalopgaven van Battus in het Parool, of een quiz in het radioprogramma Het Theater Van Het Sentiment.

Wat is die drang tot kennis verzamelen van nutteloze zaken en de drang om dat te etaleren? Ik las vroeger halve encyclopedieën om mijn kennis te vergroten. Want je weet nooit of je in de stoel belandt voor de één miljoen euro vraag.

Il Forno

Liesbeth heeft me leren koken, op de Italiaanse manier. Zij had het weer van een Siciliaanse vriend en zijn moeder geleerd. Maar we gingen ook wel uit eten. Niet duur of sjiek, maar dichtbij en ontspannen. Als er wat te vieren was -bijna wekelijks- gingen we naar pizzeria Il Forno in de Roeterstraat, naast Kriterion.

De zaak werd geleid door twee Turkse broers en het had weinig meer met Italië te maken. Maar ze konden wel lekkere pizza's bakken en serveerden wat Italiaanse pastagerechten. Die waren niet echt geweldig, maar we kwamen ook voor de sfeer en het niet hoeven koken. Het was ook beslist niet duur, ook niet de karafjes wijn.

Ik nam vaak de calzone; een dubbelgeklapte pizza, of een vispizza met extra ansjovis. Ik hou van dat bremzoute van de vis. Liesbeth nam vaak een vier seizoenen of vier kazen pizza. En op het eten bleven we dan een hele avond zitten. Vaak met zijn tweeën, maar we namen ook wel mensen mee.

En niet te vergeten bij het aperitief stukjes stokbrood met margarine-kruidenboter!

Er liepen altijd poezen rond en er stroomde een klein kitsch fonteintje. Het was gezellig en donker ingericht en het was altijd druk. Iedereen in de buurt ging graag naar Il Forno. Niet te veel doorvertellen, want straks is het vol. De bekende dichteres Diana Ozon heeft ook over haar lievelingsrestaurant in de Roeterstraat geschreven. Ook toen het ineens ophield te bestaan. Ze moesten het pand uit voor nieuwbouw en het was een slag voor de Plantagebuurt.

En dan mis ik vooral het lange nazitten met cappuccino's en sambuca's. We kwamen zo vaak en zaten zo lang dat we geregeld door Mario en zijn jongere broer werden getrakteerd op een extra glaasje. En maar kletsen, over de liefde en het leven.

En dan bij sluitingstijd de zaak hand in hand rozig verlaten. In twee minuten thuis en dan samen op bed vallen voor een goede nacht.

Il Forno een heerlijke herinnering.

Nogmaals de Posthoorn

Ik heb er al eerder over geschreven. De Posthoorn was een heerlijk café waar je alleen of met iemand kon zitten. Lekkere bitterballen en geen muziek. Ouderwets en klassiek. Zo ook het zomerse buitenterras, midden op het Voorhout. Ik heb er regelmatig gezeten na het werken. Zo zat ik er ook op een middag met Lester en Piet Adriaanse, buiten aan een tafeltje. Een biertje een praatje en kijken naar de mensen die voorbij lopen. Omdat Piet erbij was, mogelijk op een zaterdagmiddag van een KultNite.

Opeens staan er twee Marokkaanse meisjes van een jaar of tien aan ons tafeltje en wijzen naar Lester. Hij wordt herkend, op een afstandje staat een vader met een nog een kleiner kind. Lester werd herkend als de boef uit Goede Tijden Slechte Tijden. Daar had hij een tijdje af en toe een rolletje in, volledige typecasting in zijn gewone fourties outlook. En dan een beetje laag en Haags praten. Ik heb het een paar keer gezien. Leuk vanwege Lester, maar verder een draak. Maar sinds hij op tv kwam werd hij regelmatig in de stad herkend, mensen keken even aandachtig. Bovendien was Lester al een bekende verschijning in de Haagse binnenstad. En omdat we vaak met zijn tweeën liepen heb ik ook meegemaakt dat Lester herkend werd.

Ik weet niet meer wat er aan het tafeltje gebeurde, misschien kregen de meisjes een handtekening. Maar ze waren opgewonden dat ze een acteur van televisie in het echt tegenkwamen. Ik was daar ook gevoelig voor, bekende mensen spotten. En ik niet alleen en we noemden het ook wel celebrity-surfing. Bijvoorbeeld op North Sea, het World Wide Video Festival of Image and Sound. Wij vonden sommige ontmoetingen niet gewoon, maar buitengewoon.

Ik heb zelf nooit de ambitie gehad om bekend te worden, in ieder geval niet van gezicht of naam. Meer een man achter de schermen, van de ideeën. Juist mensen helpen die wel bekend willen worden.

Ingrid

Een vergeten verhaal. Ik had Ingrid leren kennen via het Filmhuis. Geen echt mooie kop, maar een heel lekker lijf. Ze had een vriend, in Delft. Maar dat was geen probleem. We spraken een paar keer af, voor de gezelligheid. Na een paar keer wil ik haar wel mee naar huis nemen en zorg ik dat ik een flesje wijn heb. We spraken af in de Posthoorn. Babbelen, babbelen, drinken en een borrelhapje. Ik stel voor om naar mijn huis te gaan. Dat vindt ze een goed idee. Thuis maak ik het flesje wijn open en zet Sade op. Ergens is het wel in kannen en kruiken. Maar de vraag is alleen hoe en wanneer? We zitten in mijn bescheiden huiskamer en ik moet naar het toilet. Dan moet ik een deur door, de kleine keuken oversteken en dan naar de wc. Ik kom terug in de kamer. Ingrid is weg. Nergens te zien. Ik loop gelijk naar de keuken en doe de voordeur open. Niks niemand te zien. Ik roep nog in de kamer, Ingrid?

Maar de deur van mijn kamer heeft een hoek afgesneden van de kamer: ze kan alleen en moet daar achter zitten! Ik draai de deur naar me toe en daar ligt ze. In lingerie en haar kleren ernaast. Ik had maar kort bedenkktijd. We hebben niks gezegd.

Een dag of een paar dagen later spreek ik haar voor de laatste keer. Ze is gelukkig niet zwanger geworden. Dat was op zich niet het probleem, maar haar Delftse vriend was van Indonesische afkomst, dat zou je aan een baby kunnen zien. De rillingen liepen over mijn rug en ik ben er denk ik goed mee weggekomen.

__

Het verhaal van Ingrid heb ik ooit omgevormd en verwerkt in een fictie-verhaal. Staat ergens op mijn site. En ook is daar een stuk te vinden over mijn (droom) angst dat ik nog ergens een kind heb rondlopen. Gaat ineens de voordeurbel en staat er een vrouw van twintig voor de deur.

- Hai, ik ben je dochter.

__

In dit relaas over mijn Haagse jaren komen nogal wat vrouwen voor waar ik wat mee had, of slechts één nacht mee beleefde, maar het waren er niet meer dan ik nu bij elkaar heb geschreven. Het zijn ze allemaal.

Thunderbirds are go!

Hoogtepunt en afsluitend evenement van mijn Haagse jaren was het festival Thunderbirds are go!, georganiseerd en bedacht door Lester. Het was zijn droom om dit ooit te organiseren en die droom kwam uit. Lange voorbereidingstijd, maar het geduld werd beloond. Ik was voor een klein deel betrokken bij de organisatie en hield me vooral - met Angelique - bezig met de publiciteit. Dat is heel goed gelukt, werd een mega-hype en nog van voor internet.

Er kwam een festival met veel afleveringen op 35-mm film, een tentoonstelling met originele poppen, video-on-demand van de afleveringen en ander werk van de makers, het echtpaar Sylvia en Gerry Anderson. En in het Spuitheater werd een paar maal de Engelstalige parodie op de Thunderbirds gespeeld door twee acteurs. De show was hilarisch.

Voor het festival waren Sylvia Anderson en twee poppenspelers van toen uitgenodigd. Sylvia Anderson was ook de drijvende kracht achter de serie en ze leende haar stem en gezicht aan lady Penelope. Gerry Anderson kon niet gevraagd worden, want die was gebrouilleerd met zijn ex-vrouw. Het was kiezen of delen. En de keuze voor Sylvia bleek de beste.

Hoogtepunt van het festival zou de openingsavond zijn waar de poppenspelers John en Mary een demonstratie zouden geven. Daarna een kort interview met Sylvia. De openingsspeech deed Lester. Ik zat achterin de zaal met Liesbeth die hoog zwanger was. Voor ons zaten de ouders van Lester. Ik kon niet de hele tijd blijven, want de bezoekers zou na de voorstelling nog een bijzondere verrassing wachten. Ik had bedacht en georganiseerd dat er een enorme taart in de vorm van Thunderbirds 2 zou worden aangesneden, vergezeld met een glas champagne. De taart was net gearriveerd en zag er prachtig uit. Willy Jolly stopte sterretjes in de motoruitgangen en die na voorstelling werden aangestoken. Een prachtig gezicht. Er heeft nog een foto van in Het Binnenhof gestaan. Ook andere kranten en niet te vergeten de Privé was aanwezig. Na de opening was er ook gelegenheid om een boek van Sylvia te laten signeren. Er was veel belangstelling voor en er was een lange rij. Ik heb ook een gesigneerd boek gekocht, met een speciale opdracht erin van Sylvia. Die had ik inmiddels een beetje leren kennen.

Mooi was ook de aankomst van Sylvia, John, Mary en een producent van ITV op vliegveld Zestienhoven. We zijn met Edo, Marco, Lester, Leendert en ik met een grote witte taxi-limo naar het vliegveld gereden. Op het dak van de limo zat een verlichte brug met taxi erop, maar die heeft de chauffeur er speciaal afgedaan. Ik had kunnen regelen dat de limo op de landingsbaan mocht en de gasten zo uit het toestel de auto in konden. Ook via de toren naar het toestel laten communiceren om de belangrijke gasten als laatste te laten uitstappen, wat ook gebeurde. Edo en Marco waren mee met een grote camera-uitrusting. Ze hebben beelden gemaakt, maar die zijn later volgens mij in het niets opgelost. De gasten gingen met Lester en Leendert terug met de limo en wij gingen terug met de bus en trein.

De laatste festivaldag, de zondag, was speciaal voor kinderen. Honderden zijn er op af gekomen, niet in het minst doordat toevalligerwijs de Avro de serie net weer opnieuw had uitgezonden. Heel veel jongens verkleed als Thunderbird. Je kon een polaroid laten maken in je pak bij Edo, Marco, Desmond en Sandra. De dag was een groot succes. Er was ook allerlei merchandise te koop, maar dat was zo uitverkocht. Fel begeerd was ook het prachtige affiche met Lady Penelope, maar ook die was snel op, of beter gezegd, daar waren er veel te weinig van gedrukt. Er was ook nog een feest in het Spuitheater, met Willy Jolly, maar daar ben ik nauwelijks geweest, ik was aan het werk in het Filmhuis.

De publiciteit voor het festival was ongekend. Na afloop is er een boekje gemaakt met alle publiciteit en artikelen die verschenen.

Mijn aandeel in het festival heb ik naast Lester ook met Angelique gedeeld. Wij organiseerden samen onder meer de kinderdag, tegen de wens van Lester in.

Tijdens het festival zijn er vier televisieploegen geweest. De belangrijkste was het cultuurprogramma Kunstmest gepresenteerd door Mieke van der Weij. Zij hadden een zekere exclusiviteit. Tv-West was er, RTL-4 met een shownieuwsitem en het Jeugdjournaal op de kinderdag.

Ook veel aandacht in de dag- week- en maandbladen. Lange tijd zag het er naar uit dat er een cover zou komen op het veelgelezen treinmagazine Tussen de Rails. Dat ging net niet door, maar wel een artikel van zes pagina's. Lester deed verder veel interviews, ook voor radio. Ik organiseerde ook nog een sponsor voor de Festivalkrant, Fokker Aerospace, via André uit Amsterdam.

Hilarisch was ook dat ik de Privé wist te strikken voor een artikel met foto's van de openingsavond (Philip Scheltens). Dat werd pas weken daarna gepubliceerd. De directie van het Filmhuis vond het twijfelachtig, maar Lester en ik vonden het juist een reuzemop. De media-aandacht was enorm en verbazingwekkend. Hoogtepunt was ook dat opeens het Algemeen Dagblad een apart katern over het festival maakte. Ze hebben er wel een stuk of 1.000 laten bezorgen voor de bezoekers. Ze gingen weg als collectorsitem. Net als de zelf geproduceerde programmakrant met allerlei achtergrondverhalen. Een grote steun voor Lester was de Thunderbirdskenner en verzamelaar Theo. Hij was nog op tv in een programma van Dieuwertje Blok en ik ging mee als support.

Het Festival was een groot succes en we hebben er nog lang op geteerd en over nagepraat. Alle details lieten we dan de revue passeren. Maar heel veel tijd had ik daarna niet meer, want een week later werd Mees geboren.

[ En ik had Liesbeth voorgesteld dat als het een jongetje werd, om hem dan Scott te noemen. Scott Vos. Vernoemd naar Scott Tracy en Scott Fisher. Daar werden we het niet over eens. Wel over de toen nog vrij onbekende naam Mees. ]

Maar er kwamen in 1994 nog twee projecten tot wording.

8 Augustus 1964 - 1994 - The Rolling Stones - Kurhaus

Al eind jaren 80 ontdekte ik dat het in 1994 dertig jaar geleden zou zijn van het legendarische concert in het Scheveningse Kurhaus. Ik wilde daar later wat mee doen, ook vanwege de nostalgietrend. Maar ook vanwege een stukje Haagse geschiedenis. En er was filmmateriaal. Een paar jaar later zag ik dat 8 augustus 1994 op een zaterdag zou vallen. Perfect. En toen was het kiezen tussen het Paard of het Filmhuis om wat te organiseren. Het werd het Filmhuis omdat ik een eigen videoreportage wilde maken, over het concert. Met behulp van Gerard als cameraman en Marco geluid heb ik een paar interviews opgenomen. En ook materiaal verzameld in samenwerking met het tv-programma Twee Vandaag, met Veronica. Ik had een avond georganiseerd met een filmprogramma van drie kwartier dat drie maal achter elkaar zou worden vertoond. Er was een stand van de fanclub en buiten speelden de Maniac Mulocks met als speciale gastzanger Evert Nieuwstede. De hoofdmoot was mijn reportage en het vertonen van de originele REM-film van Fenno Werkman (kende ik al jaren als leuke opschepper uit het Filmhuis). De reportage is op internet te zien en ook een hele pagina die ik er aan geweid heb.

http://www.dejongenskamer.nl/stones.htm

Het werd ook een soort van reünie van betrokkenen en mensen die er toen bij waren. Velen zijn die avond gekomen. Het kwam ook uitgebreid in de publiciteit. Zelf hoefde ik niet op te draven en kon ik allerlei mensen rondom dat concert naar voren duwen.

De avond was een groot succes en werd druk bezocht. Echt een rock-'n-rollsfeertje, ook door het podium buiten. En er lagen overal overdrukje van het oorspronkelijke programmaboekje. Als aandenken. Ook Jos Acket was er met haar dochter. Paul Acket was al overleden helaas. Ik ontmoette die avond ook Frits Al. Van hem kreeg ik een speciaal Stones- security T-shirt en wat buttons. Hij was heel gelukkig met de avond en mijn initiatief.

Na het voorprogramma moest ik rond 21.00 de video starten, een gewone VHS, geprojecteerd op grootbeeld in zaal 1. Ik stond te zweten en hield mijn adem in. De reportage was in twee maal acht uur op het laatste moment gemonteerd. Ik had geen idee hoe hij zou aankomen. Ja, hij was lang, maar dat kon ook niet anders voor die avond. Ik start op play en de reportage begint. Er wordt volop gelachen op de juiste momenten. Goede sfeer en goede ontvangst. Na afloop zie ik een van de cameramannen, Mat van Hensbergen staan. Ik spreek en ontmoet hem niet. Het was ergens ook allemaal geript materiaal. Eenmalige vertoning, maar later verkocht ik 50 stuks aan de fanclub. De repo ook gemaakt samen met Dino, hij was meer op de achtergrond.

De Maniac Mulocs traden op en op het laatste moment zou Evert Nieuwstede zingen. Maar de jongens kregen niet betaald. Wel een warme maaltijd en vrij drinken. We aten met een man of twaalf in het restaurant van John in het Spuitheater. Patat friet met salade en een goede biefstuk. En bier. Ook Hans Oosterhout schuift aan en eist een gratis diner van mij, want hij zat in de reportage. Was allemaal mogelijk. En Hans Oosterhout zijn bijnaam was borrel-ijs. Maar Evert wilde alleen voor geld zingen en een fles whisky. Dino heeft hem wat toegeschoven en voor de fles gezorgd. Ik heb ze helaas maar in een flits zien spelen, ik moest in het Filmhuis zijn. Maar het was een gedenkwaardige avond waar alles bij elkaar kwam en de rock-'n-roll niet was verdwenen.

Tot slot nog twee video-producties in 1994/1995.

50 jaar bombardement Bezuidenhout

[ Op 3 maart 1995 heb ik met Marco en Edo een video-reportage gemaakt van de herdenking van 50 jaar bombardement in het Haagse Bezuidenhout waar ik opgroeide. Het bombardement was van de gealieerden en daardoor is het altijd wat op de achtergrond gebleven. In de ochtend waren we bij de herdenking en 's middags op een tentoonstelling met veel oude mensen uit het Bezuidenhout. 's avonds nog een opname van een vioolsolo van Isabelle van Keulen in het conservatorium. De video-opnamen zijn later in het ongerede geraakt, verder niets concreets van bewaard gebleven. ]

Maar nog een half jaar daarvoor:

De Steen

Na de Stones-Kurhaus avond doe ik het even rustig aan. Veel heen en weer reizen tussen Den Haag en Amsterdam. Op een nazomerse middag lees ik in de trein een klein stukje over een nazaat van Johan de Witt, die in 1672 in Den Haag door het gepeupel is vermoord. De man had daags ervoor op zijn sterfdag bij het standbeeld van Johan de Witt op de Plaats een bloemetje willen leggen. Ene heer Vermeulen. Hij komt daar aan en hij ziet tot zijn ontsteltenis dat er mensen bezig zijn om het hele beeld in een groot doek te wikkelen en dat te filmen. Hij denkt aan opzet en belt de politie. Maar het was puur toeval dat een Canadese filmer bezig was met een project om ingepakte beelden in Den Haag op film vast te leggen. Toevallig op de sterfdag was het beeld van Johan de Witt aan de beurt ...

En toen dacht ik na en na en kreeg een voor mij briljante ingeving: Ik ga een docu-drama script schrijven die naar deze eindscene op de Plaats toewerkt. Je introduceert de nazaat en de kunstenaar en langzaam komen de draden bij elkaar. Ik kan er alles in kwijt over echt en onecht, de werkelijkheid gemanipuleerd. Ook mogelijkheden om veel van Den Haag vast te leggen. De hoofdpersoon wordt een schilder die conceptueler wil gaan werken en met een videocamera de stad in gaat. Dan stuit hij op de verschillende personages ...

Ik ben driftig gaan schrijven en uitwerken. Als in een roes. In een paar dagen was ik klaar. Aan een paar mensen laten lezen, maar geen reactie. Toen opgestuurd naar het Kunstkanaal in Amsterdam. Paar dagen later een telefoontje van Ruud Bakx. Of ik wilde komen praten, hij had interesse. En voor het eind van het jaar had ik een producent met een beetje geld, een scenario, een crew van Edo en Marco en wat meespelers. Uiteindelijk moest ik zelf de hoofdrol spelen. De film is in de eerste week van januari 1995 -deels in de sneeuw- opgenomen. Ik had overigens de beschikking over het orginele doek dat door de (Canadese) kunstenaar was gebruikt. Alles opgenomen, behalve de eindscene. Door slecht weer kon het grote slotakkoord op de Plaats niet doorgaan. En van uitstel kwam afstel. Ik heb van wat ik had een off-line montage gemaakt. Die ligt hier nu in mijn huis en wacht om gedigitaliseerd te worden. Maar dat is allemaal na 1994. En daar ga ik verder niet meer over schrijven. Misschien nog eens een los verhaal op mijn website, en die staan er al. De ruwe montage en onafgemaakte video van De Steen heb ik inmiddels op YouTube gezet. Kijk hiervoor op: http://www.dejongenskamer.nl/steen.htm

Mijn verhaal is nu klaar en afgerond, maar nog een paar stukken over de afloop na mijn Haagse jaren en een link naar het heden, maart 2009.

__

Nazit

__

Geboorte Aaf

----------------------------------------------------------------
Date: Sat, 6 MAY 2000 23:49:29
From: DirkJan (diedjee@dds.nl)
Newgroups: nl.kunst.film
Subject: EINDE aka [Was: Lek, Was: Het is een meisje ...]
----------------------------------------------------------------

AAN DE OVERKANT VAN DE DROOM

The Rolling Stones ...!!!

Going to a go-go
Everybody ...
Going to a go-go

Wisten jullie dat er in Oost een Quentin Tarrantinostraat is? Vast niet, maar hij bestaat heus. Ze hebben een paar maanden terug de straatnaam veranderd omdat Tarrantino daar op nummer 66 voor een deel aan Pulp Fiction heeft gewerk t... Tja, komt door Jean van de Velde, die zit namelijk ook in de straatnamencommissie van Amsterdam ...

:-(

Ik ga er een eind aan maken.

Aan mijn bijdragen op nl.kunst.film. Het is wel mooi geweest en welletjes. Heb ik nog wat uit te leggen? Nee. Nog wat toe te voegen? Nee. Nog wat te vertellen? Ja, want dat had ik beloofd.

Ik heb tot even voor drie uur de tijd, want dan moet ik Mees uit school halen en gaan we daarna door naar de IJsbreker, waar hij op ballet zit. En dan laat ik alle zin en onzin van deze discussie voorlopig weer achter me. Want ik heb gewoon te weinig tijd. Het gaat allemaal niet precies zoals ik zou willen en ik moet toch nog wat vertellen ... Ook vind ik het jammer dat er aan deze discussie geen vrouw heeft meegedaan. Dan was mijn verhaallijn, kwa vorm en toon, anders geweest. Beter ook en dan was ik ook allang klaar geweest. Maar dat was niet het geval en je moet een schrijver nooit afrekenen op wat ie allemaal had willen schrijven, of anders had willen doen. Een schrijver kun je alleen maar beoordelen op waar ie allemaal wel voor heeft gekozen.

Hmm ...

;-)

Ja, ik kan weer lachen. Dus niet zo zuur sippen, want het wordt een leuk en aardig einde. En anders speel je zelf ook maar dat je in een goede bui bent ...

Ik zou natuurlijk nog schrijven over de bevalling, morgen 3 weken geleden. En het was een goede, snelle bevalling en precies op de uitgerekende dag. Ik had als krachtvoer donderdagavond nog een lekker kippetje gebraden en we wisten -de vliezen waren 's middags gebroken- dat het binnen 24 uur zou beginnen... Liesbeth is daarna om 22.00 uur naar bed gegaan en ik naar huis. Dat was het beste voor ons beider rust, en als de weeën echt op gang zouden komen, dan zou ze me direct bellen.

Tja ... Een jaar geleden was de situatie wel heel anders en had ik nooit kunnen denken, durven dromen hoe het leven weer een andere, hoopvolle wending zou nemen. De relatie -die er eigenlijk niet was- was op een dieptepunt en de kans dat Kees een broertje of zusje zou krijgen was minimaal, verder weg dan ooit.

En ik was net een half jaar na zware jaren van treinreizen tussen Den Haag en Amsterdam dan eindelijk in Amsterdam komen wonen. Eerst tijdelijk op een zigeuneradresje, maar in april vorig jaar kreeg ik een echte woning aangeboden van de gemeente: een low-life flat in Diemen-Zuid. Oh no, maar ik moest wel en ik was allang blij dat ik weer een eigen plek had ... Met m'n ene voet was ik een stuk dichterbij, maar met de andere was ik, kwa deprimerende woonomgeving, weer twee stappen naar achteren. En het uitzicht was dat ik, met wat geluk, over een jaar of 5 a 10 weer in aanmerking zou kunnen komen voor een woning ergens in de stad ... Oh no ...

Om 2 uur 's nachts ging de telefoon: de weeën waren begonnen.

Operation
bevalling
has begun ...

Mei vorig jaar was een dieptepunt, crisis, aan alle kanten. Dieper dan diep en Liesbeth en Mees zaten in Nairobi. En ik zat in Amsterdam en paste in haar huis op de poezen. Vlakbij Kriterion, in een veel te kleine 2-kamerwoning. De wachttijd voor Liesbeth voor een grotere woning was ook nog een paar jaar ... Maar het ging daar best. De Plantagebuurt is prachtig, en je schikt je altijd wel naar de omstandigheden.

Om vijf over twee was ik bij Liesbeth en met de klok in de hand ben ik de pauzes tussen de weeën gaan noteren: ze kwamen al om de 3 minuten en dat hield consequent aan. Om 3 uur heb ik de verloskundige gebeld.

Om kwart voor 4 belde ze aan. Nadine heette ze. Een jonge vrouw die we voor het eerst zagen. We vonden haar erg goed en we waren zeer ingenomen met hoe ze de bevalling heeft gedaan... Ik heb ook erg veel bewondering voor verloskundigen, en voor de bijzondere kraamzorg in Nederland ...

Maar afijn, de crisis vorig jaar nam af in de zomer. Het was een prachtige zomer en om ons heen werden links en rechts aardig wat kinderlammetjes geboren. En Liesbeth kreeg de kriebels. Ik ook wel ... ;-) Sommige dingen gebeuren zomaar.

Nadine bekeek hoever de ontsluiting was en schatte in dat het nog zo'n uur of 5 a 6 zou kunnen duren. Ze wilde om half 5 weer weggaan, om dan om een uur of 8 weer terug komen. Dat leek me een slecht plan, want de weeën werden toch beslist heviger en kwamen steeds sneller achter elkaar. Maar Nadine voelde het ook aan, en even over half 5 checkte ze nog een keer hoever de ontsluiting was, en: "Jongens, ik lieg niet, maar het gaat nu heel snel gebeuren".

!!! Djie, waar zijn m'n fototoestellen en waar de videocamera! Paniek, zo snel al ... !!!

Nee, geen paniek en de camera's lagen allang klaar. Ik heb er geen moment aan gedacht tot pas een half uur na de bevalling ... ;-) Ja, jullie dachten natuurlijk dat ik wel een live-bevalling had opgenomen: veel gesteun en gekreun, een hoop bloed. Dan kijk ik zeker op het hoogtepunt door een namaakoog om het voor de eeuwigheid -en het kindje zelf- vast te leggen. Dat dus niet, nooit. Ook al is het geweld nog zo zinvol.

- Pa, waar was je toen bij de bevalling?
- Toen? Toen stond ik achter de camera Eef.

Zomer 1999:

Liesbeth wordt zwanger. Raak, in 1 keer. Ik weet uiteraard nog precies de dag, het waar het wat en hoe. Een passievrucht geconcipieerd. Mees krijgt een broertje of zusje: uitgerekende dag, 21 april 2000.

En ik zit ver weg in die kloteflat; met de metro heen en weer, en Liesbeth in een veel te klein huis. Maar omdat ze straks met 2 kinderen zit, krijgt ze nu extra voorrang en is de kans groot dat ze binnen een jaar naar een 4-kamerwoning kan. En ik had -los van alles- al mijn eigen operatie VERHUIZEN gestart. Ik zou en moest daar wegkomen.

En dat is gelukt na 9 maanden(!) geduld, toewijding en doorzettingsvermogen ...

Liesbeth kreeg een ander huis, helemaal nieuw. Het ging allemaal heel snel en begin januari kon ze verhuizen naar Oost, naar -jawel- naar de Quentin Tarrantinostraat, nummer 13. "Is dat geen ongeluksgetal", zei ze nog. "Welnee, we geloven toch niet in al dat soort onzin. We geloven toch in toeval?"

Tuurlijk, en het is een heerlijke woning in een levendige buurt. En als ik straks ook ergens in de stad kom te wonen, en het kindje is er, ach wie weet gaat het allemaal wel weer de goede kant op ...

***

Het is 10 voor 5, vrijdagmorgen. Kees logeert bij z'n oma. Het wordt buiten al weer licht, en het is het perfecte tijdstip om een kind te baren. Dieren doen dat ook bij voorkeur bij het aanbreken van de dag. Het gaat nu hard. En alles gaat goed. Het is rustig en stil. We praten nauwelijks.

**

Ineens golven er geboorteweeën door Liesbeth haar lichaam. Het is bijna 5 uur. Daar komt de eerste, krachtige perswee. Ik zie het kopje al. En toen ging het heel snel. "Kom op, nog een keer!" We moedigen aan en daar komt weer een zware perswee. Ik sta achter Nadine, die een blinkende schaar pakt en heel trefzeker een knipje zet ... De ontlading en ontknoping volgt direct: er komt een heel klein mensje naar buiten en we horen het gelijk huilen ...

*

Aafje werd gezond en wel geboren, precies om 5 uur.

*

FLASHBACK: februari 2000

En ik beleefde in februari -3 maanden geleden dus- al mijn ontknoping van operatie VERHUIZING. Tot het laatste moment allemaal bureaucratische trammelant; weer een huis in de Indische buurt dat op het laatst niet doorging.

Shit!

Ik had nog maar weinig mogelijkheden en moest om allerlei redenen opschieten. Het moment van de laatste keuze/mogelijkheid was aangebroken.

Ik bel met de Stedelijke Woningdienst, want het komt er nu op aan. De vrouw van de woningdienst kijkt nog eens in de computer en nu blijkt dat de keuzemogelijkheden die ik steeds in gedachten had, veel beperkter zijn. Ik had me 'ietwat' vergist en nu bleek dat ik nog maar 1 keuze had!

Nu of nooit, alles of niets.

De vrouw zei:

"Nou meneer Vos, we hebben eigenlijk alleen maar een 2-kamerwoning voor u beschikbaar in de Quentin Tarrantinostraat, nummer 66. U moet nu echt beslissen ..."

Toen was ik wel even sprakeloos Simon.

Want zo werd Aafje dus om precies 5 uur geboren, schuin bij mij aan de overkant.

Zelfs nu is het soms nog moeilijk te bevatten hoe het zich allemaal heeft ontknoopt en wat voor positieve gevolgen het allemaal heeft voor de toekomst en ook voor nu. We leven toch nu en hier en niet gisteren of morgen, of ergens weet ik veel waar.

Ik zucht even van de emoties hoor ... Even een slokje water, want ik moet nu opschieten. De tijd is bijna om.

Maar dit was dus mijn verhaal. Waar gebeurd. Een werkelijkheid die hier op nkf de gedaante van fictie heeft aangenomen. Daarom heb ik het ook geschreven.

En de rest? Ach, jullie moeten het allemaal maar een beetje nemen zoals het is. Niet te moeilijk doen, ook al is het leven niet altijd gemakkelijk.

;-)

En wat ga ik nu verder doen?

Schrijven. Inderdaad, schrijven. Alles is er om het te kunnen doen. Echt schrijven. Na 5 dwalende jaren op usenet. Veel tijd vermorst en verknoeid. Maar het was niet anders. Veel geduld geoefend, maar het is beloond.

Ga ik een scenario schrijven? Nee. Iets minder ambitieus, als ik maar begin. En als ik weer een scenario ga schrijven, dan een dat ik zelf met simpele middelen ook kan produceren. Maar vooralsnog ga ik schrijven. Een novelle. En ik weet al precies waar het over gaat, namelijk over het leven en over de liefde. Als het klaar is horen jullie weer van me.

Groet en tot ziens,

DirkJan

Geboorte Mees

De conceptie van Mees was in 1993. Ik heb daar geen sterke herinneringen aan. Ik dacht dat het in Den Haag was, bij mij in mijn kleine hofjeswoning in de Schilderswijk. Het kindje was gewenst, zeker bij Liesbeth en we hadden het al eens geprobeerd, ik denk ook onbewust om elkaars vruchtbaarheid te testen, en dat is op een abortus aangekomen. Een nare episode, vooral ook omdat ik op de dag van de abortus -vlak voor kerst- er beslist niet bij kon zijn: ik organiseerde het grote kerstavond=feest in Het Paard. Precies op die dag. Liesbeth is na de ingreep -waar haar moeder bij was- toch naar Den Haag gegaan, ook naar het Paard. Vreemde dag en avond. Maar we realiseerden ons pas echt wat een abortus betekende toen Mees werd geboren. We hadden er met terugwerkende kracht spijt van, maar het zij zo. Nu kwam het eerste kindje. Als ze me toen hadden gevraagd, wat wil je liever, een jongen of een meisje, dan had ik meisje gezegd. Liesbeth een jongen. Puur intuïtief.

Het was de bedoeling om thuis te bevallen, maar dat is niet gelukt. De weeën braken maar niet echt door en uiteindelijk moesten we nog snel naar het OLVG met een taxi. Daar werden later de weeën opgewekt, maar er gebeurde maar niks. En Liesbeth was helemaal uitgeput. Uiteindelijk heeft de jonge gynaecoloog op zaterdagmorgen toen om zes uur besloten om er nu een punt achter te zetten. En dat gebeurde ook. Ik had zoiets natuurlijk nog nooit meegemaakt, maar vond het een fantastische belevenis. Ik heb Lies ook aangemoedigd in de laatste fase. En als eerste zag ik het kopje en het babytje, eerder dan de moeder. En om zeven uur kwam het ineens allemaal naar buiten. Het wezentje werd direct op de moeder gelegd en een assistente roept, het is een meisje! Ik dacht dat ik gek werd, want ik had duidelijk een piemeltje gezien! Ik corrigeer gelijk tegen Liesbeth. Ze tilt het murmeltje op: een jongetje. Het was een grapje, zei ze. Ik was totaal not amused.

Maar de gynaecoloog vroeg meteen: Weten jullie hoe hij gaat heten? En ik zeg Mees. Het is Mees geworden. Ik ben nog steeds ontroerd en overrompeld.

Daarna mag ik de navelstreng doorknippen, wordt Mees gewassen en gewogen ...

Vanaf even dat moment kwam ik in stelling met mijn camera's. Ik had er vier bij me op de kamer liggen: een compactcamera kleur, een spiegelreflex zwart-wit en twee 8-mm camera's geladen met één filmpje van drie minuten. Een kleur de ander zwart wit. De eerste beelden geschoten. Nogal bloederig en de foto's heeft vrijwel niemand gezien. Ze zitten ergens in een Albert Heijn tas. Op de film is alles netjes en pas later genomen.

Maar de gynaecoloog was verrast toen ik Mees zei. Hij antwoordde: dat is ook toevallig, gisteren is hier ook een Mees geboren, maar ik had nog nooit van de naam gehoord. Hij zei het wat geheimzinnig. Maar het waait weg in de drukte en opwinding. En Liesbeth is door de vrijgekomen endorfine stoffen euforisch. Nergens even pijn of last. Mees komt naast haar te liggen in een doorzichtig plastic wiegje ...

Maar ze heeft rust nodig -en ik ook na twee dagen wakker zijn- en ga naar haar huis. Het is nog maar de vraag of Liesbeth die dag al naar huis mag. Maar ik zet er druk achter en ik kan haar om 14.00 uur weer ophalen. Dan ben je veilig thuis en niet in zo'n ziekenhuis.

Ik ga een uurtje liggen en loop weer terug naar het OLVG. In de Oosterparkstraat koop ik voor de babydoos een Volkskrant van zaterdag 5 maart 1994. Ik drink op een terras een kopje koffie en neem de krant even door. Dan valt mijn oog op de pagina met geboorte- en overlijdensberichten. En gelijk zie ik in een kader staan, Mees ..., Amsterdam. Gisteren geboren. Maar het stond niet bij geboorten, maar bij overlijden! Het kindje werd doodgeboren, stond ook in de advertentie. Ik kreeg koude rillingen en kippevel bij zoveel toeval. Precies ook een Mees! En dat was toen nog een onbekende naam en nu bekender in hockeykringen ... Maar dit terzijde. Ik sloeg de krant weer snel dicht en besloot om het niet tegen Liesbeth te zeggen.

Enfin, haar vader en familie komen haar op halen met de auto (gefilmd) en uiteindelijk komen we 's middags echt thuis, maar nu met Mees. Groot feest en euforie.

En dan gaat later iedereen weg en zijn we met zijn drieën over. Op bed; Liesbeth, Mees in het midden en ik. We luisteren naar iedere ademhaling en hartslag. Het is een onwennig wonder. En dat het ook blijft leven. Je bent ook bang dat het dood gaat ...

En vlak voor we gaan slapen vertel ik toch dat verhaal van die andere Mees. Liesbeth staat ook versteld, maar we zien het als een gunstig toevalsteken. Gisteren heeft een Mees het niet gehaald, op dezelfde plek, maar vandaag is er een Mees geboren die blijft leven en minstens 100 wordt ... De kans op doodgaan is nu te klein.

__

Toen ik in 2000 Aaf ging aangeven bij het Stadsdeelkantoor in Oost keek de vrouw van de burgerlijke stand verrast op toen ze de naam van Aaf haar broer zag staan: Mees Vos. Ze zei, dat is ook toevallig van de week is hier aangifte gedaan van een jongenstweeling en de ene heet Mees en de ander Vos. Dat was een gekke coïncidentie, maar ik bedacht toen al dat ik die tweeling vroeg of laat dan nog wel eens in de buurt zou tegenkomen. En dat gebeurde ook na een jaar of drie. Lies had ze via via al gesignaleerd dat ze echt bestonden en ik kwam ze niet lang daarna tegen in het Oosterpark. Ik hoorde een moeder tegen een andere dreumes roepen, Mees, en zag toen twee jongetjes van Aaf haar leeftijd. Ik vroeg toen, heten zij Mees en Vos? Ja, ze waren het en de moeder wist ook al van de jongen in de buurt die Mees Vos heette ...

Ik ben een groot liefhebber van dit soort toevalligheden. Het heeft op mij, of Liesbeth, geen enkele spirituele uitwerking of betekenis. Juist niet.

*

De conceptie van Aafje

Februari 2007 opgeschreven.

Ik weet het nog precies, als de dag van gisteren, maar dan zeven jaar geleden. Daarom vertel ik het ook. Het is alweer zo lang geleden.

Liesbeth woonde aan de gracht in de Plantagebuurt, met Mees. Maar het was daar klein, te klein. Ook voor hun tweeën. En er waren buren. Karel en Karin. Een aardig stel, maar waar we aanvankelijk geen contact mee hadden. Maar ineens kregen ze belangstelling voor ons, voor Meesje, die toen een jaar of vier was. Karel en Karin hadden wat met kinderen, maar het lukte maar niet. En daarom ging Karel maar een boek schrijven, over een vader en een kind. Over een vader die hij graag zou willen zijn.

Maar er komt contact. Karin werkt in de verpleging en Karel in de journalistiek. Ik praat wel met Karel. Niet zozeer over de politiek -hij is lid van de SP- maar meer over die verfoeide ironie en dat cynisme dat er heerst. Overal, en vooral in de kunst ... Het was altijd prettig converseren met Karel, zo zomers aan de gracht met een glas wijn.

En dan ineens plots valt het bericht.. Karin wordt zwanger. En Karel een trotse vader. We spreken erover, en als ik vertel over Mees en hoe het ging bij de bevalling, dan zie ik Karel zijn gedachten wegdraaien naar zijn eigen voorstelling. En ook van dat te kleine huis waar hij woont.

Maar hij heeft een roman in gedachten.

En dan wordt hun dochter geboren. Eva Jane.

Bijna twee jaar gaan voorbij en Mees wordt zes. En nog steeds geen (half)broertje of (half)zusje.

Eva Jane staat met Karel voor het raam en kietelt haar. Ze zwaait.

Zomer 1999. Ik ben bij Liesbeth en het hangt in de lucht. Die drang naar voortplanting. Maar we hebben geen woord gewisseld.

Liesbeth heeft spierpijn in haar nek en vraagt of ik haar wil masseren.

Ik zeg: "Ga maar op het dekbed liggen."

Ïk masseer haar en we horen Eva Jane bij Karel en Karin huilen. Hard en ontroostbaar. En het gehuil gaat over in een harde babylach.

Liesbeth verandert. Ik verander.

*

2 November 2004.

Heel iets anders, maar nog even relevant om te melden. Vorig jaar heb ik op nl.stad.amsterdam en nl.kunst.film een pleidooi gehouden voor een gedenkteken voor Theo van Gogh, bij voorkeur op de plek waar hij precies vermoord is. Ik was de enige voorstander ...

En er werd me verweten dat ik te persoonlijk was, omdat Liesbeth en mijn kinderen bij de arrestatie en schietpartij van Mohammed Bouyeri betrokken raakte.

Zoals iedere dag vertrekken ze rond kwart voor negen uit Oost en fietsen via de Mauritskade naar de school in de Plantagebuurt. Godzijdank zitten ze niet op een zwarte school bij ons in de buurt.

En Mees rijdt voorop, om beter zelfstandig te leren fietsen. Ze passeren het Oosterpark en Hotel Arena en Mees hoort harde knallen, alsof er planken vallen. Maar het zijn geen planken, maar kogels van een schietpartij waar hij recht naartoe rijdt. Liesbeth ziet de politiewagens en Aafje begint te gillen. Agenten achter de portieren. Er wordt geschoten. Tumult en Liesbeth en de kinderen maken direct rechtsomkeerd, maken dat ze weg komen.

Op school aangekomen horen ze precies wat er gebeurd is. Theo van Gogh vermoord. Ik word om tien over negen uit bed gebeld ...

*

En zo werd Aafje geconcipieerd. Ik wist van het begin af aan dat het raak was. Op die warme zomerdag in 1999. Geen muziek. Klaarlichte dag.

Over de geboorte en zwangerschap heb ik uitgebreid geschreven op nl.kunst.film.

En zo waren Karel en Karin onze inspiratiebronnen. Nog de dag voor de conceptie had Liesbeth een maxi-cosi- parasolletje aan Karin cadeau gedaan. Liesbeth dacht dat ze hem nooit meer nodig zou hebben. Ik zorgde niet voor voortplanting en Liesbeth had ook geen nieuwe liefde of minnaar. Laat staan een donorvader ...

En ik ben Karel nog steeds dankbaar, maar ik heb het hem nooit verteld van Eva Jane. Dat kan ook niet meer.

Karel schreef ook die niet cynische roman maar concipieerde een passievrucht.

Ze konden er snel van verhuizen naar een groot huis in Hilversum, en kregen nog twee kinderen. Maar toen sloeg het noodlot toe en werd Karel door een hersentumor getroffen.

Vorig jaar overleed hij.

IM KGVL

Het leven is kort en de liefde te serieus om er grappen over te maken.

Oud en Nieuw 2008/2009

Vandaag, oudejaarsdag. Ik zag er wel tegenop, want ik zou vanavond thuisblijven. Aan de overkant, mijn kant.

Maar al 's middags twee keer daar geweest. Eerst even een algemene check, hoe en wat. Alleen Mees was thuis, aan het hoorn studeren. Weer weg.

17:15 Telefoon.

Liesbeth of ik nog bij de vuurwerkwinkel een paar pakjes sterretjes wil kopen. Nog aan de lijn navragen bij Moustafa waar de winkel precies is. In de Linneusstraat in de feestwinkel. Ik er naar toe. Nog giga-druk, maar geen knallers meer. Ik moet op mijn beurt wachten en dan bestel ik vier pakjes sterretjes met tien stuks erin. Ik reken precies één euro af en laat de Hong Kongknaller van 210 euro achter me ...

Ik koop geen oliebollen bij de kraam op de brug. Liesbeth heeft al gekocht zag ik, maar dan in een zak bij de Albert Heijn. Jakkes en ik had haar nog zo getipt ...

De sterretjes afgegeven en weer naar de rust van mijn eigen huis.

Maar Lies had lekkere verse lasagne gemaakt. Laat eten en dan daarna de dvd Mr. Bean's Holiday.

Ik lag rustig op de bank naar de finale van de Top-2000 te luisteren. Het bier staat koud in de vriezer, maar pas na twaalven.

Om half twaalf kijk ik even uit mijn keukenraam en zie een sterretje branden aan de overkant op het balkon. Allemaal silhouetten en jassen aan ... Linksonder in mijn raam zie ik een groepje een paar kranten in de brand steken op de stoep. Door het raam heen hoor ik Liesbeth roepen om het uit te maken. Ze trappen de brandende krant uit. Ik gelijk bellen. Bemoei je nergens mee!

De overkant is allang in de weer voor twaalf uur met de buurkinderen: Aaf, Hajar, Houda, Jasmin en Feth ... En Mees gelooft het allemaal wel. Op het balkon met ook andere zakjes met sterretjes.

Even later staat op de hoek van de straat de vuilcontainer met veel te veel zakken in brand. Fors en gevaarlijk. Lies belt de brandweer en die komen blussen. Gisteren ook al ...

Daar gaat mijn Top-2000 finale ...

De boel komt enigszins niet tot rust en pal na middernacht bel ik naar de overkant. De beste wensen. Maar Liesbeth snapt niet dat ik niet even kom. Ik ook niet en ga direct in het vuurwerkgeweld de deur uit.

Ik kom boven, wil ik aanbellen, gaat de deur al open. Aaf en Houda... Een en al opwinding aan de voor- en achterkant. Overal knallen en veel vuurpijlen.

Ik wens met zoenen Aaf, Mees en Lies een goed 2009 ... Dat ik toch nog kwam.

En dan moet je weten dat Lies -we- eigenlijk ieder jaar met oud en nieuw bij Sebastiaan en Jette zijn. Jeugdvrienden van Liesbeth. En het is dan Sebastiaan zijn verjaardag. Altijd een club van vijftien volwassenen en een heleboel kinderen. Ieder jaar gaat alles hetzelfde. Ik -we- zorgen voor de borrelhapjes en dan maakte ik altijd drie maal vishapjes. En nog wat lekkers. En dingen voor de kinderen.

Daarna kwam het uitgebreide diner die tot een uur of half twaalf duurde. Bijzonder lekker. En aangenaam gezelschap en praten en proosten op van alles. Dan daarna de Champagne erbij pakken en Radio 2 aan. Eindigen -beginnen- met Bohemian Rapsody. Mees vond het meesterlijke avonden en dan daarna het vuurwerk dat rijkelijk voor de aanwezige mannen en jongens was ingeslagen. Ik moest altijd op Mees passen en dan begeleiden. En dan na half één was het disco op mijn zelf samengestelde disco top-40. Dansen met de kinderen. Groot succes.

En dan daarna weer naar huis, met de auto, maar ook wel met de fiets.

Dit jaar was er geen oud en nieuw bij Sebastiaan en Jette. En hoe het ook zij, Liesbeth en de kinderen blijven thuis. Voor de kinderen voor het eerst. Voor Liesbeth denk ik de tweede keer.

Ik naar de overkant. En maak de opwinding van de kinderen mee. Radio 2 staat inmiddels uit en in de keuken staat Radio 4 aan ...

Ik bel de familie. Eerst mijn ouders, dan mijn zus en tot slot mijn suikertante in Den Haag, tante Rini. Een zus van mijn vader. Verplichte bewegingen, maar ik ben blij dat ik ze heb gedaan. Ik had het ook achterwege kunnen laten. Ook Aaf, Mees en Lies dan aan mijn mobieltje ...

Mees dronk zoete limonade uit een champagneglas. We praatten wat over één en ander. Ook over zijn geschreven boekbespreking die af moet, over De Donkere Kamer van Damocles... Beetje grapjes en small-talk.

Aaf bekommert zich totaal niet om mij. Ook de buurkinderen niet.

De kamer is alleen verlicht met wat kaarsen op tafel. Er staan oliebollen en appelflappen en poedersuiker. En fris. Lies is nog niet aan de alcohol. Ik ook niet.

En dan wordt het ook tijd om naar huis te gaan. Ik kwam daarnet thuis en haalde mijn koude Grolsje uit de vriezer. Nog steeds Radio 2 aan met een kabbel-programma ...

Easy Listening, winter 2009

Het is half twee, easy listening en nog een koud biertje. Ik stond in dubio, maar er gebeurt toch nu niks ...

DirkJan Vos schreef:

> Dat is na half elf geworden, want ik moest plots een paar uurtjes
> oppassen aan de overkant.

Het begon vandaag met Aaf aan de deur, om half één met een rieten handtasje. Lies moest lesgeven op de Wackers en Aaf gaat dan vaak eerst naar de buurzusjes en dan naar mij. Vandaag al vroeg, want ze wilde per se naar de Inter Toys, voor een Nintendo-DS-spelletje, 40 euro. Dat was te duur, want ze had maar dertig op haar pinpasje. Ik weigerde bij te betalen.

Mees zat ondertussen al sinds vanochtend in Den Haag. Zijn reguliere lessen, maar tot 's avond 22.00 uur repetitie met het AKO. En dan zou hij weer naar Amsterdam moeten reizen om zondagmorgenvroeg weer naar Den Haag terug te gaan...

Maar daar zijn mijn zus en haar oudere man: Hélène en Peter. Zij wonen in Den Haag en Mees logeert in zulke omstandigheden dan bij hen. Dus niet terug naar Amsterdam. Heel leuk dat dat kan. Om half ef mobiel contact in de tram naar mijn zus. Nog drie haltes. Ik ken het hele traject. Gek idee hoe nu Mees Den Haag steeds verder verkent.

Maar goed, vanmiddag om 16.00 uur de deur uit met Aaf voor dat spelletje. Dat ging zo lang duren dat ik naar de poelier ging om te kijken of hij nog een half grill-kippetje had. En dat had hij. Daarna het lekkerste stokbrood gehaald, salade en bier en toen weer terug naar de Inter Toys. Uiteindelijk gekozen. Weer naar huis.

Liesbeth belt. Ze gaat met een halve ex-geliefde van in de vijftig naar de Miljonair Fair in de Rai. En of ik tot half elf op Aaf wil passen aan de overkant. La die da ... Zo gaat dat bijkans iedere dag.

Ik ben aan de overkant en Dolf belt aan. Ze gaan er glossy en netjes gekleed heen, ook voor de lol, maar ook om te kijken. Liesbeth zoekt rijke klanten. Waar vind je die?

Dolf werd nog een strikje aangemeten en Liesbeth belde een taxi ...

Aaf zat ondertussen bij de buren met een pak speculaasjes naar afleveringen van Floris te kijken. Ze kwam -gehaald door mij- om over negenen terug en om half tien lag ze erin ...

Mees was nog aan het repeteren. Lies was op stap. Aaf bij de buren.

En ik luister naar Radio 2. In afwachting op mijn bier, als beloning.

Om half elf waren bijna gelijktijdig Mees bij mijn zus, en Lies en Dolf met een taxi weer thuis. Ik heb ze uit zien stappen ...

En na wat conversatie kon ik naar huis. Naar de overkant.

Ik heb voor straks nog een stukje stokbrood, wat gegrilde kip en een likje olijfmayonaise.

O ja, Tiepelstukjes kijk ik nooit na ...

En Aaf was nog wakker en had min of meer gewacht tot Liesbeth terug was ...

Even na twaalven waren alle lichten aan de overkant gedoofd.

Groet,

DirkJan

____________________________________________________________________________

A Swinging Safari

Den Haag 1984-1994

- Een collage -

"De cesuren in mijn leven zijn veelal toevallig bepaald geweest."

Verwekt in de jaren vijftig, geboren in de jaren zestig

____________________________________________________________________________

Ain't nobody

-----------------------------------------------------------------

Subject: Merel Lives!
Newsgroups: nl.eeuwig.september
Date: Wed, 15 Jul 1998 02:01:53
From: DirkJan Vos

-----------------------------------------------------------------

Voor Merel,

Ain't nobody round midnight ...

Het is negen jaar geleden: Het North Sea Jazz Festival 1989. En ik werkte daar precies op de juiste hotspot.

De eerste jaren heb ik me naar boven moeten opwerken om later via de artiesteningang weer naar buiten te kruipen. Ik eindigde -met eervol ontslag- als: artiestenbegeleider.

Dat is de leukste -en toen nog- best betaalde job. Maar je moet dan wel iedere seconde op de point zijn. En dat was ik toen in 1989.

Juli 89, zaterdagavond en het is bloedheet. Ik heb er al twee dagen opzitten en het is fun en dorstig. Ik begeleid de 5e etage van het naast het Congresgebouw gelegen festivalhotel Bel Air, en op die verdieping zitten alle cajun- zydeco- en tex-mex-bands. Sommige muzikanten ken ik nog -en zij herkennen mij- van vorig jaar. Want wat er toen allemaal op de 'fifth floor' gebeurde is een verhaal apart.

En er komen tot en met de laatste dag ook nog nieuwe bands en artiesten bij. It comes and goes.

Als eenvoudige artiestenbegeleider krijg je nooit de top, maar het gaat erom, om de krenten uit de sub-top te krijgen. Ik slaagde daar -als primus interparis tussen de jonge artiestebegeleidercollegee- uitstekend in:

Op vrijdag had ik naast een paar deep-south en New Orleansbands nog twee acts voor de boeg. Ze zaten later op het eind van de linkergang van de 5e: kamernummers 508 t/m 524. Het betrof The Blues Brothers Band en -ahum- Chaka Khan.

{...}

Ok ... Stop het verhaal. Ik ga zo verder.

Wie Chaka Khan niet kent, daarvoor wordt deze anekdote moeilijk te volgen, maar het is dan nog steeds niet uitgesloten dat zo'n soulbarbaar wel een dance-hit van haar kent. 'I'm Every Woman', of het Prince nummer 'Chaka Khan'? En voor de volgers die Chaka Khan wel (vaag) kennen, geef ik hier fonetisch het intro weer van haar grootste hit 'Ain't Nobody'.

Het begint met een klein electronisch orgeltje en puntige gitaargroove: De rechterhand excelleert: Hou 't nummer in je hoofd als je het kent.

Ta ta
Tadie da

Ta Ta
ta die-da-da

(loep)

En dan valt daarna Chaka in ...

Ain't nobody

__

Ik mocht haar Chaka noemen, en zij noemde mij steeds 'DirkJen'. The Blues Brothers Band begeleidde haar.

__

Na het concert met de Blues Brothers Band op zondagmiddag:

Het concert van Chaka Khan begon 2 uur te laat, door drank en drugs van the night before, maar goed.

Om even over zessen 's middags zit ik voor het laatst met Chaka, achter de Statenhal, op een klein stenen stoepje. Zondagmiddag 12 juli 1989.

Ze pakt om de drie minuten een Marlborootje uit m'n borstzakje van m'n button-down overhemd. Ik ben een paar uur niet on-duty, maar ik zou haar na het concert naar Bel Air terugbrengen. Nog geen vijf minuten omlopen, maar ze weigert en wil niet. Ze stort ook bijkans -letterlijk- van haar hoeven.

- No problem Chaka. I'arrange the car and You stay and sit here. Sigaret?

- Oh DirkJen, the concert was awfull and I want You to call a car for me, for me and for my clothes. I can't walk no more. Did You see my feet in my shoes ...?

Give me a light tiger ...

Maar nu The Night Before: Zaterdagavond, 11 juli.

Ik ontmoet 's middags de Blues Brothers Band voor het eerst. Ze kwamen uit Zweden. Chaka Khan was al op vrijdagavond gearriveerd.

Op vrijdagavond heb ik haar nog rond mogen leiden over het festival.

Ok. Chaka en Dirkjen dus.

En The Blues Brother Band.

Ik zag The Blues Brothers Band op de afgesproken plaats en tijd in de persbar. Die was nog dicht.

Het was zaterdagochtend, een uur of twaalf denk ik: lange nachten, korte slaapjes ...

De hele band, een man of acht, komt binnen en ik verwelkom ze. Allemaal kijken ze me aan alsof ze water zien branden. Ik snapte er niks van ...

Sommigen lachten naar me of bekeken me aandachtig op afstand. Homo's of zo?

Ik had nog niks gezegd of er werd al over mij gepraat. De allervriendelijkste manager Melvin Brewermore hielp mij uit de droom: ik leek sprekend, maar dan ook sprekend op zijn broer: Dave Brewermore.

Het deed er 'echt' niks toe, maar -zo benadrukte hij keer op keer, met een ;-)

- DieDjee, It's incredible, but You just look like my brother ...

{And then I had too ...}

... ik moest met Melvin en met alle leden van de Blues Brothers-Band *apart* op de foto. Voor David. Want iedereen kende David heel goed en iedereen kende nu mij.

En daarom klikte het tussen mij en de Blues Brothers Band. Snap je Merel? Want ik vertel dit allemaal alleen voor jou ...

Ok. En nu sla ik een heleboel over en schakel ik over naar de climax, naar de laatste scene.

11 juli: zaterdagavond: precies middernacht.

Ik krijg vanuit de headkworters van Acket de opdracht om bij Melvin te checken wanneer ze de 'rehearsel-kit' in Bel Air 'denken te verlaten'; Chaka -die zich niet helemaal ok voelt- en de Blues Brothers Band repeteren daar al sinds 22.00 uur.

Het is even over 00 uur en ik loop Bel Air binnen met een kleine opdracht op zak.

In de kelder van Bel Air zit de bedwelmende nazit-bar, maar ik moet nu naar boven. Ik ben aan het werk. Straks.

De Blues Brothers Band hebben Chaka in de namiddag gevonden voor het concert van morgen. Ze moeten die dag alleen nog even rehearselen en de show doornemen. Hebben ze vaker gedaan.

Chaka is als een Franse dweil.

Het is bloedheet en in mijn festival-t-shirt sta ik heftig zwetend te wachten op de lift. En ik moet daarna ook nog van alles anders doen!

Pa die pa die Pa Pa die Pa ...

Ba Ba Ba Rieba!
My Funny Valentine
That's why the gentleman is a dope
Time after Time
Birdland

...

Ain't nobody ...

Ik druk op de negen.

De deuren sluiten zich achter mij. Ik sta alleen in de lift.

{ Allemaal achteraf gelul }

De lift gaat met een lichte draai in mijn buik omhoog. Ik ben er niet bij met mijn gedachten. Ik moet om half één in de Vermeerzaal zijn. En dan daarna naar de Jan-Steen ...

6e etage

Wel lekker gegeten, sneaky in de keuken: een grote Italiaanse garnalensalade, helemaal alleen voor mij. De vorige avond had ik de kok mee back-stage genomen naar Miles Davis ... Vandaar, en dat ik weer honger krijg en dorst en dat m'n voeten zeer doen ...

7e etage

Tja, Chaka Khan ... Ain't Nobody ... Ik fluit en fluut een beetje: En word ik morgen wel op tijd wakker op de laatste festivaldag: DE BATTERIJEN VAN M'N WEKKER HEBBEN HET GISTERMORGEN BEGEVEN! Ik blijf in Bel Air slapen. Desnoods. Of ik ga met Lester mee naar huis ...

8e etage

Godverdomme! Ik moet zeiken als een stier!

Ik ga zo eerst pissen en daarna kijken waar er een ijskastje staat ...

(alle ijskastjes zijn voorzien van een hangslotje. maar een goede artiestenbegeleider beschikt echter over een ijskastjesuniverseelsleutel)

De 9e en laatste etage.

Het is doodstil in de schacht en de cabine zoemt open. Ineens zie ik een onbekende en onverwachte werkelijkheid. In de liftlobby staat de complete line-up van de Blues Brothers Band opgesteld: de muzikanten, alle apparatuur en instrumenten zijn aanwezig.

[terzijde]

Daar is de negende ook voor, daar slapen ook geen gasten. Daar staan permanent drums, versterkers, enzovoorts opgesteld ... The Blues Brother Band en Chaka hadden -zo begreep ik achteraf- van tien tot één gereserveerd om te rehearselen.

Maar wat doet het ertoe: Direct in mijn linkerooghoek zie ik Melvin de rechtergang inlopen ... Hem moet ik hebben. Maar Chaka Khan komt op me af en pakt me bij m'n hand.

[/terzijde]

De liftlobby is donker en wordt maar met een klein, oranje-rood lampje belicht.

Links staat Graham achter z'n eigen orgel. En Peter en Grooce ...

- Hai Grooce ...

Maar Chaka trekt me mee en pakt de microfoon van de standaard.

Charlois geeft een roffeltje op z'n drums;

Een E-snaar snerpt op een elektrische gitaar.

In een holle lieve echo zegt Chaka ..:

- And Charl ... the next number is for Dirkjen.

Ze trekt me dichter naar haar toe en Grooce telt af. Ik weet niet wat me overkomt ...

Chaka: One two three ...

***

De volgende dag: zondag: afscheid: het concert is afgelopen. De meiden van Mai Tai geven me bloemen om aan haar te geven en ze willen haar dolgraag heel even ontmoeten. Ik doe mijn best, maar Chaka wil de zangeressen niet ontvangen, ze wil niemand zien, maar ze wil dat ik blijf.

Op het stoepje achter de Statenhal. 30 minuten later stopt er een roomwitte-Chevy die Chaka op komt pikken. Ik mocht niet mee en moest in de Statenhal blijven voor de afvoer van de Blues Brothers Band. En toen was het met een traan adios Chaka ...

Ain't Nobody.

DirkJan

__

Nog even Merel.

De andere jongens van de artists-crew geloofden hun oren nauwelijks toen ik ze vertelde dat -nog geen 10 minuten geleden- Chaka Khan alleen voor mij Ain't Nobody had gezongen.

Boven op de 9e etage, en met de 8-koppige line-up van de Blues Brothers Band, inclusief 3 blazers. En Chaka Khan in het midden, en ik stap 'in the heat off the festival' die lift uit. En voordat ik het wist wilde Chaka Khan met me dansen.

Ik schreef net:

> Chaka Khan komt op me af
> en pakt me bij m'n hand.

> [/BTW]

> De liftlobby is donker en wordt maar met een klein,
> oranje-rood lampje belicht.
> Links staat Graham achter z'n eigen orgel.
> En Peter en Grooce ...

> - Hai Grooce ...

> Chaka trekt me mee
> en pakt de microfoon van de
> standaard.
> Charlois geeft een roffeltje op z'n drums;

> Een E-snaar
> snerpt op een elektrische gitaar.

> In een holle lieve echo zegt Chaka ...:

> - And Charl ... the next number is for Dirkjen.

> Ze trekt me dichter naar haar toe en Grooce telt af.
> Ik weet niet wat me overkomt ...

> Chaka: One two three ...

Het was dus: One Two Three: En 't orgeltje en de slaggitaar zetten in

met dat specifieke intro-geluid: Pa pa Pa-Die-pa papa
Pa da pada

De rest van de band volgt en ik sta alleen met Chaka in het middelpunt van een miniatuur soulopera-arianummer.

De band speelt nog een paar maten extra van het intro en dan laat Chaka me los en begint te zingen: tegen mij. Met alle gestures en ooguitdrukkigen bespeelt en overrompelt ze me volledig. Ik sta ineens als een zoutpilaar stokstijf en ik voel m'n wangen rood opgloeien; warm van opwinding en ontroering en vanuit een vreemd soort gene, schaamte. Waarom weet ik niet, maar het gebeurde ... En dan het refrein, en ze pakt me weer bij mijn hand om met me te dansen.

Ain't Nobody ...

Gelukkig ontdooiden m'n benen weer gelijk en ben ik -alsof er niks bijzonders aan de hand was- op haar verzoek ingestapt ...

En na vijf minuten was de droom over ...

Woo-Woo-Woo-Woooo ...

Ain't Nobody ...

DirkJan - De namen van de leden en manager van de Blues Brothers Band wist ik niet meer, die heb ik verzonnen -

__

Amsterdam, winter 2008/2009

Ik ben op drie video's op YouTube kort te zien en te horen.

In mijn eigen docu-drama De steen:

De Steen - Den Haag 1995 - 40 minuten - YouTube

Webpagina De Steen - Docu-drama - Johan de Witt - De Jongenskamer

En twee maal op tv:

Item over de herdenkingsavond Stones Kurhaus op 8 augustus 1994 in het Haags Filmhuis - 2 Vandaag VOO - 4 augustus 1994 - YouTube

Casablanca 50 jaar - NOS Laat - Augustus 1992 - YouTube

En nog een leuke, maar donkere videofilm die ik van een groot Filmhuisfeestje maakte met Edo Kuiper in 1993. Op het einde van de video ben ik nog heel kort te zien als ik de Filmhuistrap afloop in mijn kult-T-shirt.

Let's Party! - Video Haags Filmhuis - 1993 - De grote verhuizing (20 min) - YouTube

__

Naast Hans Wiegel in de NRC 1974 - De Jongenskamer

__

Geboorteclip Aaf, met Mees - YouTube

__

In 2015 heb ik een lange pagina met korte alinea's met oude en actuele voetnoten bij mijn bio-story gezet, vooral over de tijd daarvoor. Bio Story 2 - In my Life

DirkJan Vos - d.vos35@chello.nl

Mees en ik

Bordje pekingeend bij Nam Kee op de Gelderse kade met Johan Hoekstra, 7-7-2007

Geschilderd rond 2000 door Selma Schepel

Foto van de Amsterdamse fotograaf Thomas Schlijper, mijn favoriete fotograaf. Hier zijn foto van de Hannemanstraat in de Haagse Schilderswijk, genomen eind 2015. En in de hofjeswoning op de begane grond, in het midden van de foto met de blinde zijmuur, heb ik tien jaar gewoond.

[ En het grote hofjescomplex is ooit gebouwd voor arme joodse Hagenaars, maar die wilden er niet wonen. ]

__

Alex van der Wyck, Marc Thelosen, Maarten Ockersen, Liesbeth Groenendijk, Paul Rijperman, Sandra Landwehr, Desmond Vink, Edo Kuiper, Marco de Vries, Tom van Vliet, Leo Reijnen, Ank van Straalen, Dien van Straalen, Wilma Joosten, Rien Hagen, Kees Kasander, Denis Wigman, Roland Wigman, Monica Wigman, Leendert de Jong, Eljo Embregts, Irmgard de Roy van Zuydewijn, Ed van Dijk, Chris Kwant, Eric Quint, Petra Schrevelius, Paul de Mol, Erzy Hadvari, Eric Daams, Robert Jan Rueb, Maarten Hinloopen, Sjoerd Hesselbach, Harm Bieger, Christaan van Schermbeek, Martin Uitvlugt, Saskia Hamel, Peter Calicher, Max Mollinger, Cees Messemaker, Saar Meersman, Ellen Lens, Fenno Werkman, Carlie Jansen, Willy Jolly, Eelco Jongma, Elvin den Haan, André Mulock, Willem Mulock, Tjitse Letterie, Theo de Klerk, Sasja Semnionova, Ben van Os, Dorien de Vos, Bander van Ierland, Piet Burgemeester, Adriaan Bontebal, Loet Gevers, Janet Walraven, Piet Hein Bruin, Herbert Boerendonk, Roland Verbiest, Maarten Zilverentand, Angelique Kater, Tom Plug, Loet Gevers, Eelco van der Waals, Thomas van Putten, GertJan Kuiper, Hans Balster, Annick Vroom, Nico Bunnik, Gerard Holthuis, Marc van Bilderbeek, Paul Pasman, Frank Pasman, Nico Bredero, Gert Dunbar, Gerard Holthuis, Albert Wulfers, Jan van Huizen, Karin van der Werf en haar vriend Rien Monshouwer.